Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


In aanwezigheid van de eerder genoemde helpers stonden de volgende getuigen: Cijsbertus van Lussen, Emanuel van Aeffen, evenals de assistent en oom Meste vrederick Jes Canisiussen en Hommes antsitte, die leidekker was. Dit is bevestigd door mij, notaris D. Stafmaker Varlet.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 859236 / 115  


Dit lijkt een historisch ambtelijk register met veel namen en verwijzingen naar juridische documenten. De belangrijkste zaken hieruit zijn:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510583 / 360  


De rechtbank behandelde een zaak waarin Johannes Nonnemans was beledigd. De beschuldigde moest in de rechtszaal verklaren dat hij uit onnadenkendheid onwaarheden had gesproken over de overleden Johannes Nonnemans. Hij moest een boete van 50 realen betalen aan de armen van de stad plus de proceskosten.

Deze uitspraak werd op 1 augustus 1656 uitgesproken. Jannetgen van Maserenhout (moeder) en Gillis Nonnemans (broer) waren als erfgenamen de eisers tegen Sijmon Hurver, een schipper in dienst van de Oost-Indische Compagnie.

In een andere zaak was Dirck Schoort aangesteld als beheerder van de bezittingen van overleden dienaren van de Compagnie, waaronder die van Barent Hunnus, een overleden onderkoopman. Er moest nog 15 5/8 realen worden betaald van een totaalbedrag van 124 3/8 realen voor geleverde stoffen, plus 10 stuks gestreepte kleding die aan Hunnus waren gegeven om te verkopen.

Op 2 juni 1648 was er een uitspraak gedaan in het voordeel van schepen Adriaen vander Burgh tegen de overleden Philips Schillemans. Ook werd Jan Fredricksz Rotgans, een schipper van de Compagnie, genoemd als eiser.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9230 / 0321  


Gerrit Martsz en Ede Joriaen Joriaensz (getrouwd met Aeltgen Martens) hebben als erfgenamen van hun moeder/schoonmoeder Trijn Jans (weduwe van Marten Gerritsz) een erfenis verdeeld. Het ging om:

Beide partijen verklaarden tevreden te zijn met deze verdeling. Ze beloofden de verdeling te respecteren en eventuele onbekende schulden samen te delen. Dit werd vastgelegd in Amsterdam op 12 juli 1631 in aanwezigheid van Pieter Anthonisz en Jacob Jansz Hollesloot.

Later volgt een document waarin Jacob Garbrantsz van Hooren zijn schoonvader Goossen Jansz van Florn machtigt om 3500 gulden plus rente te innen bij de Oost-Indische Compagnie. Dit bedrag kwam uit een grotere obligatie van 8000 gulden van 27 januari 1630.

Tot slot is er een document waarin Willem Jorisz Sildertshuijsen uit Leiden borg staat voor zijn zoon Joris Childershuijsen voor een schuld van 453 gulden aan Marten Codde, een lakenkoopman.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510369 / 395  


De opperkoopman en schipper van het schip 'tspaens Saljoen' verklaren dat zij op bevel van Gerard Demmer, die buitengewoon raadslid van India was en gouverneur van de provincie Amboijna, het volgende hebben ontvangen van opperkoopman Cornelis Willemsz van Outhoorn bij de handelspost Hittoe:

Ze beloven deze goederen af te leveren aan gouverneur-generaal Antonio van Diemen in Batavia of aan zijn vertegenwoordiger. Ze stellen hiervoor al hun bezittingen als onderpand. Deze verklaring is in drievoud opgemaakt in Amboijna, op het schip Oudewater bij Capaha op 25 april 1644 en ondertekend door Pieter Nonneman en Luca Kasbers.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1147 / 0511  


Er ontstond een gevecht in het donker waarbij een onderstuurman gewond raakte. De stuurmansjongen, die bezig was thee te schenken, getuigt dat Brand de stuurman als eerste verwondde. Hij wist niet of dit met een vuist of mes gebeurde, maar aangezien Brand de enige van de rebellen was die gewond raakte, lijkt het aannemelijk dat hij met een mes stak en daarna in de verdediging meer verwondingen opliep. Het merkteken waarmee getuigen dachten iemand te herkennen bleek niet juist volgens de getuigenis van Nonneman, wat ook bevestigd werd door stuurman Kogh. Zowel opperchirurgijn Weedemeyer als getuige Herke Christiaansz legden hun verklaringen gezamenlijk af. Niemand twijfelde aan de herkenning van de verdachte in de rode rok. Later, bij kaarslicht, verklaarde Weedemeyer dat de verdachte hem met een pistool op het hoofd wilde slaan, al raakte de slag niet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.03 / 324 / 0286  


De notabelen van het Land van Waes stemden in met de bouw van twee nieuwe cellen voor gevangenen, die niet meer naar Rupelmonde vervoerd konden worden. Deze ruimtes werden gebouwd onder de opbergruimtes voor officiële documenten en wijnkelders.

