Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 6 januari 1757 verschenen voor notaris Hermanus van Heel in Amsterdam de volgende personen:
Zij gaven Nicolaas ser Meer uit Amsterdam de opdracht om naar Gouda te gaan. Daar moest hij bij de beheerder van het ijzerveer een boek ophalen met daarin aantekeningen over goederen. Deze goederen waren geladen in het schip van schipper Adriaan van der Zijden uit Middelburg.
Het schip was op 4 december 1756 vertrokken uit Middelburg naar Gouda. De goederen werden daar overgeladen in een ander schip dat tussen Gouda en Amsterdam zou varen. Dit schip is echter gezonken. De goederen waren bestemd voor de bovengenoemde personen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604631 / 23 De langstlevende echtgenoot wordt benoemd tot enige voogd over de kinderen en hun bezittingen. Die mag alles alleen besturen en beheren zonder toezicht, tot een eventueel volgend huwelijk. Er hoeft geen boedelbeschrijving of verantwoording te worden gegeven, omdat ze elkaar vertrouwen. Andere familieleden worden hierin niet betrokken.
Als de langstlevende echtgenoot hertrouwt, moet deze de kinderen de helft van de erfenis geven.
Dit testament is opgemaakt in Amsterdam in aanwezigheid van getuigen Herman Sierszoon (kistenmaker) en Abel Aalst.
De ondertekenaars willen dat dit testament geldig blijft ondanks eventuele lokale wetten of gebruiken die er tegenin zouden gaan. Ze vragen de notaris hier een officieel document van te maken.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937261 / 50 Op 4 oktober 1681 heeft Machtelda Coorenbroeck, een 40-jarige inwoner van Amsterdam, een verklaring afgelegd voor notaris Joannes Boots. Ze deed dit op verzoek van Adriana Brasser, de weduwe van Jan van Vlooswijck, die heer van Mare was.
Machtelda verklaarde dat ze van haar voorouders had gehoord dat:
Deze verklaring werd afgelegd in bijzijn van Jan Jans de Vries en Casijn Wissingh, inwoners van Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320290 / 245 Op 12 januari 1662 sloten verschillende erfgenamen van Anthonij Aertsz en Hillegondt Laurens een overeenkomst in Amsterdam. De erfgenamen waren:
Ze spraken af dat een huis met erf in de Hoogstraat in Rotterdam waar Johannes Brughmans woonde, openbaar verkocht zou worden. Van de opbrengst moesten eerst de schulden en rentes betaald worden. Daarnaast moest er 1600 gulden betaald worden aan Samuel Wijmeer en Dr. Albertij Emptingh ten behoeve van Hillegondt Aerts. Ook moesten er proceskosten van 153 gulden vergoed worden aan Hilletje Jans en Cornelis Cornelissz Veer. Als er geld over zou blijven, zou dit samen met het zilverwerk en andere meubels eerlijk verdeeld worden tussen alle erfgenamen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965049 / 10 Arnold van Loon, notaris in 's-Gravenhage en Hilvarenbeek, legde het testament vast van Joost Pieter Stevens en zijn vrouw Melcheltie Jan Peter Goijaerts. Joost was gezond, maar Melcheltie lag ziek in bed. Beiden waren helder van geest. Ze dachten na over de zekerheid van de dood en maakten hun testament op uit vrije wil. Ze bepaalden dat:
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1768612 / 6 Arent Thomasz de Vetten Bouwma en Jacob Schenkevelt, beiden wonend in Kethel, hebben op 12 juni 1801 een huwelijkscontract opgesteld. Hierin werd het volgende bepaald:
Beide partners beloven het huwelijk volgens de wet te voltrekken en zich aan deze afspraken te houden.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2490184 / 109 Op 21 oktober 1801 verklaarde Jan Ham Martenst uit Babberspolder dat hij en zijn overleden broer Jacobus Ham door hun overleden oom Cornelis Junez Ham waren aangesteld als voogden over minderjarige erfgenamen. Dit was vastgelegd in een akte van 30 oktober 1799 bij notaris Antonij Johannes de Moraat in Schiedam.
Jan Ham Martenst benoemde als nieuwe medevoogden Arent Thomast de Vetten uit Kethel en Martinus Ham uit Vlaardingen. Deze twee personen accepteerden hun voogdijschap.
