Daerenboven was er eene proclamatie van den voorse Generael der Brigade Rivaud, commandant van dit departement, gedagteekent uijt het Quartier Generael tot Antwerpen den 21 Nivôse ofte 10 dezer maend, aen de inwoonders van Mechelen en Antwerpen geschreven ten opsigte van de militairen, willende dat dezelve behoorlijk en ieder volgens hunnen graed zullen gelogeert worden; verscheijde bedrijgingen voorschrijvende etc. goed om soldaeten te sterken en toon te geven als sij van de borgers meer eijsschen als men hun gehouden is te geven; jae hij valt daer in tegen twee borgers van Mechelen en tegen bovengemelden Mheer Albert Baron van der Haghen, alwaer hij thans nog logeert, geweldig uijt, seggende de twee eersten naer Brussel te hebben doen voeren, en den laetsten voor drij dagen op 't Casteel geset te hebben. Daer was geen spreken aen; jae sijn gedrag en gemeijne manieren doen sijne geringe afkoomste genoegsaem zien.
Â
Ondertusschen wirden er nog altijt gijselaers op verscheijdedorpen rond deze stad geligt. Sommige wirden gepraemt van de absente persoonen dier gemeijntens, alsook de fusieken aen te weijsen, van de klokken te doen in stukken slaen en andere slegte voorstellen, hetwelk de welpeijsende van de hand wezen; dan wirden er seffens geijselaers genomen en verscheijde Heeren en bijzondere buijtenlieden, verlieten hunne hoven en huijzen en waren uijt vreese op de vlugt; andere welkers kinders in conscriptie militair waren en sig niet aengeboden hadden, wirden opgeligt en naer ons Casteel gebragt, hetwelk men geduerig plaets hebben zag; jae hetwelk over eenige dagen tot Borgerhout uijtgewerkt werd, alwaer den chirurgijn en accoucheur Frans van Montfort opgeligt en op 't Casteel alhier gevoert is. Eenige dorpen wirden met soldaeten beleet, welke aldaer den meester speelden, naementlijk in de huijsen waer iemand afwezig was en bij degene die verdacht werden dat hunne zonen onder de opstandelingen dienden, daer plaegden sij de menschen schrikkelijk en deden dezelve grooten overlast aen; doende hun eten, drinken en al dat se vraegden geven.
Â
Zedert eenige dagen zag men alhier nieuwe recruten requisitionairen op de dorpen, zoo in deze Nederlanden, als in Vrankrijk opgeligt ofte beter geseijd gevangen, binnen deze stad brengen. Degene welke uijt Vrankrijk kwaemen wirden naer Holland gesonden en degene van deze landen wirden in Vrankrijk gevoert; jae degene sig niet vrijwillig had aengeboden, wird gebonden binnen gebragt en op de Poedertoren bij de Roode Poort gevangen geset, daer sij sonder eten of drinken, dat er hunne ouders, vrinden of andere goede menschen niet voor zorgden, zitten zouden. Van daer wirden deze ongelukkige jongens gebonden, als de grootste kwaeddoenders, tegens wil en dank, in de uijterste droefheijd naer Vrankrijk gevoert, tot aldergrootste smert derouders en naestbestaende en van alle goede godvreesende menschen.
Â
Sondag den 13 Januarij wird door de policiemeesters alhier in sommige huijsen naer eenen Luijkschen priester gesogt. Ten huijse van Dhr Jos. Frans de Liagre, koopman in de Lange Nieuwstraet, wird sekeren persoon gevonden, denkelijk denzelven die sij sogten, dezen wird seffens op 't Casteel gebrogt; maer des anderdaags door list eenen middel gevonden hebbende, om daer van weg te geraeken, is nogtans door de poort voorbij de wagt onbekent henen gegaen.
Â
Bij alle de droefheden en rampen welke men tegenwoordig beproeft, begint sig nog een droeve plaege te voegen, welke daegelijks meer en meer toeneemt, te weten, de ziekte en sterfte onder het hoorne vee, welke sig niet alleen op de verscheijde dorpen, maer zelfs binnen dese stad bij de koeijhouders, sedert eenigen tijd veropenbaert heeft. Geheele stallen bij sommige van deze zijn reeds uijtgestorven, waerdoor die ongelukkige menschen in de uijterste armoede gebragt zijn. Dit maekt het melk en boter duerder en veroorsaekt aen vele van onze inwoonders eenen afkeer van het rundsvleesch. Dog daer worden door onze vleeschhouwers alle mogelijke maetregels genomen om de ziekte uijt hunne stallen te houden; jae de municipaele bestieringe deser stad, heeft in dato 8 Nivôse of 28 December laestleden, ten dien opsigte een besluijt genomen, verscheijde maetregels voorschrijvende, onder andere, dat alle beesten in de stad gebragt wordende, van eenen certificaet moesten voorzien zijn, en zoo niet dat dezelve alsdan op 't Minderbroederskerkhof moeten gebragt worden, om aldaer gevisiteert te worden door de vleeschhouwers, Werkelykhuijsen en Borrewater, te dien eijnde aengestelt, om ingevalle dezelve besmet bevonden worden, aldaer gedood en in denhof van 't zelve klooster in de aerde gestoken te worden. Dat het den Almogenden eens beliefde van alle deze droeve plaegen van ons af te keeren en ons van dezelve te verlossen!
Â
Bronvermelding
Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1817_Antw_Stra_07, Straelen, Jan Frans van der, and Joannes-Baptista Van der Straelen. De kronijk van Antwerpen. Edited by A. van Berendoncks, J Rylant, and R.J. Leenaerts. Vol. 7. 8 vols. Antwerpen: Maatschappij “Voor God en 't Volk” [etc.], 1929.,
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.