archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 9
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
12 juni 1957 758 (Seegers e.a.) Beroepen tegen aanschrijvingen Beroepen tegen aanschrijvingen 759 Gemeenteblad afd. 2 sluitend met het doel, de onderhuur te doen eindigen, kansloos is. Thans legt de eigenares de aanschrijvingen naast zich neer en meent, dat zij eenvoudig kan volstaan met de eerste verdieping van het perceel als woning te laten gebruiken en daartegen verder niets in te brengen. Klaagster is verder van mening, dat Burgemeester en Wethouders misbruik maken van hun macht door haar te dwingen, de magazijnruimte tegen haar nadrukkelijke wil te veranderen in woonruimte. Spreekster zou echter veel eerder willen zeggen, dat thans de eige- nares tracht, misbruik van gemeentelijke bevoegdheid te haren gunste uit te lokken. Het is nl. voor de Gemeente geenszins een plicht om deze woning te laten ontruimen, doch hoogstens een bevoegdheid. toezicht houden krachtens de Bouwverordening met de verhouding tussen ver- huurder en huurder niets te maken. Zij heeft er voor te zorgen, dat, als de nodige voorzieningen ontbreken, deze worden getroffen. Natuurlijk zou het mogelijk geweest zijn, als de eigenaar weigert om die ruimte als woning te doen gebruiken, dat hij op grond van de betreffende wettelijke bepalingen de verhuring staakt en dus aan de bewoners de huur opzegt. Hij zal dan ook geen huur ontvangen. Waarschijnlijk was dit juridisch niet mogelijk, daar de huurder van de bovenwoning geen partij was in deze aangelegenheid, want zowel het winkel- pand als de woning waren verhuurd aan degene, die het winkelbedrijf daar uit- oefent. Die bewoning is dus eigenlijk een inwoning. Het had kunnen zijn, dat men in plaats van de eigenaar de huurder van de beide perceelsgedeelten aan- sprakelijk zou stellen, doch dit heeft het Gemeentebestuur niet uit te maken. De verantwoordelijkheid hiervoor zou opgelegd kunnen worden door een civiel- rechtelijke uitspraak van de rechter; deze kan beslissen, of de eigenaar dan wel de huurder van de beide perceelsgedeelten verantwoordelijk is. Voor de Ge- meente blijft krachtens de Bouwverordening de eigenaar van het pand verant- woordelijk. In verband met de mededeling over de jurisprudentie heeft spreekster deze zaak nog eens nagegaan, doch het is naar haar mening niet juist, dat iedere poging om van de rechter ontruiming van de woning te verkrijgen op grond van onderverhuring per se kansloos is. Hiervan is alleen sprake in bepaalde geval- len, wanneer men te maken heeft met een samenspanning tussen een huurder en een huiseigenaar om een onderhuurder te duperen. In het onderhavige geval zou men echter naar spreeksters mening met de wet in de hand zeker een uitspraak tot ontruiming — wellicht van het gehele perceel of anders alleen van de eerste verdieping — kunnen verkrijgen. In elk geval zou op die wijze de eigenares pressie op de hoofdhuurder kunnen doen uitoefenen, om aan het in casu inderdaad onbehoorlijk gebruik van het gehuurde, in de zin van art. 18, eerste lid, van de Huurwet, een einde te maken. Immers, de hoofdhuurder verhuurt een gedeelte van het door hem gehuurde perceel op een wijze, die de eigenares van het perceel terecht in conflict brengt met de gemeentelijke autoriteiten. Spreekster meent, dat er goede kans is, dat de kantonrechter, gezien de aan- schrijvingen van Burgemeester en Wethouders en mede rekening houdende met de reeds aan de onderhuurder opgelegde geldboete, de eigenares in het gelijk zal stellen, wanneer deze een ontruimingsprocedure instelt. Op grond van deze overweging meent spreekster, dat het niet juist is om de aanschrijvingen tot het aanbrengen van verbeteringen, die inderdaad noodzakelijk zijn, niet te laten doorgaan. Naar sprekers mening is de