Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937378 / 187
Op 19 augustus 1699 verklaarden zes bemanningsleden voor notaris Simon van Sevenhoven in Amsterdam dat zij tussen maart en juli 1699 in Tétouan (Tienten) en Cádiz (Mallagom) hadden gelegen met het schip De Juffrouw Johanne Maria. De schipper was Jacob Bans uit Hoorn. Zij hadden het schip geladen met:
- zand, pijpen, wijn en brandewijn;
- balen wol, balen zeep;
- kisten tabak, zwavel, raten (rietmatten);
- korfrosijnen (rozijnen in manden), indigo, consilje (een verfstof), caberikje (een textielsoort);
- andere goederen.
De bemanning had de pijpen wijn en brandewijn in de onderste twee lagen in zout begraven. De rest van de lading, inclusief vaten en korfrosijnen, was met koltjes (houten steunen) en streeven (dwarsbalken) stevig vastgezet. Het schip was van onder tot boven goed afgedicht met teer (gecalefat) en zeewaardig verklaard. Bovenop was het luik dichtgemaakt met zeildoek (presenning) en extra bescherming tegen zeewater. De schutpoort (een opening in het dek) was afgedekt met zeildoek.
Een bemanningslid, Pieter Elias, was overleden en begraven volgens de akte van de doodgraver (begraafplaatsbeheerder). Omdat de bemanning hoge kosten had gemaakt voor Pieter Elias en hij weinig bezittingen achterliet, gaven zij Pieter Kerkhoor (een bode uit Zeeland) volmacht om namens hen:
- de nog openstaande rekeningen van Pieter Elias (zoals loon en geleverde goederen) op te eisen bij de Kamer van Zeeland;
- kwitanties (bewijzen van betaling) te geven;
- indien nodig een borg te stellen;
- de nalatenschap van Pieter Elias (zijn kist met persoonlijke spullen) in ontvangst te nemen, alsof de bemanning zelf aanwezig was.
De verklaring werd ondertekend in Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen Wienzly Jansen, Carel Goske en Toningh (volledige naam: Carel Goske Tabias de Caningh). Notaris Simon van Sevenhoven bevestigde de akte.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510895 / 240
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937316 / 184
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606786 / 342
Op 19 oktober 1713 kwamen een aantal kooplieden in Amsterdam bijeen bij notaris Dirck van der Groe, in aanwezigheid van getuigen Jan Fontainer en Casparus Raket. Deze kooplieden waren:
Zij waren allemaal betrokken bij de handel in 54 lasten Rijgs as (een soort as uit Riga), die in 1712 waren geladen op het schip De Hendragt, onder leiding van schipper Willem Claesz Blocker. De as was in beslag genomen door de Koninklijke Admiraliteit in Karlskrona (destijds Carels Croon), maar was later gekocht door de erfgenamen van Theodorus Christoffers. Hiervoor hadden Jacob en Mathys Christoffers al 1500 rijksdaalders betaald aan Blanckenhagen.
De kooplieden spraken met elkaar af:
- De as zou samen naar Amsterdam worden gebracht en hier openbaar verkocht.
- De kosten (zoals transport, opslag en eventuele boetes) zouden gelijk verdeeld worden, afhankelijk van hoeveel ieder had geïnvesteerd.
- Als er later nog extra kosten kwamen, zouden die ook samen betaald worden.
- Iedereen zou eerst een voorschot betalen, gebaseerd op hun aandeel in de lading.
- Na de verkoop zou de winst (of het verlies) eerlijk verdeeld worden, afhankelijk van hoeveel ieders as had opgeleverd.
- Alle afspraken waren bindend, met hun persoonlijke bezittingen als waarborg.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606926 / 218
Op
13 januari 1680 verscheen
Dirck van der Groe, notaris, in aanwezigheid van de ondergetekende nachtburen en
Jan Kuper, die in
Schiedam woonde.
