Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0615 Er was een slavenmeisje genaamd Aletta die kleine diefstallen pleegde en kinderachtige misdrijven beging. Ze werd hiervoor gestraft zonder dat ze hoefde te worden vastgebonden. Een zekere Deezen was er vaak de oorzaak van dat slaven en slavinnen slaag kregen, omdat hij kleine onbenulligheden doorgaf aan Oostendurp, die daar vervolgens naar handelde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0708 Op 7 maart rond 8 uur 's avonds werd aan Hendrik Ludolph door zijn slavin Clarinde verteld dat zijn slaaf Castor uit Macassar ruzie had met zijn zogenaamde vrouw, de slavin Regina uit Bougier. Beide slaven waren eigendom van Hendrik Ludolph. Dit werd gerapporteerd aan rechter Johan Nicolaas Steven van Lijnden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0608 De beschuldigde persoon forceerde op een gewelddadige manier een deur. Toen hem werd gevraagd naar de redenen voor zijn onbeheerste gedrag, werd hem er aan herinnerd dat hij al eerder was gewaarschuwd om een slavin genaamd Regina met rust te laten. Deze eerdere waarschuwingen hadden echter geen enkel effect gehad op zijn gedrag.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0590 De onafhankelijke aanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden klaagde Maria Malang, weduwe van burger Hendrik Engelar, aan. Dit gebeurde nadat een slaaf genaamd Pieter van de Kaap in november van het vorige jaar had geklaagd over de behandeling van zijn vrouwelijke medeslaaf. De aanklager liet hem direct in de gevangenis plaatsen. Vervolgens liet hij arts Leeuwer onderzoeken of de weduwe bij het straffen of laten straffen van deze slaaf over de schreef was gegaan en of Pieter terecht had geklaagd over mishandeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0283 De bedienden vertellen dat ze zakdoeken naar het bos hadden gebracht en aan de slaven hadden gegeven. Dit deden ze in opdracht van hun werkgeefster. De slaven kregen voor 2 dagen eten mee, dat ook door de werkgeefster was meegegeven. Na die 2 dagen kwamen er 2 mensen naar de plaats: één dikke persoon en één lange magere persoon. Deze gingen met hun meester naar het bos waar de slaven zich bevonden. De bedienden wezen aan waar dit bos was. De 2 personen namen de slaven toen mee. De bedienden verklaarden dit onder ede.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0264 Ongeveer een maand geleden kwam er op een zondag om 8 uur in de ochtend, toen hun eigenaar niet thuis was, 5 slaven uit Mozambique op een landgoed. De vrouw des huizes gaf hen te eten en stuurde hen naar de molen vlakbij het huis, waar ze allemaal een glas wijn kregen. Later die middag kwam de eigenaar thuis. De volgende dag gaf de vrouw des huizes opdracht aan een dienstmeid om de slaven naar een nabijgelegen bos te brengen en daar te laten blijven. Toen de dienstmeid terugkwam van het bos, gaf de vrouw des huizes haar enkele stukken brood met vlees, twee dekens en een lap stof.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0263 Een ondervraging vond plaats over 5 verstopte Mozambikaanse slaven. De verdachte ontkende dit eerst, maar gaf het later toe. Hij wees zelfs de plek in het bos aan waar hij de slaven had verstopt. De slaven werden daarna naar de Kaap gebracht en teruggegeven aan hun eigenaar, die op het punt stond te vertrekken. De officier van justitie heeft op 18 maart bij de rechtbank verzocht om de verdachte te arresteren, omdat de wet hiervoor lijfstraffen voorschreef. De onderschout Hendrik Matthijsen voerde de arrestatie rustig uit. Daarna werd de verdachte verhoord en werd er verder onderzoek gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0216 De onafhankelijke officier van justitie Johan Nicolaas Steven van Lynden heeft in februari een aanklacht ingediend tegen Pieter Zinkes. Deze Zinkes woonde op de boerderij genaamd Bosheuwel bij de Wijnbergen. Hij werd ervan verdacht dat hij weggelopen Mozambikaanse slaven, die van een Frans schip waren gekomen, onderdak gaf. Om dit te onderzoeken stuurde Van Lynden een gerechtsbode samen met de onderzoeker Hendrik Matthijser naar de woonplaats van Zinkes.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0215 De eigenaar van de slaven was nog niet van plan geweest om ze te vervoeren toen de slaven werden opgehaald. Het verhaal dat hij wachtte op het vangen van andere weggelopen slaven in de bergen, was volgens de tekst een slecht excuus om alle weggelopen slaven te kunnen huisvesten.
