Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
-
Op 10 januari 1778 stuurden de commissarissen een brief naar de kapitein van het schip Willem Zeelandus van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Ze bevalen hem om met de kano’s alle handelaren, militairen en arbeiders (trains volkeren) aan wal te zetten. Hun bagage zou later door een schipsbode worden gebracht. De volgende personen kwamen met kano’s aan wal en meldden zich in het hoofdkasteel:
Handelaren en assistenten: Albertus Houtenhuijs, Jacobus van Rhijn, J.H. Nauman, Pieter Brinkman, Willem van Spall, Sipke Holwida, Jacob Buijs, Abraham van Reuysenburg, Pieter Woortman, Janz. Frans van Ingen, W.C.C. Huirdecoper, Jan Willem Kerkhoven, Jacobus Johannes Raukens.
Militairen: 1 sergeant, 2 korporaals, 1 cadet en 4 soldaten.
Arbeiders: 1 oppermeester, 2 huistimmermannen, 1 smid.
De commissarissen Willem Gerrit Woortman en Pieter Heeden vertrokken naar het VOC-schip. Het wachtwoord voor die dag was Arregijn.
-
Op 11 januari 1778 ontvingen ze een bericht van de commissarissen aan boord van het VOC-huursschip Willem Zeelandus. Daarin stond dat de VOC-goederen aan boord in goede orde waren en waarschijnlijk zo ook in Nederland waren ingeladen. De brief was ondertekend door Cornelis Appel en Voogt van Dalmina. Verder:
- De godsdienstoefening was zoals gebruikelijk gehouden.
- Een VOC-bode bracht een lading brandhout van Chama naar de rivier.
- Het wachtwoord was Leuwaerden (Leeuwarden).
-
Op 12 januari 1778:
- Vier Engelse heren kwamen met een hangmat onder Engelse vlag van benedenstrooms en bezochten het hoofdkasteel. Na de maaltijd vertrokken ze weer stroomopwaarts.
- Een VOC-boot voer met een lading tabak van de rivier naar Accra.
- Het wachtwoord was Zutphen.
- Een Nederlands schip, de Haast U Langzaam, onder kapitein Van Kakom uit Middelburg, kwam voor anker. De kapitein ging met een sloep aan wal en meldde zich in het hoofdkasteel.
- Een grote kano met een blanke persoon passeerde op weg stroomafwaarts.
- Het wachtwoord was Leerdam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 987 / 0072
Pieter Woortman, de directeur-generaal, en de Raad in
Elmina ontvingen een brief (nummer 98) van het schip
Ernstfette. Sinds de laatste brief aan de directeur-generaal op
5 mei hadden ze nog extra instructies gegeven:
- Louis Samuel Pammel Menet, de algemene gevolmachtigde van de Afrikaanse Littekens (vermoedelijk een organisatie of handelscompagnie), moest Hermanus Zomma een bedrag van 430 pond betalen namens de directeur-generaal. Dit was bedoeld voor een bepaalde zaak (de details hiervan zijn onduidelijk).
- Ook moest er iets geregeld worden voor Jan Willem Kerkhoven, die met het schip Willem Zeeland meeging. De schipper van dit schip was Egbert Jouw. Kerkhoven werkte als assistent voor de Algemene Rekening (een soort financiële administratie) en stond genoteerd in de monsterrol (bemanningslijst) voor Gurinaam (vermoedelijk bedoeld: Suriname).
- Daarnaast werd onverwacht het schip Salp genoemd, onder leiding van schipper Christiaan Hart. Aan boord bevonden zich de financiële boeken ("quincaasche boeken") van de eerste 6 maanden van het jaar 17... (het jaartal ontbreekt).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 66 / 0125
- Godlieb Kerjzer van Lielauw (soldaat) kreeg tussen 1 maart 1770 en december 1779 regelmatig betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie:
- 1 maart 1770: 10 gulden en 12 stuivers.
- 1 mei 1770: 15 gulden en 1 stuiver.
- 1 juli 1770: 39 gulden.
- 1 september 1770: 14 gulden en 51 stuivers.
- 1 november 1770: 63 gulden en 12 stuivers.
