archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 40
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 820 (mevr. Van der Sluis-Fintelman e.a.) Mevr. VAN DER SLUIS-FINTELMAN zegt, dat het haar verheugt, dat de U.V.O.M. inderdaad het bedrag aan subsidie ontvangt, dat door deze organi- satie is aangevraagd, dit te meer, omdat hieruit wel blijkt, dat de door haar opgestelde begroting in overeenstemming is met de werkelijkheid. Volgn. 591, 592 De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 939 van afd. 1 van het Gemeente- blad. 27° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 21 juni 1957, tot het verlenen van een subsidie voor 1957 van ten hoogste f 84.600 aan de Stichting Dagverpleging voor kleuters ‚‚’t Kabouterhuis” (Gemeenteblad afd. 1, no. 592, bladz. 941). Mevr. VAN DER SLUIS-FINTELMAN merkt op, dat thans aan de Stich- ting ’t Kabouterhuis op grond van een herziene begroting een subsidie van f 84.600 zal worden verleend. Spreekster wil er echter op wijzen, dat als gevolg van de late toekenning van het subsidie, de stichting dit eerste halfjaar heeft moeten werken, zonder te weten, hoe groot het subsidiebedrag voor 1957 zou worden. ’t Kabouterhuis 821 Gemeenteblad afd. 2 26° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 21 juni 1957, tot het verlenen van een subsidie voor 1957 van ten hoogste f 234.628 aan de Unie van Verenigingen voor Ongehuwde Moeders (Gemeenteblad afd. 1, no. 591, bladz. 938). Uit deze voordracht blijkt, dat aan de Christelijke Vereniging Zedenopbouw voor het jaar 1957 een subsidie zal worden verstrekt van f 18.000, terwijl het bedrag voor 1956 nog f 12.000 bedroeg. Spreekster heeft tegen het verlenen van dit hogere bedrag geen enkel bezwaar, doch zij zal gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, op welke gronden de verhoging van dit subsidie heeft plaats gevonden. Verder is spreekster uit de stukken gebleken, dat voor ’t Kabouterhuis een wachtlijst bestaat van 100 à 150 kinderen. Dit is mede een gevolg van de omstandigheid, dat thans in het tehuis van de stichting een ander soort van kinderen wordt ondergebracht dan in de eerste jaren het geval was. Spreekster wil Burgemeester en Wethouders verzoeken om met het oog op de aard van het werk der stichting en de grote wachtlijst deze zaak vóór 1958 vooral tijdig te bezien. Het staat wel vast, dat deze dagverpleging voor kleuters een zeer be- langrijk element is in de kleuterverzorging in Amsterdam en dat een zekere spreiding van het werk der stichting over de stad dringend nodig is. Gaarne zal spreekster vernemen, wat Burgemeester en Wethouders in dit opzicht ten aanzien van de stichting voor het jaar 1958 denken te kunnen doen. De heer GROOT ROESSINK wil allereerst mededelen, dat zijn fractie gaarne haar stem aan deze voordracht zal geven. Niettemin wil spreker naar aanleiding van deze voordracht enkele opmerkingen maken. Wethouder IN ’T VELD kan naar aanleiding van de vraag van mevr. Van der Sluis-Fintelman mededelen, dat de verhoging van het subsidie aan de Christelijke Vereniging Zedenopbouw heeft plaats gevonden op grond van een reorganisatie van de werkzaamheden van de vereniging. Nadat voor 1956 het subsidie aan de vereniging was gebracht op een bedrag van f 12.000, is na een wijziging van de leiding en een daarop gevolgde uitbreiding van de werk- zaamheden der vereniging het subsidie voor 1957 vastgesteld op een bedrag van f 18.000, ten einde tegemoet te komen aan de kosten van uitbreiding van de huisvesting der vereniging, de toeneming van het aantal personeelsleden en de herziening van de salarissen. Het gebeurt nl. wel eens, dat op medische indicatie kinderen in ’t Kabouter- huis worden opgenomen, van wie de ouders in feite de te betalen bijdrage niet kunnen opbrengen. Enige maanden geleden kreeg spreker kennis van een dergelijk geval en hij heeft zich naar aanleiding hiervan met een schrijven tot de Wethouder voor de Openbare Gezondheid gewend. Ongeveer een maand later heeft spreker nog eens geïnformeerd, hoe het met de beantwoording van bedoeld schrijven stond, doch tot op heden heeft hij nog steeds geen antwoord ontvangen. Het jonge gezin, waarover het in dit geval ging, had naast het be- talen van de bijdrage aan ’t Kabouterhuis nog andere financiële verplichtingen. Men is echter doorgegaan met het betalen van de in feite voor dit gezin te hoge bijdrage en dit heeft tot gevolg gehad, dat men op ander terrein in financiële moeilijkheden is geraakt. Spreker zal thans gaarne van Burgemeester en Wet- houders vernemen, in hoeverre de mogelijkheid bestaat, in dergelijke gevallen de door de ouders te betalen bijdrage op een lager bedrag vast te stellen. Wethouder IN ’T VELD zegt, dat inderdaad als gevolg van de omstandig- heid, dat de verzorging van de kinderen in ’t Kabouterhuis thans meer gericht is op de behandeling van kinderen met gedragsmoeilijkheden dan op die van lichamelijk zwakke kinderen, in het tehuis der stichting minder kinderen ge- plaatst kunnen worden. Spreker kan mededelen, dat hij de volgende week een bespreking met het bestuur der stichting zal hebben om te overleggen, of in de behoefte aan meer ruimte zal moeten worden voorzien door een kostbare verbouwing van de thans in gebruik zijnde villa, of dat zal moeten worden gezocht naar een huisvesting elders, bijv. in de nieuwe stadsuitbreiding in het westen der stad. In ieder geval is het noodzakelijk, dat in verband met de grote wachtlijst de beschikbare ruimte voor het onderbrengen van kinderen wordt vergroot, daar er anders toe zou moeten worden overgegaan, een aantal kin- deren buiten de stad in een tehuis te doen opnemen. Dit dient echter indien enigszins mogelijk te worden voorkomen. Men moet er naar streven, dat de kinderen in gezinsverband kunnen blijven. Afgewacht zal dienen te worden, wat de besprekingen de volgende week in dit opzicht zullen opleveren. Ook in ver- band met het vervoer is het noodzakelijk, uit te zien naar een spreiding, daar de kinderen per bus worden opgehaald en weggebracht. Bij het komende onderhoud zullen Burgemeester en Wethouders trachten, een oplossing te zoe- ken, binnen het kader van de bezuiniging, die in acht genomen moet worden. De heer Groot Roessink roert een moeilijk punt aan, nl.: wat mag rede- lijkerwijs als bijdrage van de ouders worden gevraagd? Burgemeester en Wet- houders dringen er steeds bij het bestuur van ’t Kabouterhuisop aan, een zodanige verhaalsregeling toe te passen, dat niemand behoeft weg te blijven, omdat het gezin de bijdrage niet kan betalen. Het kan gebeuren, dat een bepaald gezin zegt, dat het te duur is, terwijl het bedrag toch binnen het kader van een rede- lijke vergoeding valt. Dit gebeurt echter weinig. Burgemeester en Wethouders hebben niet alleen bij ’t Kabouterhuis, maar ook bij andere organen op het gebied der volksgezondheid er op aangedrongen, dat bij verhoging van de lonen van het verplegend personeel en stijging der kosten van voeding, waardoor de verpleegprijs hoger moest worden gesteld, ook een bescheiden verhoging van de bijdrage der ouders diende te worden gevraagd.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/