archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 100
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
25.juli 1957 (avondzitting) 940 (Luirink e.a.) Concertgebouworkest Concertgebouworkest 941 Gemeenteblad afd. 2 De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, deelt mede, dat is ingekomen: 5° Motie van het raadslid Luirink, van 25 juli 1957, om de hogere uitgaven van de door de Gemeente gesubsidieerde culturele instellingen op te vangen door verhoging van de gemeentelijke subsidies, waardoor de prijzen op het huidige niveau gehandhaafd kunnen blijven (Gemeenteblad afd. 1, no. 773, bladz. 1158). De motie wordt voldoende ondersteund. De heer LE CAVELIER merkt op, dat de Wethouder het excuus maakte, dat thans gewerkt moest worden met onbekende gegevens, aangezien de Be- groting nog niet verschenen is. Het is echter bekend, dat het tekort op de Staats- begroting op 1 juli jl. begroot werd op 870 miljoen. Dat de Begroting van Amsterdam nog zweeft, maar dat zij een navenant tekort zal opleveren, ligt voor de hand, als men ziet, dat de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten een wijziging ondergaat en men sober zal zijn met subjectieve en doelbijdragen. Van deze factor uitgaande, concludeert spreker, dat Amsterdam zich niet kan permitteren, wat het zich vorig jaar wel kon permitteren. maken van een berekening van het subsidiebedrag per bezoeker is volkomen onjuist. Als men dit doet, zou men er alles wel bij kunnen betrekken. Dan zou men bijv. ook een vergelijking kunnen maken, hoe het subsidiebedrag, dat aan de vroegere stichting Steun Wettig Gezag werd gegeven, zich verhoudt tot de belangstelling van de bevolking. Men zou een astronomisch bedrag krijgen! Bij het opstellen van deze subsidiebedragen is niet in die mate rekening gehouden met hoe de Begroting er zal uitzien, als misschien onder de huidige omstandigheden wel was gewenst. Al juicht spreker het toe, dat thans de subsi- dievoordrachten in de Raad worden behandeld, meent hij, dat het ditmaal beter ware geweest, als zij later waren ingediend. Spreker realiseert zich, dat de gezelschappen moeten weten, waarop zij in het nieuwe seizoen mogen rekenen, maar anderzijds moet de Raad om bedragen te kunnen voteren, weten, waaruit zij kunnen worden betaald. Wat de vergelijking van de prijzen in andere steden betreft, merkte de heer Le Cavelier op, dat de Euromarkt tot een zekere nivellering van de prijzen zou leiden. In de pers heeft men kunnen lezen, dat de Euromarkt zou leiden tot een grote loonsverhoging en een geringe stijging van de prijzen. Als men de heer Le Cavelier hoort, blijkt, dat de communisten gelijk hebben, dat de Euromarkt alleen een stijging van prijzen ten gevolge zal hebben. De heer Luirink heeft een voorstel ingediend om uit te spreken, dat de toegangsprijzen nimmer verhoogd mogen worden. Zoals gewoonlijk bij het indienen van voorstellen, zien de communisten ook dit keer enige punten over het hoofd. Bij een subsidie- en een prijsbepaling heeft men met drie factoren te maken, nl. met degene, die een plaats koopt, met de kunstenaar, die de kunst produceert, en met de anonieme belastingbetalers — hieronder ook gerekend de Amsterdamse arbeiders — die de subsidies moeten opbrengen. Voor ge- noemde arbeiders wil ook spreker opkomen, want dezen moeten belasting betalen voor de schouwburgbezoeker, die best f 25 per plaats kan betalen, doch er slechts f 4 of f 5 voor neertelt. Deze arbeiders moeten de subsidies opbrengen en mochten zij zelf eens naar de schouwburg kunnen gaan, dan krij- gen zij van hun mede-arbeiders en mede-burgers door middel van de belasting geld mee. De communisten willen maar niet begrijpen, dat ook subsidiegeld belastinggeld is en dat ook subsidiegelden verdiend moeten worden