De akte werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Gysbert Walraaven en Martinus Plooij, en notaris Jb. Gagestein.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2490184 / 271 De tekst toont een overzicht van betalingen aan verschillende personen en instanties in Zeeland. De volgende betalingen worden vermeld:
Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1319 / 0142 Op 21 juni 1754 kwamen voor notaris Jan van Lijken in Schiedam de volgende personen:
Deze personen waren de kinderen en erfgenamen van hun moeder Cathrina ariens van Leeuwen, die weduwe was van Arent pouwelse de vette. Zij overleed in augustus 1753 in Ketel. De eerste en vijfde persoon woonden in Ketel, de tweede, derde en vierde in Vrijenban, en de laatste in Vlaardingambacht.
Ze verklaarden onderling de erfenis van hun moeder te hebben verdeeld. Tomas develte kreeg:
Op deze eigendommen rustte een schuld van 4100 gulden met een jaarlijkse rente van 2 gulden en 15 stuivers per 100 gulden. Hiervan was 1700 gulden verschuldigd aan Pieter arentse kleijweg. Ook moest er jaarlijks 16 gulden erfpacht worden betaald. De andere erfgenamen kregen ieder hun deel in contant geld, samen ter waarde van 3250 gulden.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1531768 / 277 Dit gaat over stukken land en hun waarde. De volgende delen worden beschreven:
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 2486 / 0255 Geertruij van Dalen, weduwe van Frans van der Weij, maakte een testament op bij notaris Nicolaas Mabé in Haarlem. Ze was eerder getrouwd geweest met Frans van der Weij, die als leraar werkte bij de Doopsgezinde Gemeente in Jisp. Hij overleed op 20 september 1826. Een eerder testament was gemaakt op 6 mei 1802 bij notaris Pieter Fredrik Baum in Amsterdam. Geertruij van Dalen woonde op dat moment in het Zuider Hofje. Ze begon haar testament met het herroepen van eerdere testamenten.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1617 / 1786 / 0358 De aanhangers van Gelre maakten een loopschans tussen de stad en de windmolen. De Hoogduitsers probeerden dit te verhinderen, maar slaagden daar niet in. Op Maandag 30 december gaf de overste opdracht om bijlen aan te leveren in het herenhuis, wat deed vermoeden dat ze door het leger wilden breken. Een trommelslager bracht het nieuws dat graaf van Hohenlohe en de heer van der Horst naar Venlo waren vertrokken. Ook meldde hij dat hertog Matthias van Oostenrijk als gouverneur was aangesteld en in Brabant was aangekomen. Op 31 december deelde de overste haring uit aan zijn soldaten en werd het stadsbrouwhuis afgebroken. In 1578 werden er in Roermond geen burgemeesters gekozen omdat de stadsbestuurders waren gevlucht. Blesy van Vegersheim, de plaatsvervanger van Pollwyler, nam het stadsbestuur over. Op Nieuwjaarsdag begroetten de Geldersen het nieuwe jaar met veel geschiet, waarop de Hoogduitsers 's avonds reageerden met vuurwerk. Een trommelslager bracht bericht over de brandstofvoorziening: de stad zou brandstof krijgen als ze zich zou overgeven. Hij vertelde ook dat Don Juan onderweg was met een groot leger. Op 2 januari werden de dieren van de burgers geteld en werd het slachten beperkt. Omdat de soldaten onrustig werden door het uitblijven van ontzetting, probeerde overste Pollwyler hen af te leiden.
Bekijk transcriptie kronieken / 891493 / 31 Op 5 mei 1824 om 9 uur 's ochtends werd een inventaris opgemaakt na het overlijden van Jannetje Kruining, een boerin die op 18 april 1824 overleed in Schiedam. Dit gebeurde op verzoek van de executeurs Willem Wilbers (metselaar) en Hermanus Dries (bouwman).
De erfgenamen waren:
De inventaris werd opgemaakt door notaris Jacob Gagestein. De waardebepaling werd gedaan op aanwijzing van Pieter Weber en Maria Kruining, die in dienst waren bij de overledene. De belangrijkste items waren:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 3524398 / 157 Op 1 april 1820 werd voor notaris Jacob Gagistain in Schiedam een testament opgemaakt. Dirk Lourens is 11 gulden schuldig aan de boedel. Jacob Weber is 4 gulden en 20 cent schuldig voor bommezijn (een soort stof).