Op 19 januari 1649 legde Pieter de Bracle, Heer van Willecom en Varenbeke, de eed af als hoofdschepen ter vervanging van de Baron van Exaerde. Op 7 juli werd Jan Frederick Van der Gracht hoofd-baljuw, een functie die hij overnam van zijn vader. Op 8 juli werd aan de kloosterorde van de Discalsen verboden nog boter op te halen in het Land van Waes.

In Waasmunster wilde brugwachter Pieter van Ryszele een nieuw vergunning voor zijn brug over de Durme.

Op 14 juli vond er een religieus debat plaats in De Klinge tussen Arnout Van Geluwe en twee calvinisten: Mons Vannus en Siegismundris. Van Geluwe publiceerde dit later in een boek waarvoor hij 100 gulden kreeg van het hoofdcollege.

Eind juli was er veel regen waardoor de graanoogst dreigde te mislukken, maar uiteindelijk kon het graan toch worden binnengehaald. De nieuwe kerk van Roosenberg werd ingewijd en abdis Elisabeth Goossens kreeg 12 pond wijn.

Op 12 februari 1650 werd de collecte voor het klooster van Hulst verboden. Op 5 april werd Ulricus Mattonet landdeken en pastoor van Sint-Niklaas.

Bekijk transcriptie kronieken / 352268 / 275  


Op 3 september 1619 verschenen in Amsterdam verschillende personen voor de notaris:

Als getuigen waren aanwezig: Sijmon Jansz en Douwen Egbertsz.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510383 / 45  


Op dinsdag 13 juni 1656 kwamen verschillende rechtszaken voor:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9230 / 0307  


Jan Kip, Cornelis Barrevoets en Moises Lover getuigen over een zakelijke kwestie. Het gaat over het bestuur van het Asiento (een handelscontract). De heer Berk kon volgens zijn verklaring de zaken van het Asiento niet waarnemen zonder de heer Determier en de heer Directeur, omdat hun volmacht bepaalde dat ze alleen samen mochten handelen. De heer Directeur vroeg Berk nogmaals om de zaken van het Asiento samen met hem te beheren, zonder de heer Deteringe. Berk weigerde dit en zei dat hij wel wist wat de bestuurders in Amsterdam van plan waren. Dit document is ondertekend in fort Amsterdam op Curaçao op 18 mei 1688 door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 617 / 0648  


In deze akte stellen Hélène Raaijmakers en Marten Harts, wonend in Sint-Oedenrode, zich borg voor een schuld aan Henri Verhees. Het gaat om 1000 Hollandse guldens (2030 francs). Als onderpand worden de volgende eigendommen gebruikt:

Deze gronden zijn al belast met een hypotheek van 2000 Hollandse gulden ten gunste van Hermanus Antonij Boek uit Eindhoven, volgens een akte opgesteld voor de schepenen van Sint-Oedenrode op 7 mei 1800.

Bekijk transcriptie NL-HtBHIC / 7637 / 18 / 0271  


In een hypotheekakte van 7 juni 1849 wordt een stuk grond van 5,14 hectare in Wijk aan Zee en Duin beschreven. Het perceel grensde aan:

De akte werd opgemaakt door notaris C. Schreuder te Velzen met getuigen Karel Frederik Figge de Vries en Jacob Houtgraaf. De koopsom bedroeg 960 gulden.

Later, op 18 november 1867, werd een schuldbekentenis opgesteld in Haarlem door notaris Chrétien Jean Gerard de Booij. Johannes Fredrik van Dobben, boekhandelaar te Haarlem, verklaarde 2000 gulden te hebben geleend van Jonkvrouwe Anna Johanna Maria Tedingh van Berkhout tegen 5% rente per jaar. Als onderpand diende zijn woonhuis met boekhandel in de Barteljorisstraat, kadastraal bekend als sectie C nummer 760. Dit pand had hij gekocht op 14 februari 1850.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 131 / 0347  


Deze akte gaat over een erfenis en bestaat uit twee delen:

  1. Een registratie van kosten:
    • Recht: 1,60 gulden
    • Zaam: 2,21 gulden
    • Amvolme: 1,10½ gulden
    • Totaal: 3,31½ gulden
  2. Een volmacht waarin verschillende familieleden iemand machtigen om een erfenis af te handelen:
    • De volmacht wordt gegeven aan Piet Fokkes Fokkema, keurmeester van botervaatjes uit Akkrum
    • Hij mag de nalatenschap regelen van Jentje Hendriks Fennema, oud-schipper uit Akkrum, die op 6 november 1849 is overleden
    • De volmacht wordt gegeven door zijn kinderen en kleinkinderen, waaronder:
      • Zijn kinderen uit Akkrum, Sneek, Meppel en Groningen
      • Zijn schoondochter Beitske Johannes Stinne, weduwe met minderjarige dochter
      • Verscheidene kleinkinderen en hun voogden
    • De gemachtigde mag alles regelen wat met de erfenis te maken heeft: inventariseren, verkopen, prijzen bepalen en ontvangen, en documenten tekenen
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 001021 / 000227  


Op 12 augustus 1691 werd een afspraak gemaakt tussen Henricus Certepartij, koopman in Amsterdam, en Cornelis van Zeeven, kapitein van het schip de Joriaensche Koopman. Ze spraken het volgende af:

Verder wordt er in de tekst gesproken over verschillende handelsbrieven en wisselzaken tussen diverse kooplieden zoals Abraham Crom, Jan Pels, Reede de Vignon en Jean Baurgaerten uit Bordeaux.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320415 / 141  


Op 19 maart 1692 verschenen voor notaris Dirck vander Groe drie mensen:

Ze legden een verklaring af voor koopman Jacob van Eegen. Arent de Vogel verklaarde dat Angeniesje van Eegen (dochter van Jacob) hem had verteld dat ze zich had verloofd met Frans van de Velde zonder dat haar vader dit wist. Ze vroeg hem dit geheim te houden.

Reyna Harmans, die als dienstmeid werkte bij Jacob van Eegen, verklaarde dat Angeniesje 's avonds stiekem spullen uit haar vaders huis had weggebracht. Deze spullen werden naar het huis van Salomon van de Velde aan de Boomsloot gebracht. Angeniesje beweerde dat haar moeder hiervan wist en gaf Reyna een gouden naald als beloning.

Arent de Vogel en Maria Hendrix Beeckma verklaarden samen dat ze na Angeniesje's huwelijk bij haar thuis veel huishoudelijk linnen (damasten servetten, lakens, slopen), zilverwerk, een gouden horloge en gouden en zilveren munten hadden gezien. Ze hadden deze spullen eerder in het huis van haar vader gezien.

De verklaring werd afgelegd in Amsterdam in aanwezigheid van getuigen David de Pommare en Jacobus Leper.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606872 / 134  


Dit document vermeldt verschillende juridische aktes en overeenkomsten uit de geschiedenis. Het bevat:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510499 / 16  


In 1741 en 1742 werden verschillende mannen gecontracteerd, waaronder:

Zij werkten onder gezag van commandeur De Jong. In Calpettij was Arend Schokman gestationeerd. Andries Krul werkte bij het kasteel in Colombo. Dit document werd op 18 December 1744 ondertekend door H.k van der Hoff en gecontroleerd door Memme. Lineback las het voor. Onder gezag van Overbeek diende een soldaat vanaf 1742 voor 6 jaar en 5 maanden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9886 / 0713  


Dit lijkt een register of index uit een oud archief. Het bevat verschillende juridische handelingen uit de 17e of 18e eeuw, waaronder:

Er worden veel handelingen genoemd met schepen, waaronder 'de St. Pieter', 'de Vrijheijt' en 'de St. Joseph'. Enkele belangrijke personen die genoemd worden zijn:

De tekst noemt ook verschillende handelsactiviteiten in Bremen en London, en er is sprake van een transport van vier vaten cochenille (een verfstof).

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937185 / 276  


Op 18 december 2848 werd een lijst opgesteld met verschillende personen en hun functies. De lijst bevat de volgende namen:

Het document werd ondertekend in het kasteel Joeemoo door H. V. D. Hof en gecontroleerd door Johan N. Thieleman en G. W. D. Biest. Er worden verschillende jaartallen genoemd: 1740, 1741 en 1742. Ook wordt er verwezen naar een commandant De Jong en een heer Overbeek.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2622 / 1460  


Dit is een lijst van bezittingen en schulden uit een boedelinventaris uit 2 juni 1671. De belangrijkste punten zijn:

De inventaris is opgemaakt in Amsterdam in aanwezigheid van Philip Engelbrecht en Barent de Reus als getuigen. Hij is ondertekend door Thomas De Letter, Maria de Jongh (weduwe van Jacob van Ring), Cornelis de Letter en Alida Heymerick.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 921526 / 230  


Op 1 en 2 april 1680 zijn in Amsterdam spullen getaxeerd van wijlen Jacob Agges (commissaris op 't Vlie) en Marritje Willems van de Velde. De taxatie werd gedaan door Grietje Arents en Catharina Schaack, beëdigde taxateurs van de stad.

