archieftoegang 1617, inventarisnummer 147, pagina 143
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Moederlijcke sijde opgecomen ende aenbestorven, ende die bij sijnen voorn. vader Guilliame Dircxs voor desen ontfangen, ende genoten syn, vuyt crachte vanden schrifelijcken accorde, gemaect ende aengegaen met Cornelis Jansz Coelombier, den xjen. Julij anno xvjc. veerthien, - ende d'approbatie vande voors Heeren Weesmeesteren daer op gevolcht. Derwelcke twee sommen, bijde voors Drije Duijsent twee hondert, tweendertich gulden elff stuijvers, gevoecht ende gereeckent sijnde met malcanderen te samen bedragen, de somme van vuer Duijsent tweentachtich gul. elff stuy. Des een voors. Jan Dircxsz daer tegens wederom alleen te dragen heeft, ende betaelen moet, eerst de somme van achtentwintich gulden eene stuij. wegen de Dootschult vande voors Guilliame Dircxsz sijnen vader, noch houden gelijcke guldens, bij denseluen Guilliame Dircxs gelegateert saenden Armen van sijne gesintheijt inden gelove alhier binnen - Waerlem, Noch vyftich guldens, over een legaet, aenden Armen vande schael, Insgelijcxs noch vyftich gul. over een legaet besproocken aen Maijck-Dircxs, de suster van Guilliame Dircxsz voors. Item noch ses guldens besproocken aen Susanneken adolffs sijne dienstmaecht, ende ten laeten noch hondert vijffentwintich carolus guldens, die bijde voors Guillinne Dircxs in sijnen leuen betaelt sijn, tot affdoeninge van gelijcke somme. Daer mede het halue Huijs metten erve, de vyff roosen genaempt, gestaen alhier binnen Haerlem inden Aneganck, den voors. Jan Dircxs mede voor sijne Moederlijcke erve bewesen, is beswaert geweest, bedragende de voors partijen met malcanderen te samen, de somme van drye hondert Negen-envijftich guldens eene stuijver. Dewelcke getogen sijnde — vande voors. vijer Duijsent tweentachtich guldens elff stuij. wert suyvers bevonden voorde voors Jan Dircxsz over te schieten ende hem noch eijgentlijck te competeren, in contante penningen, De somme van drije duijsent seven hondert, dryeentwintich gul. thien stuijvers. Ende alsoo, gelijck hier vooren is geseijt, het, de helfte vant voors huijs de vijff roosen genaempt, den voors. Jan Dricxs onder anderen voor sijn Moederlijck goet, is geassigneert, ende datte wederhelfte vandien, was behoorende, onder den gemeenen boel vande voors Guilliame Dircxsz ende Maijck vander Neulen, Soo was de selue tweede helfte, tusschen de voornoemde Comparanten mede verdeijlt, in voegen datt nu den voors. Jan Dircxsz, de Drije gerechte vyerdepaerten, ende de voornoemde ksuijcken vander meulen Het resterende vyerdepaert, inde selue huysinge metten erve Vorder soo verclaerden competerende ende toebehoorende is in O de voornoemde Comparants, hoe dat inde naergelaeten Imboel ende huijsraet vande voors Guilliame Dircxsz ende Muijcken vande Meulen. Den voors Jan Dircxs te beure gevallen ende aengedeelt was, dit naevolgende. Twee bruntysers met copere cnopen. Een schop met een tangh met copere cnopen, den Amtaern. Een bedtpun, Een copere stolp, Een paer copere kandelaers. Een puer copere hantplaten Een paer copere snuijters, een oude blaecker, den copere confoor, Een schuijmspaen. Den copere ketel, wegende Twintich pondt, Een ijseren 138 Cxxxviij snuijter, den ijseren Heugel, Een ijseren Spaede. Een houten spende. Een kaerslae, Twee mans stoelen. Twee vrouwe stoelende, Een sitte banck, den capstock, Een