archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 41
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 822 (In ’t Veld e.a.) ’t Kabouterhuis Wijkverpleging 823 Gemeenteblad afd. 2 dienst, die als gemeente-gedelegeerde zitting heeft in het bestuur van ’t Kabouterhuis!] De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 941 van afd. 1 van het Gemeente- blad. 28° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 21 juni 1957, tot het verlenen van een subsidie voor 1957 van ten hoogste f 76.700 aan de Vereniging Amsterdamse Raad voor Wijkverpleging (Gemeenteblad afd. 1, no. 593, bladz. 942). Mevr. VAN DER SLUIS-FINTELMAN zegt, zich te willen onthouden om veel over de wijkverpleging in het algemeen te zeggen. Het zou goed zijn, dit eens bij de Begroting te doen. Zij heeft sterk het gevoel, dat vele burgers in onze stad te weinig weten van het enorme werk, dat door de wijkverpleging wordt verzet. Te weinig mensen zijn ook lid van een vereniging voor wijkverpleging, hoewel door de laatste maatregel van de ziekenfondsen hierin een belangrijke verbetering tot stand is gebracht. De wijkverpleging is naar spreeksters mening een boeiend onderwerp. Men denke alleen maar aan de uitbreiding van de stad en aan de grote moeilijkheid voor de verenigingen voor wijkverpleging om in de nieuwe stadsuitbreidingen wijkverpleegsters te kunnen aanstellen. Zo is er bijv. nog de moeilijkheid voor de verpleegsters, die de aantekening maatschappelijk werk willen behalen, dat zij een jaar uit de verpleging moeten stappen en toch in haar levensonderhoud moeten voorzien. Velen kennen al deze vraagstukken niet. Als de heer Groot Roessink bepaalde gevallen weet, waarbij misschien bij het onderzoek door de sociaal werksters iets over de uitgaven van het gezin is ontgaan, waardoor men in aanmerking zou komen voor een lagere bijdrage, dan willen Burgemeester en Wethouders gaarne de aandacht van het bestuur van ’t Kabouterhuis hierop vestigen. De normen, die worden gesteld, zijn getoetst aan de bedragen, die de Dienst voor Sociale Zaken voor dergelijke verzorgingen vraagt. Er wordt ook rekening gehouden met het al dan niet langer duren van de verzorging. Het is immers voor een gezin gemakkelijker, iets meer te betalen, als men van medische zijde vermoedt, dat een kort ver- blijf in ’t Kabouterhuis voor het kind voldoende zal zijn. Als de verzorging langer moet duren, heeft het bestuur de gelegenheid, de bijdrage van de ouders te verminderen. Op deze wijze wordt een zo goed mogelijke aanpassing gezocht aan de omstandigheden van het betreffende gezin. Spreker zegt, dat alles, wat gebeurd is na deze brief, slechts heeft bestaan uit twee bezoeken van een sociaal werkster: één aan het gezin en één aan ’t Ka- bouterhuis. Hij kan zich niet voorstellen, dat dit twee maanden moet duren. Met het voorgestelde subsidiebedrag kan spreekster akkoord gaan. Het wijkt niet zoveel af van hetgeen de Amsterdamse Raad voor Wijkverpleging heeft gevraagd. In de stukken heeft zij wel enige punten gevonden, die zij zou willen scheiden van het akkoord gaan met deze voordracht. Thans zal zij hierop niet diep ingaan, in de hoop, dat zij er eens breedvoerig over kan spreken. Wel wil zij er op wijzen, dat hier een nieuwe vorm van subsidiëring optreedt. Voor de wijkverpleegsters werd tot dusver f 750 per jaar door de Gemeente bijgedragen. Deze gedachte is nu losgelaten; thans wordt door de Gemeente 30% van het ge- Nogmaals: als de heer Groot Roessink bepaalde gevallen bekend zijn, zullen Burgemeester en Wethouders