archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 98
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 78 2 Art. 2 Onverminderd het bepaalde in art. 1, gelden voor de onderscheidene soorten van bebouwing A, B, B 1 en C de volgende bepalingen: I Eengezinshuizen. De bebouwing A moet bestaan uit eengezinshuizen van één verdieping, met een breedte van ten minste 5,50 m en een vloeroppervlak van ten minste 90 m2. U Twee verdiepingen; twee woningen boven elkaar. l a De bebouwing B moet bestaan uit huizen van twee verdiepingen en twee woningen boven elkaar, met ten hoogste drie woningen per perceel. perceelsbreedte moeten ten minste 75 m2, respectievelijk ten minste 9 m bedragen. De bebouwing B 1 moet bestaan uit huizen van twee verdiepingen, waarvan de beganegrondverdieping is bestemd voor winkel en dergelijke en de andere verdieping voor woning. Het gemiddelde vloeroppervlak per woning en de gemiddelde perceelsbreedte moeten ten minste 75 m2, respectievelijk ten minste 8,50 m bedragen. II Drie verdiepingen; drie woningen boven elkaar. 1 De bebouwing C moet bestaan uit huizen van drie verdiepingen en drie woningen boven elkaar. Het gemiddelde vloeroppervlak en de gemiddelde breedte der huizen moeten ten minste 75 m2, respectievelijk ten minste 8 m bedragen. Art. 3 Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, toe te staan, dat, voor het verkrijgen van een goede hoekoplossing, voor percelen op of nabij de einden der bouwstroken wordt afgeweken van het bepaalde in art. 2. Art. 4 Voor de woningen, bedoeld in art. 1, gelden de volgende bijzondere be- palingen: 1 a Ten behoeve van elke woning moet in de beganegrondverdieping van het woonhuis een bergruimte aanwezig zijn voor rijwielen en dergelijke. 2 Elke woning moet een naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders doelmatige was- en droogruimte bevatten. 3 Gemeenteblad afd. 3 Wanneer de bebouwing is voorzien van een schuine kap, mag de ruimte in die kap slechts zodanig worden gemaakt, dat zij uitsluitend kan worden gebruikt voor berg- en droogruimte. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, vrijstelling te verlenen van het bepaalde in art. 95, lid 1, der Bouwverordening, met betrekking tot de lichttoetreding tot ramen van onder balkons gelegen vertrekken, doch niet voor het vertrek, bedoeld in art. 87, lid 1, onder b, der Bouwverordening (woonkamer) en onder voorwaarde, dat een naar hun oordeel redelijke lichttoetreding behouden blijft. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, toe te staan, dat het wasem- kanaal in de keuken niet van een wasemkap wordt voorzien, mits naar hun oordeel op deugdelijke wijze wordt gezorgd voor de mogelijkheid tot afvoer van wasem. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, nadere eisen te stellen ten aanzien van de dakhellingen en de dakbedekkingen der huizen. Art. 5 1. Als maximum-diepte van de bebouwingen moet worden aangehouden de maat, welke in de verklaring op het uitbreidingsplan is aangegeven. 2. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, toe te staan, dat balkons, galerijen, buitentrappen en bordessen e.d. worden gebouwd buiten de rooilijn. Art. 6 l. De berekening van het aantal verdiepingen geschiedt op de in de Bouwverordening aangegeven wijze. 2. De breedte der huizen wordt gemeten langs de voorgevel, hart op hart der bouwmuren. 3. Het vloeroppervlak wordt gemeten als het produkt van de afstand tussen de gevelvlakken en de afstand hart op hart der bouwmuren; berg- ruimten op zolders en vlieringen, zomede balkons en loggia’s worden bij het bepalen van het vloeroppervlak niet medegerekend. 4. Het gemiddelde vloeroppervlak der woningen wordt voor elk aantal blijkens één bouwaanvrage in een bouwstrook op te richten gebouwen bepaald. Art. 7 De gronden, bestemd voor uitbouw aan winkels, mogen tot geen grotere hoogte worden bebouwd dan tot de bovenkant vloer van de eerste verdieping van het huis, waartoe de uitbouw behoort. Art. 8 1. Op de gronden, bestemd voor openbare gebouwen of gebouwen met bijzondere bestemming, al of niet met erf, mogen geen gebouwen voor in- dustriële doeleinden worden opgericht. 2. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, toe te staan, dat de in lid 1 bedoelde gronden worden bebouwd volgens een andere indeling dan in het uitbreidingsplan is aangegeven, doch tot geen grotere oppervlakte. Het gemiddelde vloeroppervlak per woning en de gemiddelde b Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, vrijstelling te verlenen van het onder a bepaalde, indien op andere wijze naar hun oordeel voldoende wordt voorzien in de behoefte aan bergruimte voor rijwielen en dergelijke.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/