Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
- Er waren 255 leden in de Raad van State en 134 verzoeken voor uitzondering om te mogen trouwen.
- Er was een lijst met 884 katholieke geestelijken en 891 documenten over de veerpont bij het huis Te Haalt en Reekerdam.
- Commissaris Copes werd vaak genoemd (bijv. in 44, 89, 172, 305, 412, 430, 669, 712, 969).
- Er waren 412 en 907 brieven van de Keurvorst van Brandenburg en 12 brieven aan de keizer (12, 19, 800, 907, 935, 984).
- Er was een verdedigingsverdrag met Luik (44) en discussies over tolgelden op de Rijn (392) en veergelden op rivieren.
- Frederick Calauso werd genoemd in verband met militie in Gennip (412, 430).
- Er waren 12 tot 984 documenten over de opvolging van Gulik, Kleef en Berg en defensieve allianties (915, 950).
- De Kamerbewaarders van Haarlem en de Raad van State hadden financiële zaken zoals tractementen (salarissen) en geld voor armen (205, 333, 797).
- Er waren klachten over de gouverneur van Brest (509) en pakketten met brieven (798).
- Er waren lijsten van schepen (boten en koggen) en hun verdeling (40, 149, 166, 2021, 221, 226, 238, 227, 253, 278, 279).
- Er waren handelszaken zoals smokkelwaar (361, 386), handelsconflicten met Frankrijk (358), en handel in ossen en hout uit Brazilië (657, 358).
- Diverse personen werden genoemd, waaronder:
- Jeronijmus Nures de Costa (10, 651)
- Jan Francois Coudenhove (14)
- Jan de Colma de jonge (15, 324)
- Maerten Calschuijr (15, 552)
- Heyndrick van Catshuijsen en Ludolph Cocq (32)
- Drost van Cranendonck (62, 66, 134, 141, 142)
- Anthonio Caracciolo (72, 337)
- Jan Charot (630)
- Adriaen Rochasoen Cruijck (510)
- Jan Daniels. van Cuijck (113)
- Daniel Croeser (130, 144, 630, 801)
- Fransiscus Canter (134)
- Robbert Covin (141)
- Jacobus & Gillis van Counendael (155, 202)
- Comandeur Clout (135)
- Clementius Cuchlinus (185, 493, 495)
- Jacob van Commersteyn (303, 337, 385)
- Jacob van Cromstrijen (337, 385)
- Jan Coenen (198, 384)
- Willem Aertsen van Cryten (305, 508, 868)
- Canonnikken van Kortrijk (406, 496, 542)
- Frederick Calauw (412, 433)
- Samuel de Coninck (787, 848, 855, 981)
- Er waren kwesties over molens (bijv. Oirschot, Maastricht), kindervoogden, kerkraden (bijv. in Cadsant), en klachten van inwoners (bijv. Canisvliet, Cuijck).
- Er waren zaken over paspoorten (605, 786), vrijstellingen (707, 712), en vrijdom van belasting (305).
- Er waren diplomatieke zendingen, zoals die van de gezant van de Evangelische Kantons, De Wr. Stockar (128, 134, 135, 141, etc.) en de Hertog van Koerland (144, 204, 304, etc.).
- Er waren militaire zaken, zoals kapitein Caron (920, 931, 942, 991) en Kruisbroeders in Emmerik (575).
- Er waren financiële en juridische zaken, zoals erfeniskwesties (bijv. Jacob Cops, 445, 512, 518, 779, 847), belastingzaken, en griffieverklaringen (530, 898, 903).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0013
- 12: De zaak van Reint Eltjens uit Hevenschos is goedgekeurd. Eltje Eltjens was niet aanwezig, maar had een verklaring afgelegd over het erfdeelsrecht in het familiebezit van Reints vader.
- 13: De zaak van Oterdum is goedgekeurd. Lambert Tiddens is toegelaten met een volmacht.
- 14: Meethuijsen en Stadt Appingedam zijn goedgekeurd. Menno Houwerda en Jan van Maniel zijn toegelaten voor een zaak over gemeenschappelijk bezit.
- 15: Delfzijl is goedgekeurd. Willem Janssen en Frerick Abels zijn toegelaten met een volmacht. Deze volmachten zijn goedgekeurd door Herman Lubberts en de borgemeesters, omdat de leden altijd volmachten gebruiken. Evert Heijndricxs heeft een verklaring afgelegd.
- 16: Loppersum is goedgekeurd. Geert van Isselmuiden, Roeloff d'Mepsche, en Hendrick Wolters zijn toegelaten. Hendrick Wolters is na een herziening en het afleggen van de eed als schatbewaarder goedgekeurd. Ook Peter Willems en Willem Bronts Focke Peters zijn goedgekeurd voor erfkwesties.
- 17: Wester Embden is goedgekeurd. Lubertus Broijels is toegelaten voor een erfkwestie.
- 18: Acdum is goedgekeurd. Adriaen Clant, Hilbrand Gruis, Ruifelaer, Heertje Mennens, en Hendrick Jacobs zijn toegelaten, waarbij Hendrick Jacobs een eed heeft afgelegd.
