Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
- 1674-07: Jean Chameau geeft een volmacht namens Isaac Guitard.
- 1674: Jan Gerard Ameldung en Gerrit Storm krijgen een wisselprotest (een officiële verklaring dat een betaling niet is gedaan) met nummer 1068.
- 1674: Jan Pasch Junior en Hendrik en Willem Clankenhagen krijgen een wisselprotest met nummer 1070.
- 1674: John Pall geeft een verklaring over het schip De Digge en de scheepstolk (tolk voor schepen).
- 1674: John Pall geeft een verklaring over De Digge, het fregat Joannes, en Bernardus Hagelis over een protest van bodemarij (het in beslag nemen van een schip).
- 1674-07: Levinus Vincent en de IJsbrand Compagnie sluiten een handelsovereenkomst voor 2940.
- 1674: Lupper Olders Acherman geeft een verklaring over De Jonge op bladzijde 964.
- 1674: Laurens Altius geeft een volmacht namens Van der Mark uit Utrecht.
- 1674: Het testament van Lueretia Goijers wordt geregistreerd onder nummer 1107.
- 1674-07: Maria van der Donk, weduwe van Henk. Wigman, tekent een akte voor haar.
- 1674: Matheus Lubeeks en zoon geven een volmacht aan Oborp en Van Deurs.
- 1674: Jacob Makartoni uit Amsterdam geeft een volmacht aan Pieter Avet.
- 1674: Maria van den Bosch, weduwe van Herken, neemt een marskramer (handelaar) aan onder nummer 1026.
- 1674: Malijardus Keijzer geeft een volmacht aan Joannes Baptist Bervoets.
- 1674: Margareta van Bergum geeft een volmacht aan Schoppens en Edwards.
- 1674-07: Matrozen van De Digge, onder kapitein Ball, doen een insinuatie (een officiële mededeling).
- 1674: Nicolaas Kohl en Richard Paulse geven een certificaat voor Paul Bulsen de Jonge.
- 1674: Nicolaas Theodore geeft een kwitantie (bewijs van betaling) aan William Hobbs voor 8 balen mastiek (hars).
- 1674: Nicolaas Kohl geeft een volmacht aan Pieter van Bodeghem.
- 1674: Nicolaas Sepeltak en Jentje Hendriks krijgen een certepartij (een soort overeenkomst) onder nummer 1057.
- 1674-07: Pierre le Febvre geeft een verklaring over de Aunable Jheresia.
- 1674: Pieter Pieterse geeft een volmacht aan Fredrik Janse.
- 1674: Het testament van Pieter Reeder en zijn vrouw wordt geregistreerd.
- 1674: Pieter Duijts en Gebrand Salhn krijgen een wisselprotest onder nummer 35.
- 1674: Pieter Meurant en George Cliffort en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 294.
- 1674: Pierre Baumgarten geeft een blanco volmacht (een volmacht zonder specifieke details) aan Jochem Samulls.
- 1674: Pieter Moses en Chittij en Zoon en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 948.
- 1674: Pieter Moses en Chittij en Zonen en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 1949.
- 1674: Philippe de Graaf en Bergh krijgen een wisselprotest onder nummer 1007 en 993.
- 1674: Philippe Abraham van Halle en Cesar Sardi en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 101.
- 1674: Philip van der Boorten en Marchant krijgen een wisselprotest onder nummer 8 en 1018.
- 1674-07: Een verklaring over de redderij (berging) van het schip Whitmore of Christopher Bound.
- 1674: Renders en De Wit en Gilles, Thomas en Jan Teijler krijgen een wisselprotest.
- 1674: Reders van het galjoot (type schip) De Stad Rotterdam en de weduwe van Jan Mor de Jonge krijgen een transportverklaring van hetzelfde schip.
- 1674-07: Robert Goff, bootsman of matrozen van De Digge onder kapitein Pall doen een insinuatie.
- 1674: Severus Svensberg geeft een volmacht aan Paulus Korp.
- 1674: Salomon Norden en Compagnie en François Zorgh, curator (beheerder) van de nalatenschap van Isaac Alvares, doen een insinuatie.
- 1674: Sijne Sijmense Everman geeft een volmacht aan P. de Simon Palache.
- 1674: Selomoh Lopes Colasso en zoon Palache geven een volmacht.
- 1674: Lietje Teunis geeft een verklaring voor het eerste gerecht (rechtbank).
- 1674: Salomon Norden en Compagnie en Gerrit van Heijningen krijgen een wisselprotest.
- 1674: Sprengel en Bott en Gerrit van Heiningen krijgen een wisselprotest.
- 1674: Racharias Strombergh en Marvochaij Iliaander en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 1020 en 1021.
- 1674: Damuel Gaisein en Compagnie geven een verklaring over thee.
- 1674: Zacharias Stromberg geeft een blanco volmacht aan Fistulator.
- 1674: Stephan de Johannes, Pieter Aved, Nies Theodor, Wassil en Zatur de Petrus, arme kooplieden, krijgen een makentum (een soort overeenkomst).
- 1674-07: Sarraburse en Gilles, Thomas en John Teijler krijgen een wisselprotest.
