Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Guilliam van de Velden uit Steenwijk vertrok in 1706 met het schip Pieter Paul. Op 12 september 1717 was hij in Kochi (India) en kreeg vanwege zijn hoge leeftijd een maandelijkse toelage van 3 rijksdaalders. Van de Velden bleek op 12 december 1715 aan lepra te lijden en werd daarom gepensioneerd. Hij kreeg toen een maandelijkse ondersteuning van 3 rijksdaalders. Hij overleed op 27 november 1716 zonder testament. De bestuurders in Batavia stuurden op 28 december 1721 een bericht over zijn soldijboeken. Op 17 april 1723 kwam er een antwoord. In Kochi werd dit op 17 oktober 1731 bevestigd door verschillende bestuurders, waaronder W. Verrieck, Brugt, Sarburg en Heede Abrahamsz. In Amsterdam werd dit op 28 februari 1729 door de eerste boekhouder I. Saah ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10228 / 1087  


In 449 en 450 werd een lijst opgemaakt van personen die besmet waren met een ziekte. Het gaat om:

Na overleg werd besloten dat de besmette dienaren van de Oost-Indische Compagnie niet langer konden werken. Vier soldaten vroegen toestemming om terug te keren naar hun vaderland, wat werd goedgekeurd. Ze zouden via Ceylon worden teruggestuurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1866 / 0464  


Dit is een bemanningslijst met namen, plaatsen van herkomst en functies van zeelieden en militairen. De belangrijkste posities waren:

De rest van de bemanning bestond uit:

De meeste bemanningsleden kwamen uit Rotterdam, Dordrecht en andere Nederlandse steden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4050 / 0491  


Er werden nieuwe aanstellingen gedaan van assistenten in Guinea. Een aantal mensen werd aangesteld als assistent door Cornelis Augier. De volgende assistenten werden benoemd:

G.W.O.L Homme de Courbiert werd luitenant. In de periode tussen 24 mei 1731 en 7 mei 1746 werden er meerdere groepen assistenten benoemd, waaronder: Sommige assistenten moesten een eed afleggen, zoals Jacob van Arp en Wynand Ploos van Amstel in 1743. De laatste benoemingen in deze lijst waren in 1746.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 23 / 0149  


Van 20 september 1734 tot 13 april 1745 werden verschillende mensen benoemd tot assistent in Guinea en andere gebieden. Hier volgt een lijst van de belangrijkste benoemingen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 29 / 0248  


Op 27 oktober 1747 verklaarde Constantijn Cras uit Wageningen, die op dat moment in Amsterdam verbleef, voor notaris Daniel van den Brink dat hij van Johannes van de Velde uit Amsterdam een bedrag van 400 gulden plus rente had ontvangen. Dit was ter aflossing van een schuldbewijs dat Van de Velde op 18 mei 1736 had ondertekend. Cras verklaarde dat hiermee de schuld volledig was afbetaald, zowel het hoofdbedrag als de rente. Hij beloofde Van de Velde hiervoor te vrijwaren.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510640 / 702  


Op 2 juli 1739 schreef men in St. Petersburg een wisselbrief voor 300 roebel tegen een koers van 48,5 stuiver Hollands per roebel. De brief was bestemd voor Steffan Lindeman of zijn vertegenwoordiger, te betalen binnen 65 dagen. De brief was gericht aan Larwood & Son in Amsterdam.

De brief werd overgedragen aan Gerard van Couwenhoven door Joannes van Belcamp. Op 9 oktober 1739 ging notaris Daniel van den Brink in Amsterdam langs bij Jacob Larwood en zoon om de betaling te vragen. Zij weigerden te betalen om redenen die ze aan de opsteller van de brief hadden geschreven.

Later die dag verklaarden Francois & Josica van Ouderkerk dat zij de wisselbrief zouden betalen onder protest, ter ere van en voor rekening van de overdrager. Ze behielden het recht om het geld terug te vorderen van iedereen die bij de wisselbrief betrokken was.

