archieftoegang 499, inventarisnummer 342, pagina 9
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
i . Een zaal in het Trippenhuis , voor 1885 . Foto Gemeen- tearchief , Historisch- topografische atlas , Amsterdam in het voorjaar van 1806 op de vierde verdieping van het stadhuis een ' rariteitenkamer ' in , met oudheidkundige objecten en schilderijen die tevoren elders in het stadhuis een plaats hadden gehad . Van dit historische museum avant la lettre werd met het oog op bezoekers een gids geschreven . Met de komst van Lodewijk Napoleon naar Amsterdam in 1808 braken andere tijden aan . Het stadhuis werd bestemd tot paleis , waarin voorlopig ook het nieuwe Koninklijk Mu- seum zou worden ondergebracht . De vorst het een zevental topstukken uit het stedelijk schilderijenbezit aan het rijk in bruikleen geven om hiervan deel te gaan uitmaken , waar- onder de Nachtwacht en de Staalmeesters van Rembrandt . In 1817 verhuisde dit museum als Rijks Museum naar het Trippenhuis , inclusief de zeven stedelijke schilderijen . De omvangrijke collecties uit het oude stadhuis waren intussen ondergebracht in het nieuwe stadhuis aan het Prinsenhof . Regelmatig werden deze collecties aangevuld met objecten of schilderijen van stedelijke instellingen die werden opgeheven , zoals de gilden . Op het stadhuis bevond zich ook een groot deel van de archieven van de stad . Met de aanstelling van de eerste archivaris Pieter Scheltema in 1848 verbeterde het beheer hier- over en vanaf 1851 kreeg Scheltema ook de zorg opgedragen over de ' museale ' collecties op het stadhuis . Scheltema zette zich bijzonder voor zijn werk in en stelde onder andere inventarissen van de stadscollecties samen . Een enkele keer kon hij een aankoop doen , zoals in 1862 , toen de beelden van Goliath , David en de schildknaap uit het Oude Doolhof op zijn aandringen door de stad werden verworven . In 1878 kreeg het archief , door in- spanning van de adjunct-archivaris mr . Nicolaas de Roever , een bescheiden jaarlijkse subsidie uit de stadskas om tekeningen en prenten met betrekking tot Amsterdam aan te kopen - het begin van de huidige historisch-topografische atlas op het Gemeentearchief . Er bevond zich dus op het stadhuis een soort ' stadsmuseum ', dat voor bezoekers toegan- kelijk was , onder de verantwoordelijkheid van de gemeentearchivaris . 4 Intussen telde Amsterdam twee stedelijke kunstmusea , die waren voortgekomen uit lega- ten van verzamelaars : Museum Van der Hoop , geopend in 1855 en Museum Fodor uit 1863 . Terwijl daarvóór de collecties van kunstminnende Amsterdamse verzamelaars na hun overlijden vrijwel altijd uiteenvielen , legateerden Adriaan van der Hoop en Carel Joseph Fodor hun kunstbezit aan Amsterdam . Zij maakten deel uit van een groep welge- stelde Amsterdammers , die vanaf het midden van de negentiende eeuw de stedelijke over- heden probeerden op te wekken tot meer daadkracht op cultureel gebied . 5 Al vanaf de jaren zestig werden in Amsterdam onder meer in kringen van deze burgers initiatieven genomen om te komen tot de stichting van een nieuw gebouw voor het Rijks- museum . Deze mislukten aanvankelijk , maar begin jaren zeventig boekten zij succes . In 1873 stelde de stad Amsterdam voor dit doel om niet een stuk grond beschikbaar , en deed tegelijkertijd de belofte dat het stedelijk schilderijenbezit grotendeels in bruikleen aan het rijk zou worden afgestaan . Toen in 1885 het nieuwe Rijksmuseum zijn poorten opende was deze afspraak nagekomen . Ook de collectie Van der Hoop maakte deel uit van het nieuwe museum , en in de jaren daarna volgden de verzamelingen historische objecten van het stadhuis . Zo bezat Amsterdam dus eigenlijk een ' stadsmuseum ' verborgen in het Rijksmuseum . Aanvankelijk waren in twee zalen van het Rijksmuseum ook de eigen- tijdse schilderijen van de Vereeniging tot het Vormen van eene openbare verzameling van Hedendaagsche Kunst ( de v v h k ) te zien . Het bezit van deze vereniging groeide snel aan en kon weldra niet meer in het Rijksmuseum blijven . Ook voor de Driejaarlijksche Tentoonstelling van Levende Meesters ontbrak in Amsterdam een goede expositieruimte . De oplossing voor deze problemen kwam in 1890 , toen de weduwe Sophia Adriana Lopez Suasso- De Bruijn haar verzamelingen en haar vermogen aan de stad naliet , op voor- waarde dat deze verzamelingen voor het publiek openbaar toegankelijk zouden zijn . Met daarbij nog een ruimhartige financiële schenking van de familie Van Eeghen konden b . en w . in 1891 aan de gemeenteraad voorstellen voor deze doeleinden een nieuw museum te bouwen . Dit werd in 1895 geopend met onder meer een grote expositie van kunstwerken van de Driejaarlijksche Tentoonstelling , schilderijen uit het legaat Van Eeghen en de nog ongeordende collectie Lopez Suasso . In 1896 werden de laatste voorwerpen over de geschiedenis van Amsterdam die zich nog op het stadhuis bevonden naar het gloednieuwe Stedelijk overgebracht . Het jaar daarop was de splitsing van taken tussen de stadsarchivaris en de nieuw ingestelde con- servator van het Stedelijk Museum een feit . Hiermee was een eind gekomen aan het be- heer dat de stadsarchivaris vanaf 1851 over de gemeentelijke museale collecties had ge- voerd . 12 Jaarboek Q3,Amstelodamum [ 2001 ] Jaarboek 93 , Amstelodamum [ 2001 ] 13
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.