Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
In Johannes Tiemendorm en A. I. Schoor bevestigden aan de Kaap de Goede Hoop op 12 mei 1747 dat het bovenstaande verhaal over Madagascar waar was. Bij de verklaring waren aanwezig de bestuursleden R. S. Alleman en J. Moller.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0285 De gevangene vertelt dat ze Isach verwond heeft uit verdriet omdat hij de nacht ervoor had geslapen bij haar zogenaamde schoondochter. Ze gebruikte een mes waarmee ze bezig was pens te snijden op een kist. Ze heeft hem daarmee gestoken of het mes naar hem gegooid.
Hoewel er verschillen zijn in hoe de wond is ontstaan, is het duidelijk dat zij met haar mes de wond heeft veroorzaakt. Dit was met behoorlijke kracht, want volgens de tweede oppermeester van het ziekenhuis was de wond:
De wond is inmiddels helemaal genezen en de slaaf Isak is weer aan het werk zoals voorheen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0281 Op een niet genoemde datum diende Pieter Reede Oudshoorn, als onafhankelijk aanklager van het bestuur, een aanklacht in bij Rijk Tulbagh (voorzitter) en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen een slavin genaamd Madagas Alphasie uit Madagascar, die in dienst was van de Compagnie. Ze werd beschuldigd van het verwonden van iemand. Als bewijs leverde de aanklager twee documenten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0279 Op 4 april 1747 ging Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke officier van justitie, samen met David d'Aillij en Johannes Henricus Blanckenberg naar het huis van burger André Mellet. Ze kregen een melding dat bij hem gestolen vaten van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) lagen. Deze vaten waren op de avond van 1 april gestolen uit de kuiperstent van het schip Spanderswout.
De vaten waren rond 2 uur 's nachts gevonden door twee bemanningsleden van het schip:
Bij het huis van Mellet vonden ze:
Freij en Kirchner verklaarden dat ze deze vaten op zaterdagavond 14 april misten toen ze wacht hielden bij de tent. Na enig zoeken vonden ze de vaten 's nachts op de plek waar ze nu nog steeds lagen. Mellet bevestigde dit verhaal.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0275 Op zaterdag 15 april ging Isak van Madagascar 's nachts bij de slavin Tjasoesoe slapen in de slavenverblijven van de Compagnie bij het ronde bosje. Toen de gevangene, die zich de schoonmoeder van Tjasoesoe noemde, dit rond middernacht ontdekte, trok ze Isak weg van Tjasoesoe's slaapplaats. Isak moest de rest van de nacht op een kist doorbrengen. De volgende ochtend ontstond er een conflict waarbij Isak volgens zijn verhaal zonder reden werd aangevallen, maar volgens de bekentenis van de gevangene had hij haar eerst geslagen waarbij haar neus en mond verwond raakten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0280 De slavin Alphas van Madagascar bekende dat zij een slaaf met een mes had gestoken. Ze deed dit omdat hij haar had geslagen en omdat hij met haar schoondochter had geslapen. Ze wist niet precies waar ze hem had geraakt. Deze bekentenis werd 12 mei 1747 vertaald uit het Madagaskars door de slaaf Lambert van de Caab. De bekentenis werd afgelegd aan Alleman en Moller, die lid waren van de Raad van het Kasteel de Goede Hoop. Later werd deze bekentenis aan Alphas voorgelezen. Ze bevestigde dat alles juist was opgeschreven en vroeg om niets toe te voegen of te wijzigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0288 De slaaf Isacq van Madagaskar is naar het hospitaal van de Oost-Indische Compagnie (VOC) aan Kaap de Goede Hoop gebracht door enkele jongens die hem hadden gevonden. Op 16 april 1747 werd deze verklaring afgelegd voor de leden van de Raad van Justitie Willem van Kerkhoff en David D'Aillij. De gezworen klerk Anton van Schoor heeft dit opgetekend. Later heeft Isacq van Madagaskar deze verklaring opnieuw gehoord, die hem woord voor woord is voorgelezen in aanwezigheid van de slavin Alphasie. Hij heeft bevestigd dat alles klopte en dat er niets hoefde te worden toegevoegd of verwijderd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0284 De slaaf Isacq van Madagascar verklaarde dat hij op 15 december 's middags van zijn werkplek in de tuin van de VOC bij het ronde bosje naar het slavenverblijf ging. Daar ging hij slapen bij de slavin Tjasoesoe van Madagascar. Om 12 uur 's nachts kwam een andere slavin, Alphasse van Madagascar, naar de slaapplaats