Geef een samenvatting van deze transcriptie
Gebruik tekstcoördinaten Transcriptie Volgn. 39 4 Art. 14 l. Een voordracht of een voorstel kan te allen tijde door degene(n), die de voordracht of het voorstel heeft (hebben) ingediend, worden ingetrokken. 2. Indien een voorstel door meer raadsleden is ondertekend kan het slechts door de ondertekenaren tezamen worden ingetrokken. 3. Een mede-ondertekenaar van een voorstel is te allen tijde bevoegd, zijn handtekening onder het voorstel terug te nemen. Art. 15 1. Niemand voert het woord, dan na het aan de Voorzitter verzocht en van deze verkregen te hebben. 2. De Voorzitter verleent het woord in de volgorde, waarin het is gevraagd. 3. Van deze volgorde kan worden afgeweken, indien een lid het woord vraagt voor een persoonlijk feit of voor het indienen van een voorstel van orde. 4. De Voorzitter stelt het lid, dat het woord voor een persoonlijk feit verlangt, in de gelegenheid, een beknopte aanduiding van dat feit te geven. Art. 16 1. Van het voornemen tot het vragen van inlichtingen, als bedoeld in de Gemeentewet (art. 216), geeft een lid ten minste 24 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de Voorzitter kennis. Van deze termijn kan worden afgeweken, indien naar het oordeel van de Voorzitter buitengewone omstandigheden aanwezig zijn. Art. 17 1. Onverminderd het bepaalde in het vorige artikel, is elk lid van de Raad bevoegd, zonder machtiging van de Raad, tot Burgemeester en Wethouders schriftelijk, kort en duidelijk geformuleerde vragen te richten. 3. Indien bij Burgemeester en Wethouders tegen het beantwoorden der vragen overwegend bezwaar bestaat, wordt daarvan aan het desbetreffende lid mededeling gedaan. 4. Bestaat zodanig bezwaar niet, dan zijn Burgemeester en Wethouders gehouden, de vragen zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen drie weken na de datum van ontvangst schriftelijk te beantwoorden. 6. Over de vragen, zomin als over het antwoord, wordt in de Raad het woord gevoerd. 5 Gemeenteblad afd. 3 HOOFDSTUK Il Van de wijze van beraadslagen. Art. 18 Art. 19 |. De Raad kan, op voorstel van de Voorzitter, bij de aanvang of tijdens de loop der beraadslagingen regelen stellen ten aanzien van de spreektijd der leden. ag 2, Zodra de voor een redevoering toegestane spreektijd is verstreken, Ls nodigt de Voorzitter de spreker uit, zijn rede te beëindigen. Deze is gehouden, terstond aan de uitnodiging gevolg te geven. Art. 20 [. Ieder lid spreekt van zijn plaats of van het spreekgestoelte. 2. Wanneer de Voorzitter het verzoekt, zijn de leden verplicht, hun zitplaatsen in te nemen. Art. 21 Art. 22 |. Indien een spreker voortgaat van het onderwerp af te wijken, pels] gende of onvoegzame uitdrukkingen te gebruiken, de orde te verstoren, © 2. De Voorzitter doet van het verzoek tot het houden van een interpellatie mededeling aan de Raad na de ingekomen stukken of, als het verzoek tijdens een vergadering is ingediend, zodra dit te zijner kennis is gekomen. 2. Deze vragen moeten worden ingezonden bij de Voorzitter. 5. De Voorzitter handelt met de vragen en het antwoord, als in art. 3, lid 1, is bepaald. |. De beraadslaging over elk aan de orde gesteld onderwerp, met uitzondering van een voorstel, bedoeld in art. 25, vindt plaats in ee SE twee termijnen. Elke termijn eindigt, nadat het lid of de leden van | D oe van Burgemeester en Wethouders, meer 1n het bijzonder met de behan TE van het onderwerp belast, of het lid, dat zijn voorstel verdedigt, de sprekers heeft (hebben) beantwoord. |. Een spreker mag in zijn rede niet worden onderbroken, behalve door de Voorzitter. À 3. Voor het vragen van deze inlichtingen is verlof van de Raad nodig. Indien de Raad dit verlof verleent, geschiedt de behandeling van de interpellatie in dezelfde of in een volgende vergadering. 2. Niemand voert in dezelfde termijn tweemaal het woord. 2. Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, brengt de Voorzitter hem zulks onder het oog en roept hem tot de orde. | | 3. Bij de behandeling van een interpellatie, bedoeld in art. 16, geldt als eerste termijn de toelichting van de interpellant en het antwoord daarop van het lid of de leden van het College van Burgemeester en eg Oe ee in het bijzonder met de beantwoording belast. Indien bij de behande en een interpellatie in tweede termijn een voorstel wordt gedaan, kan, en wijking van het bepaalde in het eerste lid, de beraadslaging in een derde termijn worden voortgezet. il | 3. Indien een spreker zich beledigende of onvoegzame uitdrukkingen veroorlooft, of, op welke wijze ook, de orde verstoort, wordt hij door de Voorzitter vermaand en in de gelegenheid gesteld, de woorden, die tot de vermaning aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. 4. Het stellen van een vraag om inlichtingen over een in benandehas zijnd onderwerp, zonder dat daarbij een toelichting wordt gegeven, wordt niet als het voeren van het woord in enige termijn aangemerkt.
Bronvermelding Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375 , Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502 , Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Voeg commentaar toe
Deel deze pagina
Bent u de eerste persoon die aanvullende informatie levert?
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.