- 19: Gatshuijsen is goedgekeurd. Reit ten Ham is toegelaten voor een erfkwestie.
- 20: Ten Past is goedgekeurd. Hidrich van Tossum is goedgekeurd na het afleggen van een eed en het tonen van een verklaring van Roeloff Jan Hendricx namens Vrouw Ripperda.
- 21: Gartelseer is goedgekeurd. Focke Eppens is toegelaten met een volmacht.
- 22: Ten Bour is goedgekeurd. Roelof Jacobs is toegelaten met een volmacht.
- 23: Wolstersum: Peter Gerrets en Jan Claessen zijn toegelaten met een volmacht.
- 24: Heijdenschap is goedgekeurd. Onne Eijssens is toegelaten met een volmacht.
- 25: Herck Stede: Jan Jacobs heeft een eed afgelegd en is toegelaten omdat het om een rechtmatige wissel gaat. Zijn volmacht is niet nodig.
- 26: Thesingebouren is goedgekeurd. Reintjen Jacobs is toegelaten met een volmacht voor een erfkwestie.
- 27: Carmerwolde is goedgekeurd. Claes Schultens was afwezig, maar Claes Janssen is toegelaten met een volmacht.
- 28: Marsum is goedgekeurd. Geert Tjossens is toegelaten met een volmacht.
- 29: Solwerdt is goedgekeurd. Tamme Eltjes is toegelaten voor een erfkwestie.
- 30: Juckwerdt is goedgekeurd. Nittert Everts is toegelaten voor een erfkwestie.
- 31: Crewerdt: Claes Bolte is niet gekomen om een nieuwe volmacht te tonen, dus is hij toegelaten.
- 32: Holwierda is goedgekeurd. Arent Jacobs moet een verklaring afleggen. Allie Hoijes is toegelaten voor een erfkwestie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 8891 / 0268
- Op 21 februari 1726 werd een verzoek behandeld van de resident van Madura en Oumanap (uit brieven van 13 november 1724 en 30 mei 1623).
- Hij vroeg om toestemming om achterstallige dagvergoedingen (loon voor werkdagen) uit te betalen aan mensen die in 1823 en 1323 waren ingezet voor het lossen van zout uit 8 gouvernementspakhuizen (opslagplaatsen van de overheid).
- Deze vergoedingen waren nog niet betaald, terwijl de betrokkenen al lang geleden dit werk hadden gedaan, voordat er in 21 oktober 1223 nieuwe regels kwamen voor zulke uitkeringen.
- De overheid vond het redelijk om deze mensen alsnog te betalen, omdat ze voor die nieuwe regels werkten. Ze mochten hetzelfde bedrag krijgen als wat later in de regels van 21 oktober 1223 was vastgelegd.
- De resident van Madura en Oumanap kreeg opdracht om:
- Ook werd een brief van de resident van Batavia (20 september, nr. 265) besproken:
- Een belastinginner vroeg waar de erfbelasting betaald moest worden voor de nalatenschap van de overleden James Brildon (een hoopman = leider van een groep soldaten) en de Balasin, die in Duitenzorg (nu: Bogor) waren overleden, maar in Batavia (nu: Jakarta) hadden gewoond.
- 11 juli 1797 en 3 maart 110 moest deze belasting betaald worden op de plaats waar iemand was overleden (Duitenzorg), niet waar de spullen lagen of waar de persoon woonde (Batavia).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2792 / 0152
- A: van Kervel kreeg ontslag als procureur. Rog: J: D: Eversdyck wordt genoemd in verband hiermee (pagina 233, regel 191).
- H: A: van Panhuijs werd benoemd als drossaard (een soort rechter) van Valkenburg (pagina 435).
- Er werden geen speciale vrijstellingen (dispensaties) gegeven voor Emden (tegenwoordig in Duitsland, toen deel van Oost-Friesland).
- Er werden eden van zuiverheid (zuiveringseden, beloftes van eerlijkheid) afgenomen.
- De heren van Dongen en P. S. Boone hadden een geheim opdracht (missive) over het afleggen van een eed op een wet uit 1715.
- Diverse functionarissen legden verantwoording af over geldzaken:
- Er werden verschillende personen en zaken genoemd met paginanummers, waaronder:
- Wynant Ente (82), H: S: van Eyndhoven (175), N: Evers (207), F: Loland (209).
- Zaken met betrekking tot Engeland en Pallairet (383, 413, 23).
- Veelvuldige vermeldingen van Hop (een ambtenaar) met diverse onderwerpen:
- Declaraties (o.a. pagina 51, 132, 140).
- De pest in Algiers (1724, pagina 249).
- Verzoeken om verlof (pagina 402).
- Het in beslag nemen van schepen (pagina 433, 460, 462, 463).
- Klagen van schippers over het vasthouden van hun schepen (pagina 440).
- Schepen die naar Chatham (Engeland) waren gevaren (pagina 445).
- Anna Jacobs diende een klacht in over het in beslag nemen van schepen door de Engelsen (pagina 469).