- 31 december 1770: 7 gulden en 10 stuivers.
- 31 december 1779: 76 gulden.
- Jacob Batteram (metselaar en soldaat) ontving op 31 december 1770 12 gulden en 10 stuivers.
- Jelner Albert Frederik kreeg tussen 1 maart 1770 en december 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie:
- 1 maart 1770: 14 gulden.
- 1 mei 1770: 10 gulden en 26 stuivers.
- 1 juli 1770: 12 gulden en 10 stuivers.
- 1 september 1770: 15 gulden en 13 stuivers.
- 1 november 1770: 18 gulden en 7 stuivers.
- 31 december 1770: 13 gulden en 71 stuivers.
- 31 december 1779: 76 gulden en 10 stuivers.
- Frederik Joachim Smitt ontving op 31 december 1770 12 gulden en 10 stuivers en later op 31 december 1779 76 gulden en 10 stuivers van de Hoofd-Officieren der Militie.
- Een ongenoemde soldaat kreeg tussen maart 1770 en december 1779 betalingen, met als laatste bedrag 68 gulden en 10 stuivers.
- Er werden uitbetalingen gedaan voor levensmiddelen en huisvesting:
- Maart 1780: Magazijn van Vivres betaalde 6 gulden en 5 stuivers voor 6 broden (bonnummer 43).
- 31 december 1779: Magazijn van Vivres betaalde voor 12 maanden garnizoensgeld (loon voor militaire huisvesting) vanaf 1 januari 1779.
- 8 september 1779: Magazijn van Vivres betaalde voor 11 weken en 8 dagen garnizoensgeld vanaf 1 januari 1779 (bonnummer 34).
- Een soldaat genaamd Graats vertrok op 5 november 1773 per schip Leven naar Mijn Brandwine onder kapitein J.I. Gnetke en later op het schip Maria in 1779. Hij verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand.
- Op 6 februari 1780 werd 6 gulden en 3 stuivers betaald door het Eerste Militie Magazijn van Vivres voor brood (bonnummer 44).
- Een soldaat uit Neurenberg verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 8 gulden voor 2 maanden en een creditnota van 1 gulden en 75 stuivers.
- Een soldaat en metselaar genaamd Bras verdiende 30 gulden per maand en kreeg 200 gulden voor 2 rantsoenen (extra voedselvoorraad).
- Johan Hendrik Wagener (soldaat uit Lurinaamen) ontving tussen maart 1770 en december 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden en 13 stuivers.
- Johan Gottfried Glauke van Kranckfurth kreeg tussen 1777 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen tot 560 gulden.
- Johan Gottlieb Kleindien ontving tussen 1770 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden.
- Fredrik Christian Mensche van Neustadt kreeg tussen 1770 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden en 18 stuivers.
- Een soldaat genaamd Jooren verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 1 gulden en 75 stuivers voor garnizoensgeld.
- Een soldaat en metselaar kreeg 30 gulden per maand en 200 gulden voor 2 rantsoenen. Op 31 december 1779 werd 560 gulden betaald voor garnizoensgeld en rantsoenen.
- Jooren Franck (soldaat) verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 76 gulden voor garnizoensgeld.
- Op 31 december 1779 werden betalingen gedaan voor brood en garnizoensgeld door het Eerste Militie Magazijn van Vivres en het Commissarissen Militie Magazijn van Vivres.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.03 / 477 / 0177
De tekst is een lijst van namen uit een historisch document, waarschijnlijk een belastingregister of bevolkingslijst. Hier volgt een overzichtelijke weergave van de personen met hun relatie of status, waar bekend:
- Apostool, ook bekend als Chatrina Johanna Sansen, weduwe van Deenen.
- Pieter van J. (onvolle naam).
- Albinus, C. (vermoedelijk een afkorting voor een titel of beroep) Daniel Fred=k (onvolle naam).
- D. Baert (voornaam onbekend).
- Johanna Berkhoff, weduwe van Pieter.
- Braspot Junior, Frans (onvolle gegevens).
- Boisguyon, Louis George.
- Parios, C. (titel/beroep) Jebsuak Seman de (onvolle naam).
