Blader door transcripties » Gemeentearchief Schiedam
archieftoegang 281, inventarisnummer 285, pagina 105



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

aan de ommeryde staat: „H. v. d Bil”, en in postood:„ Heerop
afgeteken Een gulden”, terwyl op het stuk onder numero
22 (22=o) vermeld aan de ommizyderssaat: „ Hierop ont
vangen: den 18 Maart 1836 f. 2.-, den 15:e April. 1836
hierop weder ontvangen ƒ 4,-, den 15 Mei 1836 hierop
weder ontvangen ƒ4. —„ en op de ommezijde der overige
stukken niets
Voorts werden in den boedel nog gevonden de navolgende stukken
tot de vorenmelde schuldvorderingen niet behoorende; als
Een stuk wit papier, waarop met inkt geschreven:
„ voor of uiterlyk op den 16 April 1813, neme ik onder„
getekende aan, te betalen aan de Heer J. de Maar
Mr. Met Elaarsbaas te Delft de Somma van zes„
tien guldens. Den 25 Maart 1813, ƒ 16.- A H Meijer.
Z.o Een dito, waarop geschreven als voren:
„k onderget: Landmeter in Fabriek van Delfland
te Delft bekenne ontfangen te hebben ter leen van
Ascheenkogel, myn broeder, wonende te schieden,
in het Proviniërs te scheedam voornoemde de som
ma van vyf en twintig guldens courant, neemen
aan te voldoen voor of op den 20 October aanstaande
en qualificeeren bij mankement van dien dezelve
somma in mindering van mijn Tractement als
Landmeter en tabriek van Delfland de Heer Præ¬
Zonsbeekte ontfangen. Delft den 12 Augustus 1817
Hr. van der Velden.
3.o De ondergetekende Jacob Hille bekenne tot een
lening op zijn zal inschouwe in hande te hebbe van
Arendscheurkogel Een somma van veertig Gulden
scheidam den 21 September 1820. ƒ 40,- Jacob Hillé.
Hetwelk almede geschreven is op een stuk witpa
pier als voren;
4.o Een klein zegel van vyf stuivers, waarop met inkt geschreven
Ik ondergeteekende Jan Scheenkogel, Montenbedienditie
Schiedam, bekenne bij deze wel en deugdelyk schuldig
te wezen aan en ten behoeve van mijnen vaderetiend
scheurkogel, granenmeter, wonende mede te scheedam
eene summa van vier honderd guldens Nederlandsch
courant, spruitende ter zake van deugdelyk geleende en op
interessen geschotene gelden, bij my ondergeteekende tot
myn volkomen genoegen in goede gangbare specien ontvan„
gen, renuncieerende mitsdien wel uitdrukkelyk van
de exceptie van onaangetelde gelden, van gene of van
gene genotene waarde en van alle andere uitvlugten of
beneficien in regten bekend, en welke mij in deze eenig
zints te stade zouden kunnen komen. Belovende en aanneer
mende ik ondergeteekende om het voorschreven kapitaal van
vier honderd guldens aan mijnen voornoemden vader Arend
scheinkogel, zijne wettige Erven of regtverkrygenden te zullen
restitueren in jaarlyksche temijnen van vijftig guldens, waarom
de eerste termijn verschynen zal heden over een jaar, den
Eersten February achttien honderd drie en twintig en zoo ver„
volgens van Jaar tot Jaar op denzelfden datum, tot de ge„
15
„heele aflossing van het gezegde kapitaal toe. verbinden
„de mij wylen van het voorzeide kapitaal te zullen voldoen
van de onafgeloete termynen eenen interest van vy. ten hon„
„derd in het paar, zullende verschynen op denzelfden de
als omtrent de Jaarlyksche aflossing van het kapitaal is beijd
Tot naarkoming deses verbinde ik ondergeteekende alle
myne goederen zoo roerende als ontvende tegenwoordige
en toekomende geene uitgezonderd, dezelve stellende
onder verband als naar regten. Schiedam den eersten
Februarij des Jean achttien honderd twee en twintig
Goed voor vierhonderd guldens Nederlands courant
Jan Scheinkogel
Lasten.
1„o Aan Jacobus Puttorp, vleeschhouwer te schieden
het bedrag van deszelfs rekening ten laste van
acht
den overledene groot vier Gulden zeven en tach„
4 & 7½
tig en een halve Cent, dus
P 2.o Manet van Gulik, barbier, aldaar voorschreven
loor geditrende de drie laatijze maanden van
het leven die overledenen drie gulden twintig
- - - -
3, 20
cent dus
3.o Willigt nog eenige kleine loopende schuld„
memorie
vorderingen, hier gebragt wordende voor
Makende tezamen acht gulden zeven en en
halve cent, dus — — - - — — —
Linnen
Doodschulden en Begrafeniskosten
1„o Aan P. Post, Meester timmerman te scheedam, voor de
doodkist twee en twintig Gulden, dus
2.o voor het graf zes gulden, dus - - – – – -
6„
Aan den bedienaar ter begrafenis voor huur van
rouwgoed en gedane diensten twee en zeventig gulden
zeventig cent, dus
22,70
1=o Aan de afleggers vier gulden, dus -
H 9 -
voor het kisten van het lyk en het bezorgen der schra
-0-0
eene gulden, dus - -
voor het plaatsen van het lijk in de zaal eene gulden, dus
7.o Voor het wasschen van het doodgoed ééne Gulde lyftig cent, dus„
f.o 51
8: voor het doodkleed en de mantelbezorgsters eene gulden
vyf cent dus
1,05
9: Aan de agenten van Policie ééne gulden, dus —„
ƒ 3
10: Aan den geldeknecht ééne gulden, dus -
1. -
11:o Aan den dood graver vijftig cent, dus
-,50
12.o Aan de wakers gedurende de ziekte des overledenen
dertien gulden vyftig cent dus
13,50
13„o Aan huiskondelijke uitgaven voor en bij de begra„
13
=fenis dertien gulden, dus - -
Marinde te zamen acht en tachtig gulden en 1
ƒ 88¾
en twintig cent, dus -
Waarvoor door de Requiranten daarentegen ontvangen
was:

Bronvermelding

Gemeentearchief Schiedam, archieftoegang 281, Notaris Karel Arnold Poortman, 1837-1886, inventarisnummer 285, Raad, Minuutakten, 4 januari-23 april 1839, bladzijden 1-170



Ga naar de volgende pagina (106)  Ga naar de vorige pagina (104) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/