- 1674: Thames Broekveldt geeft een volmacht aan Dirk Sevenhuijsen.
- 1674: Thomas Jones geeft een verklaring over het stelen van de lading van het schip Lucretia voor 929.
- 1674: Thomas Ellis bevestigt een volmacht aan Coenraad Smit voor de desolate boedels (failliete nalatenschappen).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1175973 / 640
Op
16 juli 1718 verscheen
Pieter Duijts Jongman, een meerderjarige man uit
Amsterdam, voor notaris
David Walschaart.
Jongman had toestemming gekregen van de
Staten van Holland en West-Friesland om ondanks zijn jonge leeftijd zelfstandig zaken te doen.
Hij verklaarde dat hij drie schuldbrieven (obligaties) had verkocht aan:
Elke schuldbrief had een waarde van 1000 gulden en was uitgegeven door de provincie
Holland, met betaling in
Haarlem. De brieven waren gedateerd op
16 oktober 1708 en goedgekeurd op
15 juni 1709, met de volgende nummers:
- 1265, nummer 1227, register folium 14,
- 166, nummer 7228, register folium 714,
- 1267, nummer 7229, register folium 714.
Jongman had deze schuldbrieven gekregen via een akte op
27 december 1715, opgemaakt door notaris
Jan Snoek. Hij bevestigde dat hij het volledige bedrag, inclusief rente, van de kopers had ontvangen en beloofde dat de schuldbrieven vrij waren van claims. Hij zou deze overdracht altijd respecteren, onder een boete van 3000 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320392 / 37
Gedeputeerden (afgevaardigden van de hoogmogende heren) werden na een ontvangst op het
Raadhuis op de Poort door dezelfde heren begeleid naar de kamer van burgemeester
Burgh. Daar namen ze afscheid en werden de gedeputeerden naar de deur van hun logement gebracht.
Daar wachtten
kolonel Robberts (commandant van het garnizoen) en
luitenant-kolonel Meijners op hen. Tijdens het eten kregen ze van de stadsbodes, namens de burgemeesters en regenten,
8 grote stads kannen met Rijnse wijn als geschenk voor de hoogmogende heren. Als dank schonken de gedeputeerden de kannen – zoals gebruikelijk – aan de regenten van het
Licilia en
Catharina Gasthuizen (voor ouderen). De bodes kregen elk een fooi van
4 zilveren dukaten.
Op uitnodiging van de gedeputeerden kwamen
29 mei 1665 om half twee ’s middags
drie burgemeesters (
Joan van der Marck,
Adriaan Evertsz Petrus Cunaus en
Hendrik van Buren), samen met de pensionaris, secretarissen en twee bodes met bussen, naar het logement van de burgemeester. De gedeputeerden ontvingen hen bij de voordeur, leidden hen naar de kamer en nodigden hen uit voor een maaltijd, samen met
Jacob Schultens (regent van het
Staten College).
De gedeputeerden zaten aan het hoofd van de tafel, de burgemeesters en hun medewerkers aan weerszijden, gevolgd door de aanwezige predikanten (gerangschikt naar hun positie). De maaltijd verliep vriendschappelijk en in goede sfeer. Om 8 uur namen de burgemeesters en hun medewerkers afscheid en werden ze door de gedeputeerden naar de deur van het logement gebracht, waar ze ’s middags ook waren ontvangen.
Daarna vertrokken de gedeputeerden met de predikanten, tevreden over alles, in dezelfde volgorde als bij aankomst. Ze kwamen ’s avonds om 11 uur weer aan in
Den Haag.
De volgende ochtend bedankten de voorzitter en de secretaris, namens alle predikanten, de hoogmogende gedeputeerden persoonlijk. Daarna besloten de gedeputeerden:
- De predikanten te bedanken voor hun bezoek.
- De kosten van het bezoek (inclusief reiskosten en dagvergoedingen) te laten betalen.
- Een afschrift van dit besluit te sturen naar de Raad van State en de Generalitéits Rekenkamer (voor hun informatie).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 2677 / 0253
- Er waren 255 leden in de Raad van State en 134 verzoeken voor uitzondering om te mogen trouwen.
- Er was een lijst met 884 katholieke geestelijken en 891 documenten over de veerpont bij het huis Te Haalt en Reekerdam.
- Commissaris Copes werd vaak genoemd (bijv. in 44, 89, 172, 305, 412, 430, 669, 712, 969).
- Er waren 412 en 907 brieven van de Keurvorst van Brandenburg en 12 brieven aan de keizer (12, 19, 800, 907, 935, 984).
- Er was een verdedigingsverdrag met Luik (44) en discussies over tolgelden op de Rijn (392) en veergelden op rivieren.
- Frederick Calauso werd genoemd in verband met militie in Gennip (412, 430).
- Er waren 12 tot 984 documenten over de opvolging van Gulik, Kleef en Berg en defensieve allianties (915, 950).
- De Kamerbewaarders van Haarlem en de Raad van State hadden financiële zaken zoals tractementen (salarissen) en geld voor armen (205, 333, 797).
- Er waren klachten over de gouverneur van Brest (509) en pakketten met brieven (798).