- Er waren geen uitvoeringsbevelen (executorialen) voor:
- De financiële steun voor arme mannen en vrouwen in 's-Hertogenbosch (pagina 154).
- De weesmeesters in Suriname in een zaak tegen W: H: Aardewyn (pagina 66).
- Er werd een conferentie aangevraagd met heer Yorke (pagina 103, 187).
- De secretaris van Alphen, Baarle en Chaam stuurde een brief (pagina 43).
- J: Emants werd erkend als geestelijke (clericus) in de plaats van zijn vader (pagina 293).
- R: Ouwenallers trad op voor S: W. Soldbach (pagina 40).
- N: Mollerus vertegenwoordigde de prins van Hessen-Philippsthal als gouverneur van Breda (pagina 446).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3532 / 0015
- Op 7 januari 1197 werd een verzoek ingediend door de gevolmachtigde en gezamenlijke inwoners van Slet (onder de stad Groningen) en de kloosterlingen van het Klooster ter Apel (onder het gebied van Wedding).
- Zij vroegen om vrijstelling, bevrijding en kwijtschelding van bepaalde belastingen en middelen, zoals:
- Het betalen van convooi- (begeleidings-) en licent-gelden (vergunningen) voor goederen die op "vijandelijke bodem" (gebied van de tegenstander) waren achtergebleven.
- De teruggave van goederen die in beslag waren genomen volgens eerdere plakkaten (wetten) en resoluties van de Staten-Generaal.
- De supplicanten (verzoekers) moesten zich richten tot Rymest van Chantis, Franwyn Nuncie, Vachouc en Jacynes Roossel.
- Er werd bepaald dat als iemand een bewijs van convooi of licentie kon tonen en aantoonde dat de goederen en personen "van goede principiële aard" waren, zij niet onder de eerdere verboden en resoluties van de Staten-Generaal vielen.
- De Staten-Generaal hadden op 30 augustus 1594 bepaald dat kooplieden geen goederen uit "vijandelijke gebieden" mochten importeren tot een bepaalde datum, tenzij ze een pas of licentie hadden.
- De verzoekers benadrukten dat de in beslag genomen goederen op "vijandelijke bodem" waren achtergelaten en dat zij zelf geen schuld hadden. Ze wilden dat hun goederen werden teruggegeven of dat zij er zelf over mochten beschikken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 23 / 0011
- De Baljuw van de Veluwe en andere lokale bestuurders kregen vrijstellingen en rechten, zoals vrijheid van belastingen en heffingen, ongeacht de naam ervan.
- Een verzoek van Hendrik van Hurck, heer van Rheydt en Altena, werd goedgekeurd. Hij wilde naar Hoorn om daar een uitvinding te presenteren waarmee geld kon worden gemaakt zonder de bevolking extra te belasten. Dit gebeurde op 21 januari 1597.
- Er werden brieven onderzocht van het Hertogdom Gelre en het Graafschap Zutphen, gedateerd 18 december, met bewijsstukken over klachten.
- De magistraten van Vijfheerenlanden en Bommel klaagden over de jonkers (jonge edelen) in het kwartier van Gelderland. Deze jonkers eisten te veel geld en goederen, wat schadelijk was voor het algemeen belang. Ze mochten daarom niet worden toegelaten.
- De Staten van Gelderland vonden dat er ook voorwaarden en wijzigingen moesten komen om de eenheid en vrede in het gebied te behouden. Ze wilden hierover advies geven aan zijn Excellentie (waarschijnlijk de stadhouder).
- De graaf (bestuurder) moest verslag uitbrengen. De Staten benadrukten dat ze altijd gelijkwaardig wilden worden behandeld, zoals in alle Verenigde Provinciën zou moeten gebeuren.
- Er mochten geen afspraken worden gemaakt met de vijand zonder toestemming van de provinciale Staten. Ook mochten er geen gezanten onder vijandelijke bescherming worden gestuurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 23 / 0010
- Op 6 oktober 1576 eisten herauten (bodes) betaling van achterstallige bedragen.
- Op verzoek van Willem Kessele, een bode van de graaf, werd besloten dat mr. Jan van Nieuwenhove voor zijn werk en diensten aan de Staten van Brabant een bedrag van 36 pond Vlaams (£L) zou krijgen. Dit zou worden uitbetaald als hij dit verzoek met een ontvangstbewijs inleverde. Dit bedrag zou later verrekend worden in zijn administratie.
- Op een verzoek van Aert Suelles, een bode van Bredene, werd een betaling van 25 pond Vlaams goedgekeurd.
- Op een verzoek van Jan van der Plaets werd een betaling van 16 pond Vlaams goedgekeurd.
Op 8 oktober 1576 besloten de Staten van Brabant (de drie standen) het volgende:
- Zij bevalen Rasparen Roelafs (rentmeester van de beden van Brabant en Vriesland), Rannen van Myuersele (rentmeester van de beden van Brabant), Jan Hul (uit Antwerpen), en Simoen (rentmeester van dezelfde beden in Brabant) om zonder uitstel en met alle mogelijke middelen de beden (belastingen) in het Kwartier van 's-Hertogenbosch te innnen.
