archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 147
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 118 4 2. Naar de regelen, vastgesteld bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in art. 92, tweede lid, van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240), worden pleegkinderen gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde wettige of gewettigde kinderen. Art. 14 1. Het weduwenpensioen bedraagt de helft van het pensioen, waarop de overleden wethouder als wethouder zonder de in art. 9 bedoelde beperking aan- spraak of uitzicht zou hebben gehad, indien hij op de dag van zijn overlijden had opgehouden wethouder te zijn of waarop de overleden gewezen wet- houder als gewezen wethouder zonder die beperking aanspraak of uitzicht had. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bedraagt het pensioen van de weduwe van hem, die overlijdt als wethouder vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaren of als gewezen wethouder in de periode, waarover hem een uitkering, als in art. 2 bedoeld, is toegekend, de helft van het pensioen, waarop de wethouder of gewezen wethouder als zodanig zonder de in art. 9 bedoelde beperking ten hoogste aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hij bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaren had opgehouden wethouder te zijn. 3. Indien wegens een zelfde sterfgeval voor een weduwe recht ontstaat zo- wel op een weduwenpensioen krachtens deze verordening als op een ander weduwenpensioen krachtens of op de voet van de Wet van 1 augustus 1956 (Staatsblad no. 455) of op een weduwenpensioen krachtens de Wet van 21 no- vember 1924 (Staatsblad no. 522), wordt tijd, welke zowel voor de regeling van eerstbedoeld pensioen als voor de regeling van het andere pensioen medetelt en niet daadwerkelijk gelijktijdig in de verschillende ambten is doorgebracht, Slechts dan medegeteld voor de regeling van het pensioen krachtens deze ver- ordening, indien die tijd bij dat pensioen het hoogste bedrag oplevert. Art. 15 1. Het wezenpensioen bedraagt: a voor elk kind, welks moeder aan het overlijden van de vader aanspraak op pensioen krachtens deze verordening ontleent, 1/5 van het bedrag van dat weduwenpensioen; b voor elk ander kind 2/5 van het op de voet van het bepaalde in art. 14 berekende weduwenpensioen. 2. Het wezenpensioen wordt ambtshalve gebracht van 1/5 op 2/5 van het bedrag, waarvan het is afgeleid, als het weduwenpensioen van de moeder is geëindigd. Art. 16 Het gezamenlijke bedrag aan weduwen- en wezenpensioen of aan wezen- pensioen gaat het tweevoud van het bedrag van het in het eerste lid van art. 15, onder a, onderscheidenlijk onder 5, bedoelde weduwenpensioen niet te boven. Indien in verband met dit voorschrift de pensioenen een vermindering moeten ondergaan, geschiedt deze in evenredigheid van de bedragen dier pensioenen. 5 Gemeenteblad afd. 3 Art. 17 Het weduwen- en wezenpensioen gaat in met de dag, volgende op die van het overlijden van hem, aan wie het werd ontleend; het eindigt met de laatste dag van het kwartaal, waarin de rechthebbende overlijdt. Het wezenpensioen eindigt bovendien met de laatste dag van het kwartaal, in de loop waarvan de rechthebbende meerderjarig is geworden. Art. 18 1. Het weduwenpensioen eindigt voorts bij een volgend huwelijk en wel met de laatste dag van het kwartaal, in de loop waarvan het huwelijk heeft plaats gehad. j Art. 19 Het bepaalde in art. 11, onder ó, is van overeenkomstige toepassing ten aan- zien van de in deze paragraaf bedoelde pensioenen. $ 5. Algemene bepalingen. Art. 20 Van de wedde van de wethouder wordt 3 ten honderd ingehouden als pensioenbijdrage. Art. 21 Uitkeringen krachtens deze verordening worden naar boven in guldens afgerond. Zij worden bij vooruitbetaling in maandelijkse termijnen voldaan. Art. 22 Van het verwerven van inkomsten, als bedoeld in art. 4, doet de gewezen wethouder onverwijld schriftelijk mededeling aan Burgemeester en Wethouders. Zo spoedig mogelijk doet hij opgave van het bedrag dier inkomsten. Tevens doet hij hun tijdig vóór het vervallen van elke uitkeringstermijn opgave van de wijzigingen, welke deze inkomsten eventueel hebben ondergaan. Art. 23 Pensioenen krachtens deze verordening worden op schriftelijke aanvrage door of vanwege belanghebbende(n) door Burgemeester en Wethouders toe- gekend. 2. Wordt dat huwelijk, anders dan door opvolgend huwelijk met rechterlijk verlof, ontbonden, dan wordt aan de vrouw, behoudens het in het derde lid bedoel- de geval, op haar schriftelijke aanvrage haar oude pensioen weder toegekend, mits aan Burgemeester en Wethouders van die ontbinding het schriftelijk bewijs wordt overgelegd. Het gaat in met de dag, volgende op die der ontbinding van het huwelijk. 3. Het recht op weduwenpensioen vervalt, indien aan de weduwe van een wethouder of gewezen wethouder ter zake van het latere huwelijk een ander pensioen krachtens of op de voet van de Wet van 1 augustus 1956 (Staatsblad no. 455) of een pensioen krachtens de Wet van 21 november 1924 (Staatsblad no. 522) wordt toegekend.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/