Er werd een lijst gemaakt van schilderijen:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605123 / 106  


Op 20 september 1634 ging notaris Adriaen Lock naar het huis van Jan van Velde in Amsterdam voor zakenman Anthe Lepes Gomes. Omdat Van Velde niet thuis was, sprak hij met diens schoonzus over het volgende:

Jan van Velde had op 3 mei 1634 een verzekering afgesloten voor:

Omdat Van Velde failliet was gegaan, werd de verzekering opgezegd. Men wilde geen premie betalen omdat er geen garantie meer was bij schade.

Op 15 september 1655 bezocht dezelfde notaris Joan de Swaen namens Henri en Charles Gerard. De Swaen moest een wissel betalen van 730 kronen maar weigerde dit vanwege een geschil met de uitgevers van de wissel, Jean van Campen en Marcus Beters, die de wissel op 9 juli 1655 in Rouaen hadden uitgegeven.

Op 20 september 1615 ging notaris Lock namens Henri Momber, vertegenwoordiger van de hertog van Coerlant, nogmaals naar Jan van Velde's huis. Hij sprak weer met diens schoonzus over een verzekering van 1000 gulden voor rogge op het schip 'Clementia' (schipper Dirck Dircxsz Lock) die op 16 augustus was afgesloten. Ook deze verzekering werd opgezegd wegens het faillissement van Van Velde.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965510 / 530  


In mei 1674 ondertekende Leendert Ouwerkerck 2 keer een belastingaanslag van 200 penningen voor een boomgaard bij Bonte Veen. Met de erfgenamen ging men naar Den Haag om met een advocaat te spreken over een rechtszaak tegen Heijmont. Op 6 november werden hiervoor reiskosten betaald.

Op 3 december 1674 werd 705 gulden betaald aan Zuster Catharina voor de reiskosten van zwagers Jacob van Velde en Pieter Jacobs naar Den Haag. Secretaris Du Rieu kreeg betaling voor 6 keer 200 penningen belasting voor het jaar 1674.

Er werden reiskosten vergoed aan Pieter Jacobs, Pieter van den Bosch en Jacob van Velde. Leendert Abrahamszoon Buijck kreeg betaald voor verteringen tijdens verschillende bijeenkomsten van de erfgenamen. Geertje Dircks van de hoge woning kreeg geld voor gemaakte kosten van de overledene. Claes Heijmont kreeg molengeld voor het lame boomgaard.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529063 / 51  


In dit document legt de vrouwelijke schrijfster (de testatrice) een testament vast. Ze verklaart dat een eerder testament van 2 oktober 1697, gemaakt bij notaris Michiel Servaes, niet meer geldig is. Ze beschrijft de volgende erfenissen:

De rest van haar bezittingen gaan naar haar man Theodorus Steenkool. Ze stelt Dirck van de Velde en Jan Westveen aan als uitvoerders van het testament. Ze bepaalt dat alles wat ze hierna nog op schrift stelt onder haar eigen handtekening (zelfs zonder getuigen) even geldig is als dit testament.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607664 / 98  


Op 17 december 1658 verscheen voor Willem van Ver, een notaris in Amsterdam, de koopman Willem Aentsz vander Voortz. Hij erkende 2000 carolusguldens schuldig te zijn aan Hartman Hartmansz, afslager. Dit bedrag was betaald in zilver. Hij beloofde dit bedrag met 4% rente per jaar terug te betalen.

Ook verschenen Pieter en Abraham Aertsz vander Voort, die zich als borgen stelden voor Willem Aertsz. Ze beloofden te betalen als Willem in gebreke zou blijven. Getuigen waren Joris Bruit en Jan Jansz.

Op 21 december 1658 verschenen voor dezelfde notaris de kooplieden Wijnant van Diest (50 jaar) en Harmen Gijsberts (36 jaar). Op verzoek van koopman Floris Roetersz verklaarden zij dat ze eerder een partij potas hadden geïnspecteerd in zijn kelderruimte. Deze potas was in Riga gekocht door Gysbert Hendricksz van Tomas Meijtr en de weduwe van wijlen Zale. Ze vonden dat:

Getuigen hierbij waren Hendrick Casgersz en Hendrick Grun.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937119 / 300  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/