Van der Groe verklaarde dat hij een blanco transport (een soort eigendomsbewijs) had ontvangen van
Isbrant Goske, opgemaakt door notaris
Gijsbert de Cretser in
Schrospenhagen op
12 februari 1683. Dit document stond geregistreerd op folio 2129 verso en betrof een lening van 45.000 gulden.
Hij verklaarde vervolgens dat hij deze lening, inclusief de bijbehorende rechten, had verkocht en overgedragen aan
Jan Codde en
Pieter Cornelisz. Molenaer. Zij waren de voogden (wettelijke vertegenwoordigers) van de kinderen van
Claes Jacobsz Ketel.
De lening bestond uit een obligatie (schuldbrief) van 6000 pond (groot) aan het
Noorderkwartier van het gewest
Holland en West-Friesland. Deze obligatie was uitgegeven op naam van
Maertje van Winden en was gedateerd op
2 november 1674. De rente en aflossing moesten worden betaald bij
Laurens Schagen, de ontvanger in
Alkmaar. De obligatie was goedgekeurd door de
Gecommitteerde Raden (een bestuurlijk orgaan) en was ingeschreven in het register.
Van der Groe bevestigde dat hij de obligatie, inclusief alle rente en aflossingen, volledig had overgedragen aan de voogden. Hij verklaarde dat de voogden nu het volledige recht hadden om zowel het geleende bedrag als de rente te innen, zowel de reeds openstaande als toekomstige bedragen.
Van der Groe gaf hiermee alle rechten op de obligatie uit handen en behield geen enkele claim meer.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606835 / 125
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606778 / 280
Op 28 november 1691 verklaarde George Barons, een Engelse koopman uit Amsterdam, voor notaris Henricus Outgers dat hij op 30 januari 1691 een klein vrachtschip (een "fluijtscheepje" genaamd t Wille Paert) had gekocht van J & Flouter, ook Engelse kooplieden. Hij rustte het schip uit en stelde Thomas White, een Engelsman, aan als schipper. Het schip voer van Amsterdam naar Dublin in Ierland, maar werd bij het Eiland Mul in Zeeland tegengehouden door een vloot (vloot). Kort daarna maakte een koninklijk Engels fregat het schip weer vrij. Barons benadrukte dat hij de enige eigenaar van het schip was en dat geen Fransman of ander buitenlander aandeel in het schip had. Hij was bereid dit onder ede te bevestigen. Getuigen waren Philippe des Marolles en Jacob Reijersz.
Op 29 november 1691 kwamen Abraham Lambre, Jacob de La Fontaine en Pieter Gofkes als voogden van de minderjarige kinderen van François de Lambre voor notaris Henricus Outgers. Zij gaven Cornelis Leenaerts, de houder van deze akte, volmacht om namens hen alle rechtszaken te voeren. Dit omvatte het indienen en intrekken van arrestbevelen, dagvaardingen, vonnissen aanvragen, in hoger beroep gaan en geldzaken afhandelen, inclusief het betalen en terugvorderen van bedragen. Leenaerts mocht ook een advocaat inschakelen of een schikking treffen via arbiters. Getuigen waren Jacob Faes en Jacob Reijersz.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937184 / 313
Op 12 maart 1665 kwam Bavent Jansz, een inwoner van Amsterdam, bij notaris Johannes Oli. Hij stond op het punt om als bootsgezel te vertrekken op het schip De Vrede, onder leiding van kapitein Goskes, in dienst van het Collegie ter Admiraliteit van Amsterdam. Omdat hij gezond en helder van geest was, maar zich bewust van de onzekerheid van het leven, maakte hij zijn testament.
Bavent Jansz verklaarde:
Hij vroeg om dit testament na zijn dood precies zo uit te voeren, ook als er juridische formaliteiten ontbraken. Als getuigen waren aanwezig: Albert Miller (letterzetter, woonachtig in de Pieter Jacobs Dwarsstraat) en Jacob Maeckom (kammenmaker, woonachtig aan de Sint Antoniesbreestraat bij de Zuiderkerk). Zij bevestigden dat Bavent Jansz de persoon was die het testament opstelde.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937202 / 33
- Op 13 december 1673 maakte Margareta Visschers, weduwe van Hendrick Goskes (een voormalig zeekapitein uit Amsterdam), haar testament bekend bij notaris Nicolaes Brouwer. Ze was ziek maar nog helder genoeg om haar wil vast te leggen.
