Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De getuige Patima verklaarde dat zij rumoer op het plein van de loge hoorde. Toen ze naar beneden ging in het huis van de mandoor, trof ze Samiel die gewond was aan zijn linkerwang en rechterhand. Ook zag ze Anthoni die vastgebonden was. De verklaring is afgelegd op 11 september 1725 aan de Kaap de Goede Hoop. Als getuigen tekenden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0594 In de maand augustus ging Patima uit Madagascar, een slavin van de compagnie, rond 9 uur 's avonds naar boven in het gebouw om te eten. Ze zat daar met de gevangene Samiel en haar kinderen toen een slavin genaamd Sara uit Rio de la Goasse bij hen kwam. Sara vertelde dat de slaaf Anthoni de Roose haar had geslagen en geschopt.
Even later kwam Anthoni de Roose ook naar boven. Samiel vroeg hem waarom hij Sara had geslagen. Anthoni antwoordde met scheldwoorden en zei "dat gaat je niks aan, kom maar naar beneden". Na deze ruzie ging Anthoni naar beneden. Direct daarna kwam hij weer naar boven en riep Samiel voor de tweede keer om naar beneden te komen, waarbij hij zei "dan zal ik je wat anders leren".
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0593 In augustus gebeurde het volgende voorval rond 9 uur 's avonds, toen de aanwezigheidscontrole in het verblijf werd gedaan. De slaaf Anthoni de Roose kwam naar boven op zoek naar een slavin uit Rio de La goa, maar zij was er niet. De verteller zat op dat moment met de slavin Patima en haar kinderen op zolder te eten. Even later kwam de slavin Sara naar hem toe en vertelde dat Anthoni haar had geslagen met een stok en had geschopt. De verteller vroeg aan haar waarom Anthoni haar had geslagen. Ze antwoordde dat ze onschuldig was geslagen. Toen Anthoni weer boven kwam, vroeg de verteller aan hem waarom hij de slavin had geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0589 Hans Annes deed verslag op Kaap de Goede Hoop op 10 september 1722. Hij vertelde dat Caniel naar hem toe kwam en zei dat Anthoni hem met een mes in zijn linkerwang en rechterhand had verwond. Een chirurg genaamd Selaris heeft de wonden verbonden. Anthoni werd gearresteerd. Het mes werd aan de rechter overhandigd, maar Hans Annes wist niet zeker of hij het zelf uit Anthoni's zak had gehaald of dat iemand anders hem het mes had gegeven. Het verslag werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0586 Er is in de aangeleverde tekst te weinig duidelijke informatie om een samenhangende samenvatting te maken. De tekst bevat fragmenten over Pieter van Bengalen en Jan Steenkamp, en verwijst naar een rechtszaak ("eis en conclusie") waarbij een landrechter (Bergh) betrokken was, maar de context en volledige inhoud ontbreken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0576 Op 30 april 1721 verscheen Sio Tjanko voor het gerecht met Willem Maurits Cruse als baljuw (aanklager). Sio Tjanko vroeg 14 dagen tijd om schriftelijk te antwoorden op de aanklacht, omdat hij beweerde in de war te zijn. De aanklager wilde dit verzoek afwijzen omdat hij dacht dat de verdachte alleen tijd probeerde te rekken.
De schepenen wezen het verzoek af. Sio Tjanko reageerde dat als burger Theophilus van Coulster iets van hem wilde eisen, hij ook de Chinees Pouteeko had moeten laten arresteren. Sio Tjanko beweerde onschuldig te zijn.
De schepenen veroordeelden de gevangene om naar de gebruikelijke plaats voor strafoplegging gebracht te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0409 Bij het kasteel De Goede Hoop werd op 29 juni 1725 een bekentenis afgelegd door de Chinese verdachte Thiosianko. De tekst werd vertaald van het Maleis naar het Nederlands. De bekentenis werd ondertekend door Thiosianko (met een merkteken) en D. Thibault als secretaris. Als gecommitteerden tekenden H. Swellengrebel en C. Brand.
