archieftoegang 499, inventarisnummer 223, pagina 11
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
De eerste capellerie ( in die eere van Sinte Geertruyd ) werd gesticht in 1418 door Geertruyd Albert Ottensz . weduwe . 1 ) Haar man was schepen geweest in 1414 , en met behulp van zijn merk kunnen we hem onderbrengen bij de familie Van Outshoorn . De nakomelingen volgen elkaar regelmatig op in de regerings- ambten : in 1423 is Otte Albertsz . voor het eerst schepen , en diens zoon ( weer een Albert Ottenzoon ) is schepen en schout geweest . Met een onderbreking in de Spaanse tijd , beleeft de familie in de gouden eeuw een tijd van nieuwe bloei , totdat ze eind 17de eeuw uitsterft . We zullen de Van Outshoorns op verschillende plaatsen in de Oude kerk tegenkomen . Dichtbij het altaar , in de Zuiderzijbeuk nos . 169 en 170 , vond men in 1523 nog twee graven met blauwe stenen , voorzien van het merk van Otte Albertsz ., de zoon der stichteres van de capellerie . De tweede capellerie , een vicarie van 5 missen per week , werd gesticht in 1478 door een zekere ' Mr . Jacobus , decretorum doctor .' Van deze meester Jacobus kunnen we niets naders mededelen . 2 ) Een derde capellerie , een officie van 4 missen per week , was eigenlijk bij testamentaire beschikking van burgemeester Cornelis Wouter Dobbenz . voor het Sint Adriaanaltaar bestemd , maar is om voor ons onbekende redenen op het ' Sinte Luciënaltaar ' terechtgekomen . We weten nu dat dit hetzelfde is als het Sint Anna- altaar . 3 ) De stichter , mr . Cornelis Wouter Dobbenz ., is raad , schepen en burgemeester geweest ; hij had aan de Oude kerk een hangtapijt geschonken ; zijn zuster Catryn gaf een schilderij voor het Sint Hieronymus - of Huiszittenaltaar , en van de kinderen van mr . Cornelis gingen er twee in het klooster , en één werd begijn . Dit gezin kan men min of meer vergelijken met hun tijdgenoten , de familie Brunt . Hun toewijding tot hun Kerk was groot , en mr . Cornelis Wouter Dobbenz . heeft gedaan wat hij kon om de voortgang der Hervorming in Amsterdam tegen te houden . Tevergeefs . De nakomelingen zijn , hoewel buiten de regering geraakt , nog lang in Amsterdam blijven wonen . In het begraafboek van de Oude kerk vond ik ver- meld op 4 februari 1679 : Cornelis Dobbeze comt van de binne amstel bij de halve mans stegh ƒ 8 .-. 3 uuren geluydt met de groote kloek ƒ 18 .-. Het derde altaar dat in de Buitenlandvaarderskapel werd gesticht , was het Sint Pietersaltaar ; het moet zijn opgericht in de loop van de 15de eeuw . Wanneer op 25 oktober 1475 Simon Allertsz . samen met zijn vrouw Claer Jacob Claessz.dr . een vicarie van 3 missen per week sticht , verklaart hij in de fundatiebrief : '.. dat wij om salicheyt onser zielen ende onser beyder ouders sielen ende onser beyder kynders sielen ende onser beyder broeders sielen ende voir dengenen sielen die dat outaer gesticht ende gemaeckt hebben ende dairt mij of angecomen is ..' 1 ) Simon Allertsz . had dus de zorg voor het altaar geërfd van familieleden die het gesticht hadden ; de namen worden niet genoemd . Wel blijkt dat Simons voorouders al enige geslachten lang in de regering van Amsterdam gezeten hadden , getuigen de volgende namen uit de lijst van schepenen : Jan Allertsz . 1393 , Simon Allertsz . 1404 , Allert Simonsz . 