archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 177
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
te hebben aangetoond dat het doel van het evenement , n.l . het grote publiek ver- trouwd te maken met de fotografie , ruimschoots bereikt werd . Dat het een groot succes was blijkt uit het feit dat de manifestatie na zes weken in Arti geweest te zijn in juli ook in Den Haag kwam , maar tevens werden er ook heel wat mensen aan het schrijven gezet . Of we deze verdienste alleen aan Van Eijk of aan de Ver- eniging voor Volksvlijt in haar geheel moeten toekennen , doet er eigenlijk niet zoveel toe . In ' Pantheon ' van 1855 schreef Dr . J . W . Gunning een groot stuk over fotografie . In hetzelfde jaar verscheen bij Broese & Comp . in Breda een leerboek ' Photographie op papier en glas ' van de hand van Photophüus ( pseudo- niem van P . J . Hollman ). In ' Onze Tijd ' van 1855 verscheen een stuk van H . M . Duparc en een jaar later in ' De Gids ' een stuk van een zekere Josua van meer dan dertig pagina's . DE INZENDING VAN VAN EIJK In de catalogus staat onder nummer 15 de bijdrage vermeld van Van Eijk : een daguerreotype van een marmeren standbeeld , een daguerreotype van een tekening in sapverf , een experiment in daguerreotypie met electrisch licht , nog een portret- daguerreotype en tenslotte een foto op papier van het ' Huis met de Hoofden ' naar een papieren negatief . Het valt op dat de hele inzending op één na uit daguer- reotypen bestond . Noch in het buitenland noch in Nederland zelf werd de daguer- reotypie in 1855 als een verouderd procédé beschouwd , want op de tentoonstel- ling had men liefst twee schotten nodig om alle daguerreotypen te kunnen expo- seren . Er waren er bij van Carl Rensing uit Deventer , van Victor Plumier uit Parijs , van Henri Mouhot uit Den Haag , van D . F . Jarnin uit Amsterdam , van Hermann Krone uit Dresden en van H . G . de Boer uit Amsterdam , nog afgezien van de stereodaguerreotypen van Antoine Claudet uit Londen en Charles Mouhot uit Den Haag , die op een andere plaats waren uitgestald . Toch dient gezegd dat de achteruitgang van de daguerreotypie zich al aankondigde . Het merendeel van het geëxposeerde werk bestond uit foto's op papier . In de nalatenschap van Van Eijk is - zo te zien - van deze tentoonstellingsstukken niets of weinig meer terug te vinden . Wel bevinden er zich enkele opnamen in , die ermee in verband zouden kunnen staan . Van het ' Huis met de Hoofden ' zijn twee foto's bewaard , die beide genomen zijn vanuit exact hetzelfde standpunt en met een tijdverschil van hooguit een paar weken . De ene is een daguerreotype ter grootte van een halve plaat en ondanks de uitermate slechte conditie waarin hij verkeert de moeite van het ver- melden waard , want daguerreotypen met stadsgezichten , gebouwen e.d . zijn in ons knd nogal zeldzaam . Ieder voorkomen ervan kan dus gerust gesignaleerd worden ( afb . 4 ). De andere foto is er een op papier en vermoedelijk ook gemaakt naar een papieren negatief . In tegenstelling met de andere opname zijn de bla- deren aan de bomen al aan het ontluiken . Op de achterzijde schreef de fotograaf de datum : mei 1856 ( afb . 5 ). Wat de an- dere tentoonstellingsfoto's betreft is het interessant te zien hoe de electriciteit Van 4 Het Huis met de Hoof- den , daguerreotype verm . april 1856 Eijk bleef achtervolgen . Hij exposeerde immers ook een experiment met kunst- licht . STEREODAGUERREOTYPIE Een der openbaringen van de tentoonstelling waren de stereodaguerreotypen van Antoine Claudet uit Londen . Zoals te lezen valt in de verslagen van de Amster- damse Courant ( 31 mei en 5 juni ) was het altijd erg druk bij de tafels waar de stereoscopen stonden opgesteld . Iedereen wilde de ruimtelijke werking ervaren , waar nog maar weinig mensen bekendheid mee hadden . Dit was een gevolg van het feit dat er in ons land bijna geen fotograaf te vinden was , die zulk soort foto's maakte . Pieter Oosterhuis , die overigens niet aan de tentoonstelling meedeed , was er één van . Een andere , maar wel exposant was Charles Mouhot , een Frans- man die zich kort daarvoor met zijn broer Henri in Den Haag gevestigd had . Zou 348 349
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/