archieftoegang 1001, inventarisnummer 2722, pagina 28
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
als ick hem daer op Antwoorde hoe sijnhEd bij sijn naekoomeline soude konne verantwoorde sulcke oude preevileesie overte geefe seijde hij het selfve sijn intreste te sijn aen is so van mij gescheijde en naer de vergaederin van state gegaen, wat daer gepas seert is sal uhEd wt het schrijfve vanden Axckaet weesel sien die aengenoome heeft het selfve met deese post te doen, twij fele niet of uhEd sult seer vreemt op hooren ick had het vande heer van drakesteijn niet gedocht, die so geseijt wort sijn selfve wel tien mael met de grouwlijckste Eden van werlt
vervloeckt te hebbe het selfve niet te sulle doen, den heer van mijnde seijt de heer van drakesteijn alleen hier oorsaeck van te sijn den heer van drockesteijn seijt de heer van mijnde in soma sij leggende schult op mal kandere, en hebbe den armen langeraeck buijten boort geworpen so sullense weesel ock doen en so geseijt wort vandam raetsheer in sijn plaets maecken, den heer van suijlisteijn die inden haech is heeft noch dien merge aende heer van drakesteijn geschreefve en versocht men in sijn apsensie niets sou wille doen sonder alvoorns de ridderschap daer op te beschrijfe het welcke niet geschiet is den heer van sandenburch was ock apsent en ten hoochste misnoecht, sij hebbe de nieuwe aengenoomene heere tot noch toe haer doen niet laeten aprobeere het welcke geoordeelt wort goet te sijn, en dat dit doen bij deese drie heeren Edelen sonder de andere te beschrijfve niet kan bestaen maer datter alsment wel en voorsichtich overleijt noch wel wat in te doen soude sijn, den heer van drckesteijn seijt men heeft hier bij wijck Een stuck goets gekocht voor twaelf duijsentgul die daer in geresticht staen het welcke so geseijt wort se tot Een ridderhofste sulle verklaere dan ist tien duijsent gul meer waert en se sulle hem sijn schult aent lant quijt schelde so geseijt wort, so heeft hij de previleesie vande heere Edelen verkocht seijt me is dat geen graije naem voor Een Edelman, ick kan niet segge hoe aldewerlt roept tis mij voorwaer leet dat sulcke geschreu en so veel maledicksie over Een die de naem van reede draecht gaet dan wat kanme doe ick hebt hem genoech geseijt als uhEd wt mijne voorgaende sult sien, vande heer van rhijnswou wortoch niet weijnich ge b e 9 60 ou
1 sproocke dan dat kan en moet noch gesimileert worde wan men soude die noch van doen konne hebbe int selfve werck dan uhEd moet op sijn hoede sijn want men seijt hij mer wee en hamel al Eenigen tijt heeft gekorespondeert 9o seijt me dat de vrou van bernewar ock gedaen heeft uhE belieft maer op sijn hoede te sijn, hamel heeft noch daechs te voorn geseijt koste wij dien oude root ooch maer aen ens voorde kerijge spreeckende vande heer van tanden burch so sullender twee jonckertges moeten ritse dat soude op Aertsberch mee aengekoome sijn, maer nu moeter altijt Een voort, inde vroetschap ist ock wel godloos toe gegaen daer heeft me gekonckludeert teege langeraeck sonde de steme Eens A nae te telle het soude anders hart gehoude hebbe of sijt te boove soude hebbe gekoomen mengincker maer haestich mee voort, so hao waeren de nieuwe heeren niet aengenoome of de heer van duijckenburch schaemde hem niet het maerschalck amtvan heer van wulfve voor sijn soon inde volle vergaderin te Eijsche, maer den heer van wulfve was so haestich niet omt selfve te quiteere hij heeft mij belooft het ock noch niet te sullen doen uhEd belieft hem daer ock Eens over¬ te schrijfve dat hijt tocn niet sonder uhEd goetvende af en staet want kanmen haer dat versetten en heb sekreetaris amt daer men ock meede besich is so heeft men alweer veel gewonen, den heer van hoeflaecken seijt int minste niet geangaesgeert te sijn weegens het sekreeta ris amt en hem ockbuijten angaesgement te sullen houde daer is door de in ducksi van men heer ruijs teegens toekoomende woorsdach Een poijnt van beschrijfven voor de heere gekligeerde van gemaeckt, daer sonder dien voorseijde heer almeede sonde dat te doen mee doer soude gegaen hebbe, so nu de heere Edelen noch wijl wille sijn niettens Een a twee van haer amte we grabblen smijte en inhande vande heer nellisteijn of boot sette daer meede sijn sijt inde vroetschapweerte booven, mij ,al verlange hoe hem den heer van needer¬ horst voortaen sal gedragen nu sijn soon vast gestelt is, voorleede dijnsdach ishoe hem den heere rhuijs so inde staets vergaderin someerde op de reesoluijsi vande so veelle aprit en wilde hij niet Een woort s prreecke maer sweech morts stil in soma dit sijnde vriende daer me sich op sol verlaeten, nu langense de drie heere Edele noch selfs volmondich over dit haer doen wt en se sijnt waert, nu moet ick noch verhaelle hoe so smergens dit fraije werck bestelt was s naermid¬ daechs den heere hamel sont om mij te spreecke die ick
Bronvermelding
Het Utrechts Archief, archieftoegang 1001, Huis Amerongen, inventarisnummer 2722, Brieven gericht aan Godard Adriaan van Reede afkomstig van zijn echtgenote Margareta Turnor, 1667 juni-aug., 1671 sept.-1672 dec
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.