- Deze beden waren recentelijk door de Staten goedgekeurd en moesten nu worden geïnd.
- Op een verzoek van Rane Huyger, een stadsrentmeester van Brussel, werd een betaling van 9 Rijnse gulden goedgekeurd voor bezems (borstels).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0013
Op 21 september 1576 werd in Brussel een afspraak gemaakt over een betaling die later zou plaatsvinden.
Op 1 oktober 1576 besloten de afgevaardigden van de Staten van Vlaanderen en Henegouwen dat mijnheer Thiny, de ontvanger van belastingen, een betaling van 2000 pond aan de heer van Immerzele moest doen. Dit was voor hem en zijn 200 soldaten, als vergoeding voor hun werk. Dit werd bevestigd met een kwitantie.
Op 2 oktober 1576 werd een betaling van 3 pond goedgekeurd voor de heer van Egmont, onder voorwaarde dat hij geen buitenlandse soldaten of kapiteins zou werven voor zijn regiment.
Ook op 2 oktober 1576 werd een betaling van 6 pond goedgekeurd voor Moyzes, een soldaat uit Antwerpen, en een bedrag van 5 pond voor Joncke heur, eveneens uit Antwerpen.
Op 3 oktober 1576 werd een betaling van 10 pond goedgekeurd voor Thomas de Verh, een beul die zijn werk had uitgevoerd. Dit bedrag werd ook als vergoeding voor hem vastgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0012
Op 21 september 1576 gaf Dienrck van der Heken, rentmeester van Brabant in naam van de rekenkamer van Brussel, opdracht om Jonker Huyge van Kerckel en Wilhem Angelis elk een bedrag van 150 pond uit te betalen (samen 300 pond). Dit geld was bedoeld als voorschot op hun werkzaamheden, die ze zouden uitvoeren op basis van een opdracht die ze diezelfde dag hadden gekregen van de Raad van State namens de landvoogd. De betaling moest gebeuren na inlevering van een geldig bewijs van ontvangst van Huyge van Kerckel.
Op 23 september 1576 werd vastgelegd dat er rekening gehouden moest worden met de uitgaven van de heer van Egmont voor een maand, inclusief de kapiteins en andere officieren.
Op 24 september 1576 kreeg Dienrck van der Heken opnieuw de opdracht, nu om de graaf van Egmont, kolonel van een regiment voetvolk, een bedrag van 4000 pond uit te betalen. Dit geld was bestemd om zijn soldaten uit te betalen en om kapiteins te belonen die extra taken hadden gekregen.
Daarnaast was de heer van Saenthen opdracht gegeven om de compagnie van Clant te inspecteren (te "monsteren"). Tijdens deze inspectie moesten alle soldaten betaald worden voor één maand. Ook deze betaling moest gebeuren na inlevering van een geldig bewijs van ontvangst en een inspectierapport.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0011
Op 14 januari 1647 en 14 januari 1654 werden verschillende verzoeken en brieven besproken door een groep bestuurders, waaronder Hesselus Meckama, Colonel Aylua, en Raadpensionaris de Witt.
De volgende onderwerpen kwamen aan bod:
Daarnaast werden brieven ontvangen van:
- De Resident de Vries uit Elsinore (3 januari 1654), maar hier werd geen actie op ondernomen.
- De burgemeesters van Amsterdam (12 januari 1654) over de aanbesteding van 10 nieuwe scheepshollen, maar ook hier werd geen beslissing genomen.
- Heer van Beuningen, gezant in Zweden (23 december 1653), maar opnieuw zonder gevolg.
- De bestuurders van Bremen (8 december 1653) die een paspoort vroegen voor Magnus Wulsingh, een schipper die hout naar Schotland en zout naar Bremen wilde vervoeren. Besloten werd dat hij zich aan de bestaande regels moest houden.
De besluiten van de vorige dag werden herhaald en bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0082
De rechtbank besloot dat een eerder genoemde verklaring naar de Heren Gecommiteerden (een groep verantwoordelijken) in de rekenkamer van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden moest. Zij moesten de verklaring controleren, nakijken en afhandelen. Daarna moest deze doorgestuurd worden naar de Raad van State voor een definitief besluit.
Tijdens de vergadering werd een brief van de voormalige ontvanger-generaal Philips Doubleth voorgelezen. Hij meldde dat hij, volgens een eerdere beslissing van 1 april, de gevraagde financiële overzichten op tijd had ingediend bij de rekenkamer. Ook zei hij dat hij hard werkte om voor 11 april zijn definitieve rekening klaar te hebben. De rechtbank besloot om de Heren Gecommiteerden te vragen een kopie van deze overzichten naar de hoogste leiding te sturen. Doubleth kreeg opnieuw de opdracht om het tweede deel van de eerdere beslissing uit te voeren.
Er werd ook een verzoek besproken van Bartholt van Mortaigne. Hij wilde dat een bedrag van 185 gulden, dat boven de toegestane 1400 gulden uitkwam voor de kosten van ambassadeur Chanut, alsnog goedgekeurd zou worden. Dit verzoek werd aangehouden (er werd nog geen beslissing over genomen).
