archieftoegang 34-4, inventarisnummer 199, pagina 108
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
kleijne opfeitens, Achtien servietten vande fijne rosecrans met een ammelaecken vant helffde werck, Prelegateren vorders inde hr Gaspus Pelhicorne bovengenoemt een grote niet een kleijne achtkante fles, seijde men silver beslagen, Een groot silver Caffoir, mitsgaders een root damast behangsel, met een vergult ledikent met figuren voor engelen Item legaterd, ende maecke noch aen Jor Hendrick van Gelijck ick mede prelegatere ende maecke aende hr Pieter Pellicorne een grote met een kleijne achtkantige fles men silver beslagen, drie dosijn vande beste damaste servietten, ende een ammelaecken van vijff ellen mede damastwerck, mitsgaders een silver vergulde dolphijn Westrenen, Luijtenant hier voor genoempt, tobde acht kante silvere schenct Taljoren, seven kleijne silvere soutvaetgens, Een groes cameloth be¬ hangsell, met een slecht vergult ledikant ende daer toe aen sijn huijsvrouw een silver schrijftoor, ofte koocker, ende een kleijn mandeken van silveren Tien, Legateerde noch aen Lucretia Longespee een kleijn silver caffoor twee silvere soutvaetgens, met mannekens in den midden, Een silveren mostaert poth Een geele aravosijde behangselen, niet twee en dartich servetten vande rosecrans naest de beste Verclare wijders te legateren ende maecken aen Margareta Schonck, een silvere kamdoos met een silver Coffentsen daer een gedreven decxsell op is ten aen Johannes van Westrenen sone van mij Johan van Westrenen, een grote sil ende suijckerdoos ende als vruchdus van dese streven olz, en asijs kanneken Witsgaders aende Jonge Sonniellen preijerdoos, met een kleijne silve Gelijck ick daer beneffens noch aen den selve Johannes van Westgen drie dusent conl Den Arnoldus van Westrenen Vier Ende aen de Jonge 1 inden drie wijlen Longesper, drie ronde silvere Randelaren, Twee kleijne opfeitens, Achtien servietten vande fijne rosecrans met een ammelaecken vant helffde werck, Prelegateren vorders inde hr Gaspus Pelhicorne bovengenoemt een grote niet een kleijne achtkante fles, seijde men silver beslagen, Een groot silver Caffoir, mitsgaders een root damast behangsel, met een vergult ledikent met liguren van eijgelen Gelijck ick mede prelegatere ende maecke aende hr Pieter Pellicorne een grote met een weijne achtkantige fles men silver beslagen, drie dosijn vande geste damaste servietten, ende een ammelaecken van vijff ellen mede damastwerck, mitsgaders een silver vergulde delphijn ten legatere, ende maecke noch aen Jor Hendrick van Westvenen, Luijtenant hier voor genoempt, tobde acht kante silvere schenct Taljoren, seven kleijne silvere soutvaetgene, Een groen cameloth be¬ changsell, met een slecht vergult ledikant ende daer toe aen sijn huijsvrouw een silves ende koocheijt ten legatere, ende maecke noch aen Jor Hendrick van wesenen, Luijtenant hier voor genoempt, tobde acht kane silvere schenct Taljoren, seven kleijne silvere soutvaetgens, Een groen Cameloth be¬ hangsell, met een slecht vergult ledikant ende daer toe aen sijn huijsvrouw een silver schrijftoor, ofte roocker, ende een kleijn mandeken van silveren Tee¬ legateerde noch aen Lucretia Longespee een kleijn silver Caffoor twee silvere soutvaetgens, met mannekens in den midden, des silveren mostaert poth Een geele aravosijde behangselen, niet twee en dartich ervetten vande rosecrans naest de beste enclare wijders te legateren, ende maecken aen Margareta schonck, een silvere kamdoos met een silver offentien daer een gedreven decxsell op is ten aen Johannes van Westrenen sone van myn zal: neeff Johan van Westrenen, een grote silvere Cruijt doot 3 snijckendoos ten aen Johannes van Westrenen sone van myn zal: neeff Johan van Westrenen, een grote silvere Cruijt door ende suijckerdoos En aen Arnoldus vande wet treven sijn broeder een silver olle, ende alle kanneken Mitsgaders aende Jonge Sanniëlle Gielis, een rond silver preijerdoos, met een kleijne silvere Taljoor Gelijck ick daer beneffens noch legatere ende maecke aen den selven Johannes van Westrenen, de somme van drie doisent gul. Den Arnoldus van Westrenen Vier dusent gul. Ende aen de Jonge Samuell Gielis Twee dusent
Bronvermelding
Het Utrechts Archief, archieftoegang 34-4, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, inventarisnummer 199, Jan van Vechoven, Protokol en minuten, 1625-1667, 1664-1667
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.