De verdachte had de slaven voorzien van eten en dekens. Dit blijkt uit:
Dit gedrag was verdacht omdat het onlogisch was om meer kosten te maken dan de mogelijke beloning voor het terugbrengen van de slaven zou opleveren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0225 De getuige heeft aan 5 slaven uit Mozambique verteld dat ze bij hem moesten blijven totdat de andere 41 slaven erbij zouden komen. Dit komt overeen met de verklaringen van de slaven Februarij van de Kaap, September en Mariana van Mozambique. Deze verklaringen zijn bijgevoegd als bewijs. De aanklager verwijst naar deze bewijsstukken voor het tweede punt van de aanklacht. Hij is ervan overtuigd dat de beschuldigde deze 5 slaven uit Mozambique inderdaad heeft vastgehouden. Het derde punt van onderzoek, over of de beschuldigde met opzet en tegen de burgerlijke wet heeft gehandeld, vereist een langere discussie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0219 De beschuldigde had geen goede reden om een onzeker gevaar te ontwijken. De verklaringen van de beschuldigde kloppen niet. Hij kon namelijk geen informatie hebben gekregen van de 5 Mozambikaanse slaven over andere slaven in de bergen. De slavin Mariana, die volgens de beschuldigde als tolk had gediend, sprak een compleet andere taal dan deze slaven. Dit heeft ze verklaard tijdens het herzien van haar eerdere verklaring (document S:G), in aanwezigheid van de beschuldigde, zonder dat hij hier bezwaar tegen maakte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0233 De Bergrliet kwam thuis op de ochtend van een dag tussen 8 en 9 uur. Er bleken 5 vreemde slaven op zijn landgoed te zijn aangekomen. Volgens Mariana waren deze slaven uit zichzelf op het landgoed gekomen, zonder begeleiding. Deze slaven werden later aangeduid als 'biekse' slaven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0271
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0278 De slaaf (aangever) vertelt dat hij de slaven 8 dagen in zijn huis verborgen heeft gehouden en hen dagelijks eten en drinken gaf. Daarna ging hij richting Kaap om onderschout Matthijssen hierover te informeren. Onderweg werd hij echter opgepakt door luitenant Alexander van Breda, die ook naar de Kaap ging. Van Breda stuurde hem met zijn jongens terug naar zijn eigenaar. 8 dagen na dit voorval vroeg de aangever aan zijn mede-slaven waar de jongens waren. Toen zij zeiden dat ze het niet wisten, ging hij zelf op onderzoek uit. Hij zag toen dat een slavin genaamd Mariana en een jongen genaamd September eten brachten naar een huis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0259 Op 3 april 1791 verschenen voor secretaris Willem Stephanus van Rijneveld van de rechtbank twee slaven uit Mosambique, namelijk Sestaber en Mariana. Ze waren eigendom van burger Pieter Zantjes. Een eerder document uit 1790 werd ondertekend met een kruisteken, omdat de ondertekenaar niet kon schrijven. Als getuigen ondertekenden I.D. Karnspek, Tobias Christiaan Bonnenkamp en Abraham Fleek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0262 De rechter in het Kasteel de Goede Hoop behandelde een zaak van de tijdelijke aanklager G. Cxter tegen de burger Joachim Daniel Hubner. Op maandag 11 augustus liep Hubner 's ochtends langs het huis van burger Hermanus Gerardus Keere. Hij zag daar op de stoep Keere met enkele officieren en burger-luitenant Jonas Albertus van der Poel. Hubner riep Van der Poel naar zich toe op straat om met hem te praten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0057 Pieter Kirsten verscheen voor de rechters van dit gebied. Hij verklaarde de eerdere tekst goed te hebben gehoord en erbij te blijven. Hij wilde dat er niets meer aan toegevoegd of weggehaald zou worden. Hij legde een eed af in aanwezigheid van Jacobus Vercueil, vertegenwoordiger van de Oost-Indische Compagnie. Joachim Daniel Hiebner was hierbij betrokken als burger. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 17 december 1788. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0075 De openbare aanklager heeft in aanwezigheid van de gevangene Carolus de beschuldiging volgehouden. De beschuldiging was gebaseerd op een officieel verslag en medische verklaringen van Beijer en Magteld.
De aanklager had gehoopt dat Carolus tijdens zijn lange gevangenschap zijn geweten zou laten spreken over zijn vermeende voornemen om Magteld te doden. Dit is echter niet gebeurd.