vleijs kuijp, den cooren maer, Een oude kiste, drije groene sitte cussens, den cleijn sit kussen, - dertien tinne platelen, geteyckent met I. D. Ses tinne telioeren Een tinne waterpot, den tinne kan, twee tinne soutvaten, Twee tinne mostaert schotels. Een bedde met een hoofpeulu, Een groene deecken, Een oudt oorcussen, drije sloopen met spelderberck, den dousijn servetten, de ses damast werck, noch een cleyn servet, Twee damaste ammelaeckens, Noch een sander Ammelaeken, vyer Hantdoecken, Ses doecken, den paer slaeplaeckens lanck derthien ende een halff, — Ses schortecleden. Twee nijeuwe kragen, vijff neusdoecken, Twee siluere lepels, geteijckent mette naem van Jan Dircxs, ende een silueren Roemer, mede mette naem van Jan Dircxs geteijckent, bouen ende behalven noch eenigen Imboel van cleijnder waerdije ende Inportantie ofte rommelingh, die de voors Jan Dircxssaen sijne voors Stieffmoeder vercoft, ende contant gelt, daer vooren ontfangen heeft. Waer Jegens de voornoemde, Muijcken vander meulen, aengedeelt ende te beure ken. gevallen sijn, alle de verdere meuble goederen, ende huysraet, sulcxs sij ende haeren voornoemden man, die te samen gemeen beseten hebben gehadt, dewelcke haer dienvolgende in eygendomme sullen blyven toebehooren. Vorder is noch tusschen de voornoemde partijen gemeen ende onverdeelt gebleuen, eerst de somme van Hondert ende tsestich guldens, die Jannetgen Jans dr. Appelcoopster aenen schuldich is, ende noch een-entnegentich guldens drije stuijvers vijer penningen, vuijtstaende tot Amsterdam, onder Arent vander mersch, dewelcke, ofte tgeene tsijnder tijt daer van Innecompt tusschen de voornoemde partijen halff ende halff genoten ende ontfangen sal werden. Ende alsoo ten ouerlijden vande voors ven Guilliame Dircxz den boele gereddert, ende de schulden allomme 0. Ingevordert mosten werden, soo dat op die tyt, geene pertinente - scheijdinge nochte verdeijlinge vande goederen en konde werden gemaect Soo waeren de voornoemde Muijcken vander meulen, ende Jan Dircxs daeromme te samen blijven sitten inde gemeene boele & huyshoudinge, ter date van dese scheijdinge toe, ende hadden daer uuijt gesamenderlant geleeft ende geteert. Sijnde de voors O partijen daer ouer metten anderen soo verdragen ende geaccordeert, dattet selue tegens malcanderen sal sijn ende blijven gecompenseert, ende dat noch d‛een noch de ander van hun beijden, dien aengaende nijet te eijsschen nochte te betaelen en sal hebben, Met welcke voors scheijdinge ende Deijlinge, de voorn. partijen & Comparanten, elcxs in qualiteijt, ende ten ouerstaen alsbouen, Seijden ende verclaerden ouer wedersijden seer wel te vreden & vergenoecht te wesen. Belovende bij eere & vromicheyt oock voor heur ende heuren erven, naerden Inhouden vandien wel ende getrouwelijcken te sullen gedragen ende reguleren, ende malcanderen ter cunse voors buijten nochte naer desen nijet aen te spreecken, te moeijen ofte te moleseren, nochte oock tot herreeckeninge, ofte herdeijlinge te constringeren, door hun selven
Bronvermelding
Noord-Hollands Archief, archieftoegang 1617, Notariële protocollen en akten van notarissen te Haarlem (Oud Notarieel Archief Haarlem), inventarisnummer 147, Jacob (Pietersz.) Schoudt, Minuten van allerlei notariële akten; de delen 125, 130-132, 134-146 met een index op voornaam, 27 september 1628-12 december 1629
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/