Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op donderdag 22 mei 1749 was er 's ochtends een rechtszitting onder leiding van Rijk Tulbagh als voorzitter. Willem van Kerckhoff was afwezig wegens ziekte. Er waren burgerraadsleden aanwezig. De zaak betrof:

Lausoe en Boegis beweerden dat ze niets wisten van de zaak en dat ze hun eerdere bekentenissen alleen uit angst hadden afgelegd. Lausoe zei dat hij kon bewijzen dat hij tijdens de moordaanslag op burger Atraus in de logie was. De aanklager was de onafhankelijke fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn, die optrad vanuit zijn ambt tegen Cadere Strans.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0099  


Amarentia van Rio de Lagoa, een slavin van de overleden burger George Frederick Strans, verscheen voor de Raad van Justitie. Ze ontkende alle eerdere verklaringen die ze had afgelegd en zei dat ze die alleen had gegeven vanwege marteling. Dit gebeurde vrijwillig, zonder ketenen of dreigementen in het Kasteel de Goede Hoop op 17 januari 1750.

Dit vond plaats in aanwezigheid van de volgende raadsleden:

Het document werd ondertekend door de ondervraagde en de secretaris J.J. Tiemmendorf, en bevestigd door klerk Wertnang.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0106  


De verteller werd door de slavin Roselijn gewaarschuwd dat de schapen in de kraal schrokken. Na deze waarschuwing bewapende hij zich met een zwaard en ging samen met een bastaard-Hottentot, die een knuppel bij zich had, naar de schaapskraal. Bij aankomst zagen ze dat alle schapen dicht op elkaar stonden. Ze vermoedden dat er iemand in de kraal was. De verteller riep naar Roselijn om een kaars te brengen. Met de kaars zocht hij in het rustige weer de hele kraal door, maar vond niemand. Wel zag hij in een hoek op een mesthoop de voetafdrukken van iemand die op blote voeten had gelopen. Deze sporen waren ook zichtbaar op de muur van de kraal omdat de mest wat nat was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0356  


In het jaar 1750 zijn er bij de Raad van Justitie van het gouvernement verschillende rechtszaken behandeld:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0007  


In het laatste deel van de maand juli kreeg landbouwer Pieter del Port van zijn slavin Sara te horen dat de slaaf Meij, die eigendom was van de weduwe van de overleden oud-raadslid Jan Hendrik Hop, 's nachts bij haar in de keuken was gekomen. Meij, die een relatie had met Sara, had haar verteld dat hij een andere slaaf van zijn meesteres had vermoord. Sara wilde dit meteen aan Pieter del Port vertellen, maar Meij had haar tegengehouden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0479  


Op 16 januari 1750 heeft een slavin genaamd Amarentia van Rio uit Rio de Lagoa een verhoor ondergaan in de gevangenis van het Kasteel de Goede Hoop. Ze werd ervan beschuldigd dat ze twee bandieten, Tjampaij en Lantjiep, had gevraagd om haar eigenaar Georg Frederick Straus te vermoorden. Ze zou hen hiervoor 20 tot 25 rijksdaalders hebben beloofd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0103  


Pieter del Port werd door zijn slavin Sara gewaarschuwd dat er een gevangene in het bakhuis was. Dit was de derde keer dat deze gevangene daar kwam. De gevangene vroeg aan Sara om haar meester te waarschuwen dat hij zich wilde overgeven. Del Port ging er direct heen en de gevangene kwam hem bij de deur tegemoet, nadat hij zijn mes in het bakhuis had weggegooid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0437  


De slaaf Meij kwam langs met een mes, maar kon toen niets doen. Hij was gewond aan zijn hoofd en kreeg van de slavin een doek of muts. Een paar dagen later toen de verteller met zijn vee in het veld was, kwam er een slaaf van weduwe Stapper. Die waarschuwde hem namens zijn dochter dat Meij weer bij een rivier in de buurt was en om brood had gevraagd. De verteller ging meteen naar huis maar Meij was al weg. Een paar dagen later kwam zijn slavin Sara 's ochtends bij hem.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0480  


Valk en Gul raakten in een handgemeen. Valk had geen wapen bij zich. Tijdens een woordenwisseling sprong Valk plotseling op en pakte het zwaard van Gul af. Hiermee verwondde hij Gul op verschillende plekken:

Gul sloeg vervolgens met zijn wandelstok twee keer op Valk's hoofd toen hij zag dat deze bloedde. Baas Hurter beëindigde het gevecht door het zwaard van Valk af te pakken, waarbij hij zei dat dit schurkenwerk was. Hij stopte het zwaard in een kast.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1125  


Willem Gul is een ruzie begonnen met een dronken gedaagde (aangeklaagde persoon). Het hemd van de gedaagde was aan de borst gescheurd. Gul zei tegen de gedaagde dat als hij geen rust wilde houden, hij uit zijn slaapplaats moest vertrekken en ergens anders moest slapen, bijvoorbeeld op zolder. Daarna gaf Gul de gedaagde een paar klappen, waarna deze wegging. Na enige tijd ging Gul samen met 4 anderen met een lantaarn op zoek naar de gedaagde in het Nieuwland en omgeving. Ze konden hem niet vinden bij de schuur en gingen daarom naar het Rondebos. Gul kwam rond half 10 bij de post van de Compagnie waar Willem Hurter de baas was. De gedaagde was daar een half uur eerder aangekomen met een bloedend gezicht en had gevraagd of hij daar mocht blijven slapen omdat hij bang was voor Gul.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1124  


