archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 7
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
12 juni 1957 754 (De Roos e.a.) Holland-Festival Holland-Festival 7155 Gemeenteblad afd. 2 bestedingsnota ten aanzien van de vermindering van de kapitaalsinvesteringen van de gemeenten een bedrag is genoemd van f 75.000.000 — een bedrag, dat binnenkort waarschijnlijk te laag geacht zal worden — en dat daarnaast boven- dien een bedrag van f 25.000.000 is genoemd ten aanzien van de vermindering van de gewone uitgaven. Spreker neemt aan, dat, gelet op de huidige financiële omstandigheden, ook dit bedrag herzien zal worden. De bestedingsbeperking heeft dus wel degelijk betrekking èn op de kapitaalsinvesteringen èn op de gewone dagelijkse uitgaven. Voor het overige kan spreker zich wel met het oor- deel van de heer Seegers verenigen. De heer SEEGERS merkt op, dat hij in eerste instantie naar aanleiding van een opmerking van de heer Le Cavelier er op gewezen heeft, dat de bestedings- beperking in hoofdzaak betrekking heeft op de kapitaalsinvesteringen. Het blijkt wel, dat zijn opmerking juist is geweest, want ook in tweede instantie heeft de heer Le Cavelier gewezen op die f 26.000.000, die door de Wethouder voor de Publieke Werken in een vorige discussie zijn genoemd en dit is een bedrag, waarvan spreker moet aannemen, dat het in hoofdzaak betrekking heeft op kapitaalsinvesteringen, uitgaven dus, die gefinancierd moeten worden uit buitengewone middelen. Het is op het ogenblik moeilijk, hiervoor het benodigde geld te verkrijgen, maar deze situatie heeft niets te maken met de financiering van het subsidie. Het is spreker inderdaad bekend, dat in de be- stedingsnota ook een bepaalde vermindering van de gewone uitgaven wordt verlangd. Het is hem echter ook bekend, dat die vermindering van uitgaven gerealiseerd zal worden door geen compensatie te geven voor de salarisver- betering van het overheidspersoneel over 1957. Hij neemt aan, dat deze weten- schap ook bij Burgemeester en Wethouders wel bekend zal zijn en dat zij dus bij de financiering van de Begroting-1957 hiermede rekening hebben gehouden. Als Burgemeester en Wethouders onder deze omstandigheden toch van oordeel zijn, dat zij een voordracht tot het verlenen van een subsidie aan het Holland- Festival bij de Raad kunnen indienen, dan mag spreker aannemen, dat de Begroting het verlenen van dit subsidie kan dragen. Er is opgemerkt, dat het bestuur van het Holland-Festival medegedeeld moet worden, dat voor 1958 niet met zekerheid”op een subsidie gerekend kan worden. Burgemeester en Wethouders vatten deze opmerking zo op, dat zij het bestuur zullen mededelen, dat een aantal onzekere factoren in de totale financiële situatie het niet zonder meer mogelijk maken, te zeggen, dat, nu voor 1957 een subsidie gegeven is, ook voor 1958 op een dergelijk subsidie gerekend kan worden. Deze zaak zal tijdig in de Raad besproken worden; het bestuur zal dus, voor wat 1958 betreft, rekening dienen te houden met de beslissing, die te zijner tijd door de Raad zal worden genomen. Vervolgens merkt spreker op, dat de Wethouder terecht gezegd heeft, dat Amsterdam de nodige middelen, die er wel zijn, worden onthouden. Spreker wil er in dit verband op wijzen, dat de Regering zelfs de euvele moed heeft, de gemeenten te verbieden, de voordelige saldi van 1955 voor 1957 te gebruiken. Bovendien wil hij er op wijzen, dat het ook verboden zal worden, eventuele hogere opbrengsten van de middelen over 1956 en 1957 voor 1957 te gebruiken. Die moeten gereserveerd worden voor waarschijnlijk nog slechtere tijden: dan pas zouden deze middelen gebruikt mogen worden. Naar sprekers mening komen deze middelen de Gemeente toe, maar het Rijk verstrekt ze niet. Men zou dit kunnen uitbreiden met de uitgaven, die de Gemeente uit eigen middelen doet, doch welke eigenlijk ten laste van het Rijk dienen te komen. Spreker