- Ze droeg haar ziel op aan God en wenste een christelijke begrafenis, in de hoop op een opstanding op de Dag des Oordeels.
- Ze trok alle eerdere testamenten en codicillen (aanvullingen op testamenten) in en benoemde haar twee kinderen, Pieter Coske en Gend. Goskes, als enige erfgenamen. Als een van hen eerder zou overlijden, zouden hun nakomelingen in hun plaats treden.
- De kinderen erven alle bezittingen: roerend (zoals meubels, kleding, linnen) en onroerend goed (zoals huizen, grond), schulden, rechten en geld dat zij bij haar overlijden achterlaat. Ze mogen hiermee doen wat ze willen.
- Als haar kinderen of hun nakomelingen bij haar overlijden nog minderjarig zijn, benoemt zij voogden (niet genoemd in dit stuk).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1175176 / 257
- Op 20 augustus 1663, rond 17:00 uur in Amsterdam, maken Laurens Schouten (de aanstaande bruidegom) en Cornelia Schellinger (de aanstaande bruid) een huwelijksovereenkomst op.
- Beide partijen worden bijgestaan door familie:
- De afspraken in de huwelijksvoorwaarden zijn:
- Beide partijen brengen goederen in voor het huwelijk. Hiervan worden twee aparte lijsten gemaakt, die later door een notaris worden bevestigd.
- Bij overlijden (van een van de echtelieden of hun kinderen) blijven alle ingebrachte goederen, geërfde goederen, kleding, sieraden en juwelen altijd binnen de familie van degene die ze heeft ingebracht of geërfd. Ze gaan niet naar de familie van de andere partner.
- Als de echtelieden scheiden en er zijn kinderen, erven de kinderen de goederen van de eerst overleden ouder. De goederen gaan van het ene kind naar het andere, tot het laatste kind. Als het laatste kind zonder nakomelingen sterft, gaan de goederen terug naar de familie van de overleden ouder.
- Als er tijdens het huwelijk winst of verlies is, delen beide partners dit gelijk (50/50). Erfenissen tellen hierbij niet als winst.
- De bruidegom, Laurens Schouten, krijgt een eenmalig bedrag van 4000 gulden uit de goederen van de bruid.
- De overeenkomst is opgesteld in aanwezigheid van notaris David Doornick en getuigen, waaronder Susanna Marcus, Nicolaus Haring, Jan Marcos d'oode, Claes Albertsz van de Dirck, Aertsz Jan Marcus de Jonge, Oostheen Jan Tillij en Samuel Gerincx.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965067 / 136
-
Op 8 februari 1666 verkopen de meerderjarige kinderen Hendrick, Helena, Maria en Geertruijd Boutius (namens zichzelf en hun minderjarige broer Andries Bontius) drie van de vijf delen in twee huizen aan de Nieuwe Damstraat in Haarlem aan Cornelis van den Ancker, een voormalig kapitein in Brazilië.
- De huizen waren oorspronkelijk van hun overgrootvader Aldert Hendricxsz, een koopman uit Haarlem.
- De andere twee vijfde delen zijn van Elisabeth en Jochem Bontius (oom en tante van de verkopers).
- De verkoop omvat alle rechten en vrijheden die bij de huizen horen, volgens de oude akten.
-
Daarnaast verkopen ze ook alle rechten op de erfenis van hun overleden tante Aefje Boutius (waarvan Elisabeth Bontius tijdens haar leven nog gebruik mag maken, volgens het testament van Aefje).
-
Alles samen (de drie vijfde delen in de huizen én de rechten op de erfenis) wordt verkocht voor 400 carolusguldens, contant te betalen bij levering.
- De overdracht van de drie vijfde delen moet de volgende dag officieel gebeuren bij de rechtbank in Haarlem.