van Tjasoesoe. Alphasse trok Isacq uit bed. Hij ging toen op een kist zitten bij de slaapplaats van een onderman genaamd Pieter. De volgende ochtend kwam Alphasse daar weer bij Isacq. Zonder iets te zeggen stak ze hem met een mes in de linkerkant van zijn borst, waardoor hij op de grond viel. Dit verslag werd afgelegd op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0283 Simon Simonsz werd ondervraagd op Kaap de Goede Hoop op 16 oktober 1747 en 17 oktober 1747 door de leden van de Raad van Justitie Heijning en Daniel Detillij. Hij verklaarde dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11018 / 0666 Jan Hendrik Vontes van Waldijk, 42 jaar en luthers, werkte als soldaat op het VOC-schip 'De Hoop'. Hij verklaart aan Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager, het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 1125 De bedienden hebben, toen hun meester en vrouw 3 dagen weg waren, de kans gegrepen om hun geplande diefstal uit te voeren. Ze gebruikten de sleutel die hen was toevertrouwd om de kamer te openen. De tweede verdachte gebruikte een kapmes om een kast te openen. Hieruit stalen ze:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0993 De 6e verdachte, die zei dat hij door zijn meester onschuldig was geslagen en was weggelopen, bevond zich in het veld. Hij ging samen met iemand naar een riviertje, dichtbij de boerderij van Stephanus Walters. Daar zouden ze volgens afspraak de 2e en 3e verdachte oppikken. De 2e verdachte had met de 1e verdachte afgesproken om te vluchten. Toen de 3e verdachte thuiskwam, vroeg iemand hem of hij ook naar het land van de Kaffers wilde gaan, waarop hij 'ja, dat is goed' antwoordde. Ongeveer 14 dagen later ging de boer Stephanus Walters met zijn vrouw van huis weg. Hij gaf de 2e en 3e verdachte opdracht om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0992
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9340 / 0842 Een weggelopen slaaf zwierf bijna een jaar rond nadat hij door zijn meester was geslagen. In de maand januari ontmoette hij bij Paardeberg een andere slaaf genaamd Pedro van Bengalen. Die was daar in opdracht van zijn meesteres. Hij vroeg Pedro of die ook wilde weglopen. Pedro antwoordde dat hij dat zou doen als hij de kans kreeg om spullen van zijn meester mee te nemen. Daarna ging Pedro terug naar zijn meester's boerderij bij de Paardeberg. De eerste slaaf bleef in het veld rondzwerven om meer mensen over te halen om weg te lopen. Hij had hierover eerder al afspraken gemaakt met de slaaf Abraham, die bij oud-raadslid Jacob Cloete hoorde. Abraham was al naar het gebied voorbij de 24 Rivieren en de Olifantsrivier vertrokken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0991 Pieter Lourensz, de landdrost, diende een aanklacht in bij rechter Rijk Tulbagh en de rechtbank van het kasteel De Goede Hoop tegen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0989 Aart Dolphijn van Mallebaar was eigendom van landbouwer Hendrik Gildenhuijsen. Anthonij van Bengalen was eigendom van de weduwe van Claas van de Westhuijse. Fortuijn van Bengalen was slaaf van landbouwer Paulkeijser en zat nu in de gevangenis. Ze moesten alle drie voor de rechter verschijnen om hun straf te horen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0990 De stroper Alewin Smit is met anderen naar een plek bij de 24 Rivieren gegaan om voedsel te stelen. Ze haalden een zak weg die voor een venster van het graanopslaghuis was gespijkerd. Door dit gat klommen ze naar binnen. Ze stalen:
Met deze buit keerden ze terug naar hun kamp bij de Oliphantsrivier. Later gingen ze weer naar de boerderij van Alewin Smit waar ze uit de veekraal 3 schapen stalen. Ze haalden de ingewanden eruit en brachten de schapen naar hun schuilplaats bij de Oliphantsrivier waar ze deze samen opaten. Een paar dagen later kwamen er meer mensen bij hun groep.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0995 Op een onbekende datum diende Pieter Reeden Van Oudshoorn, de onafhankelijke officier van justitie, een aanklacht in bij Rijk Tulbagh, de president, en de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. De aanklacht was tegen twee matrozen:
Deze matrozen waren eerder patiënten in het ziekenhuis en zaten nu gevangen. Ze werden beschuldigd van geweld op de openbare weg tegen soldaat Hendrik Hilke. De aanklager benadrukte dat een samenleving niet kan bestaan zonder:
