archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 103
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
25 juli 1957 (avondzitting) 946 Nederlandse Opera (Le Cavelier e.a.) betekent, dat iedereen, die naar de opera gaat, van de anonieme belastingbeta- ler een zeer grote fooi krijgt, die hij geweigerd zou hebben, indien deze hem in een enveloppe was overhandigd. Nu men deze fooi versluierd krijgt, accepteert men haar en vindt men het de gewoonste zaak van de wereld, dat iedere belas- tingbetaler er aan meebetaalt, om iemand naar een opera te laten gaan. Spreker is van mening, dat de aangeboden begroting te hoog is. Natuurlijk zou hij gaarne toestaan, dat grote bedragen worden uitgegeven voor buitenlandse gasten, die in de Nederlandse Opera meezingen of dirigeren. Hij gelooft echter, dat het toch tijd wordt, dat er eindelijk eens een werkelijke Nederlandse Opera komt. Misschien zal men zich dan moeten beperken in het aantal premières en ‘zich meer moeten concentreren op het ijzeren repertoire, doch dit acht spreker niet een onoverkomelijk bezwaar. Onder de huidige omstandigheden is het ech- ter in ieder geval nodig, dat het subsidie wordt verminderd. Spreker gelooft niet, dat Burgemeester en Wethouders zullen kunnen volhouden, dat het Rijk het be- drag zal geven, dat zij en de Opera verwachten en zelfs dat is nog altijd drie ton minder dan het bedrag, dat Amsterdam zal moeten uitgeven. Deze drie ton vormen de kosten van het ballet. Dat ballet is altijd een zeer moeilijk punt geweest en spreker heeft in een blad gelezen, dat men een Adrettomaan is, wanneer men voor dit ballet gaat pleiten. Hij vindt al die manieën verschrikke- lijk en daarom zal hij daaraan ook niet meedoen. Hij is van mening, dat dit ballet te duur is en dat de prestaties van dit ballet niet in overeenstemming zijn met hetgeen er aan wordt besteed. De andere balletten — Nederland is zeer rijk aan balletten — nemen minder, doch presteren niet minder. Het is misschien een onding, dat men in Nederland drie, eigenlijk vier, ballet- groepen heeft. Voor een klein land is dit aantal te veel. Dit grote aantal is te wijten aan de ongelukkige oorsprong van het Nederlandse Ballet, waarbij door het Rijk en door degenen, die hier aanwijzingen moesten geven, niet de juiste tact is betracht om tot een concentratie te komen, hetgeen toch de bedoeling was. Er is nooit een concentratie tot stand gekomen, want er zijn nog precies evenveel balletten als vóór deze zg. concentratie. Spreker meent, dat het niet in de bestedingsbeperking past, dat al deze balletten blijven leven. Men heeft voor de Opera een ballet nodig; er is echter ook een ballet nodig, dat zelfstandig, dus onafhankelijk van de Opera, kan optreden. Dit kan een en hetzelfde ballet zijn en daarom gelooft spreker, dat het tijd wordt, met het Rijk en de gemeente Den Haag te gaan overleggen, op welke wijze men tot een nationale concentratie zal kunnen komen, die inderdaad een ver- betering inhoudt, opdat verder geen geld vermorst wordt, want geen van deze balletten is selfsupporting; zij zijn allemaal in the long run self killing. Het ballet, dat Amsterdam heeft, legt zijn zwaartepunt niet in zijn optreden in de Opera, maar hoofdzakelijk in zijn zelfstandige opvoeringen. Spreker kan zich dat voorstellen. Het moet voor balletkunstenaars inderdaad de moeite waard zijn, onafhankelijk van de zang te tonen, dat ballet een zelfstandige kunst is. Spreker meent, dat ballet inderdaad een zelfstandige kunst is en daarom kan hij zich wel degelijk voorstellen, dat een serieus leider van een ballet er naar streeft, ook zelfstandige voorstellingen te geven. Het Operaballet heeft in de eerste plaats echter een dienende taak en daarop had het zich allereerst te concentreren. Daarnaast werd het toegestaan, ook een zelfstandige taak te vervullen. Dit is een andere interpretatie dan die van het ballet zelf en naar spreker meent ook een goedkopere interpretatie dan die, welke op het