archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 74
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 888 Inenting tegen kinderverlamming Sajet e.a. Ï | a de hg van vier jaarklassen door te voeren. Hij weet, dat de inenting van een jaarklasse voor Amsterdam een uitgave meebrengt van f 100.000. Desalniettemin is hij zo vrij, aan Burgemeester en Wethouders te vragen — hij heeft de Wethouder reeds van deze vraag op de hoogte gesteld — of het niet mogelijk ís, dat Amsterdam het voorbeeld van Den Haag volgt en dus ook dit jaar nog overgaat tot het inenten van vier jaarklassen. _ Inenting tegen kinderverlamming 889 Gemeenteblad afd. 2 Door de heer Wiggermann is gevraagd, of het Rijk niet zal bijdragen in de Mevr. TEEBOOM-VAN WEST merkt op, dat haar fractie deze voordracht uiteraard met grote instemming heeft ontvangen. Ten slotte merkt spreker op, dat naar zijn mening de nadere behandeling van deze zaak in de betreffende Commissie van bijstand thuishoort. Vervolgens wijst zij er op, dat op bladz. 1104 van de voordracht wordt mede- gedeeld, dat van de ouders van de kinderen een vrijwillige bijdrage zal worden gevraagd van ten hoogste f 1 per inenting. Gezien het feit, dat de vaccinatie uit drie behandelingen bestaat, zou spreekster gaarne van Burgemeester en Wet- houders vernemen, of het de bedoeling is, een bijdrage van f 1 te vragen voor de gehele vaccinatie dan wel voor elke behandeling. Zij wil er op wijzen, dat, wanneer een bijdrage per behandeling zou worden gevraagd, deze inenting voor de ouders een vrij dure aangelegenheid wordt, vooral wanneer de bijdrage gevraagd wordt op de wijze, zoals bij het M.A.S.R.0.-onderzoek geschiedt, want bij het M.A.S.R.O.-onderzoek wordt de bijdrage op een zodanige wijze gevraagd, dat men zich min of meer verplicht voelt, die bijdrage te geven. Zij zou Burgemeester en Wethouders daarom willen verzoeken, ten aanzien van de vrijwillige bijdrage geen bedrag te noemen en de inning van die bijdrage te doen geschieden door middel van bussen, opdat de ouders inderdaad vol- komen vrij zijn in het bepalen van de bijdrage. Naar haar mening moet men deze zaak volledig in het vlak laten van de openbare gezondheidszorg. | Wethouder IN ’T VELD merkt op, dat de heer Sajet de vraag heeft gesteld, of het mogelijk is, de inenting uit te breiden tot vier jaarklassen. Burgemeester en Wethouders hebben op advies van de directeur van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst het standpunt ingenomen, dat in ieder geval getracht moest worden, meer jaarklassen te doen inenten dan die ene jaarklasse, waarvoor de Minister het vaccin gratis ter beschikking stelt. Uit een ingesteld onderzoek, waarbij ook overleg is gepleegd met het bevolkingsregister, ten einde na te gaan, of een nauwkeurige registratie mogelijk zou zijn, daar er anders een chaotische toestand zou ontstaan, is gebleken, dat het inderdaad mogelijk zou zijn, de inenting uit te breiden tot twee jaarklassen. Naar aan- leiding van het verzoek van de heer Sajet hebben Burgemeester en Wethouders deze zaak opnieuw met de directeur van de Geneeskundige en Gezondheids- dienst opgenomen en hun is gebleken, dat de inenting dit najaar in ieder geval tot drie en waarschijnlijk tot vier jaarklassen zal kunnen worden uit- gebreid. Met een eventuele uitbreiding van twee tot vier jaarklassen zal een extra-bedrag gemoeid zijn van ruim 2 ton, doch Burgemeester en Wethouders zijn bereid, ondanks de financiële moeilijkheden, dit extra-bedrag zo nodig ter beschikking te stellen. Ten slotte merkt spreekster op, dat zij gaarne het verzoek van de heer Sajet ondersteunt om de inenting uit te breiden tot vier jaarklassen. Naar aanleiding van hetgeen mevr. Teeboom gezegd heeft over de