deze gaarne met het bestuur van ’t Kabou- terhuis bespreken. Wethouder IN ’T VELD zegt, in antwoord aan mevr. Van der Sluis-Flinte- man, dat Burgemeester en Wethouders eveneens hopen, dat de Afdeling Finan- ciën A meer werk zal kunnen verzetten en daardoor tijdig met haar rapporten ten aanzien van de gesubsidieerde instellingen zal kunnen klaarkomen. Mevr. VAN DER SLUIS-FINTELMAN zegt, verheugd te zijn, dat ook Burgemeester en Wethouders de noodzaak inzien, dat het werk van ’t Kabou- terhuis in de naaste toekomst grotere zorg behoeft. Er is thans een wachtlijst van 100à 150 kinderen, hetgeen wijst op een tekort aan verzorgingsmogelijkheid. Het is belangrijk, dat deze dagverpleging in stand wordt gehouden, want slechts in de uiterste gevallen moet het goed worden geacht, dat kleuters voor dag en nacht uit het gezin worden gehaald. Niets werkt storender op de groei, vooral de geestelijke groei, van de kinderen dan dat zij gedurende lange tijd uit het eigen milieu worden genomen. Wat betreft de opmerking van de heer Groot Roessink wijst spreker er op, dat men zich niet tot de Wethouder met dergelijke verzoeken dient te wenden, maar tot het bestuur van ’t Kabouterhuis. De Wethouder noch zijn afdeling regelen de bijdragen van de ouders. De Wethouder kan alleen dergelijke brieven aan het bestuur doorgeven, met het verzoek, deze af te doen. Wat de onder- havige kwestie betreft, Burgemeester en Wethouders zullen het bestuur deze de volgende week voorleggen. Spreker is het er mee eens, dat het bestuur moet trachten, het onderzoek zo spoedig mogelijk af te doen, daar de ouders anders voor de moeilijkheid worden geplaatst, hun kind in het tehuis te laten dan wel het terug te nemen. Wat spreekster gevraagd heeft, hebben Burgemeester en Wethouders toe- gezegd. Zij uit alleen nog de hoop, dat de stichting tijdig weet, waaraan zij voor 1958 toe is. Met het oog ook op de begrotingspositie van de Gemeente is het nodig, dat dergelijke organisaties tijdig op de hoogte worden gesteld. De heer GROOT ROESSINK merkt op, dat Burgemeester en Wethouders hebben gezegd, dat, als er moeilijkheden ontstaan ten aanzien van de verpleeg- prijs, men zich tot hen kan wenden en dat de zaak dan zal worden onderzocht. In eerste instantie heeft spreker reeds medegedeeld, dat hij een concreet geval bij Burgemeester en Wethouders aanhangig had gemaakt. Het betrof een gezin met wekelijkse inkomsten van 65, dat {7,10 als verpleegprijs moest betalen. Daar dit een hoog bedrag is, werd de kwestie aan Burgemeester en Wethouders voorgelegd. Na twee maanden is er nog steeds geen antwoord op deze brief. Toen spreker een maand geleden er naar vroeg, werd hem mede- gedeeld, dat er spoed werd betracht en hij binnenkort er van zou horen. Nog steeds heeft hij echter geen antwoord ontvangen. De consequentie hiervan is, dat het gezin in grote financiële moeilijkheden is geraakt, doordat het met an- dere betalingen in het gedrang is gekomen. Spreker vraagt, of het niet mogelijk is, in zo’n geval snel te beslissen. De ouders weten dan, waaraan zij toe zijn en kunnen een beslissing nemen ten aanzien van de verpleging van hun kind. [Wethouder IN ’T VELD: Aan wie hebt U dit verzoek gericht ?] Spreker antwoordt, dat dit verzoek twee maanden geleden werd gezonden naar de Wethouder voor de Openbare Gezondheid en het Ziekenhuiswezen. [Wethouder IN ’T VELD: Een dergelijk verzoek wordt doorgezonden naar de directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheids-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/