Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 9 mei 1737 werd een besluit goedgekeurd en ondertekend door de Henghel in Schiedam. De officiële bevestiging werd gegeven door de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0476 De aanklager concludeert dat soldaten juist degenen zijn die wangedrag moeten voorkomen in plaats van het zelf te veroorzaken. Een misdaad door een soldaat moet daarom zwaarder bestraft worden dan bij een gewone burger. Om de inwoners van de Kaap te beschermen tegen overlast en om anderen af te schrikken, eist hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0475
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0474 De tekst gaat over een rechtszaak waarin wordt bepaald dat niemand minder vaten mag verschepen dan een half aam (oude inhoudsmaat). Als iemand dit toch doet, moet er een boete van 1000 Kaapse gulden worden betaald. De rechter Van Der Henghel heeft dit op 9 mei 1734 besloten. Dit besluit volgde op een eerdere waarschuwing van 11 september 1734. De secretaris De Grandpreez heeft dit document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0467 Op de 9e april 1737 gaf soldaat Frans Lodewijk Prison van Mulbeek een verklaring over een incident bij een Chinees huis aan de Kaap. Hij vertelde dat hij daar samen met soldaten Hendrik Tieffenbag en Johan Nicolaas Suring was geweest. Hij had er eten gekregen van een slavin, dit betaald en was weggegaan. Later zag hij dat de twee andere soldaten aan het vechten waren met enkele Chinezen voor het huis. Een van de soldaten sloeg een Chinees met een steen.
Deze bekentenis werd afgelegd op 24 april 1737 aan de Kaap de Goede Hoop voor raadsleden R. Tulbagh en Marsbergh, na een verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Daniel van den Henghel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0485 De politieman Pieter Lourensz diende een aanklacht in bij rechter Adriaen van Kervel en de rechtbank. De aanklacht was tegen Barkat van Leding, een slaaf van boer Lodewijk Putter. Barkat zat op dat moment in de gevangenis. Hij werd beschuldigd van het plegen van ontucht met dieren, ongeveer 2 maanden eerder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0449 Dit gaat over een zaak die in strijd was met het algemene plakkaat (wet). Het ging vooral tegen de waarschuwing die op 11 september 1734 was uitgevaardigd door de gouverneur en de politieke raad, op verzoek van de pachter van koele wijnen. In die waarschuwing stond duidelijk dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0466
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0460 Op 17 april 1737 legde Flora van de Kaap, een slavin van landbouwer Theunis van Aart, een verklaring af. Dit deed ze voor secretaris Josephus de Grandpreez van de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop, op verzoek van landdrost Pieter Lourensz. Ze verklaarde dat ongeveer een jaar eerder, tijdens het dorsen van het koren, ze achter het korenhuis een slaaf genaamd Barkat had gezien. Deze Barkat woonde toen bij landbouwer Jan Lodewijk Putter. Ze zag hoe Barkat probeerde een jonge hond seksueel te misbruiken. Toen zij hem betrapte en riep "hond wat doe je daar", schrok hij en liet de hond weglopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0461 De getuige zag dat de slaaf Abraham door Christoffel Groenewald een paar klappen kreeg. Abraham noemde Christoffel toen een 'apenjongen' en zei dat hij niet mocht slaan, dat alleen de baas dat mocht doen. Abraham had toen geen mes in zijn handen en probeerde Christoffel ook niet te verwonden.
