60 61 Van Macassar onder Dato 22„en April 1702 Van Macassar onder dato 22„en April 1702: bragt, dat aron Lonij ons dedet zeggen, dat wy aen het Hofkomende ook te gelijk thuijs waren, zulx wy dan met hun ten hoovden traden, en beneden aen de trap door eenige hovelingen ontfangen sijnde bij arou Lonij verschenen, die ons boven tot aende voordeur te gemoet ging, daer minsaem ontfing, en jder op een stoel nevens hem neder zettende wanneer wy na het afleggen der groete vanden Heere gouverneur en Raed, eerst na syn hoogheyts gesontheyt vroegen, die hy seyde volstrekt te zyn, terwijl hij bij dit syn aenwesen in Comij nog kont of heet maer over het verlies van syn vrouwe Moena met een onuijtsprekelijcke droesheijt verstelpt geworden was, waer op wy hem somtyjts met toevoeging van eenige troost redenen in sijn rouwe beklaegden, en vervolgens afvroegen, wanneer het van sijn hoogheijts behagen wesen souw, dat 's Comp:s briev met 't bygevoegd geschenk nu door ons mede gebragt aen hem ter hand gesteld wierd daer hy ten eersten op antwoorden, hoe eer hoe liever, al was het nog desen agtermiddag, gelijk dat dan ook vast gesteld bleev tegens vier uijren wanneer wij door dain mangimba, een zoon van arou Tanetta Matoea met sijn verder gevolg uijt ons Logiement, alwaer wij gedurende ons aenwesen nevens het volkje naer wensch getracteert, en de steets opgewagt syn, door 's Coninx Sabandhaer die ons meer als eens uijt ordre van syn meester versogt maer te willen zeggen watter van ons behagen was dissende stadig op over vette Hartebeesten &=a voor ons, en schapen hainderen &ra voor de soldaten, afgehaelt weder ten hove gingen, ende aende trap door Crain Lepocassie mitsgaders als „voren door aroe Donij boven aen de deur ontfangen sijnde, hem 's Comp„s brief met het nevens gevoegt geschenk over leverden, den Conink het geschenk voor syn voeten hebbende doen nederleggen opende aenstonts de briev las de selve, stond na het Eijndigen op, en gaf ons ijder met een bysondere nadruk de hand, seggende dat hij den Heere gouverneur en Raed, voor de genegentheijt en Eere aen Twee dagen hier naer of vrijdags den 24=en quam Carre Lessan seggen, dat den Coning van bonij genegen was, om voor het vertrek eerst eens met ons te Eeten, en alsulx nevens syne groote versoeken liet dat wy morgen avond by hem ter maeltijd komen wilde, om dan ook met een ons afscheyt, en den briev aen den heere gouverneur en Raed tot macassar te ontfangen, tgeene wij gaerne toeseijden, en daer op saturdag des avonts omtrent ten 7. uuren door een aensienlyk stoet hovelingen, afgehaelt, weder bij den Coning verschenen, dewelke na dat wij even neder geseeten waren, ons door den tolcq Carre Lessan deed seggen, dat hij, aengesien het in diergelyke droeven staet buijten hun gebruijk en gewoonte is, ons niet ter maeltijd soude geroepen hebben, ten ware dit nu geschiede (in agtervolging van syn pligt) ten respecte van den geene door wien wi gen hem af„ gesonden waren, gevende hij Coning voorts den brief aenden luijtenant Riadel over, met recommandatie om aen den heere gouverneur te seggen, dat die nu met groot of wel na verEijsch van het antwoort hem bewesen niet genoeg bedanken kan, waer na hij de brief andermael begon over te lesen, dog schreijende afbrak, en niet betraende oogen sijn groot verlies beklaegt hebbende, in een droevig gepeyns sonder spraek sitten bleev, 'tgeen door ons een poos, en tot dat die buij van droesheijt wat gestremt scheen, afgewagt sijnde, vroegen wij hem of wy syn Hoogheyjts antwoord, soo op dese als de voorgaende briev aen den heere gouv=r en Raed aen hem gesz: nu bij ons vertrek souden konnen mede nemen, hier op Zeyde hij dat de eerste brief reets beantwoort, en ses dagen geleden door Carre Lessans broeder afgesonden was, dat hy het antwoort op de laetste briev soude doen vervaerdigen, en op ons nader versoek dat hij ten spoedigste ordre soude stellen, tot ons vertrek over Padang Padang, gelijk hy nog ook by ons aenwesen deed, zulx wij met hem den dag van ons vertrek beraemden, tegens de aen„ staende sondag of 26=en deser, en daer mede voor die tijd afscheijt hem namen.
Quelle Zitat
National Archives / Archiv South Holland, Archivnummer 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), Inventar nummer 1663, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1703. RRRRR. Dertiende boek: Batavia's ingekomen brievenboek, deel II: Makassar, Timor, Palembang, Japan, Malakka
Klicken Sie auf das Bild, um es zu vergrößern und die Transkription daneben anzuzeigen
Künstliche Intelligenz (KI)
Die Transkription erfolgte computergestützt mittels automatischer Handschrifterkennung.
Die Zusammenfassung wird vom Computer auf Basis eines Sprachmodells erstellt.
Beide Aufgaben der künstlichen Intelligenz sind nicht perfekt, aber oft mehr als ausreichend, damit das historische Dokument verständlich wird.
Finden Sie Ihre Vorfahren und veröffentlichen Sie Ihren Stammbaum auf Genealogie Online über https://www.genealogieonline.nl/de/
Die Transkription des historischen Dokuments erfolgte mittels automatisierter Handschrifterkennung. Auch eine Zusammenfassung in zeitgenössischem Deutsch kann hier automatisch erstellt werden.
Zur Nutzung dieser Funktionen zu machen, müssen Sie ein Abonnement haben.