Blader door transcripties » Het Utrechts Archief
archieftoegang 1001, inventarisnummer 2730, pagina 47



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

offschoon ick mij daer toe
hebbe aengeboden, dogh
naderhandt hebbe ick het laten
lopen, ende is mij seer indifferent
off het geschiet is off niet. Mijne
actien sal ick altijt als een
eerlijck man verantwoorden
soo lange als ick leve.
Met Jan Hol, gedetineert op
de poort, is dese weeck iets
sonderlings voorgevallen
daer ick, neffens de Heer vande
Cloese voorst ende Alewijn
alleen ben present geweest.
Die twee Heeren, van de
Cloese ende ick uijtgesondert
hebben sigh daegs daer aen
geabsenteert, ende sijn wij met
ons beijde acht dage alleen
in den raedt present geweest
die dat werck van Jan Hol
met den advokaat Laporte
hebben gemanieert maer wat
danck wij daer van hebben,
beginnen de blauwe boeckjes
die daegleix met menigte te
voorschijn komen, aen te
wijsen. Wij met ons beijde
schrijven heden daer over aen den
Heere Grave van Poortlant
ende geven aen sijn H.Ed. kennisse
wat ons is bejegent, daer van
sijn majesteit ongetwijffelt
communicatie sal bekomen.
De Tresaurier van der Esch sal
ick aen de Heer van Achtienhoven,
die morgen staet te reverteren,
volgens U.H.Ed. begeerte recom-
manderen. De Heer Secretaris
Beaumont temoignieert mij
allenthalven veel genegentheijt
ende heeft besorcht, dat ick gelt
van Hollandt tot mijn commissie sal
bekomen. Sijn Majesteit heeft mij neffens de Heeren vande Cloese, Alewijn ende Zallick gecommandeert
om op te nemen de reeckninge van de Griffier Schuijlenburgh, bedragende 16 a 17 tonnen gouts, ende
daer is niemant present, als de Heere vande Cloese ende ick met ons beide, ende nu
preffereert hij dat wij het met ons beijde bij absentie van de andere twee sullen doen, gelijck
de ordre van sijn Majesteit mede brengt, waer in wij beide al vrij wat obstaculs vinden
ende wil hij dat wij het soo sullen doen, als hij het ons voorschrijft. Morgen sullen wij de
laetste hant daer aen leggen, ende dien avondt vertreckt de Heer vande Cloese.
Het is altemael wel, maer bij leven ende sterven, soude het noch al moeijlickheijt konnen
geven. De Heer vande Cloese heeft diversse malen getracht, met de heer Witsen
over U.H.Ed. ende des grave van Solmes pretentie te spreecken maer noijt totdat geluck konnen geraken.
Heer van Ginkel
Haghe 11 April 1690
Mijn Soon,
Mijnen laetsten met de onderstaende
post is geweest van den
7e deses. Zedert is mij wel inge-
komen des selfs missive van den
4e dito waer uijt sien dat er
noch geen werklijcke veranderinge
omtrent 't voortsetten van sijn Majesteits
Troepen nae ijrlant is voorgevallen,
ende dat U.H.Ed. neffens alle eerlijcke
Luijden noch in verwachtinge zijt
wat van die reijse sal komen.
Zedert mijnen laetsten van de
7e, is hier oock weijnigh
van importantie geoccurreert. Alles
blijft in Termen als voren, ende siet
men daegleix veel ammonitie van
oorlogh nae Brabant affscheepen.
Daer is op den 4e April een rencontre
tussen het guarnisoen van Namen
ende eenige Fransse Troepen uijt de
guarnisoenen van Philippeville, Dinant
ende Charlemont
voorgevallen, omtrent de Sambre
dewelke Augue deselve Sambre wilden passeren,
daer echter nae een kleijn gevecht de
Franssen wat hebben gesouffreert, maer
niet van soo groot belangh, als men
hadde opgegeven. Altijt den
aanvangh van de Campagne, is gelijck
in't voorleden jaer, de Franssen niet
avantagieus geweest. Een ijder
verlangt hier wat goets van 't jegen-
woordige parlement van Engelant te
horen. Den Baron van Bongart
die U.H.Ed. kent, is heden nae Engelant
vertrocken. Sijn welgeboren heeft een brieff
van addres van mij aen U.H.Ed. versocht
die ick hem hebbe mede gegeven, ende
deselve misschijn eerlange sal
overhandeijcht werden
met dese sendinge nae de noorder
cronen staat 't noch als voorheen.
Ick ben reijsveerdigh, hebbende de
Heeren Staten van Hollant ende Utrecht mij van
genoeghsaam gelt voorsien, 't geen
ick al in sacculorum hebbe, maer
tot noch toe kan ick mijn instructie
niet machtigh werden. Mochte

Bronvermelding

Het Utrechts Archief, archieftoegang 1001, Huis Amerongen, inventarisnummer 2730, Brieven aan Godard Adriaan van Reede van zijn zoon Godard van Reede-Ginkel - Minuten - periode 1673, 1690-1691



Ga naar de volgende pagina (48)  Ga naar de vorige pagina (46) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/