- Er waren lijsten van schepen (boten en koggen) en hun verdeling (40, 149, 166, 2021, 221, 226, 238, 227, 253, 278, 279).
- Er waren handelszaken zoals smokkelwaar (361, 386), handelsconflicten met Frankrijk (358), en handel in ossen en hout uit Brazilië (657, 358).
- Diverse personen werden genoemd, waaronder:
- Jeronijmus Nures de Costa (10, 651)
- Jan Francois Coudenhove (14)
- Jan de Colma de jonge (15, 324)
- Maerten Calschuijr (15, 552)
- Heyndrick van Catshuijsen en Ludolph Cocq (32)
- Drost van Cranendonck (62, 66, 134, 141, 142)
- Anthonio Caracciolo (72, 337)
- Jan Charot (630)
- Adriaen Rochasoen Cruijck (510)
- Jan Daniels. van Cuijck (113)
- Daniel Croeser (130, 144, 630, 801)
- Fransiscus Canter (134)
- Robbert Covin (141)
- Jacobus & Gillis van Counendael (155, 202)
- Comandeur Clout (135)
- Clementius Cuchlinus (185, 493, 495)
- Jacob van Commersteyn (303, 337, 385)
- Jacob van Cromstrijen (337, 385)
- Jan Coenen (198, 384)
- Willem Aertsen van Cryten (305, 508, 868)
- Canonnikken van Kortrijk (406, 496, 542)
- Frederick Calauw (412, 433)
- Samuel de Coninck (787, 848, 855, 981)
- Er waren kwesties over molens (bijv. Oirschot, Maastricht), kindervoogden, kerkraden (bijv. in Cadsant), en klachten van inwoners (bijv. Canisvliet, Cuijck).
- Er waren zaken over paspoorten (605, 786), vrijstellingen (707, 712), en vrijdom van belasting (305).
- Er waren diplomatieke zendingen, zoals die van de gezant van de Evangelische Kantons, De Wr. Stockar (128, 134, 135, 141, etc.) en de Hertog van Koerland (144, 204, 304, etc.).
- Er waren militaire zaken, zoals kapitein Caron (920, 931, 942, 991) en Kruisbroeders in Emmerik (575).
- Er waren financiële en juridische zaken, zoals erfeniskwesties (bijv. Jacob Cops, 445, 512, 518, 779, 847), belastingzaken, en griffieverklaringen (530, 898, 903).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0013
- 12: De zaak van Reint Eltjens uit Hevenschos is goedgekeurd. Eltje Eltjens was niet aanwezig, maar had een verklaring afgelegd over het erfdeelsrecht in het familiebezit van Reints vader.
- 13: De zaak van Oterdum is goedgekeurd. Lambert Tiddens is toegelaten met een volmacht.
- 14: Meethuijsen en Stadt Appingedam zijn goedgekeurd. Menno Houwerda en Jan van Maniel zijn toegelaten voor een zaak over gemeenschappelijk bezit.
- 15: Delfzijl is goedgekeurd. Willem Janssen en Frerick Abels zijn toegelaten met een volmacht. Deze volmachten zijn goedgekeurd door Herman Lubberts en de borgemeesters, omdat de leden altijd volmachten gebruiken. Evert Heijndricxs heeft een verklaring afgelegd.
- 16: Loppersum is goedgekeurd. Geert van Isselmuiden, Roeloff d'Mepsche, en Hendrick Wolters zijn toegelaten. Hendrick Wolters is na een herziening en het afleggen van de eed als schatbewaarder goedgekeurd. Ook Peter Willems en Willem Bronts Focke Peters zijn goedgekeurd voor erfkwesties.
- 17: Wester Embden is goedgekeurd. Lubertus Broijels is toegelaten voor een erfkwestie.
- 18: Acdum is goedgekeurd. Adriaen Clant, Hilbrand Gruis, Ruifelaer, Heertje Mennens, en Hendrick Jacobs zijn toegelaten, waarbij Hendrick Jacobs een eed heeft afgelegd.
- 19: Gatshuijsen is goedgekeurd. Reit ten Ham is toegelaten voor een erfkwestie.
- 20: Ten Past is goedgekeurd. Hidrich van Tossum is goedgekeurd na het afleggen van een eed en het tonen van een verklaring van Roeloff Jan Hendricx namens Vrouw Ripperda.
- 21: Gartelseer is goedgekeurd. Focke Eppens is toegelaten met een volmacht.
- 22: Ten Bour is goedgekeurd. Roelof Jacobs is toegelaten met een volmacht.
- 23: Wolstersum: Peter Gerrets en Jan Claessen zijn toegelaten met een volmacht.
- 24: Heijdenschap is goedgekeurd. Onne Eijssens is toegelaten met een volmacht.
- 25: Herck Stede: Jan Jacobs heeft een eed afgelegd en is toegelaten omdat het om een rechtmatige wissel gaat. Zijn volmacht is niet nodig.
- 26: Thesingebouren is goedgekeurd. Reintjen Jacobs is toegelaten met een volmacht voor een erfkwestie.
- 27: Carmerwolde is goedgekeurd. Claes Schultens was afwezig, maar Claes Janssen is toegelaten met een volmacht.