De rechtbank ontving een brief van de hoogschout (hoofd-officier van justitie) Bergaigne, gedateerd 5 januari in 's-Hertogenbosch. Dit was een reactie op een eerdere brief van de hoogste leiding van 8 november. Het ging over het verzoek van Cornelis van der Dussen, die Caspar van de Graeff wilde aanstellen als schout (een soort politiebaas) voor de dorpen Vessem, Wintelre en Knegschel.
Het verzoek van Henrick van Catshuijsen, die baas wilde worden over het openbare ambt in Aardenburg, werd samen met soortgelijke verzoeken opzijgelegd om later te behandelen.
Het verzoek van Casper van de Graeff, kapitein en sergeant-majoor in Ravestein, om tijdelijk de leiding te mogen nemen in afwezigheid van de commandeur, werd ook aangehouden.
Jacob Jansz van Harlingen, een voormalig soldaat in Brazilië, vroeg opnieuw om betaling van zijn achterstallige soldij. De rechtbank hield vast aan het eerdere besluit van 30 december en wees zijn verzoek af.
Het verzoek van Rochus van Steenbergen, die verantwoordelijk was voor brieven en pakketten uit Frankrijk, samen met een overzicht van portokosten, werd doorgestuurd naar de Heren Gecommiteerden in de rekenkamer. Zij moesten dit controleren en volgens de regels afhandelen.
De procureur-generaal van Brabant vroeg toegang tot bepaalde stukken over de zaak van fiscale ambtenaar Cuijck, die bij de griffie (het secretariaat van de rechtbank) lagen. De rechtbank stemde hiermee in en droeg de agent De Heijde op om deze stukken te laten inzien.
Tot slot werd op 13 januari een notificatie (een officiële mededeling) aangenomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3260 / 0081
In
1845 werden de volgende kosten en inkomsten voor
Java en andere gebieden bijgehouden:
- Voor elke gevangene (Moyang huit) die naar Must werd gebracht, werd 1200 roepia betaald.
- Andere uitgaven voor Java:
De uitgaven van verschillende afdelingen waren:
De inkomsten waren:
Kosten voor geldzaken en pachten:
De totale inkomsten en uitgaven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 4302 / 0135
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2446939 / 66
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11307456 / 5
- Door slecht weer en zware stormen is de reis van de terugkerende schepen vertraagd.
- Zodra de weersomstandigheden het toelaten, zal het schip kiel samen met jonkvrouw Cornelia Jacoba zo snel mogelijk verder reizen.
- Gelukkig zijn de volgende schepen, ondanks tegenwind en stormen bij het Rif van Anguillas, veilig aangekomen in de rede van Vlissingen:
- ’t Veldhoen (vertrokken uit Ceylon): aangekomen op 31 januari 1769 met 7 doden en 6 zieken.
- Blijdorp: aangekomen op 2 februari 1769.
- Landskroon: aangekomen op 4 februari 1769.
- Walenburg: aangekomen op 9 februari 1769.
- Perusalem: aangekomen op 5 februari 1769.
- Kroonenburg: aangekomen op 9 februari 1769, vertrokken vanaf Punto Gale op 16 november (geen doden of zieken).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10886 / 0169
Op
29 december 1773 verscheen voor
Dirk Oortmond, een notaris erkend door het Hof van Holland in
Amsterdam, een groep mensen:
Deze voogden,
Christiaan Godfried Kusell en
Nicolaas De Kruijff, waren verantwoordelijk voor
Johanna Cornelia en
Anna Dorothea van Fredriksoorf. Aan hen was de plantage
Knoffelsgift nagelaten. Deze plantage lag in de kolonie
Suriname, aan de
Commewijne-rivier, aan de linkerkant als je stroomopwaarts ging, tussen de plantages
Fredriksoip en
Johanna Margaretha.
De voogden hadden de opdracht om geldzaken te regelen en de plantage
Knoffelsgift te verhypothekeren (als onderpand te gebruiken voor een lening). Dit was allemaal vastgelegd in het testament van
Johan Fredrik Knöffel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 726 / 0279
Bij een veiling in Wi op 20 juni 1800 golden de volgende regels:
- Betaling gebeurde direct na de veiling, in contant geld, plus 10% extra op de biedprijs. Het geld moest bij de verkoper thuis worden afgegeven.
- Alles werd verkocht "zoals het was" op het moment van toewijzing. Kopers konden later geen klachten indienen over schade of gebreken.
- Niets mocht worden meegenomen voordat alle schulden uit de veiling waren betaald.
- Eventuele ruzies tijdens de veiling werden direct beslist door de notaris, zonder hoger beroep.
