archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 10
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Haar leermeester Prof . Dr . Romein zag veel hiervan wel , maar kon of wenste geen verandering in de situatie te brengen . De kloof tussen zijn belangstellingen voor de generalia der wereldgeschiedenis en de wil van Mej . van Eeghen om niet dan onweerspreekbaar resultaat van eigen archiefonderzoek te leveren , was te groot . Bovendien was Romein soms te weinig op de hoogte van datgene wat buiten zijn ogenblikkelijke sfeer lag . De in de gepubliceerde vorm reeds opvallend belangrijke dissertatie van Mej . van Eeghen had gemakkelijk nationale en zelfs internationale faam kunnen krij- gen , wanneer het leven der Amsterdamse laat middeleeuwse nonnen met wat daarbij behoort aan canoniek rechterlijke voorschriften en feitelijke uitoefening van religieuse practijken naar Vlaanderen en Noord-Duitsland was doorgetrok- ken en Mej . van Eeghen de wil had getoond op de samenhang met algemene aspecten van stadsontwikkeling , internationaal gezien , en kerkrechtelijke si- tuaties , zomede geestelijke verschijnselen , kort voor de reformatie , te wijzen . Haar verstand en haar ijver waren daartoe meer dan groot genoeg geweest . Deels lagen de oorzaken dus o.i . bij Prof . Romein ; zijzelf zal eerder geneigd zijn zakelijke motieven aan te voeren , deels om bij de geïnvetereerde angst te specu- leren en te construeren . Een uitbreiding van het tableau van haar dissertatie kon immers gemakkelijk aanleiding geven tot gemotiveerde critiek van specialisten . Wellicht intussen had Dr . van Eeghen toch gelijk . Wanneer in een dissertatie feiten vastliggen , ontstaat eerder een ktèma eis aei , dan wanneer een nog jonge geleerde te stoutmoedig optreedt . Speculeren van mensen beneden de 35 is en blijft riskant ; levenservaring en verdiepte mensen- kennis is onmisbaar . Wat hierboven staat , zouden wij dan ook niet neergeschreven hebben , ware het niet dat Mej . Dr . van Eeghen in haar hele carrière feitelijk aan het innerlijk systeem van haar dissertatie trouw bleef . Dit is onverwijld zo te verstaan , dat ten dienste van het werk over de Amster- damse boekhandel wel een zeer uitgebreide nationale en internationale literatuur- studie plaatsvond . De economische achtergronden krijgen veel belichting , maar het leggen van causale verbanden tussen het algemeen geestelijk perspectief van de 18de eeuw en het werk der Amsterdamse drukkers en uitgevers blijft op de achtergrond . Dit was trouwens anders nauwelijks doenbaar , omdat de Amsterdamse druk- kers en uitgevers voor vele landen werkten en in de concurrentiestrijd meer met kostenmotieven - de lonen waren in Nederland relatief hoog - dan met eigen geestelijke voorkeuren rekenden . Wat Dr . Martin voor Frankrijk deed met zijn diep uitgewerkte belangstelling voor de samenhang uitgeverij - 17de eeuws katholiek réveil viel voor Neder- land eenvoudig uit . Bij herhaling gezegd , bovendien een wijze beslissing , omdat het magnum opus anders nooit zou zijn klaar gekomen . Bepaalde beperkingen in een mens zijn dikwerf in hun practisch effect nuttig . Vermeld dient in deze notitie in de eerste plaats te worden de minitieuse be- werking door Mej . van Eeghen der editie van het dagboek van broeder Wouter Jacobs . Een onmisbare bron voor het geestelijk en maatschappelijk leven in Amsterdam tussen circa 1570 en 1578 , de Alteratie . De annotaties van de bewerkster zijn volstrekt betrouwbaar , niet te missen voor den lezer en vooral den gebruiker , terwijl Dr . van Eeghen een fijn begrip toont voor de geestelijke nuances toentertijd mede in den katholiek blijvende kring . Voorts is de adjunct-archivaris van Amsterdam de drijvende kracht geweest , van 1950 tot nu , bij de redactie van het Jaarboek Amstelodamum en het Maand- schrift Amstelodamum . Eindeloos in aantal en bijna steeds juist zijn haar talloze artikelen , veel over interessante détails , soms van fundamentele betekenis . De mateloze ijver en ook wel tact die zij ten toon spreidde en gelukkig nog spreidt als redactrice behoort in menselijke zin ieders bewondering op te wekken . Een volledige bibliografie van de hand van Mevrouw Lohmann is in dit Ge- denkboek opgenomen . Nog een aspect van Mej . van Eeghen valt te vermelden , n.l . haar onwil om een gezagspositie in te nemen . Positief hieraan is haar gemis aan eerzucht , het gemis aan de wil om naar buiten te schitteren , op de voorgrond te treden als hoofd- ambtenaar . Archivaris van Amsterdam worden , lag binnen haar bereik , en zij zou het goed hebben gedaan , lijkt ons . De adjunct-archivaris echter deinsde terug voor het gevoel door te veel administratieve bisbüles afgeleid te worden van haar zelf opgelegde wetenschappelijke taak , maar daarbij kwam zeker de vrees de be- trekkelijke onrechtvaardigheden te moeten begaan , die het zijn van chef en het daarbij behorend uitdelen van standjes te allen tijde met zich mede brengt . Mej . van Eeghen wenst haar innerlijke zelf te bewaren , wat men noemt zo weinig mogelijk met critiek op haar persoon te worden lastig gevallen , er zijn duidelijk afweerreacties in dat geval ; dienovereenkomstig heeft zij er een voor- keur voor andere mensen in hun tekortkomen liever buiten schot te laten . On- eerzuchtig als zij is , vervallen de verleidelijke voordelen van het chefschap , voor sommigen zo belangrijk . Een onlust om te dogmatiseren , een weten hoe willekeurig goed en kwaad in de wereld gespreid zijn , welk een kleine marges de verschillen tussen goede en minder goede ambtenaren eigenlijk opleveren , speelt bij dit alles tevens een rol . Het verband met jeugdervaring lijkt mij duidelijk . Aan Mr . Chr . P . van Eeghen is door collegae en onderdirecteuren ook wel eens verweten , dat hij veel zakelijk juiste critiek had , maar zich in de commercie ten aanzien van zijn medewerkers , bij zijn grote gaven van verstand en zijn vele ken- nis , te weinig als paedagoog opstelde en de dingen en de mensen soms wel eens op hun beloop liet . De samenhang verleden en heden springt bij Mej . van Eeghen duidelijk in het 14 15
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.