Gerardt vander varent benoemde voogden voor zijn kinderen en hun erfgoed. Deze voogden kregen volledige bevoegdheid om eerst al zijn schulden te betalen en de boedel af te wikkelen. Daarna moesten de voogden het resterende vermogen, bestaande uit erfgoederen of andere bezittingen, met gezamenlijke stemming op de best mogelijke manier ten behoeve van de kinderen beleggen. De voogden mochten geen geld of goederen voor zichzelf houden. Als een van de 4 oorspronkelijke voogden zou overlijden, mochten de 3 overgebleven voogden samen een vierde persoon kiezen als vervanger met dezelfde bevoegdheden.
De testateur verklaarde dat hij graag een legaat wilde doen aan Tanneken vanden vaert en zijn zusters, en aan Henrick Nederhouden zijn zwager, mits zij garandeerden dat alle schulden te Frankfurt goed zouden worden voldaan. Hij gaf Tanneken en de haren een legaat van 300 gulden van 40 groten per stuk, en aan Henrick Nederhouden 50 in dezelfde munt. Dit gold alleen als de schulden te Frankfurt inderdaad werden voldaan.
Gerardt vander varent verklaarde dat dit zijn testament, laatste wil en uiteindelijke wens was. Hij wilde dat deze als zodanig of als codicil, donatie wegens dood of tussen levenden werd beschouwd, zodat het na zijn overlijden werd nageleefd volgens het recht of goede gebruiken, ondanks eventueel ontbrekende juridische formaliteiten. Hij verzocht notaris Willems hier een of meer openbare documenten van op te stellen.
Dit gebeurde te Haerlem, in de woning van de testateur aan de St. Jans straat, in aanwezigheid van Aelbrecht Verhae van Vutiecht en Hans Sterck van Antwerpen, beide inwoners van die stad, als geloofwaardige getuigen. Zij ondertekenden het ontwerp elk met hun naam.
10 augustus 1585: Adriaen Willemz, openbaar notaris te Haerlem, ging op verzoek van Pauwels van Immenseel en zijn vrouw, samen met getuigen, naar de woning en persoon van de huisvrouw van Huybrecht Trompetter. Omdat Huybrecht afwezig was (volgens zijn vrouw was hij op de bleek), werd haar namens Pauwels het volgende verklaard:
Huybrecht had de vrouw van Pauwels laten arresteren om betaling te eisen van het bleekloon voor 44 stukken linnen. Deze linnen waren in augustus 1582 door Trompetter in de bleek ontvangen, pas in 1583 gemaakt en stonden nog steeds als onbetaald in de rekening, zoals hij in zijn verzoekschrift beweerde. Dit was echter in strijd met en helemaal in tegenspraak tot de eindkwitantie die Huybrecht op 30 juli 1585 onder zijn eigen handtekening had verstrekt aan Pauwels van Immenseel als bewijs van definitieve afrekening.
Vervolgens had Trompetter, wegens moeilijkheden over een verme

Noord-Hollands Archief, archieftoegang 1617, Notariële protocollen en akten van notarissen te Haarlem (Oud Notarieel Archief Haarlem), inventarisnummer 32, Adriaen Willemsz. (Suyderhoef), Minuten van allerlei notariële akten; met een index op voornaam in elk deel, 1 juli 1584-27 juni 1586, 23 december 1605-26 januari 1606
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/