De veiling bracht de volgende bedragen op (in gulden en centen):
- Vervoerskosten: ƒ 14,40 en ƒ 64,76
- Meubels en huishoudelijke spullen:
- Kast (karn): ƒ 21,—
- Bed (ledikant): tussen ƒ 1,50 en ƒ 1,62
- Tafels: tussen ƒ 1,10 en ƒ 50,—
- Stoelen: tussen ƒ 1,50 en ƒ 1,80
- Spiegel: ƒ 25,—
- Kast (chiffonniere): ƒ 14,05
- Laden en lades: tussen ƒ 5,— en ƒ 15,—
- Bestek (lepels): ƒ 20,—
- Klok: ƒ 11,—
- Kleine klok: ƒ 7,50
- Koperen en tinnen voorwerpen (emmers, schalen, lampen, trommels): tussen ƒ 0,05 en ƒ 35,—
- Serviesgoed (borden, theeservies): tussen ƒ 28,— en ƒ 81,—
- Kleding (lakens, kussens, beddengoed): tussen ƒ 1,50 en ƒ 33,—
- Diverse rommel: tussen ƒ 0,30 en ƒ 60,—
De totale opbrengst was ƒ 139,45 (plus ƒ 139,48 in een andere berekening). De veiling werd officieel vastgelegd door notaris Bruijn in aanwezigheid van de getuigen Matthijs Winden (schipper) en Thomas Vermee (veldwachter). De akte werd geregistreerd op 20 juli 1800, met extra kosten van ƒ 5,— voor registratie en ƒ 1,14 voor opcenten (belasting).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209784 / 131
Deze tekst is een overzicht van een veiling van stukken hakhout in Sap op 2 maart. In totaal werd er ƒ 511,25 opgebracht. Hier volgen de kopers en de bedragen die zij betaalden:
- B. Brinkhorst kocht een stuk voor ƒ 10,00.
- K. Meyer betaalde ƒ 12,50.
- D. Pleging kocht voor ƒ 9,75 en later nog een stuk voor ƒ 7,75.
- J. Schoon gaf ƒ 9,25.
- J. Arends betaalde ƒ 8,25.
- De Erven Karshoff kochten twee stukken, voor ƒ 15,50 en ƒ 15,00.
- M. van der Winden kocht voor ƒ 14,00.
- B. van der Kolk betaalde ƒ 14,25 en later nog ƒ 14,00.
- H. Goukes kocht een stuk voor ƒ 16,50.
- De weduwe Goukes gaf ƒ 17,20.
- J.F. Schuijt betaalde ƒ 4,25.
- J. Grapendaal kocht voor ƒ 3,25.
- Van Vierhout gaf ƒ 12,25.
- E. Goukes betaalde ƒ 8,75.
- D. Keijzer kocht voor ƒ 7,00.
- K. Goukes gaf ƒ 8,25.
- De weduwe J. Braum betaalde ƒ 7,25.
- A. Nagel kocht voor ƒ 8,00.
- J. Vosse gaf ƒ 9,50.
- M. Dandson betaalde ƒ 7,75.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209847 / 348
De persoon die dit testament maakt, bepaalt het volgende:
Jacobus en
Anna zijn kinderen van de overleden zus van de testateur,
Cornelia Poelgeest, en haar man
Micheel van der Winden. Als één groep erfgenamen er niet meer is, krijgt de andere groep alles.
- De testateur wijst twee personen aan als uitvoerders van het testament:
Zij regelen:
- de uitvoering van het testament
- de begrafenis
- de belangen van minderjarige erfgenamen
- het beheer van de erfenis totdat de erfgenamen oud genoeg zijn
De testateur sluit de
Weesmeesters (toezichthouders op wezen) hierbij uit.
- De testateur houdt het recht om later nog wijzigingen aan te brengen, bijvoorbeeld:
- legaten (speciale erfenissen) toevoegen of verwijderen
- andere aanpassingen maken
Deze wijzigingen moeten net zo geldig zijn als het originele testament.
- Het testament is opgesteld in Amsterdam bij de notaris, in aanwezigheid van:
De testateur bevestigt dat dit zijn laatste wil is, vrijwillig opgesteld en zonder druk van anderen. Na zijn overlijden moet dit worden uitgevoerd als een geldig testament. Ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604584 / 568
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 392 / 0447
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 392 / 0448
De gemeenten Amsterdam en Weesp beheerden samen het zandpad tussen Amsterdam en Weesp. Op 19 december 1928 besloten ze dit beheer stop te zetten en het pad, inclusief alle bijbehorende eigendommen, over te dragen aan de provincie Noord-Holland. Hiervoor ontvingen ze een bedrag van ƒ 168.421. Vanaf 1 januari 1929 stopte de commissie die het pad beheerde, en per 1 april 1929 verdwenen ook de tolpoorten bij het Bijlmerhek, de Uitermeerse Schans en de 's-Gravelandse vaart. Deze tollen waren oorspronkelijk ingesteld toen het zandpad in 1650 werd doorgetrokken tot de Hooibrug in 's-Graveland. Een deel van het pad, tussen Amsterdam en de Diemerbrug, was al in 1839 overgenomen door het Rijk.