- Brandon, Rachel Pareyra, weduwe van de Barios.
- Belapart, Trancois, C:S: (titel/beroep).
- Berton, Johanna Maria, weduwe van Jan Woudenbergh, leeftijd: 37 jaar.
- Elisabeth ampent (onvolle naam), nu Lobre.
- Puitz, Helena Anthornette, C:S: (titel/beroep).
- Curtius, George, C:S: (titel/beroep).
- Idem (zelfde als vorige, naam onbekend).
- Laosta, David Fielles.
- Drotkman, Jan Hend=k (onvolle naam).
- De vrije, E. Jacoba.
- Dieulefit, Francois.
- Dumarin, Marc Anthoine.
- Langhade, Pierre, leeftijd: 63 jaar.
- Eliaser, Salomon Jacob, leeftijd: 2 jaar.
- Ewijk, Hendrik van, leeftijd: 34 jaar.
- A in Jucks, Reinhold Godfried, leeftijd: 147 (mogelijk een fout, kan 47 zijn).
- Transz, Jacob, C:S: (titel/beroep), huwelijksvoorwaarden: 131.
- Grissellie, Jean Daul, leeftijd: 45 jaar.
- Greeber, Jacob Godlief, C:S:, huwelijksvoorwaarden: 265.
- Idem (zelfde als vorige, naam onbekend), huwelijksvoorwaarden: 225.
- R Hoffman, Johan Coenraed, leeftijd: 6 jaar.
- Fansen, C: Swerus (onvolle naam), leeftijd: 61 jaar.
- Hagg, Lourens Jurgen, leeftijd: 174 (mogelijk een fout, kan 74 zijn).
- Saager, Arent des.
- Julein, Anna, nu Onwaater, C:S:, huwelijksvoorwaarden: onbekend.
- Jost, Susanna, nu Koning, C:S:.
- Jssurum, Moses, C:S:, leeftijd: 5 jaar.
- Koning, Jande, leeftijd: 80 jaar.
- Koning, Jacob Wessels.
- Knoffel, Jan Fredrik, leeftijd: 97 (mogelijk een fout, kan 37 zijn).
- Kulenkamp, Porthea Maria, C:S:, leeftijd: 161 (mogelijk een fout, kan 61 zijn).
- Kling bijl, Hendrik, C:S:, leeftijd: 209 (mogelijk een fout, kan 59 of 29 zijn).
- Lewerck, Johannes J, C:S:, leeftijd: 135 (mogelijk een fout, kan 35 zijn).
- Lijsner, Gerrit, C:S:, leeftijd: 155 (mogelijk een fout, kan 55 zijn).
- Lemmers, Nicolaas, C:S:, leeftijd: 161 (mogelijk een fout, kan 61 zijn).
- Lemmers, Johanna Geertruyda, C:S:, leeftijd: 231 (mogelijk een fout, kan 31 zijn).
Opmerking: De leeftijden en huwelijksvoorwaarden zijn soms onwaarschijnlijk hoog, wat kan duiden op fouten in het originele document of typografische vergissingen.
C:S: kan staan voor een beroep, titel of burgerlijke staat (bijvoorbeeld "civiele staat" of "burger").
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 30 / 0007
Op
18 juni 1838 meldde
Jacob Koppel, gemeente-ontvanger in
Apeldoorn, namens notaris
C.E. Oreurs uit
Ewetto (volgens een officiële volmacht uit
18 juni 1828) dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden.