- De verkopers beloven dat de huizen vrij zijn van schulden en claims.
- Ze verbinden zich met hun bezittingen als waarborg.
- Getuigen: Homrius Bortre, Alera Bonsius, Dvan Aneker, Maria Bontius, Eij piesent, Truij bomen. Notaris: Jacob de Winter in Amsterdam.
-
Op 5 februari 1666 staat Ec Anna Jans, vrouw van Marten Ros van Conincxbergen (die in dienst is van de Oost-Indische Compagnie, kamer Delft), een volmacht af aan Geesje Jans (ook bekend als Oudedekroepel).
- Anna Jans woont in de Ridderstraat in Amsterdam.
- Haar man Marten Ros is in december 1665 als bosschieter vertrokken naar Oost-Indië op het schip Dordrecht, onder kapitein Goskes.
- De volmacht is op 10 december 1665 opgemaakt door notaris Hendrick Roosa.
-
Anna Jans draagt alle uitstaande soldij (loon) van haar man over aan Geesje Jans, waaronder:
-
Anna Jans verklaart dat ze volledig is betaald en tevreden is.
- Getuigen: Pieter Snell, Jan Torner, Pieter Dnelt, Jan Cornen, Jorij Gesselt, Terck. Notaris: Jacob de Winter.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607592 / 150
-
Op 29 maart 1856 werd in Amsterdam een meisje geboren bij Joanna Coersen, die getrouwd was met Pieter Vork (40 jaar, werkman). Het kind kreeg de naam Marrétje en werd geboren om 19:00 uur in hun huis aan de Ridderstraat 284. De geboorte werd de volgende dag officieel vastgelegd. Pieter Vork kon niet schrijven, dus alleen de ambtenaar en de getuigen (Panlus van, 30 jaar, sjouwer en Johannes Vermie, 25 jaar, werkman) tekenden.
-
Op 29 maart 1856 werd om 09:30 uur een meisje geboren bij Margaretha Maria Gosker, getrouwd met Gerardus Johannes Koster (28 jaar, spiegelmaker). Het kind kreeg de naam Anna Geertruida en werd geboren in hun huis aan de Prinsengracht 501 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Jan Hendrik Koster (33 jaar, spiegelmaker) en Frederik Koster (30 jaar, vergulder).
-
Op 29 maart 1856 werd om 19:30 uur een meisje geboren bij Joanna Coersen, getrouwd met Pieter (41 jaar, werkman). Het kind kreeg de naam Wilhelmina en werd geboren in hun huis aan de Ridderstraat 284 in Amsterdam. De vader kon niet schrijven, dus alleen de ambtenaar en de getuigen (Paulus Mori, 30 jaar, sjouwer en Johannes Verpie, 25 jaar, werkman) tekenden de akte op 31 maart 1856.
-
Op 28 maart 1856 werd om 11:00 uur een jongen geboren bij Jantie Dirks Welken, getrouwd met Johannes Henricus Weierings (37 jaar, sleepersknecht). Het kind kreeg de naam Johannes Henricus en werd geboren in hun huis aan de Wagenstraat 388 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Nicolaas Weetering (34 jaar, werkman) en Franciscus Bauer (30 jaar, sleepersknecht).
-
Op 29 maart 1856 werd om 09:00 uur een meisje geboren bij Margaretha Maria Goster, getrouwd met Gerardus Johannes Rosier (28 jaar, spiegelmaker). Het kind kreeg de naam Johanna Gerardina en werd geboren in hun huis aan de Prinsengracht 501 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Jan Hendrik Koster (33 jaar, spiegelmaker) en Frederik Koster (30 jaar, vergulder).
