Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 251, pagina 34



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

gelegenheid , in 1685 , - hij trouwde in de deftige Amsterdamse familie
Schuyt — op koopman te zijn en te wonen op de Herengracht . Het enige
kind uit dit huwelijk , Henric van der Spelt , trouwde in 1713 met zijn volle
nichtje Susanna Catharina Pels en was zijn leven lang rentenier . Dat kon
hij zich dan ook veroorloven . Van zijn vader erfde hij ruim ƒ 350000 ,— en
bij zijn overlijden in 1752 liet hij bijna ƒ 700000 ,— na , zijn vrouw in 1760
ruim ƒ 1100000 ,—. Het echtpaar behoorde dan ook in 1742 tot de allerhoogst
aangeslagenen en alleraanzienlij ksten van de stad .
Met de andere medespelers in dit drama in de bouwwereld van ruim 250
jaar geleden ben ik sneller gereed . Hendrick Claasz de Vries was omstreeks
1660 in Amsterdam geboren en trouwde in 1691 met Johanna Kloeck ; hij
woonde toen in de Molensteeg . Op 28 juni 1703 werd hij in de Nieuwezijds
Kapel begraven , zijn vrouw op 2 augustus 1704 in Buiksloot . De vier
kinderen kwamen toen in het Burgerweeshuis , maar na zorgvuldig onder-
zoek repudieerden de regenten de boedel .
Schelte Popta was omstreeks 1663 in Franeker geboren en in 1693 in
Amsterdam getrouwd met Elisabeth Jacobs Kloek , de dochter van de
overleden korenmeter Jacob Willems . Jan Kraker was een stuk jonger ,
namelijk omstreeks 1675 geboren in Enkhuizen en in 1700 in Amsterdam
getrouwd met Teuntje Kloek , de jongere zuster van Eüsabeth .
Hendrick en Schelte waren beiden meester-metselaars , Jan meester-
timmerman en na 1700 zouden zij veelal gedrieën bouwen . Voordien
hadden zij samen met anderen of hadden Hendrick en Schelte samen
gewerkt . Kapitaal hadden zij niet en het was dus in de allereerste plaats
zaak geldschieters te vinden . Dat kon op verschillende manieren . Zo kocht
bijvoorbeeld Schelte Popta tezamen met de timmerman Gerrit Cleman op
16 november 1694 van de procureur Isaac de Vlieger vier erven aan de
Prinsengracht en vier erven daarachter aan de Kerkstraat voor ƒ 6550 , —,
die zij echter niet betaalden . Daarbij werd geconditioneerd , dat de persoon ,
die het geld voor de bouw zou leveren , dezelfde preferentie zou hebben als
de Vlieger , maar niet hoger dan deze ƒ 6550 , —. Op 30 en 31 maart 1695
verklaarde de steenkoper Barent Outhuysen zich voor notaris Daniel van
Liebergen bereid ƒ 5000 ,— aan geld en steen en kalk te leveren , mits hij en
de Vlieger tezamen % van de opbrengst van de verkoop der huizen zouden
krijgen ter afbetaling van het voorgeschoten kapitaal en de interest daarvan .
De huizen zouden tot de schuld volkomen was gedelgd eigendom van de
Vlieger en Outhuysen blijven . Dit moeten de erven 33 en 34 in park C aan
de Prinsengracht tussen Vijzel - en Spiegelstraten en 63-66 in de Kerkstraat ,
die Isaac de Vlieger in 1682 had gekocht , en dan ook nog 35 en 36 zijn
geweest . Later heeft Hendrick Claasz de Vries , zoals wij nog zullen zien ,
deze erven overgenomen .
Op 17 november 1696 verklaarden Schelte Popta en Hendrick Claasz de
Vries , beiden met hun vrouwen , voor schepenen aan Barent Outhuysen
ƒ 4000 , — schuldig te zijn voor geleverd bouwmateriaal .
Barent Outhuysen bleef echter niet hun enige geldschieter . Kort daarna ,
op 9 maart 1697 , kochten zij van de bovengenoemde Wouter van der Spelt
voor / 16000 ,— de erven 12 en 13 aan de Keizersgracht zuidzijde tussen de
52
Vijzelstraat en de Reguliersgracht en drie huizen en erven in de Kerkstraat .
Wouters vader , de steenkoper Hendrick van der Spelt , was op 6 november