onderschrijft daarom de opvatting van Burgemeester en Wethouders, dat er ' wel middelen zijn, doch dat zij de Gemeente worden onthouden. Naar sprekers oordeel zal hiertegenover niet gesteld moeten worden een lankmoedig accep- teren van hetgeen de Gemeente op de schouders wordt gelegd, met als gevolg het beknibbelen op zeer nuttige en voor het culturele leven van Amsterdam noodzakelijke uitgaven. Staande op het standpunt, dat dit nuttige en juiste uitgaven zijn, zal men moeten strijden voor verbetering van de middelen der Gemeente, ten einde deze voor haar noodzakelijke uitgaven te kunnen blijven doen. Spreker herhaalt, dat over de betekenis van het Holland-Festival bij Burge- meester en Wethouders niet de minste twijfel bestaat. Zeker in een tijd, waarin Amsterdam zijn positie moet handhaven, is het van het grootste belang, dat in het culturele leven gezorgd wordt voor activiteit. In dit licht dient naar sprekers mening de gedragslijn ten aanzien van de kunstsubsidies bekeken te worden. De heer Le Cavelier zal begrijpen, dat speciaal spreker liever ziet, dat men dit inzicht deelt dan dat men ten aanzien van de betekenis van de kunstsubsidies een defaitistisch geluid laat horen. De heer SAJET zegt, dat de rede van de heer Le Cavelier hem aanleiding geeft, een enkele opmerking te maken. Spreker heeft in de Raad reeds zeer vele jaren tegenover zich gezien de vertegenwoordigers eerst van de Vrijheids- bond, later van de V.V.D. Zolang hij in de Raad zitting heeft, heeft spreker van deze zijde nooit anders dan defaitistische klanken vernomen. Als hij het woord defaitistisch gebruikt, dan wil dit niet zeggen, dat hij daarmede bedoelt, dat men van die zijde de Raad in de rug aanvalt. Zoals de heer Le Cavelier weet, betekent défaite: nederlaag. De fractie van de V.V.D. ziet altijd de nederlaag komen, als men belangrijke sociale of culturele voorzieningen wil treffen en daarvoor geld wil uitgeven. In die zin is men aan die kant altijd defaitistisch De heer LE CAVELIER merkt op, dat de Wethouder niet alleen bij de behandeling van de Begroting, maar ook nu bij deze discussie verschillende malen het woordt defaitistisch heeft gebruikt. Spreker vermoedt, dat de Wet- houder niet precies de betekenis van dit woord kent, anders zou hij het tegen- over spreker-niet gebruiken. Defaitistisch is iemand, die ondergraaft en een ander in de rug aanvalt. Gezien het feit, dat spreker bij de behandeling van de Begroting reeds heeft aangekondigd, dat hij bezwaar zou maken tegen een subsidie voor het Holland-Festival, kan men hem stellig niet defaitistisch noe- men. Spreker meent, dat eerder Burgemeester en Wethouders defaitistisch genoemd moeten worden, want in 1952, toen de Opera f 506.000 vroeg, meenden zij geen subsidie voor het Holland-Festival beschikbaar te kunnen stellen, omdat de Opera zoveel van de kunstsubsidies nam, terwijl zij in 1957 van oordeel zijn, dat voor het Holland-Festival een subsidie beschikbaar kan worden gesteld van f 140.000, hoewel diezelfde Opera nu f 1.116.000 vergt! Spreker weet niet, of Burgemeester en Wethouders wel het juiste besef hebben van de woorden, die zij uitspreken. Hij zou hun willen aanraden, hierover nog eens na te denken. Het is ongetwijfeld hoogmoedig, als men zijn armoede wil bedekken en er is armoede in Amsterdam, want de Wethouder voor de Publieke Werken heeft in de vorige vergadering nog verklaard, dat verschillende werken, die vele miljoenen vergen en die reeds in de Begroting zijn opgenomen, moeten worden uitgesteld, omdat het geld er niet voor is. Het Gemeentebestuur van Amsterdam heeft althans niet de middelen, die nodig zijn om de Begroting, die door de Raad werd aangenomen, ten volle uit te voeren en wanneer er dan een raadslid is, die deze positie wel heeft beseft, die realiteitszin heeft, dan kan men zo’n raadslid geen defaitist noemen.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.