Samenvatting (ook van de volgende pagina)Soumath, een slaaf, kwam naar buiten en toen hem gevraagd werd waarom, antwoordde hij dat hij bang was voor de andere huisslaven en alleen zijn benen wilde strekken. Men zag dat zijn hoofddoek slordig zat en zijn jas open was. Hij keek ook verward uit zijn ogen. De andere slaven dachten dat hij koorts had. Sicko vroeg aan Soumath waarom zijn jas zo vies was van de klei. Soumath antwoordde dat hij 3 keer in de klei was gevallen. Op dat moment kwam er een kleine jongen genaamd Meij langs, die bij meneer Meinertz Hagen hoorde.


Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 10951, Kamer Zeeland, INGEKOMEN STUKKEN VAN DE KANTOREN IN INDIE BIJ DE HEREN XVII EN DE KAMER ZEELAND, Stukken van de gouverneur en raden van Kaap de Goede Hoop, Kopie-criminele rollen van de Raad van Justitie van Kaap de Goede Hoop, 1752
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/