1696 in de Oude Kerk ter aarde besteld en als enige zoon en erfgenaam zette
hij deze zaak , die al door zijn vader was opgezet , voort . Voor de afbetaling
-
want weer betaalden de beide metselaars niet - werd een ingewikkelde
regeling getroffen : ƒ 10000 ,— moest worden afbetaald na de verkoop van
twee huizen , te bouwen op de erven aan de Keizersgracht , en ƒ 6000 ,— na
de verkoop van de helft van nog een huis aldaar en van de huizen in de
Kerkstraat . Dat wilde natuurlijk niet zeggen , dat zij daar een half huis
bouwden . Op 16 september 1697 kocht Schelte Popta van Dominicus de
Cooge nog de erven 14 en 15 op de Keizersgracht en de erven 54 en 55
schuin erachter aan de Kerkstraat voor ƒ 20000 ,— en op de vier erven aan
dé gracht bouwden Schelte en Hendrick de Vries vijf huizen ; vandaar het
halve huis op de erven 12 en 13 . Op 20 februari 1700 werd de schuld aan
Dominicus de Cooge afgedaan , op 30 maart 1700 ƒ 5000 ,— afbetaald aan
Wouter van der Spelt en op 30 oktober 1700 de rest . Voor de bouw van al
die huizen ontbrak het de beide metselaars ook alweer aan het benodigde
geld en daarom namen zij op 5 april 1697 nog ƒ 10000 ,— van Wouter van
der Spelt op , eveneens af te betalen met de verkoop van de huizen op de
ervan 12 en 13 . Deze afbetaling geschiedde als allereerste op 6 mei 1699 .
Op 2 oktober en 17 december 1699 kocht Hendrick de Vries van de familie
van Papenbroeck voor ƒ 19700 , — twee erven op de Herengracht bij de
Reguliersgracht . Daarop zette hij samen met Schelte Popta twee huizen .
Vrij in het bouwen waren zij hier niet , want het merkwaardige contract van
5 maart en 1 april 1664 voor notaris Vincent Swanenburch , dat voor de
huizen hier bepaalde maten etc . voorschreef , was nog steeds van kracht .
Zo bouwden zij hier de laatste van een gelijkvormig rijtje huizen , thans 575
en 577 . Op 20 maart 1700 verkochten zij no . 575 voor ƒ 23500 ,— aan Jan
Witheyn en op 2 februari 1701 no . 577 bij willig decreet voor ƒ 23950 ,— aan
Jan van Riet . Op 25 maart 1701 betaalden zij ƒ 10300 ,— af aan Marten van
Papenbroeck , op wiens erf dit laatste huis was gezet .
Op 5 juni 1699 verklaarden Hendrick Claasz de Vries en zijn vrouw voor
schepenen aan Wouter van der Spelt ƒ 12000 ,— schuldig te zijnen op 15 mei
1700 Schelte Popta en Hendrick de Vries , tezamen met hun vrouwen , nog
een ƒ 20000 , —. Op 28 mei 1700 voegde zich daarbij Jan Kraker , die vlak
tevoren de zwager van Schelte Popta was geworden , met ƒ 10000 ,—.
Op 26 april 1701 sloten de drie compagnons tenslotte nog een uiterst
ingewikkelde overeenkomst met Wouter van der Spelt voor notaris Dirk
van der Groe . Zij kregen daarbij twee huizen en erven op de Reguliers-
gracht aan de westzijde tussen de Heren - en Keizersgrachten en één in de
Kapelsteeg over de Oudezijds Kapel , die echter op naam van Wouter van
der Spelt zouden blijven staan , zolang zij hem niet ƒ 10000 ,— met de
rente daarvan , die hij hun had geleend , hadden terugbetaald .
Op 19 april 1701 verkocht Wouter van der Spelt aan Joannes Boekhout
c.s . drie huizen in de Eerste Wittenburgerstraat aan de zuidzijde voorbij de
eerste dwarsstraat . Borgen bij die verkoop waren Popta en de Vries en wij
hoeven dan ook niet te vragen , wie ze hadden gezet . Zo moeten er in de
53

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 251, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 48, 1961



Ga naar de volgende pagina (35)  Ga naar de vorige pagina (33) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/