- 28: Marsum is goedgekeurd. Geert Tjossens is toegelaten met een volmacht.
- 29: Solwerdt is goedgekeurd. Tamme Eltjes is toegelaten voor een erfkwestie.
- 30: Juckwerdt is goedgekeurd. Nittert Everts is toegelaten voor een erfkwestie.
- 31: Crewerdt: Claes Bolte is niet gekomen om een nieuwe volmacht te tonen, dus is hij toegelaten.
- 32: Holwierda is goedgekeurd. Arent Jacobs moet een verklaring afleggen. Allie Hoijes is toegelaten voor een erfkwestie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 8891 / 0268
- Op 21 februari 1726 werd een verzoek behandeld van de resident van Madura en Oumanap (uit brieven van 13 november 1724 en 30 mei 1623).
- Hij vroeg om toestemming om achterstallige dagvergoedingen (loon voor werkdagen) uit te betalen aan mensen die in 1823 en 1323 waren ingezet voor het lossen van zout uit 8 gouvernementspakhuizen (opslagplaatsen van de overheid).
- Deze vergoedingen waren nog niet betaald, terwijl de betrokkenen al lang geleden dit werk hadden gedaan, voordat er in 21 oktober 1223 nieuwe regels kwamen voor zulke uitkeringen.
- De overheid vond het redelijk om deze mensen alsnog te betalen, omdat ze voor die nieuwe regels werkten. Ze mochten hetzelfde bedrag krijgen als wat later in de regels van 21 oktober 1223 was vastgelegd.
- De resident van Madura en Oumanap kreeg opdracht om:
- Ook werd een brief van de resident van Batavia (20 september, nr. 265) besproken:
- Een belastinginner vroeg waar de erfbelasting betaald moest worden voor de nalatenschap van de overleden James Brildon (een hoopman = leider van een groep soldaten) en de Balasin, die in Duitenzorg (nu: Bogor) waren overleden, maar in Batavia (nu: Jakarta) hadden gewoond.
- 11 juli 1797 en 3 maart 110 moest deze belasting betaald worden op de plaats waar iemand was overleden (Duitenzorg), niet waar de spullen lagen of waar de persoon woonde (Batavia).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2792 / 0152
- A: van Kervel kreeg ontslag als procureur. Rog: J: D: Eversdyck wordt genoemd in verband hiermee (pagina 233, regel 191).
- H: A: van Panhuijs werd benoemd als drossaard (een soort rechter) van Valkenburg (pagina 435).
- Er werden geen speciale vrijstellingen (dispensaties) gegeven voor Emden (tegenwoordig in Duitsland, toen deel van Oost-Friesland).
- Er werden eden van zuiverheid (zuiveringseden, beloftes van eerlijkheid) afgenomen.
- De heren van Dongen en P. S. Boone hadden een geheim opdracht (missive) over het afleggen van een eed op een wet uit 1715.
- Diverse functionarissen legden verantwoording af over geldzaken:
- Er werden verschillende personen en zaken genoemd met paginanummers, waaronder:
- Wynant Ente (82), H: S: van Eyndhoven (175), N: Evers (207), F: Loland (209).
- Zaken met betrekking tot Engeland en Pallairet (383, 413, 23).
- Veelvuldige vermeldingen van Hop (een ambtenaar) met diverse onderwerpen:
- Declaraties (o.a. pagina 51, 132, 140).
- De pest in Algiers (1724, pagina 249).
- Verzoeken om verlof (pagina 402).
- Het in beslag nemen van schepen (pagina 433, 460, 462, 463).
- Klagen van schippers over het vasthouden van hun schepen (pagina 440).
- Schepen die naar Chatham (Engeland) waren gevaren (pagina 445).
- Anna Jacobs diende een klacht in over het in beslag nemen van schepen door de Engelsen (pagina 469).
- Er waren geen uitvoeringsbevelen (executorialen) voor:
- De financiële steun voor arme mannen en vrouwen in 's-Hertogenbosch (pagina 154).
- De weesmeesters in Suriname in een zaak tegen W: H: Aardewyn (pagina 66).
- Er werd een conferentie aangevraagd met heer Yorke (pagina 103, 187).
- De secretaris van Alphen, Baarle en Chaam stuurde een brief (pagina 43).
- J: Emants werd erkend als geestelijke (clericus) in de plaats van zijn vader (pagina 293).
- R: Ouwenallers trad op voor S: W. Soldbach (pagina 40).
- N: Mollerus vertegenwoordigde de prins van Hessen-Philippsthal als gouverneur van Breda (pagina 446).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3532 / 0015
- Op 7 januari 1197 werd een verzoek ingediend door de gevolmachtigde en gezamenlijke inwoners van Slet (onder de stad Groningen) en de kloosterlingen van het Klooster ter Apel (onder het gebied van Wedding).
- Zij vroegen om vrijstelling, bevrijding en kwijtschelding van bepaalde belastingen en middelen, zoals:
- Het betalen van convooi- (begeleidings-) en licent-gelden (vergunningen) voor goederen die op "vijandelijke bodem" (gebied van de tegenstander) waren achtergebleven.
