Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 31375, pagina 152



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

1234
aan de gemeenten een uitkering gegeven van een bepaald percentage van de
zuivere opbrengst van de hoofdsom en opcenten der Personele belasting; dit
percentage bedraagt voor Amsterdam rond 86.
De Gemeenteraad van Amsterdam,
Gezien de voordracht van Burgemeester en Wethouders van 2 september
1957,
Besluit:
I vast te stellen de volgende
Verordening op de heffing van opcenten op de hoofdsom van de Personele
belasting.
Art. 1
Te beginnen met het belastingjaar 1957/1958 worden ten behoeve van deze
Gemeente op de hoofdsom van de Personele belasting opcenten geheven
volgens het hierna volgende tarief:
1235 Gemeenteblad afd. 1
Aantal Belastbare huurwaarde
opcenten
le klasse | 3e klasse | 4e klasse
meer dan meer dan meer dan
490 400 355
505 404 412
590 471 471
674 539 531
757 606 590
841 674 649
I99u JO
doch minder dan
199u JO
doch minder dan
Joau JO
h minder dan
doc
Art. 2
Wanneer een belastingplichtige in de Personele belasting is aangeslagen
wegens het gebruiken van twee of meer percelen, worden voor het bepalen
van het aantal opcenten, hetwelk ingevolge art. 1 wordt geheven, de huur-
waarden van dié percelen te zamen gevoegd.
Art. 3
De opcenten op de hoofdsom van de Personele belasting worden,
overeenkomstig art. 296 der Gemeentewet, door ’s Rijjks ambtenaren
ingevorderd. ;
TI te bepalen, dat de Verordening op de heffing van opcenten op de hoofdsom
van de Personele belasting, vastgesteld bij raadsbesluit van 20 oktober 1954,
no. 637 (Gemeenteblad 1955, afd. 3, volgn. 1), met ingang van het belasting-
jaar 1957/1958 komt te vervallen, met dien verstande, dat de bepalingen
dier verordening alsnog van kracht blijven voor het belastingjaar 1956/1957
en daaraan voorafgaande belastingjaren.
Afschrift van dit besluit zal aan Burgemeester en Wethouders worden gegeven.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
G. van Hall
de Secretaris,
G. C. Spruijt
Krachtens art. II, le lid, van de in de aanhef vermelde Wet van 31 juli 1957,
wordt op de vorenbedoelde uitkering 18% van de zuivere opbrengst van de
hoofdsom en de opcenten der personele belasting naar de grondslag huur-
waarde gekort, alsmede 18% van het op die opbrengst betrekking hebbende
deel der uitkering. Op basis van de verhoogde opbrengst van de personele
belasting zou, aldus de Memorie van toelichting op Wetsontwerp 4644 (ge-
drukt stuk no. 7), bij een stijging van het huurpeil van 100 naar 125, het kor-
tingspercentage 20 moeten bedragen. In verband met de afrondingen evenwel,
die ten gunste van belastingplichtigen hebben plaats gevonden bij de vaststelling
van de nieuwe aftrekbedragen en grensbedragen voor de kinderaftrek, is het
percentage iets lager gesteld, nl. op 18. Voor de goede orde zij hierbij opgemerkt,
dat ingevolge de bestaande wettelijke bepalingen de huurwaarde voor de
personele belasting van een nieuwbouwwoning wordt bepaald op het bedrag
van de huurwaarde van een daarmede vergelijkbare vooroorlogse woning.
„ 926 740 706
Een verhoging van de opbrengst der opcentenheffing, welke wordt verkregen
door de opcentengroepen niet aan de gewijzigde huren aan te passen, zou
derhalve voor een groot deel naar ’s Rijks kas worden overgeheveld.
„ 1010 807 825
1177 942 942
1346 1075 1061
Om de opcenten op de Personele belasting aan de huurverhoging aan te
passen, zullen het begin- en het eindbedrag der onderscheidene huurwaarde-
groepen met 25 % moeten worden verhoogd. De eerste huurwaardegroep,
welke thans luidt: „meer dan f 365, doch minder dan { 404”, zou dus, na afron-
ding naar boven tot hele guldens, veranderen in: „meer dan £ 457, doch minder
dan f 505”. Daar echter volgens de nieuwe wettelijke regeling de percelen
met een huurwaarde van f 490 en minder buiten de heffing vallen, zal deze
groep moeten luiden: „meer dan f 490, doch minder dan f 505”. De tweede
groep, van ‚‚{ 404 tot f 472” wordt verlegd naar ‚‚f 505 tot f 590”, de derde
groep van ‚‚{ 472 tot f 539” wordt ‚‚f 590 tot f 674”, enz. Op deze wijze blijven
de percelen gerangschikt in hun oude huurwaardegroep en wordt dus van de
belastingplichtigen hetzelfde aantal opcenten geheven als voorheen.
„ 1514 „ 1211 DaT 177
1682 1346 1296
1850 1480 1414
2019 „ 1615 1767
2524 2019 2355
3364 „ 2690 2945
4205 | „ 3364
Op grond van het vorenstaande hebben wij, in overeenstemming met het
gevoelen van de Commissie van bijstand in het beheer van de Financiën en de
Belastingen, de eer U voor te stellen, het volgende besluit te nemen:

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 31375, *



 Ga naar de vorige pagina (142) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/