De Bijlmermeerpolder maakte in 1817 deel uit van de gemeente Bijlmermeer, samen met de Oost-Bijlmerpolder, West-Bijlmerpolder en het Bijlmerbroek. In 1846 werd deze gemeente toegevoegd aan Weesperkarspel. Het wapen van de voormalige gemeente Bijlmermeer toonde een zilveren reiger op een zwarte achtergrond, staand op een bloedzuiger met aan weerszijden nog een bloedzuiger. Dit symbool verwijst naar het Reigersbos, een gebied waar reigers broedden, mogelijk gelegen in of nabij het Bijlmerbroek. Ook de naam Reigersbroek, een voormalige buitenplaats bij de Gaasp, herinnert hieraan. De boerderij De mens wikt God beschikt bij de Hulksbrug zou nog resten bevatten van de oude buitenplaats Gaasperdam.
Op 26 april 1586 gingen in Amsterdam de 28-jarige bakkersknecht Jan Goossens (afkomstig uit Hardenberg) en de 20-jarige Lysbeth Henricxdr. (uit Harderwijk) in ondertrouw. Lysbeth kon schrijven, Jan zette een kruisje. Lysbeth was de dochter van Hendrick Jansz van der Cooten en Lysbeth Ramp Wiggertsdr., terwijl Jan de zoon was van Goossen Cornelisz Meebeeck en Aeltgen Jans Tengnagel. Het paar kreeg drie kinderen: Elisabeth, Hendrick en Aeltgen. Na Jans overlijden in 1598 of 1599 hertrouwde Lysbeth in 1607 met de 32-jarige schipper Cornelis Matthijsz Rijser (geboren in Haarlem rond 1573/1574). Zij kregen samen één kind.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3586472 / 50
Na zijn huwelijk bleef Cornelis Thijsz Rijser (een voormalig schipper) wonen in de Nieuwezijds Kapelsteeg in Amsterdam, in herberg Het Witte Lam. Zijn stiefdochter Elisabeth (Lysbeth) Jans trouwde in 1612 met Jan Claes Gorter, maar ze had eerder al een grappig vers gemaakt over haar verlangen om bij een jonge man te zijn in plaats van bij haar moeder.
In 1623 ging Hendrick Jansz, de zoon van Cornelis en stiefzoon uit een eerder huwelijk, in ondertrouw. Hij woonde toen op de Nieuwendijk en was zeilenmaker. Bij zijn huwelijk met Barbara Jans (dochter van een rijke slager) bracht hij 6000 gulden in, waaronder een winkel, schulden van klanten en scheepsdelen. Zijn bruid bracht 3000 gulden mee. Hendrick noemde zich toen al Cruywagen, waarschijnlijk omdat zijn stiefvader de winkel De Gulden Kruiwagen (eigendom van de familie Geelvinck) had overgenomen.
Twee jaar later, in 1625, kocht Cornelis Rijser een huis op de Brouwersgracht (nu nummer 53) en bouwde het opnieuw op. Ook dit huis kreeg een gevelsteen met De Kruiwagen. In 1631 woonde Hendrick Cruywagen al op het Singel, in een pand dat later ook De Kruiwagen heette. Zijn moeder en Cornelis waren doopsgezind en lieten in 1634 1000 gulden na aan een armenfonds.
Hendrick en Barbara kregen twaalf kinderen, waarvan er zes volwassen werden. Een bekend familiewapen is een groepsportret (ca. 1642) in het Rijksmuseum, met Hendrick, Barbara, hun zes zonen en Barbara's moeder, Niesje Claes (overleden in 1645). De familie bezat land bij de Uitweg (tussen Ringsloot en Sloterdijkermeer).
Barbara stierf in 1650 en werd begraven in de Noorderkerk. Hendrick overleed in 1661 en liet een vermogen van bijna 87.325 gulden na, waaronder:
- Huis De Kruiwagen op het Singel (bij Buiksloterveer),
- Een herberg De Rode Haan op de Brouwersgracht,
- Vier huizen in de Vinkenstraat (met gevelsteen De Kruiwagen),
- Land met boerderij bij de Uitweg,
- Scheepsdelen en andere bezittingen.
Van de zes zonen:
- Rijckert, de jongste, studeerde geneeskunde in Groningen maar stierf jong in Engeland (1666). Hij bezat een huis in de Vinkenstraat.
- Jacob werd in 1677 ontvanger van de grafelijke tol in 's-Gravenhage.
- Claas vertrok in 1659 naar Oost-Indië op het schip De Amsterdam.
Hendrick was vanaf 1652 kapitein van wijk 53 (waarschijnlijk remonstrant, niet doopsgezind zoals zijn moeder). Door ziekte stopte hij in 1659 met zijn werk.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3586472 / 51
In een tekst uit 1930 wordt een deel van de Westerstraat in Amsterdam beschreven, met name het huis ‘het Friese Wapen’ op nummer 130, het vijfde huis ten westen van de 2e Boomdwarsstraat. Naast dit huis staat het smallere pand met nummer 128. De tekst noemt ook tekeningen van de kerk en toren, gemaakt door Daniel van Breen:
- Een plattegrond van de kerk, gedateerd 25 mei 1649.
- Twee tekeningen van de toren: een doorsnede (24 april 1648) en een perspectieftekening (25 april 1648).