- De teruggave van goederen die in beslag waren genomen volgens eerdere plakkaten (wetten) en resoluties van de Staten-Generaal.
- De supplicanten (verzoekers) moesten zich richten tot Rymest van Chantis, Franwyn Nuncie, Vachouc en Jacynes Roossel.
- Er werd bepaald dat als iemand een bewijs van convooi of licentie kon tonen en aantoonde dat de goederen en personen "van goede principiële aard" waren, zij niet onder de eerdere verboden en resoluties van de Staten-Generaal vielen.
- De Staten-Generaal hadden op 30 augustus 1594 bepaald dat kooplieden geen goederen uit "vijandelijke gebieden" mochten importeren tot een bepaalde datum, tenzij ze een pas of licentie hadden.
- De verzoekers benadrukten dat de in beslag genomen goederen op "vijandelijke bodem" waren achtergelaten en dat zij zelf geen schuld hadden. Ze wilden dat hun goederen werden teruggegeven of dat zij er zelf over mochten beschikken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 23 / 0011
- De Baljuw van de Veluwe en andere lokale bestuurders kregen vrijstellingen en rechten, zoals vrijheid van belastingen en heffingen, ongeacht de naam ervan.
- Een verzoek van Hendrik van Hurck, heer van Rheydt en Altena, werd goedgekeurd. Hij wilde naar Hoorn om daar een uitvinding te presenteren waarmee geld kon worden gemaakt zonder de bevolking extra te belasten. Dit gebeurde op 21 januari 1597.
- Er werden brieven onderzocht van het Hertogdom Gelre en het Graafschap Zutphen, gedateerd 18 december, met bewijsstukken over klachten.
- De magistraten van Vijfheerenlanden en Bommel klaagden over de jonkers (jonge edelen) in het kwartier van Gelderland. Deze jonkers eisten te veel geld en goederen, wat schadelijk was voor het algemeen belang. Ze mochten daarom niet worden toegelaten.
- De Staten van Gelderland vonden dat er ook voorwaarden en wijzigingen moesten komen om de eenheid en vrede in het gebied te behouden. Ze wilden hierover advies geven aan zijn Excellentie (waarschijnlijk de stadhouder).
- De graaf (bestuurder) moest verslag uitbrengen. De Staten benadrukten dat ze altijd gelijkwaardig wilden worden behandeld, zoals in alle Verenigde Provinciën zou moeten gebeuren.
- Er mochten geen afspraken worden gemaakt met de vijand zonder toestemming van de provinciale Staten. Ook mochten er geen gezanten onder vijandelijke bescherming worden gestuurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 23 / 0010
- Op 6 oktober 1576 eisten herauten (bodes) betaling van achterstallige bedragen.
- Op verzoek van Willem Kessele, een bode van de graaf, werd besloten dat mr. Jan van Nieuwenhove voor zijn werk en diensten aan de Staten van Brabant een bedrag van 36 pond Vlaams (£L) zou krijgen. Dit zou worden uitbetaald als hij dit verzoek met een ontvangstbewijs inleverde. Dit bedrag zou later verrekend worden in zijn administratie.
- Op een verzoek van Aert Suelles, een bode van Bredene, werd een betaling van 25 pond Vlaams goedgekeurd.
- Op een verzoek van Jan van der Plaets werd een betaling van 16 pond Vlaams goedgekeurd.
Op 8 oktober 1576 besloten de Staten van Brabant (de drie standen) het volgende:
- Zij bevalen Rasparen Roelafs (rentmeester van de beden van Brabant en Vriesland), Rannen van Myuersele (rentmeester van de beden van Brabant), Jan Hul (uit Antwerpen), en Simoen (rentmeester van dezelfde beden in Brabant) om zonder uitstel en met alle mogelijke middelen de beden (belastingen) in het Kwartier van 's-Hertogenbosch te innnen.
- Deze beden waren recentelijk door de Staten goedgekeurd en moesten nu worden geïnd.
- Op een verzoek van Rane Huyger, een stadsrentmeester van Brussel, werd een betaling van 9 Rijnse gulden goedgekeurd voor bezems (borstels).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0013
Op 21 september 1576 werd in Brussel een afspraak gemaakt over een betaling die later zou plaatsvinden.
Op 1 oktober 1576 besloten de afgevaardigden van de Staten van Vlaanderen en Henegouwen dat mijnheer Thiny, de ontvanger van belastingen, een betaling van 2000 pond aan de heer van Immerzele moest doen. Dit was voor hem en zijn 200 soldaten, als vergoeding voor hun werk. Dit werd bevestigd met een kwitantie.
Op 2 oktober 1576 werd een betaling van 3 pond goedgekeurd voor de heer van Egmont, onder voorwaarde dat hij geen buitenlandse soldaten of kapiteins zou werven voor zijn regiment.
Ook op 2 oktober 1576 werd een betaling van 6 pond goedgekeurd voor Moyzes, een soldaat uit Antwerpen, en een bedrag van 5 pond voor Joncke heur, eveneens uit Antwerpen.
