archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 59
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 (avondzitting) 858 Rijwielboxen (Herfst e.a.) Tuindorp-Nieuwendam Het voorstel van Burgemeester en Wethouders wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad besluit mitsdien, het adres in hun handen te stellen ter afdoening. Grachtenboek 859 Gemeenteblad afd. 2 35° Adres van 22 mei 1957, van E. van Houten, houdende verzoek om toe- kenning van een subsidie voor de uitgave van het door hem bewerkte Philips Grachtenboek; — met het Voorstel van Burgemeester en Wethouders, om dit adres te stellen in hun handen ter afdoening. De heer SEEGERS zegt, dat de mededelingen van adressant niet overeen- stemmen met de inlichtingen, die de Raad van Burgemeester en Wethouders, toen destijds over deze kwestie werd gesproken, heeft ontvangen. Adressant beweert nl., dat een groot aantal mensen op zijn werk had ingetekend, terwijl ook de prijs, die door adressant wordt genoemd, een heel andere is, dan die, welke Burgemeester en Wethouders aan de Raad mededeelden. Spreker meent dan ook, dat de heer Jansz deze zaak wat al te zwart heeft gesteld. Natuurlijk is het jammer, dat men bij de bouw van deze woningen geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid van plaatsing van schuren, maar hij wijst er op, dat van de zijde van de Gemeentelijke Woningdienst alles is gedaan om de bewoners van Tuindorp-Nieuwendam zoveel mogelijk te gerieven. Spreker zou nu gaarne vernemen, of er niet een vorm is te vinden, waarin adressant recht kan worden gedaan. Spreker acht het niet in overeenstemming met de arbeid, die adressant zich voor deze zaak heeft getroost, zich nu vol- komen negatief tegenover deze kwestie te stellen. Hij verzoekt Burgemeester en Wethouders, alsnog te proberen, een vorm te vinden, waarin adressant recht wordt gedaan, zodat zijn werk op de een of andere wijze toch kan worden uit- gegeven. Wethouder VAN DEN BERGH meent, dat de heer Jansz de zaak negatief voorstelt, als hij ook niet de voordelen van de bouw van deze schuurtjes opsomt. In dezen was er geen betere oplossing te vinden. Het nalaten van de bouw van deze schuurtjes was noch redelijk, noch gewenst geweest. Spreker meent, dat, als men de plattegrond nagaat, de schuurtjes tenslotte zo zijn gebouwd, dat niemand hen midden in zijn gezichtsveld heeft. Dit is de richtsnoer, die men heeft gevolgd. Het is volgens spreker inderdaad waar, dat er een stukje plant- soen aan de bouw van deze schuurtjes is opgeofferd en dat er mensen zijn, aan wie het uitzicht wordt belemmerd. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, deelt mede, dat de heer Van Rij hem heeft gezegd, er geen behoefte aan te hebben, over dit adres het woord te voeren. Spreker meent, dat het niet mogelijk is, in een dergelijk geval vooraf met elke bewoner over de plaatsingsmogelijkheden te spreken. Een gesprek over de plaatsingsmogelijkheden geeft de meest uiteenlopende opvattingen, omdat iedereen een ander uitzicht heeft. De nadelen van deze oplossing zal men ook moeten accepteren. De heer MEEWEZEN zegt, in de plaats van de heer Van Rij enkele op- merkingen over dit adres te willen maken. Spreker zegt toe, de suggestie van de heer Jansz voor wat betreft het groter en lager maken van de ramen in de keukens in de huizen aan de desbetreffende instanties te zullen door geven. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, wijst er nogmaals op, dat de heer Van Rij hem heeft gezegd, er geen behoefte aan te hebben, over dit adres enige opmerkingen te maken. De heer JANSZ wijst er nog op, dat in het adres staat, dat de bewoners gaarne een schuur hebben. Over een dergelijk probleem is reeds meer in de Raad gesproken. Dit probleem doet zich nl. voor voor alle mensen, die een bovenhuis bewonen. Sprekers fractie heeft toen voorgesteld, in de tuin van de benedenbewoners een klein stukje grond beschikbaar te stellen voor de boven- bewoners. Spreker herinnert eraan, dat de heer Herfst daar toen beslist tegen was. Spreker betoogt, dat wel degelijk, als een gevolg van de bouw van deze schuurtjes, het uitzicht van deze bewoners wordt weggenomen. Daarom heeft spreker voorgesteld, te onderzoeken, of het mogelijk is, een verandering in de muur aan de straatzijde aan te brengen. De heer MEEWEZEN zegt, dan zelf hierover nog het een en ander naar voren te willen brengen. Volgens spreker staat het overgrote deel van de bewoners afwijzend tegen- over de bouw van deze schuurtjes op de plaats, die thans is gekozen. Spreker meent dan ook, dat, als de Gemeentelijke Woningdienst weer eens tot soortgelijke maatregelen in Amsterdam-Noord overgaat, zij eerst met de bewoners overleg moet plegen. De heer Van Houten heeft om een bijdrage van f 4000 voor een herziene uitgave van het Grachtenboek gevraagd. Deze kwestie is reeds twee jaar aan- hangig. De heer Van Houten, aldus spreker, heeft op 14 mei bericht gekregen, dat het de Gemeente niet mogelijk is, op enigerlei wijze aan de uitgave van dit boek medewerking te verlenen. Spreker zegt, begrip te hebben zowel voor de teleurstelling van de heer Van Houten als voor het besluit van Burgemeester en Wethouders, die het op het ogenblik niet verantwoord achten, een dergelijk bedrag beschikbaar te stellen. Spreker zou nu gaarne vernemen, of het mogelijk is, de heer Van Houten duidelijk te maken, dat het hem altijd vrij staat, in een later stadium, als de Gemeente meer geld ter beschikking heeft, deze zaak op- nieuw aanhangig te maken. Wethouder VAN DEN BERGH zegt, niet te kunnen erkennen, dat de overgrote meerderheid van de bewoners over de bouw van deze schuurtjes denkt op een wijze, als door de heer Jansz naar voren gebracht. Het overgrote deel van de bewoners heeft met de ligging van deze schuurtjes nl. niets te maken. Wethouder VAN DEN BERGH vestigt er de aandacht op, dat adressant reeds vier- of vijfmaal een brief over deze kwestie heeft geschreven, die be- hoorlijk is beantwoord, terwijl hem van de kant van het Gemeentebestuur ook herhaaldelijk mondelinge mededelingen hebben bereikt, zodat niet kan worden gezegd, dat adressant niet op een behoorlijke wijze op de hoogte van de gang van zaken is gehouden. Spreker kan niet nalaten, het minder een zaak van het Grachtenboek dan wel een zaak van het ‚„„klachtenboek”’ te gaan noemen. Dit betekent niet, dat spreker niet graag dit boek tot stand ziet komen. Spreker meent te kunnen zeggen, dat de diensten, die het aangaat, op het probleem hebben gestudeerd en dat zij geen betere oplossing hebben kunnen vinden. Men zal het ongerief van deze oplossing dan ook moeten accepteren. In een vroeger stadium is van de zijde van het College reeds gezegd, dat voor de uitgave van dit boek van de kant van de Gemeente een behoorlijk bedrag
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/