Dit gebeurde in aanwezigheid van getuigen Daniel Parve en Jacobus Paulus Tuchlicq.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510621 / 112  


Dit is een lijst met verkochte spullen uit de erfenis van Abraham Taneez uit Middelburg. De verkoop werd gedaan op 4 december 1711 in kasteel St. George d'Elmina onder toezicht van Jacobus Visbeek, de administrateur.

Tussen de verkochte items waren:

Op 11 juni 1711 had Abraham enkele slaven toevertrouwd aan zijn "tappoeyerin" (huishoudster):

De totale opbrengst van de verkoping was 4517 gulden en 10 stuivers, waarvan na aftrek van schulden 226 gulden overbleef.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1012F / 0027  


Op 17 februari 1749 verscheen voor notaris Hermanus van Heel in Amsterdam de koopman George Soon. Hij machtigde Catharina Bodisco uit St. Petersburg om namens hem op te treden. Catharina Bodisco was eerst weduwe van Johannes van Belcamp en later gescheiden van James Gardner. Ze kreeg de opdracht om:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1527132 / 222  


Op 9 november 1748 verscheen voor de notaris Daniel van den Brink in Amsterdam de koopman Abraham Scheerenberg. Hij gaf een machtiging aan Johannes van Belcamp in Sint-Petersburg om:

Nicolas Golovin was een belangrijke Russische functionaris geweest:

Als getuigen waren aanwezig Willem de Wolff en Jelmer de Bruijn.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510676 / 214  


Op 25 oktober 1763 heeft Daniel van den Brink, een notaris uit Amsterdam, namens de kooplieden Cornelis van der Oudermeulen & zonen een verzoek tot betaling gedaan bij de heren Belcamp & Doornek. Het ging om een originele wisselbrief. Een kantoormedewerker van Belcamp & Doornek antwoordde dat de wisselbrief niet betaald kon worden omdat de ontvanger overleden was en er geen geld beschikbaar was. Ze hadden hierover al naar de rechthebbenden geschreven. De notaris heeft hiertegen officieel bezwaar gemaakt vanwege:

Dit gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen Willem Appels en Josias de Bruin Junior. Het document is ondertekend door Daniel van den Brink, Willem Appels en Josias de Bruin Junior. Het document kreeg nummer 2053 en Hendrik van Couwenhoven kreeg volmacht.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510860 / 399  


Wouter Gerritsz (verkoper uit Amsterdam) heeft aan Jacob van Belcamp (boekhouder) een huis met erf verhuurd, gelegen aan de Rozengracht in Amsterdam. Het huurcontract is voor 4 jaar afgesloten, beginnend op mei-avond 1640 en eindigend op mei-avond 1643. Van Belcamp heeft de optie om nog 1 jaar langer te blijven. Van Belcamp belooft aan Wouter Gerritsz jaarlijks 140 gulden huur te betalen, in twee halfjaarlijkse termijnen. Bij het huis hoort ook een tuin die achter het huis en een pakhuis ligt. Beide partijen hebben hun bezittingen als onderpand gesteld. Het contract is ondertekend op 8 augustus 1640 in Amsterdam door Jacob van Belcamp en Wouter Gerritsz, in aanwezigheid van notaris D. Doop van Groen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936806 / 373  


Op 25 april 1681 ging notaris Joannes Boots in Amsterdam op verzoek van Johannes van Belcamp naar het huis van Abraham Auxbrebis. Hij deed daar een officiële aanzegging: Van Belcamp liet via de notaris weten dat zijn vrouw Maria Looten van Abraham Auxbrebis en zijn broer David Auxbrebis 80 Geneefse katoenen stoffen had ontvangen (320 stukjes) om te bedrukken en deels te verkopen. Ze had 150 stukjes teruggebezorgd en de resterende 171 stukjes lagen klaar in haar huis. Deze konden worden opgehaald als er 320 gulden en 18 stuivers zou worden betaald. Daarnaast protesteerde hij omdat Auxbrebis zijn vrouw had uitgescholden voor hoer, werkster en dievegge, en haar het huis uit had geduwd toen ze de 150 stukjes kwam brengen. Van Belcamp eiste hiervoor schadevergoeding. Auxbrebis antwoordde alleen "Ik hoor en zie." Dit gebeurde in het bijzijn van getuigen Abraham de Smeth en Gerret Pieters.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320290 / 94  