Op 3 oktober 1576 werd een betaling van 10 pond goedgekeurd voor Thomas de Verh, een beul die zijn werk had uitgevoerd. Dit bedrag werd ook als vergoeding voor hem vastgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0012
Op 21 september 1576 gaf Dienrck van der Heken, rentmeester van Brabant in naam van de rekenkamer van Brussel, opdracht om Jonker Huyge van Kerckel en Wilhem Angelis elk een bedrag van 150 pond uit te betalen (samen 300 pond). Dit geld was bedoeld als voorschot op hun werkzaamheden, die ze zouden uitvoeren op basis van een opdracht die ze diezelfde dag hadden gekregen van de Raad van State namens de landvoogd. De betaling moest gebeuren na inlevering van een geldig bewijs van ontvangst van Huyge van Kerckel.
Op 23 september 1576 werd vastgelegd dat er rekening gehouden moest worden met de uitgaven van de heer van Egmont voor een maand, inclusief de kapiteins en andere officieren.
Op 24 september 1576 kreeg Dienrck van der Heken opnieuw de opdracht, nu om de graaf van Egmont, kolonel van een regiment voetvolk, een bedrag van 4000 pond uit te betalen. Dit geld was bestemd om zijn soldaten uit te betalen en om kapiteins te belonen die extra taken hadden gekregen.
Daarnaast was de heer van Saenthen opdracht gegeven om de compagnie van Clant te inspecteren (te "monsteren"). Tijdens deze inspectie moesten alle soldaten betaald worden voor één maand. Ook deze betaling moest gebeuren na inlevering van een geldig bewijs van ontvangst en een inspectierapport.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0011
Op 14 januari 1647 en 14 januari 1654 werden verschillende verzoeken en brieven besproken door een groep bestuurders, waaronder Hesselus Meckama, Colonel Aylua, en Raadpensionaris de Witt.
De volgende onderwerpen kwamen aan bod:
Daarnaast werden brieven ontvangen van:
- De Resident de Vries uit Elsinore (3 januari 1654), maar hier werd geen actie op ondernomen.
- De burgemeesters van Amsterdam (12 januari 1654) over de aanbesteding van 10 nieuwe scheepshollen, maar ook hier werd geen beslissing genomen.
- Heer van Beuningen, gezant in Zweden (23 december 1653), maar opnieuw zonder gevolg.
- De bestuurders van Bremen (8 december 1653) die een paspoort vroegen voor Magnus Wulsingh, een schipper die hout naar Schotland en zout naar Bremen wilde vervoeren. Besloten werd dat hij zich aan de bestaande regels moest houden.
De besluiten van de vorige dag werden herhaald en bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0082
De rechtbank besloot dat een eerder genoemde verklaring naar de Heren Gecommiteerden (een groep verantwoordelijken) in de rekenkamer van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden moest. Zij moesten de verklaring controleren, nakijken en afhandelen. Daarna moest deze doorgestuurd worden naar de Raad van State voor een definitief besluit.
Tijdens de vergadering werd een brief van de voormalige ontvanger-generaal Philips Doubleth voorgelezen. Hij meldde dat hij, volgens een eerdere beslissing van 1 april, de gevraagde financiële overzichten op tijd had ingediend bij de rekenkamer. Ook zei hij dat hij hard werkte om voor 11 april zijn definitieve rekening klaar te hebben. De rechtbank besloot om de Heren Gecommiteerden te vragen een kopie van deze overzichten naar de hoogste leiding te sturen. Doubleth kreeg opnieuw de opdracht om het tweede deel van de eerdere beslissing uit te voeren.
Er werd ook een verzoek besproken van Bartholt van Mortaigne. Hij wilde dat een bedrag van 185 gulden, dat boven de toegestane 1400 gulden uitkwam voor de kosten van ambassadeur Chanut, alsnog goedgekeurd zou worden. Dit verzoek werd aangehouden (er werd nog geen beslissing over genomen).
De rechtbank ontving een brief van de hoogschout (hoofd-officier van justitie) Bergaigne, gedateerd 5 januari in 's-Hertogenbosch. Dit was een reactie op een eerdere brief van de hoogste leiding van 8 november. Het ging over het verzoek van Cornelis van der Dussen, die Caspar van de Graeff wilde aanstellen als schout (een soort politiebaas) voor de dorpen Vessem, Wintelre en Knegschel.
Het verzoek van Henrick van Catshuijsen, die baas wilde worden over het openbare ambt in Aardenburg, werd samen met soortgelijke verzoeken opzijgelegd om later te behandelen.
Het verzoek van Casper van de Graeff, kapitein en sergeant-majoor in Ravestein, om tijdelijk de leiding te mogen nemen in afwezigheid van de commandeur, werd ook aangehouden.
Jacob Jansz van Harlingen, een voormalig soldaat in Brazilië, vroeg opnieuw om betaling van zijn achterstallige soldij. De rechtbank hield vast aan het eerdere besluit van 30 december en wees zijn verzoek af.
Het verzoek van Rochus van Steenbergen, die verantwoordelijk was voor brieven en pakketten uit Frankrijk, samen met een overzicht van portokosten, werd doorgestuurd naar de Heren Gecommiteerden in de rekenkamer. Zij moesten dit controleren en volgens de regels afhandelen.