vrij- willige bijdragen voor de inenting, merkt spreker op, dat Burgemeester en Wethouders op het standpunt staan, dat de overheid uiteraard de verant- woordelijkheid draagt voor de openbare gezondheidszorg, doch die verant- woordelijkheid brengt naar hun mening niet met zich mee, dat de overheid elke medische voorziening geheel voor haar rekening moet nemen. Ten aanzien van de meeste voorzieningen op medisch gebied wordt de gedragslijn gevolgd, dat daarin door de betrokkenen moet worden bijgedragen. Spreker wijst in dit verband o.a. op de kinderuitzending, waarvoor van de betrokken ouders ook een bijdrage wordt gevraagd. Hij acht het derhalve geenszins onbillijk, dat ook voor deze inenting aan de ouders een bijdrage wordt gevraagd, mits er voor gezorgd wordt, dat die bijdrage voor de betrokken ouders draaglijk is. Burge- meester en Wethouders menen, dat aan deze voorwaarde inderdaad is voldaan. De heer WIGGERMANN merkt op, dat hij zich er over verheugt, dat Burgemeester en Wethouders deze voordracht hebben ingediend, omdat door de voorgestelde inenting bij de betreffende jaarklassen de immuniteit tegen kinderverlamming verhoogd zal worden, waardoor actieve bestrijding van deze gevreesde ziekte een aanvang neemt. ì Door mevr. Teeboom is nu gevraagd, de inenting te doen plaats vinden op basis van een vrijwillige bijdrage, ten einde te voorkomen, dat men in verband met de kosten zou nalaten, zijn kinderen te doen inenten. Burgemeester en Wethouders gevoelen niet voor het vrijwillig stellen der bijdrage. Ten slotte dragen de ouders er mede de verantwoordelijkheid voor, dat de kinderen tegen kinderverlamming worden geïmmuniseerd, hetgeen van groot belang moet worden geacht. Nu de overheid de mogelijkheid gaat scheppen om de kinderen tegen kinderverlamming te doen inenten, spreekt het naar de mening van Burgemeester en Wethouders vanzelf, dat de ouders, hun verant- woordelijkheid in dit opzicht beseffende, hun kinderen laten inenten. Burge- meester en Wethouders zijn van oordeel, dat een bijdrage van f 1 per inenting niet te hoog is. Mocht echter in bepaalde gevallen blijken, dat het betalen van de bijdrage van f 1 inderdaad te bezwaarlijk is, dan zal er vanzelfsprekend toe worden overgegaan, de kinderen tegen een mindere bijdrage of geheel kosteloos in te enten. Met betrekking tot deze voordracht zou spreker nog enkele vragen willen stellen. In de eerste plaats zou hij gaarne vernemen, of het vaststaat, dat voor de extra verrichte immunisatie beslist geen rijksbijdrage kan worden verwacht. In de tweede plaats zou hij de vraag willen stellen, na hoeveel tijd men deze vaccinatie meent te moeten herhalen. Ook uit een oogpunt van financiering is het wellicht nuttig, dit te weten. ’ Ten slotte zou hij aan Burgemeester en Wethouders willen vragen, of er met betrekking tot het al of niet verplicht stellen van deze immunisatie nog nieuwe gezichtspunten naar voren zijn gekomen. | : …… : Door de heer Sajet is gewezen op het feit, dat in Den Haag dit jaar vier jaarklassen geïmmuniseerd zullen worden. Naar sprekers mening dient men op een gegeven ogenblik een bepaald standpunt in te nemen, want men kan met betrekking tot de omvang van een dergelijke immunisatie zelfs nog verder gaan. In Denemarken bijv. is men op een gegeven ogenblik na een ep!- demie tot het 40ste jaar gaan immuniseren. Bij het bepalen van een standpunt spelen derhalve ook de omstandigheden een grote rol. Mocht men 1n Amster- dam ten aanzien van deze immunisatie verder gaan dan op het ogenblik wordt voorgesteld, dan meent spreker, dat het zin heeft, omtrent de grootte van de uitbreiding het oordeel te vragen van de speciale deskundigen op dit gebied.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/