Op 2 juli 1725 verscheen Thiosianko opnieuw voor de Raad van Justitie. Na het voorlezen van zijn vertaalde bekentenis bevestigde hij de inhoud volledig en gaf aan dat er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden. Dit werd ondertekend door Thiosianko, secretaris D. Thibault en gecommitteerden J. Aldersz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0405 De Chinese bandiet Tio sianko bekende aan de officier van justitie Adriaan van Kervel dat hij gedurende 2 maanden de slavinnen Caatje en Pater had overgehaald om geld te stelen van hun meesteres, de weduwe van de overleden scheepsuitruster Cornelis Valk. Hij beloofde hen vrij te kopen met dat geld.
Ongeveer 3 weken geleden waarschuwde Caatje hem dat ze twee zakken met geld had gestolen en in het riool achter de poort had gelegd. Tio sianko haalde deze zakken op en gaf ze, zonder het geld te tellen, ter bewaring aan:
Hij deed dit omdat hij bang was dat het geld in zijn huis zou worden gevonden. Hij was wel van plan geweest om met dit geld beide slavinnen vrij te kopen van de weduwe Valk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0403 Op 2 juli 1725 verscheen een beklaagde voor leden van de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop. Na het voorlezen van haar bekentenis verklaarde ze dat deze volledig klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. Dit document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0401 Pater van Rees uit Batavia, ongeveer 28 jaar oud en slaaf van de weduwe van equipagemeester Cornelis Valk, heeft een verklaring afgelegd aan fiscaal Adriaan van Kervel. Hij vertelde dat een maand geleden de Chinees Thio Tianko hem en slavin Caatje had benaderd om zoveel mogelijk geld van hun meesteres te stelen. Thio Tianko beloofde hen vrij te kopen. De Chinees spoorde hen dagelijks aan om dit uit te voeren. Ongeveer drie weken geleden, terwijl hun meesteres op zolder was, was Pater van Rees bezig met vegen op de galerij. Caatje was toen in de kamer zonder dat hij wist wat ze daar deed. Later kwam ze naar hem toe op de galerij met een zak geld. Toen hij vroeg hoe ze aan het geld kwam, vertelde ze dat ze het uit een kist had gehaald die ze open had gevonden. Toen Pater van Rees daarna in de kamer kwam, zag hij dat Caatje in elke hand een zak had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0399 De slavin Caatje verscheen voor leden van de Raad van Justitie van het gouvernement. Ze verklaarde dat haar eerdere bekentenis duidelijk aan haar was voorgelezen. Ze bevestigde dat ze bij haar verklaring blijft en dat er niets aan toegevoegd of weggelaten mag worden.
Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 2 juli 1725. Het document werd ondertekend met een merkteken van Caatje. Als getuigen tekenden secretaris J.D. Thibault, Jan Aldersz en J.T. Rhenius. Het document werd bekrachtigd door secretaris Sibault.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0396 Een slavin genaamd Caatje van de Caab bekende dat ze een derde zak met geld had geopend en het geld onder de rotsen op de binnenplaats had verstopt. Ze vertelde dit aan een Chinese man, maar kon hem het geld niet direct geven vanwege de vele voorbijgangers. De Chinees gaf haar een rode zakdoek om alvast zoveel mogelijk geld in te doen. Ze gaf hem deze zakdoek over de stoep en liet de rest van het geld onder de rotsen liggen tot een geschikter moment. Dit werd ontdekt door haar meesteres waarna ze werd gearresteerd.
Dit werd vastgelegd aan Kaap de Goede Hoop op 28 juni 1725 en ondertekend met het merkteken van Caatje van de Caab. De secretaris D. Thibault was aanwezig, en de documenten werden mede ondertekend door commissarissen H. Swellengrebel en C. Brand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0395 Op het Kasteel de Goede Hoop werd op 2 augustus 1725 een vonnis uitgesproken door:
Het vonnis werd ondertekend in aanwezigheid van secretaris D. Thibault. Het vonnis werd uitgesproken en uitgevoerd op 4 augustus 1725.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0387 Na 2 weken is de ondervraagde met Coridon en Floris van Jan Olivier op pad gegaan. Ze zeiden dat ze tabak gingen kopen, maar eigenlijk gingen ze schapen stelen. Bij het erf van Michiel Otto stelde Coridon voor om schapen te stelen. Coridon en Floris hebben toen twee schapen gestolen, terwijl de ondervraagde op het korenveld bleef wachten.