Nu moet de aanklager onderzoeken:
Als men alleen oppervlakkig kijkt naar het mes dat Carolus gebruikte, zou men kunnen denken dat hij kwade bedoelingen had. Maar bij nauwkeurig onderzoek van het mes en de verwondingen blijkt dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0034
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0050 In een historische verklaring gaf een getuige aan dat op een zondag in april zijn slavin Magteld toestemming had gekregen om naar zijn buitenplaats te gaan, genaamd de krolhoek, die ongeveer een half uur lopen van zijn woonplaats lag. Magteld vertrok rond 1:30 uur na het eten. Toen de getuige met zijn vrouw rond 3:30 uur terugkwam van een wandeling, hoorde hij van zijn personeel dat Magteld onderweg was aangevallen door zijn slaaf Carolus, die haar met een mes had gestoken. Een andere slaaf van meneer Andries Arrak, genaamd Philander, had haar terug naar de woonplaats begeleid. Toen de getuige aan Magteld, wiens kleren vol bloed zaten, vroeg wat er was gebeurd, vertelde ze dat Carolus haar van achteren had aangevallen en op de grond had getrokken. Hij had geprobeerd haar keel door te snijden, maar door haar worsteling had ze alleen enkele steken in haar hals opgelopen en kon ze het mes uit zijn handen krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0046 Jan verklaarde dat hij dronken was tijdens een gevecht met Magteld. Hij had tegen haar gezegd dat ze uit de weg moest gaan. Hij pakte haar bij de keel en gaf haar een steek met een mes. Door haar voorover te buigen viel ze met haar hals in een sloot.
Magteld zegt dat Jan haar tegen de grond duwde en probeerde haar keel door te snijden. Dit lukte niet omdat ze een sjaal om haar hals had. Tijdens het worstelen kreeg ze meerdere verwondingen.
Jan ontkent dit en zegt dat hij dronken was. Hij beweert dat als hij haar echt had willen doden, het hem makkelijk was gelukt. Magteld probeerde tijdens het worstelen zijn rechterhand vast te houden om hem tegen te houden.
Hij moest het mes laten zien dat hij in zijn rechterhand had gehad tijdens het incident.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0041 Hij weet niet of Magteld in het mes heeft gegrepen of hoe zij de snee in haar hand heeft gekregen. Hij heeft eerst het mes vastgehouden, daarna heeft hij het mes opgezocht en gevonden, en is toen gevlucht. Na 3 dagen of na de 5e dag is hij thuis gekomen en werd hij door andere slaven rond zijn werkplek gevangen genomen.
Tijdens zijn afwezigheid bleef hij in de buurt van zijn werkplek met de bedoeling om Magteld te doden. Door het voortdurende worstelen raakte Magteld vermoeid, waardoor ze een snee in haar linkerhand kreeg. Ze heeft het mes toen weggetrokken.
Hij probeerde haar nog diverse keren op de borst te steken, maar doordat Magteld de hand waarin hij het mes vasthield tegenhield, heeft hij haar slechts twee oppervlakkige wonden op het sleutelbeen en de borst kunnen toebrengen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0042 Carolus was opgestaan en had een mes gepakt. Hij had meerdere keren Magteld benaderd voor seks, maar zij had dit geweigerd. Daarna had hij haar steeds uitgescholden en bedreigd dat hij haar wel te pakken zou krijgen. Op vrijdag 18 werd Carolus door zijn mede-slaven gearresteerd op de woonplaats en naar het gevangenhuis gebracht. Bij zijn arrestatie riep hij nog naar Magteld: "Als ik moet sterven, zul jij ook sterven." Magteld verklaarde later dat ze dit had verstaan als "Als ik dood ben, ben jij ook dood." Deze versie werd bevestigd door haar eigenaar. Bij zijn verhoor door de rechterlijke overheid bleef Carolus volhouden dat hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0033 Op 25 juni 1780 werd in Kaap de Goede Hoop een verhoor afgenomen. Magteld beweerde dat de gevangene had gezegd dat als hij moest sterven, zij ook zou sterven. De gevangene werd vastgebonden en voor zijn meester en meesteres gebracht. De gevangene ontkende alles en zei dat Magteld loog. Hij beweerde dat hij geen kwaad had gedaan. Hij werd gevraagd of hij iets ter verdediging had en of hij besefte dat hij een zware straf had verdiend voor zijn daden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0043 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/