archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 97
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 77 Looptijd Jaarsalaris in dienstjaren in guldens „ Wetenschappelijk hoofdambtenaar A Verschenen 2 april 1957. 12.618 12.966”. Burgemeester en Wethouders voornoemd, G. van Hall de ‘Secretaris, G. C. Spruijt 1957 GEMEENTEBLAD Afdeling 3 Volgn. 78 BEBOUWINGSVOORSCHRIFTEN VOOR DE GRONDEN, GELEGEN AAN EN NABIJ DE KAMERLINGH ONNESLAAN EN OMGEVING. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter algemene kennis, dat de Gemeenteraad bij zijn besluit van 17 oktober 1956, no. 1170, heeft vastgesteld de volgende Bebouwingsvoorschriften voor de gronden, gelegen aan en nabij de Kamerlingh Onneslaan en begrepen in het uitbreidingsplan-Kamerlingh Onneslaan en omgeving. Art. 1 1. Op de gronden, bestemd voor de bebouwingen A, B, B 1 en C, mogen, behoudens het bepaalde in de leden 2 tot en met 5, slechts worden opgericht gebouwen, uitsluitend voor bewoning bestemd. 2. In de in lid 1 bedoelde gebouwen moet, onderscheidenlijk mag op de daartoe in het uitbreidingsplan aangewezen plaatsen de beganegrondverdieping tot winkel en dergelijke, al dan niet met woning, worden bestemd. 3. Woningen in de in lid 1 bedoelde gebouwen mogen gedeeltelijk voor andere doeleinden dan voor bewoning, doch niet voor winkels of bedrijfs- ruimten worden bestemd, tenzij, naar het oordeel van Burgemeester en Wet- houders, de gewijzigde bestemming overlast voor de omgeving zal veroorzaken of veroorzaakt of in verband met het karakter en de welstand van de omgeving ontoelaatbaar is te achten. Wanneer aan een gedeelte van een woning de in dit lid bedoelde gewijzigde bestemming wordt gegeven, moet het gedeelte van de desbetreffende woning, dat voor bewoning bestemd blijft, behalve een woon- kamer en een keuken, ten minste twee vertrekken bevatten. 4. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, toe te staan, dat woningen in de in lid 1 bedoelde gebouwen geheel voor andere doeleinden dan voor bewoning, doch niet voor winkels of bedrijfsruimten worden bestemd, indien naar hun oordeel de gewijzigde bestemming geen overlast voor de omgeving zal veroorzaken en in verband met het karakter en de welstand van de om- geving toelaatbaar is te achten. 5. Indien de beganegrondverdieping van een in lid 2 bedoeld gebouw tot woning wordt ingericht, moet met de mogelijkheid van een toekomstige ver- bouwing tot winkel of dergelijke rekening worden gehouden; te dien einde moet bij de bouwaanvrage een plan tot verbouwing, ten genoegen van Burge- meester en Wethouders, worden overgelegd.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/