Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 22 kwam in het kasteel een rechtszaak voor. Joan Cornelis d'Ableing was aanwezig als opperhoofd, maar rechter Joan Blesius was afwezig. De rechtszaak ging over verschillende slaven:
Deze slaven waren eigendom van burger Michiel Leij. Ook werden genoemd:
De slaven bekenden schuld en vroegen om een milde straf. De zaak werd behandeld door secretaris Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0131 De rechtbank heeft, na het bekijken van de aanklacht en het vrijwillige bekentenis van de gevangenen, het volgende vonnis uitgesproken: De 8 gevangenen moeten naar de gebruikelijke executieplaats worden gebracht en aan de beul worden overgedragen. Daar zullen:
elk op een kruis worden gelegd en zonder genade met 8 slagen worden geradbraakt. Augustijn zal bovendien op 4 plekken met een gloeiende tang worden gemarteld. Alle vier zullen daarna levend op een rad worden tentoongesteld tot ze sterven. De slavin Grote Marie uit Madagascar zal met een touw aan een paal worden gewurgd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0132 De gevangene verklaarde dat Jara en hijzelf door Pieter Vlok waren vrijgelaten na hun belofte om mee te gaan. De gevangene gaf eerst zijn kapmes aan Vlok, dat hij eerder van zijn meester had gestolen tijdens zijn vlucht. Met Pieter Vlok gingen ze het gebergte op om Matthijs van Makassar te zoeken. Vlok liet de slavin Sara en zijn paard achter terwijl hij met de gevangene naar beneden ging om Matthijs nogmaals te zoeken. Toen ze Matthijs niet vonden, keerden ze terug naar boven waar Sara en het paard waren. Door grote vermoeidheid ging Pieter Vlok op de grond zitten, waar een gebroken floret (rapier), het kapmes en zijn zwaard lagen. Sara lag aan zijn linkerkant te slapen, terwijl de gevangene aan de andere kant achter Vlok zat. De gevangene pakte drie keer het kapmes op en legde het weer neer. Hij was van plan om Pieter Vlok ermee te verwonden en daarna met de slavin Sara opnieuw te vluchten, maar kon dit niet doorvoeren omdat Vlok steeds bewoog.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0436 Pieter viel hem plotseling en onverwachts aan met een harde slag aan de linkerkant van zijn hoofd. Hij vroeg aan Pieter: "Wat doe je?" waarop Pieter antwoordde "Cassier van de loge Möré, hond, je zult sterven." Hij riep naar de slavin: "O Sara, help!" en greep zijn wapen. Hij probeerde Pieter te raken, maar wist door zijn duizeligheid niet waar hij sloeg. Hij raakte Pieter toch en greep hem vast. Hij zag zijn hoofddeksel ongeveer twee meter verderop liggen, helemaal onder het bloed. Daarna steeg hij weer op zijn paard en liet Pieter en Sara lopen, terwijl hij met zijn verwonde en bloedende hoofd naar het huis van Hendrik Coster reed. Daar kwam hij volgens zijn schatting die middag rond 2 uur aan. Hij verklaarde dat dit de oprechte waarheid was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0402 De getuige vond bij een strand een slaaf en een slavin bij een vuurtje onder een klip. De man was Pieter van de Cust en de vrouw Sara van Bima. Ze waren eigendom van Hans Jurgen Zuijderberg. De vrouw droeg mannenkleren. Hij bond hen vast en ging toen op zoek naar een andere slaaf, Matthijs van Macasser, die hij vond met een kapotte degen in zijn hand. Hij nam de degen af en nam Matthijs gevangen. Matthijs beloofde mee te gaan maar vroeg eerst wat spullen op te mogen halen die hij had verstopt. Hij kwam echter niet meer terug. Toen de getuige hem niet kon vinden, ging hij terug naar Pieter en Sara. Die smeekten hem en beloofden vrijwillig mee te gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0400 De gedaagde vrouw ontkende dat ze de slavin Aletta had laten vasthouden en mishandelen. Ze verklaarde dat ze Aletta alleen een paar slagen op haar rug had gegeven zonder haar vast te houden. Echter, de soldaat Doring getuigde dat hij had gezien hoe de gedaagde vrouw het slavenmeisje had laten vastbinden en slaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0735 Als iemand een daad één keer heeft begaan, moet daar niet meerdere keren straf voor gegeven worden. Dit past bij de schouwing en bij wat de aanklager zelf eerder heeft gezegd. De aanklager sprak eerst over doorlopend wangedrag, maar veranderde dat later in herhaalde overtredingen. Als iemand een zaak in een kwaad daglicht wil stellen, wordt alles naar eigen inzicht uitgelegd. Dat is ook wat de aanklager hier doet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0734 De hoofdaanklager wees de verdediging van de gedaagde af als niet ter zake doende. Hij hield vast aan zijn aanklacht en eerdere conclusie. Dit document werd ondertekend door advocaat I. A. Pruter en werd ingediend bij de rechtbank op 3 maart 1791.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0726 Een tekst uit een rechtszaak tegen een vrouw die haar slaven mishandelde en dit deed voor haar eigen plezier. De buren en voorbijgangers hoorden regelmatig de slaven schreeuwen van de pijn. Het oordeel stelt dat het niet juist zou zijn om dit zonder straf te laten gebeuren, omdat slaven ook mensen zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0725