Commissie in deze op de stoel van de rechter gaan zitten en heeft zij zelf uitgemaakt, hoe de juridische verhouding tussen de eigenaar en de huurder van de beide perceelsgedeelten feitelijk moet zijn. Het is echter de taak van de Commissie te onderzoeken, of de voorzieningen, die Bur- gemeester en Wethouders voorschrijven in verband met het thans gebruiken van het perceelsgedeelte als woning, in overeenstemming zijn met de voor- schriften van de Bouwverordening. Als men zich daaraan houdt, is alleen de conclusie mogelijk, die Burgemeester en Wethouders hebben getrokken. De heer VAN RIJ meent, dat het goed is, dat eerst wordt uitgemaakt, wat in deze kwestie de taak van de Commissie-art. 22 en van de Raad is. Spreker is derhalve van oordeel, dat de beide beroepen ongegrond moeten worden verklaard, omdat z.i. de aanschrijvingen terecht zijn geschied. In het onderhavige geval is door de voorzitter van de Commissie een voor- bereidend onderzoek verricht naar de feitelijke situatie en in een openbare vergadering van de Commissie heeft daarop onder leiding van de waarnemend voorzitter de behandeling van het beroep plaats gevonden. De Commissie heeft daarop aan de Raad advies uitgebracht op grond van de bevindingen, die voor haar waren komen vast te staan. Mevr. FRIEDMANN-VAN DER HEIDE zegt, dat naar haar mening het standpunt van de Commissie iets te formeel is, om niet te zeggen formalistisch. Het komt hierop neer, dat in de adviezen om de beroepen gegrond te verklaren de Commissie van de redenering is uitgegaan, dat hier magazijnruimte is ver- huurd en dat er daarom geen of onvoldoende rekening mee behoeft te worden gehouden, dat in deze magazijnruimte gewoond wordt. Thans heeft de Gemeenteraad krachtens de wet tot taak, een rechterlijke uitspraak te doen op een beroep van een burger van Amsterdam, die een aan- schrijving heeft ontvangen van Burgemeester en Wethouders. In het advies no. 513 is breedvoerig medegedeeld, waar het bij deze kwestie om gaat. Door een huiseigenares is een winkel met er boven liggende magazijnruimte verhuurd. Op een gegeven ogenblik heeft de huurder van de winkel blijkbaar de magazijn- ruimte niet meer nodig gehad en heeft daar maar een onderhuurder in laten wonen. De eigenares van het perceel is daartegen in verzet gekomen en de ingestelde vervolging had tot resultaat, dat de onderhuurder door de kanton- rechter werd veroordeeld tot het betalen van een geldboete. Deze laatste is echter rustig blijven wonen en de onderhuur loopt gewoon door. De eigenaar van het pand moet naar spreeksters mening kiezen: òf hij zorgt, dat de woning weer magazijnruimte wordt, òf — nu het de facto een woning is — ‘hij treft de nodige voorzieningen. Als men in deze tijd van woningnood de Gemeente zou suggereren, gelijk de adviseurs van de huiseigenaar doen — welke gedachte de Commissie trouwens min of meer heeft gevolgd — dat door de Gemeente maatregelen zouden worden genomen, welke tot ontruiming zouden leiden, verlangt men van de Gemeente, dat zij een beleid voert, dat zij zelf niet goed acht. Dan zou de Gemeente dus worden uitgenodigd om een slecht beleid te voeren. Want de woning op de eerste verdieping is op zich zelf niet slecht, doch zeer wel voor verbetering vatbaar. Om die verbeteringen te doen aanbrengen, wat een gebiedende eis genoemd kan worden, mede in verband met het bestaande brandgevaar, zijn naar spreeksters mening de aanschrijvingen te- recht uitgebracht. In de adviezen van de Commissie-art. 22 wordt medegedeeld, dat de eige- nares van het perceel geen ontruimingsprocedure heeft ingesteld, omdat zij er van uitgaat, dat volgens de jurisprudentie van de kantonrechter te Amsterdam een tegen de huurder ingestelde actie tot ontbinding der huurovereenkomst, uit-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.