-
Op 29 maart 1856 werd om 18:00 uur een jongen geboren bij Johanna Cornelia Plagman, getrouwd met Franciscus Ziscent (35 jaar, kuiperknecht). Het kind kreeg de naam Franciscus Carolus en werd geboren in hun huis aan de Egelantiersstraat 208 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Theodorus Meegers (28 jaar, kuiper) en Johannes Hermanus Tim (64 jaar, opperman).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433305 / 176
-
Op 23 augustus 1930 meldden Jacobus van de Ven (41 jaar, woonachtig in Diemen, beroep: vaandrig) en Gijsbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Juliana Mens (29 jaar) op 21 augustus 1930 om 23:00 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was getrouwd met Christiaan Cornelis Petrus Honing. Haar ouders waren Jacobus Hens (koopman) en Johanna Elisabeth Dijkman (geen beroep), beiden woonachtig in Amsterdam.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Martinus Uittenbosch (56 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Jan Hendrik Bettelingh (73 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) dat Catharina Sibilla Hutter (67 jaar) op 24 augustus 1930 om 5:00 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was getrouwd met Willem Johannes van den Broek. Haar ouders waren Jacobus Johannes Hutter en Sibilla Elisabeth Jurgens, beiden overleden.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Cornelis Geuzebroek (58 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Gisbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) dat Jacobus Petter (1 dag oud) op 23 augustus 1930 om 15:30 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was de zoon van Pieter Letter (koopman) en Catharina Johansson (geen beroep), beiden woonachtig in Amsterdam.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Julius Beidner (41 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Gijsbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Dirk Herter (71 jaar) op 24 augustus 1930 om 18:30 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was gescheiden van Cornelia Schulp en getrouwd met Catharina Wilhelmina van Veen. Zijn ouders waren Johan Diedrich Berter en Johanna Catharina Ditjer, beiden overleden.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Antonius van Steinisel (71 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) en Jan van Riel (40 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Jacobus Coenraadus Seger (32 jaar) op 23 augustus 1930 om 14:00 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Baarn, werkte als journalist en was gescheiden van Cornelia Theodora Johanna Wilhelmina van Dooselaar en getrouwd met Maria Jacoba Wilhelmina van Boven. Zijn ouders waren Floris Carolus Zeger (kroegbaas) en Maria Hendrika Vegers (geen beroep), beiden woonachtig in Baarn.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Jan Gerardus Steevens (47 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: vaandrig) en Barend Toorenburgh (78 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Deverdina Maria Jansen (92 jaar) op 23 augustus 1930 om 18:30 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Haarlem, had geen beroep en was weduwe van Antonie Gosker. Haar ouders waren Gerrit Jansen en Bartha Jacoba Anthonijsen, beiden overleden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344098 / 57
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931675 / 32
-
Op 19 november 1889 meldde Heintje Goskes, een 43-jarige vroedvrouw uit de Jacob van Campenstraat 67 in Amsterdam, dat op 18 november 1889 om 8:00 uur 's ochtends een jongensbaby was geboren in het huis op Gerard Doustraat 129. De moeder was Theodora van Alem, die daar ook woonde. Het kind kreeg de naam Petrus Regardus. Getuigen waren Karel Lucas Golnaar (45, werkman) en Malthuis Meijer (54, werkman).
-
Op 19 november 1889 gaf Jacob van Ogtrop, een 42-jarige sigarenmaker uit de Hart Janjeliersstraat 48, aan dat op 18 november 1889 om 21:00 uur 's avonds een meisje was geboren bij hem en zijn vrouw Johanna Lientz. Het kind kreeg de naam Johanna Maria. Getuigen waren George Siegliet (33, stavenmaker) en Evers Lasteen (26, sigarenmaker). Evers Lasteen kon niet schrijven.
-
Op 19 november 1889 verklaarde Hermanus Jacobus Becker, een 43-jarige werkman uit de Tweede Weteringdwarsstraat 29, dat op 17 november 1889 om 18:00 uur 's avonds een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Riekjen Schroden. Het kind kreeg de naam Willem Frederik Hendrik. Getuigen waren Johannes Vissers (46, blikslager) en Johannes Bijl (46, timmerman).
-
Op 19 november 1889 meldde Abram Verham, een 33-jarige smid uit de Jacob van Lennepstraat 50, dat op 19 november 1889 om 6:00 uur 's ochtends een meisje was geboren bij hem en zijn vrouw Hillegie Atzema. Het kind kreeg de naam Hillegina. Getuigen waren Hendrik Verham (47, metselaar) en Jan Maij (39, werkman).