De ruzie liep zo hoog op dat er geen woorden maar daden kwamen. De aangeklaagde trok zijn zwaard en zwaaide ermee naar Gul, die daarop ook zijn zwaard trok en de kooi insprong. Dit kabaal werd gehoord door de ambachtslieden op zolder. Toen zij naar beneden kwamen en Gul weer buiten was om de aangeklaagde in het donker te zoeken, vroegen ze waarom er zo'n herrie was terwijl het bedtijd was. De aangeklaagde sprong weer in de kooi terwijl hij "schurken" riep. Hij wilde schieten en pakte een geweer. De ambachtslieden overmeesterden hem snel en pakten zijn geweer en zwaard af. Maar dit kalmeerde de aangeklaagde niet: toen Gul weer de kamer binnenkwam, greep de aangeklaagde hem vast.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1123  


Op woensdag 14 mei rond 19:00 uur ontstond er een woordenwisseling tussen gedaagde en de opzichter van de VOC-ambachtslieden, Corporaal Caspar Wil Gul. Dit gebeurde tijdens een wandeling naar de schuur bij de VOC-tuin ''t Nieuwe'. De gedaagde beschuldigde Gul ervan dat hij met de bazen samenzwoer. De gedaagde droeg een zwaard, terwijl Gul ongewapend was. De gedaagde dreigde Gul te vermoorden, waarop Gul voorstelde het conflict de volgende dag op te lossen. Tijdens hun terugweg schold de gedaagde Gul uit voor "tuig" en herhaalde zijn beschuldigingen over samenzwering tussen Gul en de bazen van de schuur.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1122  


Op 28 januari 1736 werd er een vergadering gehouden op het schip. Aanwezig waren:

Gezaghebber Croon meldde dat ze bij de rede van Onoor waren aangekomen. De bestuurders van Banssaloor hadden beloofd een loods te sturen. Omdat het schip de hele dag stil had gelegen en er geen vaartuig was gekomen, stelde Croon voor om voor anker te gaan. De volgende dag zou dan een boot naar de wal gestuurd worden om te kijken of de loods al was gearriveerd. Als die er nog niet was, wilde hij toestemming vragen om een gids aan wal te huren. De zeekaart die hij in Cochim had meegekregen bevatte namelijk zoveel fouten dat het onverantwoord zou zijn om daarmee verder te varen. Hij hoopte voor een redelijke prijs iemand te vinden die de kust en havens kende.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9384 / 0215  


Op 8 januari 1738 in Batavia hebben Dirk van de Velde en zijn stuurlieden samen met Croon verschillende scheepskaarten met elkaar vergeleken. Ze besloten om een loodsman in te huren voor een zo laag mogelijke prijs. Dit document is ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9384 / 0216  


In het jaar 1608 kwam ter kennis van de moeder van de indiener dat men van plan was om door haar overgebleven erf te graven en een sluis te maken voor het gemak van Bloemendaal en de handel van de stad. De moeder had hier problemen mee en kreeg hulp van haar zoon. De stad had beloofd haar te compenseren voor het gebruik van haar grond voor de sluis, zoals blijkt uit een kopie van de akte. Nu, meer dan 4 jaar na het aanleggen van de sluis, heeft de oude weduwe, die in het verleden al grote schade heeft geleden, nog steeds geen betaling ontvangen. Noch zij tijdens haar leven, noch haar kinderen na haar dood hebben betaling kunnen krijgen, ondanks herhaaldelijke vriendelijke verzoeken. De indiener vraagt nu namens zijn familie om:

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 194 / Requestboek / 1609-1789 / Gda / 0013  


Maerten en Jacob Loncq, samen met Gerrit Cincq, bezitten twee huizen in de Wijstraat. Deze huizen erfden ze van hun grootvader Dirck Janss Loncq. De voogden van de kinderen hebben op 7 februari 1607 een foute verdeling gemaakt van de erfenis, tegen de regels van het weeskamerrecht in. Ze hebben:

Nu de huizenprijzen in Gouda goed zijn, willen Maerten en Jacob de huizen openbaar verkopen om hun achterstallige geld te krijgen. Ze hebben hiervoor toestemming nodig omdat ze nog jong zijn. Op 20 oktober 1619 dienen ze een verzoek in.

De weesmeesters Pr Cincq, Harmans, Jan Dircxsz de Lange en Gerrit Cornelisz de Lange geven op 21 oktober 1619 positief advies voor een openbare verkoop. Op 22 oktober 1619 stemt het stadsbestuur van Gouda in, mits het bestuur van Rotterdam ook akkoord gaat.

