Blader door transcripties » Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850
archieftoegang 1817_Antw_Stra_07, pagina 13



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

Ondertusschen alle dese vervolgingen en rampen die men thans word aengedaen, heeft de aenhoudende en felle koude alhier eene armoede voortsgebragt, die misschien nog noijt in onze stad gevoelt is; en daertegens waren de middelen welke door die van 't Comité de Bienfaisance aen de arme konden toegereijkt worden, naermate seer gering, te meer dat zelfs die distributiën moesten uijtstrekken tot de arme weduwen en alle die den huijselijken bijstand genieten; daerom schreven die van 't gemeld comité in dato 12 deser maend, aen de questeurs, hun onder andere aensoekende van de weldoenders hunner quartieren aen te wakkeren tot milddaedigheijd en besondere aelmoessen; want alle de middels uijtgeput zijn om denextraordinairen en casuelen onderstand te konnen continueren. De gemelde quetteurs hebben dan seffens hunne zorg en iever getoont in 't omhaelen der aelmoessen om aldus hunne arme medeborgers ter hulpe te komen.

 

Den 14 Februarij zijn er zoo men segt twee kerkschenders in de cathedraele kerke alhier bezig zijnde de autaeren, beelden of cieraden af te werpen, gevallen: den eenen zoude dood, en den andere doodelijk gekwetst zijn. Schrikkelijk is het de verwoestingen van dezen schoonen tempel de peirel van ons Nederland te zien. Voor het grootsten deel reeds beroofd zijnde van sijne konstige en kostbaere autaeren, marmore en andere tuijnen, beelden, epitaphiën, boiseringen, gestoelten, schilderijen en andere ciraeden, daer den zelve tot verwonderinge van alle liefhebbers mede opgeluijstert en verciert was. Geduerig sag men de beelden, marmore autaeren en andere kostelijkheden daer uijt op wagens wegvoeren, tot onuijtsprekelijke droefheijt van alle goede menschen.

 

Den 15 Februarij vertrok er eenig crijgsvolk van het garnizoen uijt deze stad, over twee dagen was er nog een deel vertrokken; geduerig kwam er volk in en uijt.

 

Op sijne plaetse heb ik geboekt dat den Eerw. heere J.J. Jacobs, pastoor van 't Casteel dezer stad, den 28 Januarij 1797 op eene onregtveerdige en schandelijke wijze, door soldaeten van 't zelve Casteel gejaegt is, en dat sedert den 25 te vorens de kerke aldaer gesloten en de Goddelijke Diensten in de zelve opgeschorst zijn. Intusschen was dezen schoonen tempel in een hoeijmagazijn verandert en wordt tot heden toe nog als dusdanig gebruijkt. O, schrikkelijke verandering! Nu, ik zeg den 14, 15 en 16 deser maend Februarij, sag men de archieven, zeer veele oude bezegelde parkemente brieven,registers en documenten deser kerke, verscheijde kassen, koffers, kerkciraeden, schilderijen, benevens eene groote menigte schoone en kostbaere ornamenten, als autaer-, misse- en andere gewaed tot verrigting der godsdiensten geschikt, in dezelve kerke, in de sacristij en op de pastorije aldaer bewaert geweest hebbende, op wagens gelaeden van daer binnen deze stad voeren.

Het zal zoo mij dunkt niet onaengenaem zijn hier een weijnig breeder van dezen schoonen tempel te schrijven, en aldus te seggen, dat dese schoone kerke, aen de linkerzijde van het Casteel gebouwt, toegeweijd is aen de H.H. Apostelen Philippus en Jacobus en ao 1575 door het capittel van O.L. Vrouwe binnen deze stad, als eene parochiaele is herkent geworden, gelijk men bij J.C. Diercxsens in Antv. Christo Nascens et Crescens, tom. 5, pag. 212 lezen kan.

Deze kerke treffelijk opgeluijstert en met drij autaeren verciert, te weten den hoogen autaer welkers schilderije de verijssenisse Christi verbeeld, door Otto van Veen geschildert is, en eenen in ieder der twee volgende zeijcapellen. In de capelle zuijdwaerts, voor den autaer, is begraeven Christophorus de Montdragon, gouverneur van dit Casteel en stigter dezer capelle, overleden den 3 Januarij 1596. Op de kopere plaet den grafsteen overdekkende is het beeldzel in 't hernas en de wapenen van dien held en daeronder het grafschrift gegroeft, hetwelk, benevens nog een andere memorie aldaer te zien, bij den geleerden Franciscus Sweertius in Men. Sepul. Ducat. Brab., pag. 188 et seq., gelezen word.

De capelle naer de noordzijde ofte stadwaerts, is door den berugten Don Francisco Marcos de Velasco, Marquis del Pico de Velasco, ridder van 't order van St Jacob, van den oppersten Raed van Oorlog, Mestre de Camp generael en goeverneur deser citadelle, overleden den 17 Januarij 1693, aldaer in eene konstige praeltombe van marmor, met sijn afbeeld en wape-nen en veele ciraeden verciert, evenals den autaer ook van marmor door den vermaerde beeldhouwer Scheemaeckers gemaekt, begraeven, opgeregt.

Bronvermelding

Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1817_Antw_Stra_07, Straelen, Jan Frans van der, and Joannes-Baptista Van der Straelen. De kronijk van Antwerpen. Edited by A. van Berendoncks, J Rylant, and R.J. Leenaerts. Vol. 7. 8 vols. Antwerpen: Maatschappij “Voor God en 't Volk” [etc.], 1929.,



Ga naar de volgende pagina (14)  Ga naar de vorige pagina (12) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/