Het gaat over een huis met paardenstal, koeienstallen en wagenschuur aan het Broesveldpad in Schiedam, wijk C nummer 557. De buren waren Abraham Kussen, Willem van Leeuwen en Jacob Bosselaar.
Pieter Weber en zijn vrouw Maria Kruining hadden nog 199 gulden en 40 cent tegoed aan loon. Een knecht had nog 13 gulden en 80 cent tegoed.
Op 7 mei 1824 verscheen Gerrit Mijnheer (kaarsenmaker) voor notaris Jacob Gagestein in Schiedam. Hij verkocht zijn huis en kaarsenmakerij in de Korte Achterweg wijk C nummer 212 aan Arij van der Most Johannisz (metselaar). De buren waren Maarten Rosman, weduwe Top en Pieter van der Mij Dirkszoon.
Gerrit Mijnheer had dit pand gekocht van Joost Hoekwater op 4 december 1790. De nieuwe eigenaar kon het pand op 1 juni 1824 betrekken.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 3524398 / 162 Op 13 mei 1802 werd in Schiedam het volgende besloten:
Op 20 mei 1802 werd besloten om 92 gulden en 12 stuivers uit te betalen voor arbeidslonen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2088420 / 52 Op 4 augustus 1824 verscheen Pieter Weber Bouwman bij notaris Jacob Dykmans in Schiedam. Weber verklaarde 1000 gulden schuldig te zijn aan Wybrand Pauls, die een stokerij en distilleerderij had.
De voorwaarden waren:
Als onderpand gaf Weber twee koestallen, een wagenschuur en bijbehorende grond aan de oostkant van het Broersveldpad in Schiedam. Hij had deze gekocht op 9 juli 1824 bij een openbare verkoop voor notaris Jacob Gagestein.
Extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 5532729 / 99 Een contract tussen Jacob Weber (namens zijn zoon Pieter Weber) en Jacob de Lange (bijgestaan door zijn moeder Johanna Breslaar, weduwe van Laurens de Lange) werd opgesteld in Schiedam op 6 januari 1814. Het betrof een ruil van dienstplichtnummers voor de landmilitie, die was ingesteld door de Prins van Oranje op 20 december 1813.
Het contract bevatte de volgende bepalingen:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 3601382 / 37 Op 23 april 1811 verschenen voor notaris Isaac Penningheim in Schiedam twee personen:
Ze maken afspraken over vervangende dienstplicht bij de marine. Als Koppennol wordt opgeroepen maar vrijgesteld, betaalt hij Morel 50 gulden. Als Koppennol moet dienen, zal Morel hem vervangen. Na goedkeuring als vervanger krijgt Morel:
Het totaal moet uitkomen op 350 gulden. Als Morel wordt afgekeurd vanwege verborgen lichaamsgebreken of slecht gedrag, vervallen alle verplichtingen. Hij moet dan al ontvangen betalingen terugbetalen aan Koppennol.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2930783 / 52 Johannis Nolet bezat samen met zijn broer Jacobus Nolet een huis, een branderij en een pakhuis in de Boverstraat. Johannis had zijn helft gekocht van Jacobus voor 3650 gulden, met de afspraak dat de overdracht zou plaatsvinden op Allerheiligen 1711. Tot die tijd zouden ze samen de stokerij runnen. Toen Johannis op 5 april 1711 overleed, gevolgd door zijn vrouw Maria Morel op 18 april 1711, besloten de voogden van hun minderjarige kind dat het niet verstandig was om de stokerij voort te zetten. Ze kwamen met Jacobus overeen dat:
Op 27 april 1711 werd dit goedgekeurd door het stadsbestuur. Het hele complex werd openbaar verkocht voor 5328 gulden. Johannis was zijn broer nog 2450 gulden schuldig (3950 gulden minus 1500 gulden die al betaald was). Na verrekening van onderlinge schulden moest er uiteindelijk 1679 gulden aan Jacobus worden betaald uit de verkoopopbrengst.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529543 / 21 Op april maakten Jan Leenderts en Maria Morel, een getrouwd stel uit Schiedam, hun testament op. Jan was gezond, Maria lag ziek in bed, maar ze waren beiden helder van geest. In dit testament verklaarden ze:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1531471 / 329 Op 26 november 1718 wordt een geheime ontmoeting beschreven tussen koning Cottobulmolck en zijn majesteit in Bengale. De koning uitte zijn genegenheid, wat leidde tot een emotioneel moment waarbij beiden tranen in de ogen kregen. Iglaaschan Monsie, de koninklijk secretaris, werd naar Deochen gestuurd om Hossen Alicha te informeren dat de vriendschap tussen de koning en Abdullachan was hersteld.