-
Op 19 november 1889 verklaarde Johannes Christiaan de Haan, een 37-jarige scheepsimmerman uit de Rorenstraat 1, dat op 16 november 1889 om 15:00 uur 's middags een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Geertruida Bijl. Het kind kreeg de naam Johannes Christiaan. Getuigen waren Pieter Adrianus de Vaan (35, boekdrukker) en Christiaan Heer (51, bediende).
-
Op 19 november 1889 meldde Abraham Prins, een 31-jarige werkman uit de Nieuwe Priegelstraat 70, dat op 17 november 1889 om 5:00 uur 's ochtends een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Grietje Maria Kramer. Het kind kreeg de naam Gerardus Marinus. Getuigen waren Willem Antonie Prins (39, winkelier) en Herman Frederik Carstens (44, kleermaker).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433850 / 80
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606871 / 17
Op
23 maart 1666 verscheen
Barent Lucasz van Haarlem voor notaris
Pieter van Buijtene in bijzijn van getuigen. Hij was gezond en helder van geest en tekende een testament voordat hij als matroos zou vertrekken op het schip
Het Wapen van Utrecht, onder leiding van kapitein
Hendrick Goskes. Het schip voer in dienst van de
Gecommitteerde Raden van de Admiraliteit in
Amsterdam.
In zijn testament bepaalde
Barent Lucasz het volgende:
- Hij liet Adrige Jans, de zus van zijn overleden vrouw, aanwijzen als zijn enige en universele erfgenaam (de enige die alles erft).
- Zij erfde alle bezittingen, zowel roerend (spullen die je kunt verplaatsen) als onroerend (zoals grond of huizen).
- Ook kreeg zij recht op zijn loon, buitgemaakte goederen (plunderagie) en achterstallig salaris (maandgelden) dat hij nog zou verdienen of achterlaten.
- Adrige Jans mocht alles wat ze erfde houden en gebruiken.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937086 / 501
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Hermina Kruijle, geboren op 23 januari 1815 om 23:00 uur. Zij was de dochter van Hermina Kruijle, een vrouw zonder beroep uit Zuidlaren in Drenthe, die tijdelijk verbleef op de Haarlemmerdijk bij De Cincel (huisnummer 5713, kanton 4) in Amsterdam. Het kind werd als meisje erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van Anna Seers (55 jaar), een vroedvrouw uit de Haarlemmerdijk bij de Visserstraat (nummer 300), opgesteld en ondertekend door de vroedvrouw, de getuigen en Jaan Huijdecoper van Naarsseveer, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Cornelia Gosken, geboren op 24 januari 1815 om 04:30 uur. Zij was de dochter van Johannes Gosken (tapijtmaker) en Engeltje Kramer (zonder beroep), een getrouwd stel uit de Lepelgracht (nummer 25, kanton 1). Het kind werd als meisje erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld en ondertekend door de vader, de getuigen en Joan Huijdeloper van Maarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Jan Pieter Gebhardt, geboren op 24 januari 1815 om 14:00 uur. Hij was de zoon van Jan Caspar Gebhardt (kleermaker) en Jacoba Maria van der Singel (zonder beroep), een getrouwd stel uit de Tweede Weterdwarsstraat (kanton 3). Het kind werd als jongen erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld en ondertekend door de vader, de getuigen en Joan Duijdecoper van Waarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Harmanus van Vlaanderen, geboren op 25 januari 1815 om 16:00 uur. Hij was de zoon van Harmanus van Vlaanderen (steenkolenwerker) en Viertje Bodens (visverkoopster), die woonden op de Jodenbloemgracht (nummer 42, kanton 6). Het kind werd als jongen erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld. Omdat de vader niet kon schrijven, ondertekenden alleen de getuigen en Joan Duijdecoper van Waarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1920503 / 66
Johan Goske had op
15 juli 1725 in
's-Gravenhage tien leningbriefjes (obligaties) op naam staan, die hij via notaris
de Burg aan
Pieter Smit overdroeg. Op
4 juli 1725 verkocht
Smit deze briefjes via notaris
Michiel Lirraas aan de uitvoerders van het testament van
Samuel Levi Zimines (ook bekend als
Samuel Zimenes), voor rekening van
Zimenes zelf.