Hij verwees naar oude wetten die strenge straffen voorschrijven voor mensen die de openbare orde verstoren. De aanklager zou het verhaal van het slachtoffer gaan voorleggen aan de rechtbank.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0903 De slaaf Adolf van de Kaap, eigendom van de erfgenamen van Simon Petrus Bergh, was ongeveer 26 jaar oud en woonde bij burger Michiel de Kock. Hij werd gevangen genomen en bekende het volgende: Op 31 mei rond 9 uur 's avonds liep matroos Jan de Bruijn, die enigszins dronken was, vanuit een kroeg bij de VOC slavenverblijven naar het ziekenhuis waar hij moest zijn. Bij deze slavenverblijven kreeg hij plotseling een klap in zijn gezicht van een onbekend persoon. Hij viel achterover op de grond. Toen hij weer opstond en verder liep, zag hij twee mensen in zijn buurt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0895 Op 25 februari 1745 verscheen voor de juridisch assistent van het kasteel, Adriaan van Schoot, de slaaf Thomas van Mallebaar. Deze slaaf was eigendom van de voormalige rechtbankmedewerker Daniel Godfried Carnspek. Op verzoek van rechter Pieter Reede van Oudshoorn deed hij een verklaring. Die ging over een maandagavond enkele weken eerder, toen een andere slaaf genaamd Klaas om 7 uur 's avonds terugkwam in het slavenhuis na een wandeling naar de Kaap. Thomas merkte dat Klaas een beetje dronken was. Klaas bleef tot 10 uur in het slavenhuis praten met Thomas en nog een andere slaaf genaamd Augustus.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0891 Op 25 juni 1745 legde de slaaf Augustus van Bengalen een verklaring af bij Adriaan van Schoor, een gerechtelijke klerk. De slaaf was eigendom van de oud-secretaris van justitie Daniel Godfried Carrispel. Hij deed zijn verklaring op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Pieter reede van oudthoorn.
De verklaring ging over een situatie die enkele weken eerder had plaatsgevonden in Tafelvalleij. Op een maandag was een Hottentot genaamd Claas, die in de tuin van Carrispel woonde, 's ochtends naar de Kaap gegaan. Hij kwam 's avonds rond 7 uur dronken terug. Claas vertelde dat hij die dag had geholpen bij de begrafenis van een overleden slaaf van de burger Jan Bam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0887 Een officiële verklaring werd afgelegd op het secretariaat van justitie van het Kasteel de Goede Kaap. Dit gebeurde in het bijzijn van klerken Otto Wilhelm Bootenburg en Pieter Lafon als getuigen. De slavin Francina van de Kaap legde haar verklaring af voor de commissarissen van de Raad van Justitie. Het document werd ondertekend door de getuigen en de beëdigde klerk A. van Schoor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0885 Een slaaf genaamd Elilis die een zwarte jas had geleend van burger Michiel Dentz, legde deze op een kist in de kroeg. De Hottentot Claas vroeg kort na zijn aankomst of Adolf mee naar huis wilde gaan. Toen Adolf dit weigerde, vertrok Claas alleen uit de kroeg. Adolf bleef tot 9 uur 's avonds in de kroeg zonder jas. Vlak voor het luiden van de klok van het kasteel kwam hij terug met een blauwe jas aan die hij van zijn vader, de slaaf Abraham, had gehaald. Toen de kasteelklok luidde vertrok Adolf definitief.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0884 De hoofdofficier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij gouverneur Rijk Tulbagh en de rechtbank van het bestuur. De zaak ging over een diefstal op de openbare weg waarbij Jan de Bruijn, een matroos, het slachtoffer was. De verdachte was Simon Petrus Berg, die bij burger Michiel De Cock woonde. De aanklacht werd ondersteund door een verklaring van het slachtoffer en andere relevante documenten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0839 Uit de ondervraging van de gevangene en het bijbehorende onderzoek blijkt het volgende: Op 31 mei verliet een matroos om 9 uur 's avonds een verkoopstalletje bij de slavenverblijven van de Compagnie. Hij was enigszins dronken en wilde naar het ziekenhuis gaan. Bij de slavenverblijven kreeg hij onverwachts een klap in zijn gezicht van een onbekend persoon. Hij viel achterover op de grond. Toen hij weer opstond en verder wilde lopen, zag hij twee onbekende zwarte jongens. Een van hen greep hem van achteren bij zijn haar en gooide hem op de grond. De andere jongen kwam er ook bij. Samen sleepten ze Jan de Bruijn aan zijn benen over de grond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11017 / 0840 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/