De bladen zijn niet op chronologische volgorde gezet. Over het privéleven van Van Breen is weinig bekend. Hij betaalde in 1631 geen belasting (de 200e penning), maar misschien woonde hij toen nog in Middelburg.
Er is een testament van Van Breen en zijn vrouw gevonden, gedateerd 21 december 1643, maar door brand is slechts een klein deel leesbaar. Waarschijnlijk ging het over hun dochter Maria, die op 5 januari 1644 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam werd gedoopt. Haar peetoom was mr. Dirck Blevet, de latere eigenaar van het huis op nummer 130.
De laatste vermelding van Van Breen is in een notariële akte van 16 april 1659, waarin hij als getuige optreedt bij het testament van Baerentje Bardus, een zieke jonge vrouw die op de Anjeliersgracht woonde. Vijf maanden na het overlijden van haar vader trouwde Maria van Breen (22 jaar) op 16 september 1659 met de 28-jarige Bastiaen Stoopendael, ook een plaatsnijder (iemand die landkaarten en prenten graveert).
Er wordt gespeculeerd over de datering van een tekening van het huis op nummer 130. De tekst vermeldt dat Hendrick Danckers en Harmen Jansz. (rooimeesters, ambtenaren die percelen opmaten) op 3 maart 1634 een verklaring aflegden, maar Blevet kocht het perceel pas op 17 mei 1638. De schrijver denkt dat de tekening uit 1637 of begin 1638 stamt, vlak voordat Blevet het huis kocht. Er wordt ook getwijfeld of de stuurman Hessel Hesselsz. (een buurman) toen nog leefde, of dat zijn weduwe en erfgenamen bedoeld werden.
Over mogelijke familiebanden van Van Breen met anderen in Haarlem of Middelburg is niets zeker. Archiefstukken in Middelburg kunnen bovendien verloren zijn gegaan tijdens gevechten in mei 1940.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3586473 / 87
- De kinderen van Niesgereiers krijgen een huis op de Rozengracht in Amsterdam ter waarde van 2900 gulden.
- Er is een schuldbrief (lening) van Gerrit Roeters voor maximaal 3000 gulden, maar slechts 2000 gulden daarvan is voor de kinderen van Niesgereiers. De rest (1000 gulden) is voor het kind van Annetge Regers Ege.
- Over het totale bedrag (4000 gulden) is rente berekend van 28 augustus 1679 tot 24 mei 1681 (20 maanden en 26 dagen) tegen 4%. Dit levert 6178,4 gulden op, maar ze krijgen er slechts 6000 van. Er blijft dus 178,4 gulden over.
- De kinderen van Grietge Regers krijgen een rentebrief (een soort schuldbewijs) uit Haarlem van 4200 gulden. Hiervan wordt 116 gulden afgetrokken (kosten?), waardoor 4074 gulden overblijft. Daarnaast krijgen ze 22 maanden rente (van 24 juli 1679 tot 24 mei 1681) van 308 gulden.
- Er is nog een schuld van Gerrit Weters van 1000 gulden en een bedrag in contant geld van 618 gulden. Het totale aandeel van dit kind bedraagt hiermee 6000 gulden.
- De kinderen van Willem Reijersz krijgen een obligatie (schuldbrief) uit Amsterdam van 2600 gulden, plus 104 gulden contant. Daarnaast krijgen ze rente over 21,5 maand (tot 24 mei 1681) van 183 gulden. Een andere obligatie levert 96 gulden op, plus 173,7 gulden rente over 21,5 maand. Ze krijgen ook 397,10 gulden van Arent Niesr en 45,10 gulden contant. Hun totale aandeel is 6000 gulden.
- Arent Meten en Sebben Tintge Reijers hebben een schuld van 3000 gulden, met 2 jaar rente (tot 24 mei 1681) van 240 gulden.
- Er is een schuld van Jan Block van 3000 gulden, met rente over 16 maanden en 24 dagen (tot 24 mei 1681) van 157,10 gulden. Het totale bedrag hier is 6397,10 gulden, maar ze krijgen slechts 6000 gulden. Het teveel (397,10 gulden) gaat naar de andere kinderen.
- Er blijft nog een onverdeelde erfenis over van Elisabeth Geerits Mesen, waaronder:
- Een schuld van Arenthartgens en Cornelis Hogheboom van 2075 gulden (2000 gulden bankgeld en kasgeld), met rente van 43,7 gulden (van 19 juli tot 24 januari 1680). Deze blijft onverdeeld omdat de betaling pas in december 1681 verwacht wordt.
- Een resterend contant geldbedrag van 2291,14 gulden.
- De huurinkomsten van het huis op de Rozengracht van juli 1680 tot mei 1681.
- Er zijn nog kosten voor de erfenis die betaald moeten worden, maar deze zijn nog niet precies bekend omdat niet alle rekeningen binnen zijn. Iedereen moet een gelijk deel (1/200e) van de uiteindelijke kosten betalen, naar verwachting ongeveer 131 gulden per persoon.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936929 / 169
Vorige paginaVolgende pagina