Deze obligaties waren oorspronkelijk door
Zimenes' voormalige voogden op
2 juli 1738 aan hem overgedragen en op
2 september 1738 door de
Hoge Raad van Holland bevestigd als zijn eigendom.
Nu verklaart
Zimenes dat de leningen, inclusief rente, volledig zijn afbetaald. Hij staat deze obligaties af voor een koop, specifiek ten behoeve van de vier minderjarige kinderen van
Jacob Tereira de Mates en
Rachel de Pinede:
Judith,
Hester,
Rabicca en
de Vier. De voogdij over deze kinderen ligt bij de
Edel Achtbare Heeren Weesmeesters (weeskamer).
De obligaties hebben een totale waarde van
1010 gulden en zijn allemaal uitgegeven door
Holland en West-Friesland, met het
Generaal Comptoir als beheerder. Ze dateren van
1 september 1743 en
29 augustus 1724, met de volgende details:
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40522, geregistreerd onder P 200)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40523, geregistreerd onder F 200)
- 1 obligatie van ƒ1.348,- (nummer 10524, geregistreerd onder P 208)
- 1 obligatie van ƒ1.348,- (nummer 40525, geregistreerd onder F 208)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40500, geregistreerd onder F 208)
- 1 obligatie van ƒ1.434,- (nummer 40527, geregistreerd onder Rod)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40528, geregistreerd onder F 200)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40529, geregistreerd onder Fo 208)
- 1 obligatie van ƒ2.434,- (nummer 4050, geregistreerd onder Fo 208)
- 1 obligatie van ƒ4.349,- (nummer 40531, geregistreerd onder F 200)
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510415 / 134
In de periode van 1669 tot 1678 zijn er in Amsterdam notariële akten verzameld die nu bewaard worden onder het nummer 1970. Deze documenten zijn opgesteld door verschillende notarissen die in die tijd in de stad werkten.
De akten bevatten onder andere:
- overdrachten van eigendommen zoals huizen, grond en schepen;
- testamenten en erfeniskwesties;
- huwelijksvoorwaarden en huwelijkse goederenregelingen;
- schuldbekentenissen en leningen;
- volmachten, waarbij iemand toestemming geeft aan een ander om namens hem of haar zaken te regelen;
- verklaringen van getuigen over bepaalde gebeurtenissen;
- overeenkomsten tussen handelaren, bijvoorbeeld over lading of partnerschappen;
- vrijlating van slaven (in enkele gevallen, omdat slavernij toen nog bestond).
Deze akten geven een beeld van het dagelijks leven, de handel en de rechtszaken in Amsterdam tijdens de 17e eeuw. Ze zijn belangrijk voor historici die onderzoek doen naar de economie, samenleving en cultuur van die tijd.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 921531 / 1
In
1663 overlijdt de moeder van
Pieter Ooske (leeftijd onbekend) en
Hendrick Goske (leeftijd onbekend). Voor haar kinderen wijst zij als voogden aan:
De bezittingen van de overledene worden gevonden op de hoek van de
Boomsloot en de
Oude Schans in
Amsterdam. Dit zijn onder andere:
- Meubels: een zolder, een tafel met kleed, een koperen bord, een lessenaar, een kast, een vat, een vleeskast, een balie, een melkzeef, een kledingrek, twee kledinghaken, een kippenhok, een ijzeren haak, een kelderrek, een stek, een ton, een kinderbed, een stoel, een bierrek met bierwieger, een zeiltje en een ijzeren voorwerp bij de stoep.
