archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 146
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 118 2 3. In geval van tussentijds vervallen van de uitkering krachtens art. 6, tweede lid, wordt de volgende uitkering toegekend ten minste tot het tijdstip, waarop eerstgenoemde uitkering, indien zij niet was vervallen, zou zijn geëin- digd. Art. 3 Art. 4 Indien de gewezen wethouder inkomsten gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag, waarop hij heeft opge- houden wethouder te zijn, wordt de uitkering met het bedrag dier inkomsten verminderd. De uitkering eindigt met de dag van overlijden van de gewezen wethouder. In dat geval wordt aan de weduwe een bedrag uitgekeerd, gelijkstaande met de uitkering, welke de overledene laatstelijk genoot, over een tijdvak van zes weken. Art. 6 1. De uitkering vervalt, wanneer de gewezen wethouder de leeftijd van 65 jaren bereikt. 2. In afwijking van het bepaalde in art. 4 vervalt de uitkering mede, indien en zodra de gewezen wethouder weder als wethouder der Gemeente optreedt. $3. Het eigen pensioen. Art. 7 1. Hij, die ophoudt wethouder der Gemeente te zijn, heeft, tenzij hij zonder onderbreking weder als zodanig optreedt, recht op pensioen, indien hij op het tijdstip waarop hij ophoudt wethouder te zijn de leeftijd van 65 jaren heeft bereikt. 2. Hij, die ophoudt wethouder der Gemeente te zijn vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaren, heeft recht op pensioen bij het bereiken van die leeftijd, tenzij hij alsdan weder wethouder der Gemeente is. Art. 8 Het pensioen bedraagt voor ieder dienstjaar als wethouder der Gemeente 3,5 ten honderd van de laatstelijk als zodanig genoten wedde, met dien ver- stande, dat niet meer dan 20 dienstjaren in aanmerking worden genomen. 3 Gemeenteblad afd. 3 Art. 9 Í i der eigen pensioen Indien naast het pensioen als gewezen wethouder een an wordt genoten, als bedoeld in art. 35 van de Wet van 1 augustus 1956 (Staats- blad no. 455), vindt naar de in dat artikel vervatte regelen zo nodig een beperking van het pensioen plaats. Art. 10 Het pensioen gaat in met de dag, waarop het recht op pensioen is ontstaan; het eindigt met de laatste dag van het kwartaal, waarin de gewezen wethouder lijdt. ove Art. 11 Het pensioen vervalt: $ 4. Het pensioen van weduwen en wezen. Art. 12 Recht op weduwenpensioen heeft: 6 bereikt. J " ee Een zelfde sterfgeval doet slechts recht ontstaan op cen pensioen, als in dit artikel bedoeld. Art. 13 |. Recht op wezenpensioen hebben: " í 4. In bijzondere gevallen kan door de Raad worden bepaald, dat de uit- kering wordt voortgezet voor een met inachtneming van het bepaalde in art. 6 vast te stellen termijn, welke op dezelfde wijze kan worden verlengd. De uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 80 ten honderd, gedurende het tweede jaar 65 ten honderd en vervolgens 50 ten honderd van de voor het ambt vastgestelde wedde, waaronder worden begrepen de toelagen, welke in de pensioengrondslag zouden zijn opgenomen, indien de wethouder als zodanig ambtenaar was geweest in de zin van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240), zomede voor de toepassing van deze paragraaf de eventuele kindertoelage, welke de belanghebbende zou hebben genoten, indien hij wethouder was gebleven. Art. 5 a met ingang van de dag, waarop de gewezen wethouder weder als wet- houder der Gemeente optreedt; a de weduwe van een wethouder, tenzij het huwelijk was gesloten nadat hij de leeftijd van 65 jaren had bereikt; E x a de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van hem, die overlijdt als wethouder, tenzij zij zijn geboren uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader de leeftijd van 65 jaren had bereikt, of tenzij zij na dat tijdstip zijn gewettigd; b indien gedurende vijf achtereenvolgende jaren na de eerste dag, waarop het had kunnen worden geïnd, iedere invordering achterwege is gebleven of indien gedurende genoemd tijdvak geen bewijs van in leven zijn aan Burgemees- ter en Wethouders is ingezonden. b de weduwe van een gewezen wethouder, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij had opgehouden wethouder te zijn of de leeftijd van 65 jaren had b de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van haar, die overlijdt als wethouder, tenzij zij zijn gewettigd nadat hun moeder de leeftijd van 65 jaren had bereikt; i | ; c de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van hem, die overlijdt als gewezen wethouder, tenzij zij zijn geboren uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader had opgehouden wethouder te zijn of nadat hij de leeftijd van 65 jaren had bereikt, of tenzij zij na dat tijdstip zijn gewettigd; : d de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van haar, die overlijdt als gewezen wethouder, tenzij zij zijn geboren uit een huwelijk, gesloten nadat hun moeder had opgehouden wethouder te zijn of tenzij zij zijn gewettigd na dat tijdstip of nadat hun moeder de leeftijd van 65 jaren had bereikt. ve Een zelfde sterfgeval doet slechts recht ontstaan op éen pensioen, als in dit artikel bedoeld.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/