In dezelfde nacht hebben ze ook twee schapen uit de schaapskooi van die man gestolen. Ze zijn met deze schapen naar de schaapsberg gegaan.
De derde dag is Coridon naar de schaapherder van Jacob Malang gegaan om te proberen 2 of 3 stuks tabak te krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0290 De volgende mensen kwamen in een drinkgelag terecht:
De soldaten konden hun wijn niet betalen en zeiden dat ze geld zouden krijgen als ze hun landgenoten zouden spreken. Dirk de Beijer vroeg Pieter du Pree om toch wijn te blijven schenken, hij zou zorgen voor de betaling. Toen de soldaten bleven weigeren te betalen, zei De Beijer dat ze hun uniformjasjes als onderpand moesten achterlaten voor de 3 schellingen die ze schuldig waren. Hierop ontstond ruzie tussen De Beijer en de soldaten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0272 Isaac van Madras, een slaaf van ongeveer 33 jaar oud, werd ondervraagd door landdrost Martinus den Bergh. Isaac was eigendom van landbouwer Paul Jourdaan. Hij was weggelopen nadat hij voor zijn meester citroenen had verkocht voor 10 schellingen, waarvan hij het geld had verbrast.
Voor deze vlucht had hij zich in oktober opgehouden bij andere slaven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0283 Hector was betrokken bij een incident met twee jongens dat leidde tot een confrontatie bij de schapenweide. Hij droeg een geweer maar niet als hoofdman van de groep. Bij de branderij van burger Rudolph Fredrik Steenbok ontstond bij dageraad een geschil tussen hem en de overige jongens. Bij de Kuils Rivier probeerde hij Jonas en anderen weg te jagen. 3 Dagen na de schaapdieftal ging het gezelschap naar de Steenbergen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0288 Caatje van de Caab, ongeveer 17 jaar oud en lijfeigene van de weduwe van de overleden scheepsuitruster Cornelis Valk, legde een bekentenis af voor leden van de Raad van Justitie. Dit gebeurde op verzoek van de tijdelijke aanklager Adriaan van Kervel.
Ze bekende dat de Chinees Tiotjanho haar 1 à 2 maanden geleden had benaderd om zoveel mogelijk geld te verzamelen. Hij beloofde dat hij niet alleen haar zou vrijkopen, maar ook haar mede-slavin Pater. Deze belofte deed hij ook rechtstreeks aan Pater.
Ongeveer 3 weken geleden spraken Caatje en Pater, verleid door de belofte van vrijheid, in de slaapkamer van hun meesteres over hoe ze aan haar geld konden komen. Ze wisten dat het geld bewaard werd in een grote kist met koperen beslag. Op dat moment bevond hun meesteres zich op zolder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0393 Pater kocht een slavin genaamd Caatje met haar kind voor 170 rijksdaalders. Hij betaalde hiervan 100 rijksdaalders met geleend geld:
Op een zondag vertelde Caatje aan Pater dat ze opnieuw een zak met geld had ontvangen. Omdat er te veel mensen langskwamen, kon ze het niet direct afgeven. Pater gaf haar een rode zakdoek om het geld daarin te doen. Caatje gaf deze later vanaf de stoep aan hem. Toen Pater thuiskwam, kwam de Chinees Hamtanko langs. Pater nodigde hem uit voor het eten. Omdat Pater eerst naar het strand moest, vroeg hij Hamtanko om de zakdoek met geld te bewaren. Toen Pater lang wegbleef, ging Hamtanko met de zakdoek met geld naar de loge.