Haere nieuwe gevels, ende huijsen te becommen, maer door mijne Indispositie, ende sieckte, moste mij daer af Excuseren, ende Hun lieden naer d'Heer Olivier weesaert (den anderen Pollicije¬ meester) naer Het collegie senden om van Hem gheassisteert te sijn. Vrijdach den 14 9bre 1664, Soo was het wat beter weder als den voorgaenden vrijdach, ende oversulckx veel meer landtvolck naer de Stadt ghecommen, Soo dat de graenmardt wederom veijl, ende Abondandt was was van alle soorten van graenen, Harte, ende Moruwe, Soo dat alles wederom quam op den ouden prijs, ghereserveert den Roghe, die bleef ontrent de elf stuijvers het meuken, Ons ghemeente leeft op Hope dat met het dorschen van het landtsvolck In de vorsten ende t'continueel afcommen van de graenen In de leijde datter door d'Abondantie den afslach sal volghen Maendach den 17 9bre 1664, Soo quam mij t'huijs vinden Pieter Casier, ende Carel Salens. den eersten door sijne ervarentheijt, middel, ende bequamicheijt die apperentelick ghesworne van het Gilden sal worden, ende den tweeden apperent den Cnaepe van t'voorseijde Gilden sal sijn ghemaect om 52 Om de groote devoirren van dachvaerden loopen en ketsen die hij tot den dach van heden gratis heeft ghedaen, de welcke mij thoonden een de Reschriptie van Mijn Heere den Hoochballieu op den sij ghetoocht van mijne Heeren Schepenen vander Keure, In de welcke Reschriptie Hij schijndt wat difficultheijt te maecken op het woordt van nieuwe Neeiringhe, waerop Ick hunlieden seijde dat sij andermael bij mijn Heere den Hooch¬ ballieu souden gaen ende Hem te kennen geven dat hun versoeck, ofte verstaen niet en was om een nieuwe neeiringhe op te rechten (wandt sulcx soude teghen de Carolijnne sijn) maer dat sij alleene versochten om een confrerije, ofte Gilden ghemaeckt te sijn, ende hunne gheswornen tot Hoofden te hebben, ghelijck Modernelick met de taverniers Saeijwerckers, Legaetuerwerckers, twijnders, ende andere Gildens is gheschiedt, wandt sij en connen onder geen ander Ambachten, ofte Neeiringhe commen die verstandt, wetenschaep, ofte ervarentheijt hebben van hun Dammast ofte Serveetwerck, ende t'selve tot de waerdere commende, en soude niet connen oordeelen de deucht ofte ondeucht van de selve wercken, om de looden, die naer advenandt te connen gheven. Daer mede sij sijn wech ghegaen ende gheseijt, Rapport van
Bronvermelding
Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1668_Gent_Bill_06, Billet, Justus. ‘Den polytye boeck, ... beginnende den 22sten augusto in tjaer ons heeren 1658 (1658-1668) deel 6’. Gent, 1668. Bibliotheek 1LF2 en lGDl, 529 (C. Handschriften). Stadsarchief Gent.,
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.