De verkoop stond gepland op
19 juni 1838 om 15:00 uur bij de weduwe
Hendrik van der Linde, herbergier in
Wilp. De verkoop betrof brandhout dat lag op de plek waar het eerder groeide. De verkoop werd aangevraagd door:
Op
19 juni 1838 om 15:00 uur leidde notaris
Pauw Peraam Crours uit
Twello (kwartier
Arnhem, provincie
Gelderland) de verkoop bij de weduwe
Van der Linde in
Wilp, in aanwezigheid van getuigen en de vier eerder genoemde mannen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1389 / 0376
Op 19 juni 1824 meldde de notaris Meneer P. L. Franxs uit Zwolle dat hij een openbare veiling zou organiseren. Deze veiling zou plaatsvinden op 23 juni 1824 om 13:00 uur in de herberg van Evert Jan Brink in Twello. De veiling was aangevraagd door:
Op 23 juni 1824 om 15:00 uur startte Meneer Bunre Paronm Franxs, notaris in Twello (onder het kwartier Arnhem, provincie Gelderland), de openbare veiling. Deze vond plaats in de herberg van Evert Jan Brink in Twello, met dezelfde groep aanvragers als getuigen. Tijdens deze bijeenkomst werden verschillende vissen openbaar geveild onder specifieke voorwaarden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1375 / 0325
-
Hendrik Ysseldik en Willem Ysseldik, twee bouwvakkers uit Gemelde, staan borg voor een lening van 155 gulden. Ze kopen samen met de koper twee stukken land in Penvolde:
- Een akker genaamd zonnenberch in Hege.
- Een akker genaamd opste bosch, ook in Heien.
Deze akkers worden verkocht aan Jan Frins, een inwoner van Perwolde, voor 468 gulden. Jan de Groot en Proteboomen, beide herbergiers uit Tenvolde, staan hiervoor borg. De overeenkomst wordt getekend door Jan Frins, G.C. Noteboom en Jan de Groot.
-
Een stuk akkerland en een bos (het "achtste deel van een half erve") aan de Middeldijk in Hybroek wordt verkocht aan Hendrik Ysseldyk, een bouwman uit Sesvolden, voor 406 gulden. Jannes Bomhof en Willem Ysseldyk staan opnieuw borg. De overeenkomst wordt getekend door Hendrik Ysseldyk, S. Bomhof en W. Ysseldyk, namens de weduwe Gemt Beekman.
-
Drie stukken land bij de Vuilwanckelstraat in Tesvolde worden verkocht door de weduwe van Derk Jacobus Dibbetij:
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1378 / 0597
Op 5 april 1883 schreef een ambtenaar uit Amsterdam een brief over een verzoek van H. B. van Isseldijk. Deze had gevraagd om informatie over Derk van Isseldijk (ook wel Derk van Asseldijk genoemd). Volgens het verhaal was Derk in de tweede helft van 1790 of 1791 als scheepsdokter of ambtenaar vertrokken naar een nederzetting in West-Indië of een andere kolonie, beheerd door Amsterdam.
De ambtenaar liet weten dat het niet gelukt was om meer informatie over Derk van Isseldijk te vinden. Hij verwees naar een eerdere brief van 16 maart (met nummer D. N 978) en een notitie van de Referendaris, het hoofd van het Personeelsbureau bij het Departement van Koloniën (met nummer N. D. O 88).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0453
H. B. van Isseldijk kreeg op
5 april 1685 in
Amsterdam een brief terug waarin stond dat er geen informatie was gevonden over een zekere
Derk Yseldijk. De schrijver, een ambtenaar van het
Stablisoement (een instelling) in
Amsterdam, liet weten dat het niet was gelukt om ook maar een spoor van
Derk Yseldijk te vinden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0452
J. B. van Isseldyk uit
Amsterdam schreef op
13 februari 1883 een brief aan de
minister van Koloniën in
's-Gravenhage. Hij vertelde dat zijn voorvader,
Derk van Ysseldyk (geboren in
Nijmegen op
31 juli 1754), tussen eind 1790 en 1791 als scheepsdokter naar
Oost- of
West-Indië was vertrokken. Sindsdien was er niets meer over hem gehoord, en de familie had alle contact met hem verloren.
J. B. van Isseldyk vroeg de minister om hulp bij het zoeken naar informatie over wat er met
Derk was gebeurd. Hij hoopte dat er in de officiële documenten van
Oost- en
West-Indië nog gegevens te vinden waren over
Derk zijn verblijf en lotgevallen.
Op
5 april 1883 werd gemeld dat er geen spoor van
Derk van Ysseldyk was gevonden.
J. B. van Isseldyk woonde toen op het adres
Keizersgracht 247 in
Amsterdam, bij de heer
J. O. Reich.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0451
Willem Jacob Baron van Nagell had twee stukken land met bomen (genaamd
negendikjes en
de Ringel), maar deze werden later bij een openbare verkoop (veiling) aangeboden.