De procureur-generaal van Brabant vroeg toegang tot bepaalde stukken over de zaak van fiscale ambtenaar Cuijck, die bij de griffie (het secretariaat van de rechtbank) lagen. De rechtbank stemde hiermee in en droeg de agent De Heijde op om deze stukken te laten inzien.
Tot slot werd op 13 januari een notificatie (een officiële mededeling) aangenomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0081
In
1845 werden de volgende kosten en inkomsten voor
Java en andere gebieden bijgehouden:
- Voor elke gevangene (Moyang huit) die naar Must werd gebracht, werd 1200 roepia betaald.
- Andere uitgaven voor Java:
De uitgaven van verschillende afdelingen waren:
De inkomsten waren:
Kosten voor geldzaken en pachten:
De totale inkomsten en uitgaven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 4302 / 0135
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2446939 / 66
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11307456 / 5
- Door slecht weer en zware stormen is de reis van de terugkerende schepen vertraagd.
- Zodra de weersomstandigheden het toelaten, zal het schip kiel samen met jonkvrouw Cornelia Jacoba zo snel mogelijk verder reizen.
- Gelukkig zijn de volgende schepen, ondanks tegenwind en stormen bij het Rif van Anguillas, veilig aangekomen in de rede van Vlissingen:
- ’t Veldhoen (vertrokken uit Ceylon): aangekomen op 31 januari 1769 met 7 doden en 6 zieken.
- Blijdorp: aangekomen op 2 februari 1769.
- Landskroon: aangekomen op 4 februari 1769.
- Walenburg: aangekomen op 9 februari 1769.
- Perusalem: aangekomen op 5 februari 1769.
- Kroonenburg: aangekomen op 9 februari 1769, vertrokken vanaf Punto Gale op 16 november (geen doden of zieken).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10886 / 0169
Op
29 december 1773 verscheen voor
Dirk Oortmond, een notaris erkend door het Hof van Holland in
Amsterdam, een groep mensen:
Deze voogden,
Christiaan Godfried Kusell en
Nicolaas De Kruijff, waren verantwoordelijk voor
Johanna Cornelia en
Anna Dorothea van Fredriksoorf. Aan hen was de plantage
Knoffelsgift nagelaten. Deze plantage lag in de kolonie
Suriname, aan de
Commewijne-rivier, aan de linkerkant als je stroomopwaarts ging, tussen de plantages
Fredriksoip en
Johanna Margaretha.
De voogden hadden de opdracht om geldzaken te regelen en de plantage
Knoffelsgift te verhypothekeren (als onderpand te gebruiken voor een lening). Dit was allemaal vastgelegd in het testament van
Johan Fredrik Knöffel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 726 / 0279
Bij een veiling in Wi op 20 juni 1800 golden de volgende regels:
- Betaling gebeurde direct na de veiling, in contant geld, plus 10% extra op de biedprijs. Het geld moest bij de verkoper thuis worden afgegeven.
- Alles werd verkocht "zoals het was" op het moment van toewijzing. Kopers konden later geen klachten indienen over schade of gebreken.
- Niets mocht worden meegenomen voordat alle schulden uit de veiling waren betaald.
- Eventuele ruzies tijdens de veiling werden direct beslist door de notaris, zonder hoger beroep.
De veiling bracht de volgende bedragen op (in gulden en centen):
- Vervoerskosten: ƒ 14,40 en ƒ 64,76
- Meubels en huishoudelijke spullen:
- Kast (karn): ƒ 21,—
- Bed (ledikant): tussen ƒ 1,50 en ƒ 1,62
- Tafels: tussen ƒ 1,10 en ƒ 50,—
- Stoelen: tussen ƒ 1,50 en ƒ 1,80
- Spiegel: ƒ 25,—
- Kast (chiffonniere): ƒ 14,05
- Laden en lades: tussen ƒ 5,— en ƒ 15,—
- Bestek (lepels): ƒ 20,—
- Klok: ƒ 11,—
- Kleine klok: ƒ 7,50
- Koperen en tinnen voorwerpen (emmers, schalen, lampen, trommels): tussen ƒ 0,05 en ƒ 35,—
- Serviesgoed (borden, theeservies): tussen ƒ 28,— en ƒ 81,—
- Kleding (lakens, kussens, beddengoed): tussen ƒ 1,50 en ƒ 33,—
- Diverse rommel: tussen ƒ 0,30 en ƒ 60,—
De totale opbrengst was ƒ 139,45 (plus ƒ 139,48 in een andere berekening). De veiling werd officieel vastgelegd door notaris Bruijn in aanwezigheid van de getuigen Matthijs Winden (schipper) en Thomas Vermee (veldwachter). De akte werd geregistreerd op 20 juli 1800, met extra kosten van ƒ 5,— voor registratie en ƒ 1,14 voor opcenten (belasting).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209784 / 131
Deze tekst is een overzicht van een veiling van stukken hakhout in Sap op 2 maart. In totaal werd er ƒ 511,25 opgebracht. Hier volgen de kopers en de bedragen die zij betaalden:
- B. Brinkhorst kocht een stuk voor ƒ 10,00.