Op 17 februari 1749 verscheen voor notaris Hermanus van Heel in Amsterdam de koopman George Soon. Hij gaf toestemming aan mevrouw Catharina Bodisco om zijn zaken te behartigen in Sint-Petersburg. Catharina Bodisco was eerst getrouwd met Johannes van Belcamp en daarna met James Gardner, maar van hem gescheiden. Ze kreeg volmacht om:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604603 / 222  


Op 13 april 1680 verschenen voor notaris Adriaen Lock twee beëdigde makelaars uit Amsterdam: Joannes van Belcamp (34 jaar) en Jacob de Nijs (39 jaar). Ze legden een verklaring af voor Garbrant Ornia.

Op dezelfde dag verschenen Joan vande Velde als bevrachter en schipper Jan Swemmer uit Amsterdam voor de notaris. Ze sloten een overeenkomst over het schip St. Louis. Het schip was 122 voet lang, 25,75 voet breed en 12,25 voet diep met nog 3,25 voet erboven (Amsterdamse maten).

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965465 / 359  


Op 29 oktober 1668 verscheen Jean Francisco de Roemer namens Philippe van Hulten bij notaris Adriaen Lock in Amsterdam. Hij verklaarde dat er drie kisten met indigo uit de kelder van Van Hulten waren verdwenen. Het bleek dat Jan de Soeter, een kamerbewaarder op de academie, een kist met indigo had verkocht aan Jacob Nonnemans en Andries Belcamp. Deze indigo was van dezelfde soort als die van Van Hulten, waardoor men vermoedde dat De Soeter deze niet eerlijk had verkregen.

De Roemer vroeg Nonnemans en Belcamp om de indigo of het geld niet over te dragen totdat het stadsbestuur zou beslissen wat ermee moest gebeuren. Zij stemden hiermee in, op voorwaarde dat ze beschermd zouden worden tegen claims. De Roemer en Balthasar Schouten beloofden hen hiertegen te beschermen.

Op 1 november 1668 verklaarde Philippe van Hulten dat hij de kist met indigo had terugontvangen van Nonnemans en Belcamp. Hij beloofde hen te beschermen tegen eventuele aanspraken op de indigo door anderen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965451 / 549  


Dit document beschrijft de boedelinventaris van Harmen Stam en Margrietie van Belcamp. Het vermeldt:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937037 / 23  


Op 13 en 14 juli 1673 verschenen verschillende personen voor notaris Francois Meerhou in Amsterdam. Het ging om:

Ze bespraken de verdeling van de nalatenschap van Jacob van Bellecamp de oude. Volgens een uitspraak van 10 augustus 1672 door Abraham van Trisem en Johannes de Vries zou Johanna Wijbrants 11.586 gulden en 19 stuivers krijgen na betaling van alle schulden. Dit bedrag werd later bijgesteld naar 10.281 gulden.

De erfenis bestond onder andere uit:

Na alle berekeningen bleek dat de eerste partij 1.632 gulden en 12 stuivers te veel had ontvangen, wat ze aan de andere partijen hebben terugbetaald. Hiermee was de boedelverdeling afgerond.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510392 / 396  


Op 13 juli 1669 werd er bij notaris Francoijs Meerhoudt in Amsterdam een overeenkomst gesloten tussen de volgende partijen:

Ze besloten dat alle geschillen over:

Zouden worden voorgelegd aan twee scheidsrechters: Abraham van Friessem en Johannes de Vries. Deze mochten een derde rechtsgeleerde aanwijzen. Als een scheidsrechter zou overlijden of ziek worden, mocht er een vervanger worden gekozen.

