archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 155
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
te Cambridge , bij vergelijking met zijn bekende beeltenissen beslist geen zelf- portret bleek weer te geven , verkeerde in een zekere opwinding toen ik mij realiseerde dat wij hier mogelijk met het zoekgeraakte portret van Philippus Taddel te maken hebben ( afb . 3 ). Mijn vraag naar eventuele annotaties op de achterkant van het blad , die mis- schien iets over de vroegere herkomst zouden kunnen onthullen , werd uit Cambridge helaas ontkennend beantwoord . Ik wil dan ook nadrukkelijk voorop- stellen dat mijn denkbeeld niet meer dan een hypothese is , maar toch erop wijzen dat er wel iets ter ondersteuning daarvan is aan te voeren . De tekening , die uit de Engelse kunsthandel in 1946 door het museum werd verworven , is in krijt en gewassen oostindische inkt uitgevoerd ( 16,5 x 11,9 cm .) en in de marge gesigneerd : ' Wd . Hendriks fecit 1783 '. Ook het door Taddel geschonken portret was met oostindische inkt getekend en moet vóór januari 1785 , dus in de winter 1783/84 of in het najaar van 1784 zijn gemaakt . In het najaar van 1783 was Hendriks inderdaad zoals wij zagen in Amsterdam de gast van Felix Meritis en tekende hij Willem Writs en ook het dubbelportret , dat hierna ter sprake komt . Dat in dezelfde tijd ook het portret van zijn medegastheer Taddel ontstond , ligt wel voor de hand . Maar er is nog een ander aanknopingspunt , dat - helaas alweer hypothetisch - zich aandient . Op het grote schilderij van Adriaan de Lelie , De inwijding van het nieuwe gebouw van Felix Meritis , moet ook Philippus Taddel afgebeeld zijn , want op de naamlijst van de daarbij behorende omtrektekening komt zijn naam voor onder nr . 38 . Van de eenenveertig heren , die in de genummerde lijst zijn vermeld , een tiental minder dan er in totaal zijn afgebeeld , zijn er negenendertig op het schilderij te vinden door het nummer , dat bij de corresponderende kop op de omtrektekening is geplaatst . Maar twee nummers , waaronder juist het voor ons belangrijke nr . 38 , heeft men verzuimd in de tekening te schrijven ! Philippus Taddel moet dus één van de twaalf ongenummerde , niet geïdentificeerde mannen zijn , die er overblijven . Nu zou het wel pijnlijk zijn geweest als deze twaalf - en onder hen dus ook Taddel - stuk voor stuk een gelaatstype hadden getoond , volstrekt afwijkend van de man op Hendriks ' tekening . Gelukkig is dat niet het geval . Links van de enigszins op Benjamin Franklin lijkende componist en dirigent van de gelegenheids- muziek , Joseph Schmidt ( de man met een rol muziekpapier in zijn hand ), en ongeveer ter hoogte van diens peinzende kop , kijkt tussen de strikken van een paar dameshoeden door , een man in onze richting , wiens gelaatstrekken met die van de tekening meer dan oppervlakkig overeenstemmen ( afb . 4 ). Ik wijs bijvoor- beeld op de enigszins gebogen neus , de zware plooi van het onderste ooglid , alsook de vorm en expressie van de mond . Bij deze vergelijking mag men wel bedenken dat De Lelie in zijn portretten nogal eens de neiging had de scherpste kantjes van de meest opvallende eigen- aardigheden in een gezicht af te slijpen , terwijl Hendriks juist met kennelijk genoegen de markante trekken nadrukkelijk signaleerde , en wel zó onverbloemd , dat zijn portretten niet zelden zwemen naar de caricatuur . De onderhavige tekening is , geheel afgezien van onze speculaties betreffende de persoon van Taddel , een sprekend document van die kernachtige manier van zien en afbeelden , waardoor Hendriks temidden van zijn tijdgenoten een op- vallende plaats inneemt . Deze verre van saaie , echt geïnspireerde manier van werken , waarin ook het doeltreffende gebruik van het tekenmateriaal meespeelt , komt misschien nóg overtuigender naar voren in de laatste tekening , waarop ik hier de aandacht wil vestigen . Het is het portret van Jacob de Vos Sr . in gezelschap van Wybrand Hendriks zelf , bij het beschouwen van een wildstilleven op de ezel , met penseel in oost- indische inkt getekend ( 42 x 33,5 cm .), en op de keerzijde gesigneerd : ' Wd . Hendriks fecit 1783 '. Het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap ontving de tekening in 1967 ten geschenke van Mevr . H . M . C . de Vos-van de Bos te Vlaar- dingen en gaf hem vervolgens in bruikleen aan het Rijksprentenkabinet ( afb . 5 ). In dit dubbelportret , dat tegelijk een ongedwongen samenzijn in zijn eigen schilderskamer in beeld brengt , heeft Hendriks een bijzonder gelukkige hand gehad . De weloverwogen compositie , die tot in kleine onderdelen zorgvuldig is uitgewerkt , maar zich nergens in onbeduidende details verliest , de heldere weer- gave van de ruimte en de rijke schakering in de overgangen tussen schaduw en licht , het is allemaal getekend op een wijze , die zonder voorbehoud meesterlijk genoemd kan worden . Maar ook als document is de voorstelling niet zonder betekenis , zoals ik straks zal aantonen . De tekening ontstond in dezelfde tijd als de drie hiervoor besprokene en even- eens in het wereldje van de kunstlievende Amsterdamse burgerij , waarin Hendriks toen graag verkeerde , maar houdt toch niet zo rechtstreeks als de andere portretten verband met Felix Meritis . Jacob de Vos ( 1735-1833 ) was assurantiebezorger van beroep en eminent kunstkenner en - verzamelaar . Omdat Adriaan de Lelie hem in zijn schilderij van de tekenzaal van Felix Meritis afbeeldde in de groep zittende en staande heren rechts , die met een geanimeerde kunstbeschouwing bezig zijn , heb ik tot voor kort altijd zonder meer aangenomen dat hij lid was van Felix Meritis . Op zoek naar gegevens in het archief , die daarover nauwkeuriger zouden berichten , vond ik hem tot mijn verbazing nergens als lid vermeld . Zijn aan- wezigheid op het schilderij van De Lelie moet dan ook waarschijnlijk verklaard worden uit zijn bereidheid van tijd tot tijd een keuze uit zijn vermaarde ver- zameling voor een kunstbeschouwing in Felix Meritis beschikbaar te stellen . Daarbij was hij dan natuurlijk zelf ook aanwezig als eregast van degeen , die tot taak had het getoonde materiaal toe te lichten . 304 305
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/