Ook volgt een lijst van weggelopen bemanningsleden van twee schepen:
De lijst vermeldt per persoon hun naam, geboorteplaats, functie en openstaande schulden of tegoeden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8748 / 0038 Op [datum ontbreekt] vond er een veiling plaats in de gemeente Domburg. De voorwaarden waren:
De volgende items werden verkocht aan verschillende kopers:
Daarnaast werden er nog veel kleine huishoudelijke voorwerpen verkocht zoals aardewerk, glaswerk, ijzeren potten en pannen aan diverse kopers voor bedragen tussen de 10 cent en 1 gulden.
Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1303 / 0167 Op 7 september 1737 vond er een rechtszitting plaats in de rechtbank van justitie in Essequebo bij het fort Zeelandia. De zaak ging tussen Abraham Bricx en Jan Kramer tegen de erfgenamen van Johan Carl Schwandt en zijn weduwe Maria Johanna Schreybe. De rechtszaak ging over een boedel. De kosten van de rechtszaak bedroegen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AZ.1.42 / 0118 De afgezanten begrepen dat er ontevredenheid was over een handelskwestie. Ze waren niet gekomen om te twisten over oude meningsverschillen, maar om te vragen of geruchten over een handelsverbod klopten. Als er nieuwe klachten waren over het schip de Gulden Wag, zouden die behandeld worden. De volgende dag werd handelaar Kissourdas naar de gouverneur gestuurd om hem nogmaals te spreken. Hij moest benadrukken dat het om een belangrijke zaak ging, aangezien Nederlandse kooplieden vrij handel mochten drijven in het rijk. De gouverneur besloot toen het schip de Gulden Wagen niet tegen te houden, op voorwaarde dat schepen voortaan niet meer volledig geladen voor de handelspost zouden aanmeren.
Op 6 januari 1684 ging de directeur naar het handelsplein om vracht aan te nemen. Er werden 700-800 pakken geaccepteerd voor 3,5 tot 4 realen, waar eerder maar 34 realen werd geboden. De Moorse handelaar Mola Abdulgaffier kwam langs om zijn dank te betuigen voor eerder verleende hulp in Batavia.
's Avonds kwamen vooraanstaande inwoners van Bantam klagen dat de gouverneur hun bezittingen en schip had afgenomen. Ze vroegen om hulp maar de directeur zei dat hij zonder orders uit Batavia niets kon doen. Ze vroegen naar hun oude vorst, waarop werd geantwoord dat deze nog leefde in Bantam bij zijn zoon. Ze kregen toestemming om met een Nederlands schip naar Batavia te reizen.
Later die avond kwam de nieuwe Engelse tweede persoon op bezoek bij de directeur voor een vriendschappelijk gesprek. Hij bleek een wereldwijs man te zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1383 / 1338 Op 21 juli verschenen Jesan van Hoecke, de enige zoon en erfgenaam van zijn overleden vader Goeyvaert van Hoeck, en Lambert Henricksz, die ook optrad namens zijn zuster Trijntgen Henricx. Samen waren zij de erfgenamen van Machten Henricx, die de vrouw was van Goeyvaert van Hoeck.
Ze hebben gezamenlijk Abraham Anthonisz gemachtigd om:
De erfgenamen beloofden dat ze alle handelingen van Abraham Anthonisz zouden accepteren en hem zouden beschermen tegen eventuele kosten of schade. Ze stelden hiervoor hun persoon en bezittingen als onderpand.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937229 / 61 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/