Afgesproken werd dat:

Als getuigen traden op: Gillis Wijbrants en Johannes Meerhout.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510392 / 197  


Otto Cornelisz van Amersfoort, wonend in Amsterdam, gaf op 5 januari voor notaris Jan de Vos een machtiging aan zijn vader Cornelis Adriaantz. Deze machtiging gaf zijn vader het recht om namens hem te verschijnen voor het gerecht in Amersfoort op 23 februari 1675. Daar zou Henrik Purgie uit Amersfoort een aanklacht tegen hem indienen. De vader kreeg volmacht om:

Otto Cornelisz beloofde alles wat zijn vader in deze zaak zou doen te accepteren en na te komen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937145 / 279  


Op 22 september 1681 verschenen voor notaris Joannes Boots in Amsterdam de volgende personen:

Deze drie kinderen van wijlen Jacob van Belcamp en Maria van Dilsen waren elk voor een derde deel erfgenaam van hun overleden oom Henricus van Dilsen, die kanunnik was geweest in de kathedraal van Roermond. Ze gaven volmacht aan Joannes van Lith, kanunnik van de kathedraal in Roermond, om namens hen:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320290 / 242  


Mathijs Jansz Wit en Anne Jans, een echtpaar dat een droogwinkel had, verklaarden op 19 augustus 1676 voor notaris Nicolaas Henmik in Amsterdam dat ze geld schuldig waren aan Magdalena Bisschop (of aan wie zij het recht zou overdragen). Het ging om een lening van Cornelis de Wilde. De terugbetaling zou gebeuren via de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Elke keer als er schepen naar Oost-Indië zouden vertrekken vanuit:

zouden er 2 schuldbewijzen worden afgegeven van 150 gulden elk (samen 300 gulden). Magdalena Bisschop zou deze schuldbewijzen accepteren voor 50 gulden per stuk als aflossing van de schuld.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937327 / 55  


Op 17 september 1655 heeft notaris Adriaen Lock een bezoek gebracht aan het huis van failliete koopman Jan van de Velde in Amsterdam, op verzoek van kooplieden Jan de Pas en Andre d'Azevedo. Ze handelden namens de erfgenamen van Gracia d'Illan. Aangezien Van de Velde niet thuis was, sprak de notaris met zijn dienstmeid over een wissel die betaald moest worden. Omdat Van de Velde failliet was verklaard, moest deze wissel direct worden betaald. De dienstmeid zei dat de wissel niet betaald zou worden. De wissel was als volgt: Getuigen waren Hendrick Heelehant en Chiprianus Noorthof. Op dezelfde dag verscheen Samuel Willocqueau voor notaris Lock. Hij gaf een machtiging aan Cornelis Hijselentong, advocaat bij het Hof van Holland in 's-Gravenhage, om hem te vertegenwoordigen in een rechtszaak tegen Janneken Bartels. Getuigen hierbij waren Jan Dircxsz en Tijs Tijmonssen Perreboom.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965433 / 401  


Op 5 juni 1683 verschenen voor notaris Withelmus Sijlvius in Amsterdam:

Deze broers, zus en zwager waren de enige erfgenamen van hun overleden vader Harmen Roelosz van den Velde uit Heede. Ze gaven Claes van de Velde toestemming om:

De akte werd ondertekend in bijzijn van getuigen Rattus Leur en Jan Door.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320197 / 509  


Dit is een inventarislijst van de nalatenschap van Grietje Cornelis, weduwe van Frank vander Velde. Ze overleed in het huis van haar zoon Cornelis Franke vander Velde in Schiedam. De inventaris werd opgemaakt door haar kinderen en erfgenamen:

Ook waren er voogden aangesteld voor de minderjarige kleinkinderen op 21 januari 1721:

De erfenis bestond uit:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1531471 / 434  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/