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0404 Caatje van de Caab, een 17-jarige slaafgemaakte vrouw van de weduwe van Cornelis Valk, heeft een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie. De verklaring was op verzoek van waarnemend openbaar aanklager Adriaan van Kervel. Ze bekende dat de Chinees Tiotjanho haar ongeveer 2 maanden geleden had benaderd om geld te verzamelen. Hij beloofde haar en een medeslavin genaamd Pater vrij te kopen. Het gesprek over deze mogelijke vrijkoop had ongeveer 3 weken geleden plaatsgevonden in de slaapkamer van hun meesteres. Caatje en Pater bespraken toen hoe ze aan het geld van hun meesteres konden komen. Het geld lag opgeborgen in een grote kist met koperen beslag op de zolder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0391 Een slavin heeft bekend dat ze een geldkist heeft geopend die niet goed was afgesloten. In aanwezigheid van haar mede-slavin Bater haalde ze er twee zakken met geld uit. De hoeveelheid geld in de zakken kon ze niet aangeven. Ze sloot de kist weer en verborg de geldzakken onder het bed van haar meesteres. Toen de broer en zus van haar meesteres die avond in de galerij van het huis zaten en Pater (een andere slavin) de kaarsen aanstak, heeft ze de geldzakken onder haar kabaaij (lang gewaad) verstopt. Volgens afspraak met de Chinees Tioti-anko legde ze het geld in de goot bij de poort aan de straat. Ze zag met eigen ogen dat deze Chinees de zakken daar weghaalde. Ze bekende verder dat ze op zondag jongstleden - zonder dat haar mede-slavin Pater dit wist - de geldkist had geopend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0394 De slaaf van de familie verklaarde dat ze met Caatje sprak over het verbergen van een zak met geld. Caatje stelde voor om het onder de matras van hun meesteres te verstoppen, wat ze vervolgens deed. Op een avond, toen de broer en zus van hun meesteres op bezoek waren en in de galerij zaten, was de getuige bezig met het aansteken van kaarsen. Terwijl Caatje de ramen zou sluiten, haalde ze twee zakken geld onder de matras vandaan. Caatje verstopte deze onder haar kleding en legde ze bij het riool bij de poort. Toen Caatje de ramen sloot, waarschuwde ze een Chinese man die de zakken met geld meenam. De getuige verklaart niet te weten of Caatje nog een derde zak met geld heeft gestolen. De getuige werd op maandag 1 juni 1725 gearresteerd. Deze verklaring is afgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 28 juni 1725 en ondertekend door Pater, D. Thibault, H. Swellengrebel en C. Brand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0400 Op 7 januari waren Hector en Jonas niet teruggegaan naar de Steenbergen, terwijl de ondervraagden verder gingen richting de Steenbergen. Een jonge slaaf genaamd Coridon, die eigendom was van Michiel Otto, en een slaaf genaamd Titus, vermoedelijk eigendom van Jacob Mallan, werden aangetroffen. Ze waren ongeveer 10 dagen samen voordat ze bij Tilus weggingen in de bergen.
Ze troffen 5 weggelopen slaven aan die eigendom waren van Cornelis Victor. Dit waren:
Bij Vergeleegen raakten zij gescheiden van Coridon en vertrokken daarna naar de Vishoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0289 Anthoni de Roose, een slaaf van 18 jaar oud uit Mozambique, werd ondervraagd door de onafhankelijke aanklager Adriaan van het bestuur. Hij werd verhoord over de volgende zaken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0577 Op 16 augustus rond 21:00 uur werd in het handelskantoor van de VOC de slavenrol (presentielijst) gelezen. Hans Annes van Doctum, een opzichter van de slaven, merkte dat een slavin uit Rio de La Goa ontbrak. Hij stuurde de slaaf Anthoni de Roose om haar te zoeken. Anthoni vond haar en bracht haar naar beneden voor de telling. Na het tellen van alle slaven liep Anthoni naar de andere kant van het handelskantoor. Even later zag Van Doctum dat Anthoni en de bandiet Samiël aan het vechten waren. Van Doctum heeft ze uit elkaar gehaald door ze met een stok te slaan en beval iedereen naar hun slaapplaats te gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11004 / 0585 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/