Ongeveer 2 uur voor zonsondergang kwam de baas van de getuige samen met landbouwer Jan Verbeek thuis. Christoffel Groenewald klaagde bij zijn oom over de beledigingen van Abraham. Daarop gaf landbouwer Johannes Groenewald een stok met ijzer aan Verbeek, en nam zelf een zweep. Samen gingen ze naar het slavenhuis waar Abraham was. De getuige ging ook die kant op en moest toen van haar baas de slaaf Kees gaan roepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0828 Groenewald liet de slaaf Abraham op brute wijze afranselen. In plaats van medelijden te tonen, werd hij nog agressiever. Terwijl hij "Ja, jou hond, ik zal je weer levend maken als je wilt sterven" riep, bleef hij de slaaf slaan. Hij liet een ladder halen waarop hij Abraham vastbond. Samen met Verbeek sloegen ze hem elk twee keer met pauzes ertussen. De slaaf Kees moest zout in de wonden wrijven. Daarna liet Groenewald Abraham aan een balk ophijsen, terwijl hij zei dat hij daar de hele nacht zou hangen. Verbeek vertrok hierna uit de keuken naar zijn huis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0744 Groenewald en Verbeek gingen naar het slavenhuis. Verbeek had een stok met ijzerbeslag bij zich en Groenewald een zweep (sjambok). Ze zochten de jonge slaaf Abraham die zich uit angst onder één van de bedden had verstopt. Groenewald trok hem aan zijn benen eronder vandaan en probeerde zijn handen vast te binden. Omdat dit niet meteen lukte door het verzet van Abraham, sloeg Verbeek hem met de stok op zijn hoofd waardoor hij op de grond viel. Op bevel van Groenewald werden zijn benen vastgebonden. Ze sleepten hem naar buiten terwijl ze hem bleven slaan. Groenewald moedigde Verbeek aan om te blijven slaan. Buiten maakte de slaaf Kees de touwen om Abrahams voeten los en bond in plaats daarvan zijn handen samen. Abraham was toen al erg verzwakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0742 Het verslag van Pieter Lourensz over problemen tijdens het graansnijden betrof de slaaf Claes uit Bengalen. Hij liet de zaak over aan het oordeel van zijn superieuren. Dit document werd ingediend bij de rechtbank op 1 augustus 1737. Het werd gecontroleerd door De Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0736 In een conflict tussen soldaten en Chinezen ging het mogelijk om spoelkommetjes of geld. De soldaten hebben de Chinezen op een ongepaste manier geslagen en aan hun haar getrokken. Dit gebeurde grotendeels buiten op straat, waar honderden mensen het konden zien. De aanklager hoeft daarom niet meer getuigen op te roepen, ondanks dat de soldaten allerlei smoesjes verzinnen. Anders zou de aanklager voor zo'n kleine zaak, die door iedereen gezien is, een formeel proces moeten beginnen tegen deze brutale soldaten. Een derde gevangene zegt dat hij niets van de zaak weet, behalve dat hij tijdens het eten in de kamer lawaai hoorde. Toen hij ging kijken, zag hij dat zijn twee kameraden aan het vechten waren met enkele Chinezen. Toen hij vroeg wat er aan de hand was, zeiden ze dat de dienstmeid het geld niet wilde aannemen. Daarop zou hij van een Chinees een klap op zijn hoofd hebben gekregen met een bezemsteel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0473 Op 2 januari van dit jaar stuurde de oud gemeenteraadslid Johannes Groenewald zijn neefje Christoffel (een zoon van zijn overleden broer Coenraad Groenewald) naar de hoofdofficier van justitie. De jongen moest melden dat een slaaf genaamd Abraham, die eigendom was van Groenewald en die 3 dagen ziek was geweest, was overleden. Johannes Groenewald vroeg toestemming om de overleden slaaf te begraven op zijn landgoed nabij Stellenbosch.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0739
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0472 De autoriteiten zijn erachter gekomen dat een slaaf genaamd Abraham door zijn eigenaar Johannes Groenewald en landbouwer Jan Verbeek was doodgeslagen. Dit werd gemeld door een andere slaaf genaamd Kees, die ook eigendom was van Groenewald. Na deze melding is er de volgende ochtend een onderzoek ingesteld door:
Ze gingen naar de woonplaats van Groenewald, waar ze Abraham hebben opgegraven voor onderzoek. De arts Jan Cats uit Stellenbosch heeft vastgesteld dat Abraham van top tot teen ernstig was geslagen en dat dit de doodsoorzaak was. Dit wordt bevestigd in de bijgevoegde verklaringen van de arts en de heemraden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0740 Er vond een aanval plaats waarbij 2 soldaten en Henrik Tifenbach een Chinese vrouw mishandelden met een stuk hout. Op haar geschreeuw kwam haar baas, de Chinees Tantsianko, uit een naastgelegen kamer te hulp. Tantsianko kreeg direct een zware klap op zijn hoofd van Tifenbach en een andere dader. Hij viel bewusteloos neer en bloedde uit zijn wond. Toen hij weer bij kwam, vluchtte hij het huis uit. Een andere Chinese man kwam op het lawaai af, maar ook hij kreeg klappen en vluchtte weg. De soldaten achtervolgden beide Chinezen, trokken hen aan hun haar en sloegen hen buiten het huis. Uiteindelijk kwamen enkele bewakers tussenbeide die twee van de daders arresteerden. De eerste dader vluchtte naar het Kasteel maar werd daar direct gearresteerd. De opperdokter van het Kasteel heeft een verklaring over de verwondingen opgesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0470 Hendrik Tieffenbach uit Frankfurt, soldaat in het kasteel, verscheen voor de Raad van Justitie van het kasteel de Goede Hoop. Op verzoek van rechter Daniel van Den Henghel verklaarde hij het volgende:
Op dinsdag 9 april ging hij met soldaten Nicolaas Suring en een gevangene 's middags naar een Chinees. Een slavin gaf hen eten. Terwijl Tieffenbach aan het eten was, gingen zijn twee metgezellen naar een andere kamer. Hij hoorde daar lawaai en ging kijken. Hij zag dat zijn twee kameraden aan het vechten waren met 5 of 6 Chinezen. Toen hij vroeg wat er aan de hand was, zeiden ze dat de Chinezen het geld niet wilden aannemen. Een van de Chinezen sloeg hem met een bezemsteel op zijn hoofd. Tieffenbach pakte de stok af en gooide deze weg. Daarna heeft hij 2 of 3 keer zijn best gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0477 De verdachte, die in het Kasteel in hechtenis zat, probeerde de rechtbank te misleiden. Hij deed alsof hij alleen wist dat hij in het Chinese huis was geweest. Aan het eind van zijn bekentenis zei hij alleen dat hij bij het weggaan zag dat zijn twee metgezellen op straat aan het vechten waren met de Chinezen. Een van zijn metgezellen sleepte een Chinees aan zijn haar over de grond. De aanklager denkt dat deze sluwe dief de hoofdverantwoordelijke is voor alle problemen, omdat alle drie de gevangenen toegeven dat ze op zijn advies naar het Chinese huis gingen om eten te kopen. De tweede gevangene zegt ter verdediging dat hij, na het eten met de anderen, door...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0471 De tekst gaat over een rechtszaak waarbij een aangeklaagde genaamd Barkat bekent een seksueel misdrijf te hebben gepleegd met een dier. De aanklager legt uit dat zelfs de intentie om zo'n daad te plegen al even strafbaar is als de daad zelf volgens de wet. Barkat heeft zelf toegegeven dat hij wist dat dit misdrijf met de dood werd bestraft.
De aanklager stelt dat Barkat zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig misdrijf dat in alle christelijke landen zwaar strafbaar was. Volgens de aanklager is de eigen bekentenis het sterkste bewijs en moet er nu alleen nog bepaald worden welke straf Barkat moet krijgen. Volgens zowel religieuze als wereldlijke wetten zou dit de doodstraf moeten zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0452
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0451 Hans Pietersz, een matroos, heeft bij de rechtbank een verklaring afgelegd. Hij vertelde dat hij in het donker onverwachts werd aangevallen door onbekenden met stokken. Hij vluchtte naar de steenovens. Daar hielden de aanvallers zich eerst stil, maar ze begonnen hem daarna opnieuw te slaan. Een dikke man, die samen met een slavin liep die een lantaarn droeg, kwam tussenbeide. Deze onbekende man vroeg waar Hans Pietersz moest zijn. Toen hij antwoordde "op de werf", zei de man dat hij daar maar heen moest gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0669 Op de secretarie van Kasteel de Goede Hoop verscheen Flora van de Kaap, een slavin van landbouwer Theunis van Aart. Haar eerder afgelegde verklaring werd haar voorgelezen in het Nederlands, een taal die ze redelijk goed spreekt en begrijpt. Ze bevestigde dat haar verklaring volledig waar was en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. Dit gebeurde in aanwezigheid van de slaaf Barkat. De verklaring werd afgenomen op 20 april 1737 voor de raadsleden Berg en De Wit. Het document werd ondertekend door de getuigen Joachim Nicolaus van Dessin en Hendrik Manuel Blankenberg, samen met de secretaris De Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0462 Sara van de Caep, slavin van oud-heemraad Johannes Groenewald, verklaart dat het volgende gebeurde op 1 januari van dit jaar:
De slaaf Abraham en slavin Anna, beiden eigendom van Johannes Groenewald, kregen ruzie over een stuk vlees. Abraham had dit van een geslacht bokje gesneden. Anna zei dat hun meester het bokje wilde bewaren, hoewel Groenewald het bokje en een emmer wijn aan zijn mensen had gegeven.
Christoffel, de zoon van overleden landbouwer Coenraed Groenewald, kwam erbij. Hij schold Abraham uit voor "donderse hond" en vroeg waarom hij zijn mond niet hield tegen de oude meid. Abraham antwoordde dat hij zijn mond niet hoefde te houden voor "zo'n zwarte donder als hijzelf".
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0827 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/