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 196 / Requestboek / 1615-1622 / Gda / 0095  


Dit is een serie verzoeken aan de stadsbestuurders van Gouda uit 1621 tot 1623:

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 197 / Requestboek / 1622-1627 / Gda / 0076  


Johannes Michael Goppel Junior uit Rotterdam vraagt toestemming om zijn tegeloven met bijbehorende gebouwen af te breken. Deze staan op zijn land aan de Wagterstraat net buiten de Potterspoort in Gouda, aan de zuidkant van de Gouwe. De gemeenteraad van Gouda heeft op 16 december 1803 toestemming gegeven, op voorwaarde dat hij de belastingen blijft betalen.

Jacob Timmerman, een Franse kostschoolhouder uit Bergen op den Zoom, had in januari 1802 gevraagd om zijn zoon Algedius Marinus Timmerman uit Gouda in een verbeterhuis (een soort gevangenis) te mogen opsluiten vanwege zijn slechte gedrag. De gemeenteraad gaf hier op 19 januari 1802 toestemming voor.

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 276 / Requestboek / 1801-1804 / Gda / 0154  


Op 19 september 1803 en 26 september 1803 werd in Gouda een verzoekschrift ingediend door huiseigenaren uit:

Het ging over het tweede waterschapskwartier, dat verdeeld was in 4 delen. Het eerste deel liep van de Donkere Sluis langs de huizen van het kerkhof tot achter het koor van de kerk, tot aan het huis 'De Klok' van Dirk de Vooijs.

Bij het bruggetje van de Kerkroos, bij het huis van Anthony Collewijn, was de straat verzakt. De commissarissen hebben dit gemeld aan de kerkmeesters van de Sint-Janskerk. Samen met de onderfabrieksmeester van de stad hebben ze de verzakking onderzocht.

Het onderzoek werd betaald door de Sint-Janskerk en het waterschap. De onderfabrieksmeester verklaarde dat de reparatie van de waterafvoer alleen door het waterschap betaald moest worden. De commissarissen lieten experts kijken naar het defect. Omdat de reparatie zo duur zou worden, wilden de commissarissen eerst toestemming vragen voordat ze de opdracht gaven.

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 276 / Requestboek / 1801-1804 / Gda / 0178  


De bestuurders van het voormalige timmermansgilde in Gouda moesten geld overdragen aan de regenten van het armenhuis. Het stadsbestuur van Gouda heeft op 3 februari 1804 nieuwe regels vastgesteld voor de timmerlieden in de stad. Deze regels golden als instructie voor de bestuurders en als algemene voorschriften. Huiseigenaren in het tweede district van het waterschap waren verbaasd toen ze moesten betalen voor het maken of repareren van een afvoerpijp. Deze pijp lag naast het pand van Anthonij Collewijn op het Sint Janskerkhof. Sommige eigenaren hadden al betaald, zonder te weten waarvoor precies. Er was onduidelijkheid of deze afvoerpijp verbonden was met het riool dat van de kerkgracht onder de huizen door naar de botermarkt liep.

Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 276 / Requestboek / 1801-1804 / Gda / 0175  


Op 3 maart 1654 werd duidelijk uit een brief van de hoofdaanklager bij het Hoog Gerechtshof van Nederlands-Indië van 8 juli 1653 dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 320 / 0464  


De tekst gaat over een zaak betreffende de erfgenamen van Christiaan van Angelbeek. Er wordt ingegaan op enkele bezwaren die zijn ingediend:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 320 / 0466  


De Minister van Koloniën in 's-Gravenhage kijkt naar de brief van de directeur van het Kabinet van Koning uit 15 mei 1834 over oude schulden van de VOC. De koning heeft besloten:

De regering bekijkt een eis van handelaren Vaate & Co. uit Amsterdam namens de erfgenamen van H. Dirksk uit Cochin. Het gaat om 106.600 roepies die Dirksk heeft geleend aan de VOC.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 4281 / 0456  


Groenewald vroeg aan de slaaf October of de slaaf Abraham van de kooi was gevallen. October antwoordde eerst nee. Groenewald reageerde door zijn armen over elkaar te slaan en beledigend te zeggen: "Kijk die schurk daar eens staan". Hij bleef aandringen op de waarheid, maar October bleef nee zeggen. Groenewalds vrouw zei dat de jongen het wel tegen haar had gezegd. Groenewald schold de slaaf uit en dreigde hem naar de gouverneur of fiscaal in de Kaap te brengen. Toen zei October ja. Een jongen uit Rio de Lago bevestigde dit ook. Daarna riep Groenewald de slaaf Carel, die hij op dezelfde manier ondervroeg. Carel bleef steeds nee antwoorden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0950  


Deze getuigenverklaring werd afgelegd op het secretariaat van Stellenbosch. De getuige vertelde dat hij tegen Hendrik had gezegd dat het er niet toe deed wat twee jongens hadden beweerd, en dat hij dit aan meneer Lourensz kon vertellen. De verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van:

De verklaring werd door alle aanwezigen ondertekend en later nog eens bevestigd door secretaris De Grandpreez en secretaris Degramd Breel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0951  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/