door de belastingbetalers. Spreker betoogt, dat, als de overheid een subsidie geeft, dit subsidie wordt gegeven van het geld, waarvoor de burgers werken. Als men de kunst niet wil zien sterven, dient men haar niet de gelden te onthouden, die zij nodig heeft, maar zich te beperken tot de onvervangbare objecten, opdat men deze kan blijven subsidiëren op een beperkte schaal. Slechts instellingen, die bewezen hebben van betekenis te zijn voor het culturele leven van de burgerij, behoren gesubsidieerd te worden, omdat anderen, die er niet van profiteren, mede het offer moeten brengen voor de instandhouding daarvan. De heer Schippers merkte op, dat bij abonnement een concertbezoeker slechts f 2,90 per uitvoering betaalde en meende, dat dit veel te laag was. Spreker meent, dat dit misschien voor hen geldt, die veel verdienen, maar zeker niet voor de overigen. Een regelmatige verhoging van de prijzen heeft tot gevolg, dat op de duur de bezoekers goedkopere rangen nemen, als dit mo- gelijk is, en ten slotte in het geheel niet meer komen. Dit moet worden voor- komen en daarom wijst spreker iedere prijsverhoging af. Thans komt er weer een huurverhoging en ook de prijzen voor het levensonderhoud stijgen weer. Als men ergens op gaat bezuinigen, doet men dit het eerst op uitgaven voor bioscoop-, concert- of schouwburgbezoek. Gaat men de toegangsprijzen weer verhogen, dan zullen de gevolgen naar sprekers mening funest zijn. De heer VAN RIJ zegt, het met de Voorzitter eens te zijn, dat het bedrag, dat per bezoeker aan subsidie wordt betaald, samenhangt met het object, dat wordt gesubsidieerd. Tussen een toneelgezelschap en een operagezelschap is enig ver- De heer Sajet heeft gezegd: tot hiertoe en niet verder! Men is, naar spreker meent, evenwel reeds verder gegaan dan men kan gaan. De Wethouder heeft zelf reeds verklaard, dat er een zekere verschuiving naar de goedkopere rangen valt te constateren. De opvatting van de heer Sajet acht spreker onjuist; een verhoging met 25% is bepaald niet gering! Men baseert deze verhoging op het feit, dat er meer vraag zou zijn dan aanbod. Maar als er straks meer aanbod zal zijn dan vraag, worden dan de toegangsprijzen verlaagd? Dit gelooft niemand, meent spreker, en daarom moet men een dergelijke vergelijking voor schouwburg- of concertbezoek niet gebruiken. De Wethouder heeft gezegd, dat het bij belangrijke voorstellingen aanbe- veling zou verdienen, hogere prijzen te vragen. Spreker is het hiermede niet eens. Hij kan er voor voelen — hoewel het door hem niet wordt toegejuicht — dat voor voorstellingen van het Holland-Festival, waarmede grote bedragen gemoeid zijn, iets hogere prijzen gelden. Maar verder mag men niet gaan, want hoe wordt het dan? Dat alle behoorlijke voorstellingen niet te betalen zijn. Degenen, die weinig kunnen betalen, mogen dan naar ‚„Sampiero Corso” of naar een lekenballet van Frangoise Adret, maar niet naar een behoorlijke voorstelling. Verhoogt men de prijzen, dan gaat men de kant op, waarop van de rechterzijde geregeld is aangedrongen, nl. prijzen, die voor 100% de kosten dekken. Op de duur krijgt men dan, dat de kunst duur betaald moet worden. Spreker herhaalt, dat de communistische fractie iedere prijsverhoging afwijst, daar men het hierdoor grote groepen der bevolking onmogelijk maakt voorstellingen te bezoeken. Dit is in strijd met een actieve cultuurpolitiek, die er op gericht moet zijn, de grote massa in het culturele leven te betrekken. Spreker dient een voorstel in, om de eventuele hogere uitgaven van de door de Gemeente gesubsidieerde culturele instellingen door verhoging der gemeente- lijke subsidies op te vangen, waardoor de prijzen op het huidige niveau gehand- haafd kunnen blijven.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/