Uit een verslag van de rechtbank in
Wonen (
datum onbekend):
- Het eerste en vierde stuk land met bomen, gelegen bij de Steven, Borch en den Bingel (naast het huis van Jan Tiindens Issels Scholten), werd gekocht door Jan Ysseldyk, een boer uit Apeldoorn, voor 204 gulden. Zijn borgers waren Antoni Berghuis en Gerrit Tykeur, beide landarbeiders uit Apeldoorn. Na voorlezing tekenden zij voor akkoord.
- Het tweede en derde stuk land met bomen (ook wel de Bekenmater en negen dikjes genoemd) werd gekocht door Andres van den Broek, een dijkbewaarder (iemand die toezicht hield op dijken) uit Apeldoorn, voor 328 gulden. Zijn borgers waren Coenraad van Beek, een landman uit Apeldoorn, en Willem Hekker, een boer uit Dapennen. Ook zij tekenden na voorlezing voor akkoord.
De totale opbrengst van de veiling was
532 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1378 / 0661
In
Haarlem werd op
1850 een overeenkomst gesloten tussen twee mannen over het verwisselen van een lotingsnummer voor de nationale dienstplicht (de
Nationale Militie). Hierbij waren betrokken:
Wendel kreeg voor deze vervanging een bedrag van
225 gulden, waarvan:
Van Ysseldyk was hiermee vrijgesteld van verdere oproepen en hoefde niet meer op te komen voor zijn dienstplicht.
De afspraak gold alleen als:
- Het lotingsnummer van Van Ysseldyk daadwerkelijk dienstplichtig was.
- Het nummer van Wendel niet dienstplichtig was.
Als
Van Ysseldyk alsnog vrijgesteld zou worden
of als
Wendel zelf ook opgeroepen zou worden, dan verviel de hele overeenkomst.
De akte werd opgesteld door een notaris in
Haarlem, in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 793 / 0017
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700966 / 17
In
Amsterdam werd een overeenkomst gesloten tussen
Bertram Wernink, wonend in
Amsterdam, en
Arnoldus Ysseldyk, boekhouder en vader van
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk. Deze laatste was een loteling (iemand die geloot was voor dienstplicht) voor de
Nationale Militie in
1891 en had nummer
2184 getrokken.
De afspraak was als volgt:
- Wernink nam de plaats in van Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk in de militaire dienst, omdat zijn eigen lotingsnummer waarschijnlijk niet dienstplichtig was.
- Hiervoor kreeg Wernink in totaal 150 gulden:
- 25 gulden was al betaald.
- Nog eens 25 gulden zou betaald worden bij indiensttreding (na goedkeuring door het leger).
- 1 gulden per maand tijdens de diensttijd.
- De rest zou binnen 14 dagen betaald worden na de loting of na voltooide dienst.
- Na betaling was Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk vrijgesteld van verdere oproepen, en hij en zijn vader hadden geen verplichtingen meer.
De overeenkomst gold alleen als:
Als
Ysseldyk alsnog vrijgesteld werd
of als
Wernink toch moest dienen, dan verviel de hele afspraak.
De akte werd opgesteld in
Haarlem in aanwezigheid van
Johan Koolhoven (kandidaat-notaris) en
Frans van Bruijnevoorh als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701410 / 135
Op
24 februari 1851 werd een akte opgesteld in
Haarlem over een overeenkomst tussen twee partijen:
Wernik nam de dienstplicht van
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk over, omdat diens lotingsnummer waarschijnlijk wel dienstplichtig was, terwijl dat van
Wernik vermoedelijk niet. Hiervoor kreeg
Wernik in totaal 150 gulden:
- 25 gulden was al betaald.
- Nog eens 25 gulden zou betaald worden bij de daadwerkelijke indienststelling, na goedkeuring door het Korps (legeronderdeel).
- 1 gulden per maand tijdens de diensttijd.
- Het resterende bedrag (100 gulden) zou binnen 14 dagen na het "groot verlot" (lotingsprocedure) of na voltooide dienst worden uitbetaald.
