archieftoegang 499, inventarisnummer 231, pagina 10
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
lijst van aalmoezen ( elemosine ). Katern 5 begint met een kort lijstje van schenkingen { beneficia ) door andere kartuizerkloosters , dat direct gevolgd wordt door een lijst van monniken en lekebroeders die in het Amsterdamse klooster hun eerste profes- sie deden . Deze laatste lijst wordt voortgezet in katern 6 . De zes katernen worden voorafgegaan door één enkel blad , dat een aantal notities bevat , voornamelijk om- trent schenkingen aan het klooster door verschillende kartuizers bij hun intreden . Uit de tekst zelf kan afgeleid worden dat er geen sprake is van een latere samen- voeging van vier , oorspronkelijk aparte gedeelten , maar van vier van oudsher com- plementaire onderdelen . In katern 5 wordt twee keer inzake de professie van een Amsterdamse kartuizer met de woorden zoals blijkt in dit zelfde boek verwezen naar hetgeen in katern 1 aangetekend is omtrent de schenkingen door de vader . 10 Daar- naast wordt in katern 5 voor een uitgebreidere beschrijving van de weldaden van de vader van een Amsterdamse kartuizer verwezen naar katern 2 met de woorden zoals hierboven tussen de aalmoezen beschreven ü . u Er zijn dus twee verwijzingen van deel IV naar deel I en een van deel IV naar deel II . Aangezien deel Dl zoals eerder opgemerkt in hetzelfde katern als deel IV staat , kan vastgesteld worden dat de vier onderdelen van oudsher eikaars complement zijn geweest . Het enkele blad vooraan in het liber benefactorum valt buiten al deze beschouwin- gen . Er zijn drie concrete aanwijzingen dat het enkele blad waarschijnlijk niet tot het oorspronkelijke liber benefactorum gerekend mag worden- Een eerste aanwijzing is dat het blad achterstevoren ingebonden is , wat gebeurd moet zijn bij het herinbinden na 1800 . Dit valt af te lezen uit de chronologische volgorde van de zes notities betreffende schenkingen door kartuizers gedaan bij hun professie in St.-Andries-ter-Zaliger-Haven , die ontstaat wanneer we de tekst aan de verso-zijde in plaats van aan de recto-zijde laten beginnen . Deze zeven aantekenin- gen zijn contemporain en dateren uit de periode 1449-1458 . 12 Het blad onderscheidt zich verder van de katernen door het feit dat het verschil- lende soorten tekst bevat , dit in tegenstelling tot de katernen . Behalve de zeven no- tities uit de periode 1449-1458 bevat het blad nog twee aantekeningen over geheel andere zaken , namelijk het bezoek door hertog Philips de Goede aan het klooster in 1426 en de herwijding van een altaar in 1517 . Het heeft er alle schijn van dat dit blad een los stuk perkament was , waar verschillende notities op gemaakt werden . Een laatste aanwijzing is te vinden in de marginale aantekeningen van Gerrit Schaep . Net zoals op de vele andere middeleeuwse documenten die hij in handen kreeg , maakte Schaep aantekeningen in het liber benefactorum . Vooraan in het liber benefactorum maakte hij een beknopte omschrijving van dit register : ' t Gooster van den Cathusers van St . Andries ter Saliger Haven is gesticht tot Aemsteldam anno 1392 13 Dit schreef hij echter niet op het blad dat tegenwoordig het eerste blad is , maar op de eerste bladzijde van het eerste katern . Schaep is waarschijnlijk ook verantwoor- delijk geweest voor de oudste paginering van het register . Die begint evenmin op het huidige eerste blad , maar ook op de eerste bladzijde van het eerste katern . Aan - 14 genomen mag worden dat het bewuste enkele blad nog geen deel uitmaakte van het liber benefactorum toen Schaep deze bron rond 1650 gebruikte voor zijn genealogi- sche onderzoekingen . Het enkele blad vooraan het liber benefactorum maakte er dus oorspronkelijk geen deel vanuit , maar is er later , vóór of tijdens het herinbinden na 1900 , aan toegevoegd Het blijft daarom verder buiten beschouwing wat de analyse van het liber benefacto- rum betreft . Na dit oneigenlijke onderdeel van het liber benefactorum terzijde geschoven te heb- ben , kunnen we ons gaan richten op de twee hoofdzaken van onze analyse : de struc- tuur en de genese . Om hierop enig licht te kunnen werpen , zullen de vier onderdelen waaruit het register bestaat - schenkingen door personen , aalmoezen , schenkingen door kartuizerkloosters , professies - hierna afzonderlijk geanalyseerd worden . DEEL I - BENEFICIA VAN PARTICULIEREN Het eerste gedeelte van het liber benefactorum ( deel I ) beslaat het gehele eerste ka - ïfïi J - J rn bestMt "* *** AAWgevouwen bladen perkament en bevat dus 32 bladzijden . Op de laatste bladzijde na zijn deze alle beschreven . Er zijn drie handen aanwijsbaar . Verreweg het grootste gedeelte van deel I is met vrij lichte inkt geschreven door een naar het lijkt laat-veertiende-eeuwse hand ( Al Hand A vulde met de gehele bladspiegel maar liet meermalen ruimte open . Van dezelfde hand zijn enkele , Waarblijkelijk latere , toevoegingen met meer donkere inkt Twee andere handen ( B en Q hebben later de door hand A opengelaten ruimten gedeeltelijk alsnog opgevuld . Naar hun handschrift te oordelen zal B werkzaam zijn geweest in de eerste helft van de vijftiende eeuw en C een eeuw later . Alle vier delen van het liber benefactorum worden voorafgegaan door een kop- tekst zo ook deel I . Hand A begon zijn tekst met een omschrijving van de inhoud van deel I : Dit zijn de giften van onze weldoeners sinds het begin van de oprichting van het huis van de Heilige Andries van de orde der Kartuizers nabij Amsterdam 1 * In deel I kunnen we dus schenkingen vanaf het stichtingsjaar 1392 verwachten . Zo- wel schenkingen van onroerende als van roerende goederen werden opgenomen Onder de laatste categorie vinden we schenkingen in natura , in contanten of van voorwerpen , waaronder stoffen , kerkzilver en boeken . Ook bepaalde activiteiten worden onder de beneficia gerangschikt , bijvoorbeeld het laten bouwen van een cel in het klooster , het behartigen van belangen van kartuizers buiten het klooster of het afschrijven van boeken . Aankopen werden niet door hand A opgenomen Dit bhjkt wanneer we het liber benefactorum naast het kloostercartularium leggen Een groot aantal van de in het cartularium geregistreerde schenkingen van onroerend goed worden ook gememoreerd in het liber benefactorum , terwijl dit voor geen en- kele verwerving door middel van aankoop het geval is . De inhoud van de latere aanvullingen van de handen B en C kan onder dezelfde 15
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 231, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 80, 81 en 82, 1988-1990
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.