- K. Meyer betaalde ƒ 12,50.
- D. Pleging kocht voor ƒ 9,75 en later nog een stuk voor ƒ 7,75.
- J. Schoon gaf ƒ 9,25.
- J. Arends betaalde ƒ 8,25.
- De Erven Karshoff kochten twee stukken, voor ƒ 15,50 en ƒ 15,00.
- M. van der Winden kocht voor ƒ 14,00.
- B. van der Kolk betaalde ƒ 14,25 en later nog ƒ 14,00.
- H. Goukes kocht een stuk voor ƒ 16,50.
- De weduwe Goukes gaf ƒ 17,20.
- J.F. Schuijt betaalde ƒ 4,25.
- J. Grapendaal kocht voor ƒ 3,25.
- Van Vierhout gaf ƒ 12,25.
- E. Goukes betaalde ƒ 8,75.
- D. Keijzer kocht voor ƒ 7,00.
- K. Goukes gaf ƒ 8,25.
- De weduwe J. Braum betaalde ƒ 7,25.
- A. Nagel kocht voor ƒ 8,00.
- J. Vosse gaf ƒ 9,50.
- M. Dandson betaalde ƒ 7,75.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209847 / 348
De persoon die dit testament maakt, bepaalt het volgende:
Jacobus en
Anna zijn kinderen van de overleden zus van de testateur,
Cornelia Poelgeest, en haar man
Micheel van der Winden. Als één groep erfgenamen er niet meer is, krijgt de andere groep alles.
- De testateur wijst twee personen aan als uitvoerders van het testament:
Zij regelen:
- de uitvoering van het testament
- de begrafenis
- de belangen van minderjarige erfgenamen
- het beheer van de erfenis totdat de erfgenamen oud genoeg zijn
De testateur sluit de
Weesmeesters (toezichthouders op wezen) hierbij uit.
- De testateur houdt het recht om later nog wijzigingen aan te brengen, bijvoorbeeld:
- legaten (speciale erfenissen) toevoegen of verwijderen
- andere aanpassingen maken
Deze wijzigingen moeten net zo geldig zijn als het originele testament.
- Het testament is opgesteld in Amsterdam bij de notaris, in aanwezigheid van:
De testateur bevestigt dat dit zijn laatste wil is, vrijwillig opgesteld en zonder druk van anderen. Na zijn overlijden moet dit worden uitgevoerd als een geldig testament. Ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604584 / 568
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 392 / 0447
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 392 / 0448
De gemeenten Amsterdam en Weesp beheerden samen het zandpad tussen Amsterdam en Weesp. Op 19 december 1928 besloten ze dit beheer stop te zetten en het pad, inclusief alle bijbehorende eigendommen, over te dragen aan de provincie Noord-Holland. Hiervoor ontvingen ze een bedrag van ƒ 168.421. Vanaf 1 januari 1929 stopte de commissie die het pad beheerde, en per 1 april 1929 verdwenen ook de tolpoorten bij het Bijlmerhek, de Uitermeerse Schans en de 's-Gravelandse vaart. Deze tollen waren oorspronkelijk ingesteld toen het zandpad in 1650 werd doorgetrokken tot de Hooibrug in 's-Graveland. Een deel van het pad, tussen Amsterdam en de Diemerbrug, was al in 1839 overgenomen door het Rijk.
De Bijlmermeerpolder maakte in 1817 deel uit van de gemeente Bijlmermeer, samen met de Oost-Bijlmerpolder, West-Bijlmerpolder en het Bijlmerbroek. In 1846 werd deze gemeente toegevoegd aan Weesperkarspel. Het wapen van de voormalige gemeente Bijlmermeer toonde een zilveren reiger op een zwarte achtergrond, staand op een bloedzuiger met aan weerszijden nog een bloedzuiger. Dit symbool verwijst naar het Reigersbos, een gebied waar reigers broedden, mogelijk gelegen in of nabij het Bijlmerbroek. Ook de naam Reigersbroek, een voormalige buitenplaats bij de Gaasp, herinnert hieraan. De boerderij De mens wikt God beschikt bij de Hulksbrug zou nog resten bevatten van de oude buitenplaats Gaasperdam.
Op 26 april 1586 gingen in Amsterdam de 28-jarige bakkersknecht Jan Goossens (afkomstig uit Hardenberg) en de 20-jarige Lysbeth Henricxdr. (uit Harderwijk) in ondertrouw. Lysbeth kon schrijven, Jan zette een kruisje. Lysbeth was de dochter van Hendrick Jansz van der Cooten en Lysbeth Ramp Wiggertsdr., terwijl Jan de zoon was van Goossen Cornelisz Meebeeck en Aeltgen Jans Tengnagel. Het paar kreeg drie kinderen: Elisabeth, Hendrick en Aeltgen. Na Jans overlijden in 1598 of 1599 hertrouwde Lysbeth in 1607 met de 32-jarige schipper Cornelis Matthijsz Rijser (geboren in Haarlem rond 1573/1574). Zij kregen samen één kind.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3586472 / 50
Vorige paginaVolgende pagina