De overeenkomst gold alleen als:
Als
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk alsnog vrijgesteld zou worden van dienst, of als
Wernik zelf toch moest dienen omdat zijn oorspronkelijke nummer werd opgeroepen, dan verviel de overeenkomst.
De akte werd ondertekend in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 457 / 0135
Bij een veiling werden twee percelen grond verkocht. Het eerste perceel werd direct verkocht, evenals het tweede perceel. Daarna werd de hele veiling (de "massa") opnieuw aangeboden en gekocht door Willem Ysseldyk, een boer uit Verwolde, voor 1440 gulden.
Willem Ysseldyk en Jan Kloezeman tekenden de koopovereenkomst bij notaris Covenge in Twello. Uiteindelijk wees de verkoper de hele veiling toe aan Willem Ysseldyk, maar deze gaf aan dat hij het kocht namens Jacob Schimmelpennink, een dagloner uit Peewolde.
Als borg stonden Willem Ysseldyk zelf en Gerrit Schimmelpennink, een boer uit Exel. Zij beloofden samen 1475 gulden te betalen, exclusief extra kosten. De koper en de borgen tekenden bij notaris Everts in Hoels.
Bij de veiling waren ook Albert Geldering (boer) en Hendrik Pelevenaker (dagloner), beide uit Bijbroek, aanwezig als getuigen. Zij, de verkoper en de notaris ondertekenden het proces-verbaal.
De koop werd geregistreerd in Apeldoorn op 20 juli 1841. De totale kosten waren 97,98 gulden, waaronder:
- 2,62 gulden voor kooprecht,
- 7,80 gulden voor borgtocht,
- 0,80 gulden voor volmacht,
- plus een extra heffing van 38%.
De ontvanger, Poel, gaf op 12 oktober 1841 een afschrift van het document.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1394 / 0289
Hans Loet verkocht verschillende percelen grond:
- Eerste perceel: 11 stukken voor 110 gulden aan Bernardus Verheijen, een huurder uit Deventer.
- Tweede perceel: voor 110 gulden aan dezelfde koper.
- Derde perceel: voor 115 gulden aan dezelfde koper.
- Vierde perceel: voor 116 gulden aan dezelfde koper.
Borgen: Hendrikus Albertus Smeenk en Jannes Kloosterbaer, beide huurders uit Zeventer.
H. Dechuijen,
H.A. Smeenk en
J. Kloostenboer ondertekenden de akte.
Totaalbedrag van de verkopen: 25281 gulden.
- Perceelnummers: 1, 2, 3 en 5 staan op blad Oonshoet 5287.
- Een 9e perceel (niet volledig beschreven) is gekoppeld aan G. Reede en de heren de Braconeer en van Ter Sa Ryzen, gelegen bij de Fokherij Twelle in Hetmersk.
Andere betalingen voor de
diakonie (kerkelijke armenzorg) in
Swelle:
Totaal voor de diakonie: 547 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1390 / 0228
- Op 22 maart 1729 werd de Isseldijk (ook wel Goung IJsseldyk of Isseldyk genoemd) vermeld in een document. Hierin werden Wille Abraham, John Pieter van Ainold en Francois van Batavia genoemd, samen met 17 anderen uit Londen (31 personen) en Bengalen (36 personen). Ook Petter werd genoemd als "onvermogende" (iemand zonder geld).
- Er was sprake van een "hoopman" (leider) die geen "klein koopman" (kleine handelaar) was, en van een "ambtenaar" die betrokken was bij de "vente" (veiling) van 9 "eideren" (soort eend) op 1612, 1810, 1319, en 1819. Op 22 verschillende plekken werden 1002 zaken geregistreerd, met een waarde van 5 "cent" (geldbedrag).
- Deze activiteiten gebeurden met of zonder toestemming van de overheid. Er werden namen en voornamen genoemd, waaronder een verwijzing naar 1230 en Ammerdingen (mogelijk Amsterdam).
- Er stond een bedrag van 50 vermeld, en een referentie naar 1820 en 1319. Ook werd een "naamboek" (register) genoemd, met een verwijzing naar pagina 24.
