Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 14



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

12 juni 1957 768
(Weenink e.a.)
Volgn. 538, 536
15° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 1 juni 1957,
in zake de aanschaffing van leesboekjes in de nieuwe spelling door bijzondere
lagere scholen (Gemeenteblad afd. 1, no. 538, bladz. 857).
De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge-
keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 857 van afd. 1
van het Gemeenteblad.
16° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 1 juni 1957,
in zake de voltooiing van het sportpark Jan van Galenstraat (Gemeenteblad
afd. 1, no. 536, bladz. 853).
De heer WEENINK zegt, dat hij getroffen is door de zinsnede op bladz. 855
van de voordracht, luidende: „Hoewel het oprichten van 16 kleedkamers (2
sets van elk 8 kleedkamers) noodzakelijk is om de wedstrijden zonder stagnatie
te doen verlopen, menen wij toch — in afwachting van gunstiger omstandig-
heden — voorlopig met de bouw van 8 kleedkamers te moeten volstaan. Hier-
door zou post 2 met een bedrag van f 50.000 kunnen worden verminderd.”
Volgn. 517, 515 769 Gemeenteblad afd. 2
Burgemeester en Wethouders hebben in verband hiermede gemeend, te kunnen
voorstellen, voorlopig met het bouwen van 8 kleedkamers te volstaan. Zij menen,
dat hierdoor het gevaar wordt ontgaan, dat de goedkeuring van het onder-
havige besluit door hoger gezag zeer geruime tijd op zich zou laten wachten,
waardoor de totstandkoming van het gehele project zou worden vertraagd.
Burgemeester en Wethouders menen dan ook, dat het niet verstandig zou zijn
om de gedachte van de heer Weenink over te nemen, omdat hierdoor het pro-
ject als geheel in gevaar zou kunnen komen.
De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad
neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 855 van afd. 1 van het Gemeente-
blad.
Punt 17 der Agenda is reeds behandeld (zie bladz. 748).
18° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 23 mei 1957,
tot verbetering van de elektrische installatie bij de Gemeentelijke werkinrichting
voor blinden (Gemeenteblad afd. 1, no. 517, bladz. 840).
De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goed-
gekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 841 van afd. 1
van het Gemeenteblad.
19° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 23 mei 1957,
tot het verenigen van de Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleding met de
Centrale Voorzieningsdienst (Gemeenteblad afd. 1, no. 515, bladz. 837).
De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goed-
gekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 838 van afd. 1
van het Gemeenteblad.
De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge-
keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 856 van afd. 1
van het Gemeenteblad.
Hoewel Burgemeester en Wethouders dus menen, dat het bouwen van 16
kleedkamers noodzakelijk is, wordt thans voorgesteld, voorlopig met 8 kleed-
kamers te volstaan. Spreker is van oordeel, dat dit niet verantwoord is. Vooral
op bepaalde ogenblikken, wanneer een wedstrijd is afgelopen en een volgende
moet beginnen, krijgt men een soort van overlapping en hierdoor zullen, indien
niet voldoende kleedruimten aanwezig zijn, ongetwijfeld moeilijkheden ont-
staan. Spreker meent daarom, dat het gewenst is, aan het aanvankelijk gepro-
jecteerde aantal van 16 kleedkamers vast te houden.
De heer WEENINK zegt, dat hij het na de mededelingen van Burgemeester
en Wethouders niet graag op zijn geweten zou willen hebben, dat hij door het
vasthouden aan de eis tot het bouwen van de noodzakelijke 16 kleedkamers het
project als geheel in gevaar zou brengen. Spreker acht het echter een bedenke-
lijke situatie, dat men niet kan opkomen voor iets, dat als een noodzakelijkheid
moet worden gezien. Het is naar zijn mening namelijk niet mogelijk, bij een
tekort aan kleedruimte zodanig te schipperen, dat géén moeilijkheden optreden,
daar het aantal beschikbare sportvelden onvoldoende is en de aanwezige velden
hierdoor intensief bespeeld moeten worden. Hoewel spreker dus niet aan de
gedachte van het bouwen van 16 kleedkamers zal vasthouden, acht hij het ge-
wenst, een woord van protest te laten horen, dat het onder de huidige omstan-
digheden niet mogelijk is, een voorziening, die als noodzakelijk moet worden
aangemerkt, te doen uitvoeren.
Vervolgens wil spreker er de aandacht op vestigen, dat op het punt van de
bouw van de kleedkamers bij de Voetbalbond enige ongerustheid heerst, daar
van die zijde, blijkens het bij de stukken overgelegde schrijven, geconsta-
teerd is, dat van bedoelde bouw nog niets of slechts zeer weinig is tot stand ge-
komen. Men vreest kennelijk, dat de kleedkamers niet tijdig gereed zullen zijn.
De VOORZITTER, wethouder DE ROOS zegt, dat Burgemeester en Wet-
houders in verband met de opmerkingen van de heer Weenink wel kunnen
toezeggen, dat, indien mocht blijken, dat de thans voorgestelde 8 kleedkamers
onvoldoende zijn en hierdoor onoverkomelijke moeilijkheden zouden ontstaan,
de mogelijkheid zal worden nagegaan om door het treffen van noodmaatregelen
enige verlichting in de situatie te brengen. Zij menen echter, dat het onder de
huidige omstandigheden allereerst noodzakelijk is, het project als geheel veilig
te stellen.
Spreker zal over de beide door hem besproken punten gaarne inlichtingen
van Burgemeester en Wethouders ontvangen.
De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, wil er naar aanleiding van
de opmerkingen van de heer Weenink allereerst op wijzen, dat bij een uitgave
als de onderhavige op het ogenblik wel een aantal elementen aanwezig zijn, die
tot voorzichtigheid manen. Burgemeester en Wethouders kunnen mededelen,
dat zij ten aanzien van deze uitgave reeds enig contact hebben opgenomen
met de afdeling, die bij Gedeputeerde Staten deze zaken behandelt, omdat
het hier een uitgave geldt, welke op het ogenblik nogal de aandacht heeft.
Burgemeester en Wethouders hebben geoordeeld, dat de voltooiing van dit
sportpark doorgang diende te vinden, omdat zij van oordeel zijn, dat hier
sprake is van een noodzakelijke voorziening.
Inderdaad wordt in de voordracht gezegd, dat het oprichten van 16 kleed-
kamers noodzakelijk is om de wedstrijden zonder stagnatie te laten verlopen.
Burgemeester en Wethouders hebben echter doen nagaan, of het mogelijk is,
voorlopig met 8 kleedkamers te volstaan. Dit bleek mogelijk te zijn, al zal hier-
door bij opeenvolgende wedstrijden enige inschikkelijkheid noodzakelijk zijn.

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957



Ga naar de volgende pagina (15)  Ga naar de vorige pagina (13) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/