1431 , en Simon Allertsz ., de stichter van de vicarie , schepen in 1469 . Verder zijn er nog : Allert Pieter Allertsz ., schepen 1420 , Jan Allertsz ., schepen 1442 , Pieter Allert Pietersz ., schepen 1446 , Peter Allertsz ., schepen 1456 , Heinric Allertsz ., schepen 1456 en Gerrit Allertsz ., schepen 1467 . De familie stond dus aan de top . Uit de Inbrengregisters van de Weeskamer blijkt dat ze verwant waren aan de machtige regentenfamilie Boelens . 2 ) Uit de fundatiebrief zien we dat Simon Allertsz . kinderen had , maar bij zijn overlijden in 1480 vinden we er nog één in leven : Allert Simonsz . 3 ) Er treden dan als naaste familieleden op : Claes Heynricxz ., Boel Dircksz . en Andries zijn zoon ( later de beroemde burgemeester Andries Boelensz .). Het is ons onbekend of Allert , de zoon van Simon , kort daarna gestorven is zonder kinderen na te laten , maar een feit is dat de familie Boelens zich met de zorg voor het altaar belastte . Zelfs jaren na de invoering van de Hervorming was de Rooms-Katholieke tak van de familie het Sint Pietersaltaar nog niet vergeten , zoals we hierna zullen zien . Reeds bij het leven van Simon Allertsz . had Boel Dircksz . zich voor het altaar geïnteresseerd door er in 1477 een vicarie van 3 missen per week op te stichten . 4 ) De vicarie van Simon Allertsz . werd op 24 maart 1541 vermeerderd met één mis per week ; zekere Aef Gijsbertsdr . fourneerde er het kapitaal voor : ƒ 125 .—. *) Wagenaar n 98 . 2 ) De vicarie wordt vermeld in het visitatieboek van Zaffius . 3 ) Het testament van mr . Cornelis Wouter Dobbenz dateerde van 15 augustus 1559 ( Le Long,Gesch . der Reformatie , 504 ). De Bont geeft ( B.B.H , xxiv 80-81 ) een afschrift van de rentebriefvan 31 oktober 1561 uit Gem . arch ., Port . Schoemaker . Daarin staat ' St . Lucien Altaer in de oudeparochiekereke staende aen de noortsyde van St . Sebastiaens outaer op de voet vant handbooch- schutterschoor '. Dat is volgens het grafboek van 1523 de plaats van het Sint Anna-altaar , endaaruit volgt dat Sint Anna -, Sinte Lucia -, Sint Bernard - en Sinte Geertruyd-altaar één enhetzelfde is . Bijzonderheden omtrent de familie van de burgemeester vindt men bij Van Eeghen , Vrouwen- kloosters en Begijnhof te Amsterdam ; zie het register van persoonsnamen . ') Gepubliceerd door J . F . M . Sterck , in Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem , xx 472—477 . In een vorig artikel in hetzelfde deel , 314-320 , getiteld : Eenige documenten be- treffende de familie Boelens-den Otter , zegt hij : ' Ik heb grond om te veronderstellen dat deze documenten , die berusten bij den Heer L . H . J . van Cooth te Amsterdam , in gecollationneerde copieën ten jare 1646 opgemaakt voor Notaris G . Coren , afkomstig zijn van Vrouwe Maria Magdalena van Sluypwijck , gravin van Moens , die van het geslacht Den Otter afstamde . Naar alle waarschijnlijkheid zijn zij opgesteld voor Hillebrant den Otter , die in 1636 te Amsterdam het Ottershofje stichtte , en de kleinzoon was van Burgemeester Dirck Hillebrants den Otter , geb . 1493 , gest . 1580 '. 2 ) Inbrengregister i 326 ( 4 juli 1480 ). ( Gem . archief ). *) id . We vinden Allert Simonsz . niet als schepen vermeld . *) Vermeld in het Visitatieboek van Zaffius , 1571 . 18 19
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 223, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 58, 59 en 60, 1966-1968
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.