- Overige spullen: wat rommel in de voorraadkast, 4 bedden met 3 kleine vatjes, een roede voor een bed en wat rommel.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937348 / 4
Nicolaes Hemminck, een notaris, legde op
11 maart 1679 een verklaring vast over een geschil rond de erfenis van de overleden
Dietloff Wolbrantsz. Hier de belangrijkste punten:
- Er was een schuld van Neeltje Jaspers (weduwe van Jode) aan Dietloff Wolbrantsz van 1429 gulden. Deze schuld moest eerst betaald worden voordat de erfenis verdeeld kon worden.
- De erfenis bestond uit een schip genaamd Tactum of Grietje Hendricx. Dit schip moest gemeenschappelijk gehouden worden door:
- De verdeling van de erfenis moest wachten tot de schuld was afbetaald. Het schip mocht niet verkocht of apart gebruikt worden.
- De erfgenamen beloofden dat ze elkaar schadeloos zouden houden voor eventuele kosten of problemen rond de erfenis.
- Er werd ook een ander schip genoemd, Joff Harmen Andriesz, dat toebehoorde aan Adriaen Le Bij en Frans Davidsz. Dit schip was gekocht voor 2200 gulden, met als verkopers onder anderen Hendrick Ryers, Egbert van Voorn, Francoes de Lambre en Pieter Fonteijn.
- De betrokkenen beloofden zich aan de afspraken te houden. Als ze dat niet deden, konden hun bezittingen in beslag genomen worden.
De verklaring werd opgesteld in
Amsterdam en was gebaseerd op een eerder testament uit
5 september 1679, opgemaakt door notaris
Coop van Groen en
Josr. van der Burgh.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937355 / 116
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937316 / 183
Op 3 februari 1858 werden in Amsterdam verschillende overlijdens akten opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hier een overzicht van de overledenen en hun gegevens:
-
Christina Sibilla Charlotta van der Linden, 12 jaar oud, dochter van Jacobus van der Linden (overleden) en Elizabeth Borgstee. Overleden om 16:00 uur in de Goudsbloemstraat 417. Aangifte gedaan door Nicolaas Mulder (schoenmaker, 38 jaar) en Johannes Casper Rademaker (behanger, 34 jaar), beiden bekenden van de overledene.
-
Christiena Geertruij Ietswaart, 47 jaar oud, echtgenote van Cuert Bacharach en weduwe van Johan Jacob Schuh. Overleden om 22:30 uur op 30 januari 1858 in de Bloemgracht 47. Aangifte gedaan door Cuert Bacharach (55 jaar, geen beroep) en Jan Willem Oberman (onderwijzer, 39 jaar), beiden uit het sterfhuis.
-
Ferdinand Matthys Etten, 16 jaar oud, zoon van Jan Jacob en Cornelia Gosken (beide overleden). Overleden om 00:30 uur in de Elandstraat 103. Aangifte gedaan door Adrianus Dekker (suppoost, 50 jaar) en Ludovicus van der Horst (portier, 49 jaar), waarvan de laatste uit het sterfhuis kwam.
-
Albert Biland, 4 jaar oud, geboren in Hoogerheide, zoon van Arend Nijland en Anna Kuiper. Overleden om 11:30 uur in de Koningstraat 276. Aangifte gedaan door Arend Nijland (schoenmaker, 40 jaar, vader) en Jan Hendrik Kersten (kastenmaker, 35 jaar).
-
Sara Smit, 9 jaar oud, dochter van Benjamin Levie Smit en Temmetje van Isaäc Bouman. Overleden om 14:00 uur in de Houtgracht 227. Aangifte gedaan door Amon Levie Mok (diamantslijper, 46 jaar) en Jacob Suasso Snoed (diamantslijper, 28 jaar), beiden bekenden.
-
Dirkje Serdink, 68 jaar oud, geboren in Zeist, echtgenote van Gerrit Joost Haverman. Overleden om 11:30 uur in de Wijde Kaperssteeg 129. Aangifte gedaan door Gerrit Joost Haverman (oonswerker, 64 jaar, echtgenoot) en Wilhelm Herman Fransz (54 jaar, geen beroep).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2341371 / 167
Vorige paginaVolgende pagina