ogenblik in Amsterdam te constateren valt. De heer Sajet heeft gezegd, dat het Rijk aan Nederlandse Opera 947 Gemeenteblad afd. 2 deze Opera betaalt voor de voorstellingen, die zij buiten Amsterdam geeft, dat de gemeenten voor die voorstellingen ook een bijdrage geven en dat, als men die bedragen bij elkaar optelt, dit minder is dan Amsterdam geeft. Spreker zou nog weer eens nadrukkelijk willen herhalen, dat Amsterdam niet een enclave is in het Rijk der Nederlanden, maar een deel van het Rijk der Nederlanden en dat, wanneer de Staat betaalt voor de Opera, dit mede gebeurt ten behoeve van de voorstellingen in Amsterdam. Het is niet zo, dat Amsterdam en het Rijk ieder een deel betalen. Integendeel, het Rijk betaalt niet alleen voor Utrecht, Haarlem, enz., maar ook voor Amsterdam. Het rijksgeld is belastinggeld, op- gebracht door Nederlandse burgers, en het geld, waarover Amsterdam be- schikt, is opgebracht door Amsterdamse burgers. Een zelfstandig inkomen heeft Amsterdam echter niet meer. Amsterdam is gelijkgetrokken op de grootste gemene deler en het kleinste dorp ontvangt volgens de nieuwe regelingen naar verhouding evenveel als de grote stad Amsterdam, zij het dan, dat er misschien enkele dingen te vinden zullen zijn, waarvoor Amsterdam een doelbijdrage kan krijgen. Op deze positie moet Amsterdam zich instellen en Amsterdam moet zich niet verhovaardigen, dat het meer kan dan anderen. Als het Rijk dus een subsidie geeft aan de Opera, dan geeft het dit ook voor voorstellingen in Am- sterdam, nl. voor voorstellingen in Nederland, en als de voorstellingen buiten Amsterdam meer kosten dan de reiskosten, dan moet de Opera deze voorstel- lingen achterwege laten en zich concentreren op de voorstellingen in Amsterdam, daar Amsterdam de instantie is, die direct en in hoofdzaak deze subsidies verstrekt. Spreker is van mening, dat het budget van de Opera, dat in de laatste vijf jaar meer dan verdubbeld is, niet op deze grondslag gehandhaafd kan worden. Hij zou Burgemeester en Wethouders daarom willen verzoeken, deze kwestie ernstig te bezien, want zij zullen hem toch moeten toegeven, dat deze verhoging van het budget nergens door gerechtvaardigd wordt. Het hogere bedrag aan subsidie zal men toch in de voorstellingen tot uiting moeten zien komen en dat is niet het geval. Daarom meent spreker, dat een ernstige waar- schuwing aan het bestuur zeer op haar plaats zou zijn. De staf aan de top is zi. ook veel te groot. Er is een directeur, een assistent-directeur, een secretaris en een adviseur, die tevens impresario is en bovendien nog een functie vervult bij het Holland-Festival. Een opera is een onderneming, die met vaste hand geleid moet worden. Spreker kan zich dan ook voorstellen, dat men bij een opera een zakelijk en een artistiek directeur heeft, of een artistiek directeur met een zakelijk assistent. Het conglomeraat van functies, dat men op het ogenblik bij de Opera kent, is naar zijn mening echter onverantwoord en bovendien topzwaar. De heer VAN RIJ merkt op, dat hij na de vele kritiek, die naar voren is gebracht, kort kan zijn. Hij heeft zoëven, toen het subsidie voor de Orkest- stichting aan de orde was, niet voor niets een woord van lof geuit voor deze stichting en haar houding gesteld tegenover die van het bestuur van de Opera. Er is in de Raad meermalen — zoëven nog door de heer Le Cavelier — gewezen op het feit, dat het bestuur van de Opera herhaaldelijk van uit de Raad aanwij- zingen heeft gekregen, dat de Gemeente met het verhogen van het gasplafond van het subsidie — het is eigenlijk het plafond van een gashouder — niet kan doorgaan. Gaat men het resultaat van die aanwijzingen na, dan constateert men, dat het bestuur alles, wat gezegd is, naast zich neer heeft gelegd. Spreker vindt dit een buitengemeen bedroevend verschijnsel. Er is meermalen op gewe- zen, dat het noodzakelijk was, ten aanzien van de uitgaven de uiterste voor-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/