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0724 Als iemand tijdens gevangenschap sterft, moet dit volgens het verslag van opperdokter Grimbeek niet aan de opsluiting zelf worden toegeschreven. Als er toch iemand overlijdt, komt dit door slechte behandeling. Dit zorgt ervoor dat de officier van justitie de plicht heeft om een rechtszaak te beginnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0723 De wet staat mishandeling van slaven niet toe, ongeacht hun gedrag. De eigenaren van slaven hebben niet het recht om slaven te mishandelen. Dit geldt ook voor de slavin waar deze zaak over gaat.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0722 De gedaagde heeft in haar verdediging haar eerdere bekentenis bevestigd en verder versterkt. Hierdoor was extra bewijs niet nodig. Ze heeft verschillende argumenten aangevoerd om het slechte karakter van de slaven aan te tonen en zo haar eigen gedrag te rechtvaardigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0721 De verdediging van de beschuldigde vrouw gebruikt de wet niet uit overtuiging maar uit noodzaak. Als de wet spreekt over martelen of andere vormen van mishandeling, moet men deze termen niet aan elkaar verbinden maar juist los van elkaar zien. Het is dus duidelijk dat haar verdediging, zowel wat betreft de feiten als het recht, geen verdere bespreking nodig heeft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0720 De beschuldigde ontkent niet dat haar slavin was geslagen op de manier die in de aanklacht beschreven staat. Ze geeft ook toe dat ze degene was die de slagen gaf. Ze ontkent alleen dat dit strafbaar was. Het verweer lijkt onzinnig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0719 Ze probeerde te ontkennen dat ze de slavin Aletta had laten vastbinden en neerleggen om haar te slaan, hoewel ze dit eerder in artikel 17 van het verhoor had toegegeven. Dit wilde ze nu niet herhalen. Het vasthouden, neerleggen en willekeurig slaan worden gezien als mishandelingen, wat de beschuldigde zelf ook heeft erkend. Daarom vond men het niet verstandig om precies te herhalen wat er in de ondervraging was gevraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0718 Nadat men haar de striemen op het lichaam heeft laten zien die van Alletta afkomstig waren, en toen Alletta tegenover de gedaagde had volgehouden dat haar meesteres verantwoordelijk was voor al die verwondingen, durfde de gedaagde niet te ontkennen dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0717 De slaaf Aletta was gestraft op een manier die veel ernstiger was dan normale straffen voor huisslaven. De tekenen op haar hele lichaam konden niet zijn veroorzaakt door enkele zweepslagen of een eenmalige afranseling. Deze verwondingen moesten het gevolg zijn van vele slagen die meerdere keren waren toegebracht. Het was namelijk bijna onmogelijk om zoveel slagen in één keer toe te dienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0716 De rechter heeft geen positieve redenen gezien om de zaak gunstiger te beoordelen. De eiser gaat niet verder discussiëren over de toepasbaarheid van Joodse en Romeinse wetten op deze situatie, ook al zou hij daar genoeg argumenten voor hebben gezien de verschillen in mensen, bestuur en andere omstandigheden. Hij voegt alleen kort toe dat de chirurgische en commissie-onderzoeken duidelijk aantonen dat wat de gedaagde ook beweert, de waarheid anders is.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0715
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0714 De tekst gaat over lijfheren en lijfvrouwen (adelijke eigenaren) die proberen om hun macht over slaven uit te breiden. Ze willen alles met hun slaven kunnen doen wat ze willen, behalve martelen en zwaar mishandelen. Er wordt gesuggereerd dat dit een verdraaiing is van de bestaande regels. Ze proberen dit voorstel voor een machtsuitbreiding door een rechtbank goedgekeurd te krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0713 Er liepen drie rechtszaken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 1035
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0660 De rechter oordeelde dat de vrouw de regels rondom huiselijke straffen van haar slaven te ruim had geïnterpreteerd. Hij baseerde dit op de vele klachten die hij had ontvangen over haar wrede behandeling van haar slaven. De vrouw leek zelf ook te beseffen dat haar verdediging niet strookte met de normale uitleg van de wetten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0712 De onafhankelijke officier van justitie (Fiscaal) van het lokale bestuur, Johan Nicolaas Steven van Lynden, meldde aan de president en rechters van het Kasteel de Goede Hoop dat op 11 oktober een slavin genaamd Alida uit Batavia in de gevangenis was aangekomen. Ze was eigendom van brandmeester Johan Creseester. Er was ook sprake van een dagvaarding voor Anna Sophia van Elve die voor de rechtbank moest verschijnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0661 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/