- Er werd gemeld dat er 340 personen waren overleden, en dat er 124 "kortetten" (mogelijk kort geding of kleine rechtszaken) waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3106 / 0115
Op
27 augustus 1759 ging
Arnout deZ' Hommel, een inwoner van
Amsterdam, naar de notaris
Daniel van den Brink. Hij verklaarde dat hij een schuldbrief had verkocht aan
Willem van Isseldyk, een predikant in
Ophemert.
Deze schuldbrief was oorspronkelijk afgeven door de provincie
Holland en West-Friesland en had een waarde van 1000 gulden. De brief stond op naam van
Maria Mullen en was gedateerd op
22 december 1702. Later, op
1 februari 1703, was deze brief geregistreerd onder nummer 14130.
Arnout deZ' Hommel had het recht op deze schuldbrief gekregen via een akte van overdracht op
11 november 1758. Deze akte was opgemaakt door de notaris voor
Susanna Clara Brooks, de weduwe van
Theodorus Brooks.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510793 / 559
Op
17 oktober 1829 werd een veiling gehouden van verschillende stukken land in de omgeving van
Apeldoorn en
Perwolde. De kopers en de prijzen die zij betaalden waren:
- Hendrik (achternaam onduidelijk) kocht land in Tvenep voor ƒ53,40.
- Hendrikus Lipman kocht land in Tens Kuiner voor ƒ5,50.
- Kutger Mulder kocht land in Apeldoorn voor ƒ60,50.
- Cornelis Eltink kocht land in Vremder voor ƒ5,20.
- Hendrik Flierman kocht land in Perwolde voor ƒ5,20.
- Klaas Kolkman (genaamd Hendrik derghuurder Hendrikzen) kocht land in Perwolde voor ƒ5,00.
- Meinder Mulder kocht land in Perwolde voor ƒ5,00.
- Andries Oolman kocht land in Tenvole voor ƒ5,00.
- Derk Isseldyk kocht land in Apeldoorn voor ƒ60,40.
- Hendrik Hendriksen kocht land voor ƒ4,60.
- Hendrik Kleerman kocht land voor ƒ4,20.
De totale opbrengst van deze veiling was ƒ94,20. Het verkoopproces werd officieel vastgelegd door notaris
G.P. Martz en
J. Krol, in aanwezigheid van twee getuigen:
Smits uit
Tuellen en
Jannes Brol uit
Terwolder.
De akte werd geregistreerd in
Apeldoorn op
9 maart 1830. De kosten voor registratie en rechten bedroegen in totaal ƒ2,95. De ontvanger tekende voor ontvangst.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1381 / 0568
Jan Ganjefles Gerrit Isseldyk en
Teunis Veenhuizen, beide dagloners uit
Twello, kochten op een veiling een huis in
Terwolde voor
424 gulden.
De veiling werd gehouden onder toezicht van:
Het document werd geregistreerd in
Apeldoorn op
15 juli 1842 in register
25, blad
31, vak
6. De registratie kostte:
De totale kosten, inclusief 3,8% belasting, kwamen uit op
7,35 gulden. Dit bedrag werd betaald aan de ontvanger.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1395 / 0268
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1376 / 0365
Op 4 oktober 1811 werd een openbare veiling gehouden voor onverkocht land. De regels voor de veiling waren:
- Wat gekocht werd, was meteen eigendom van de koper, maar er was 1 uur bedenktijd na afloop van de hele veiling.
- Het geld moest contant betaald worden aan notaris Meester Pannberaarn Branrs in Rwetto of uiterlijk op 1 november 1811. Wie te laat betaalde, moest extra 10% betalen.
- Kopers moesten twee betrouwbare borgstellers vinden die garant stonden voor de betaling. Als dat niet lukte, werd het land opnieuw geveild.
- Alle ruzies over de veiling werden beslist door de notaris, zonder hoger beroep.
- Het hout op het land moest voor 20 juni 1812 gekapt zijn.
De volgende stukken land werden verkocht (met kopers, borgstellers en prijzen in guldens):
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0238
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0237
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 366 / 0737
Vorige paginaVolgende pagina