Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Andries Engelbregt uit Dantzig, 21 jaar oud, was als matroos werkzaam op de scheepswerf van de Oost-Indische Compagnie. Op donderdag 18 mei rond 8 uur 's avonds ging hij naar het slavenverblijf van de Compagnie. Hij bezocht daar de kooi van de slavin Nassiona uit Rio de Lagoa, met wie hij eerder al contact had gehad. Bij haar kooi vond hij de slaaf Henbebe, ook uit Rio de Lagoa, zittend op een kist. Engelbregt vroeg Henbebe om een pijp tabak, die hij ook kreeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0545  


Dirck Wijdenaar, tweede hoofdchirurg van het bestuur, verklaart op verzoek van Pieter Rheede van Oudshoorn, zelfstandig aanklager, dat hij op 11 mei 1752 een slaaf genaamd Bebi uit Ternate heeft onderzocht en verbonden. Deze slaaf, eigendom van de VOC, had een wond aan de onderkant en binnenzijde van de linkerborst. De wond was enkele vingers breed en ging door de huid en spieren tot aan het borstbeen. De verwonding was veroorzaakt door een scherp steek- en snijwapen, maar was niet levensbedreigend. Dit document is ondertekend door Dirck Wijdenaar in Kaap de Goede Hoop op 30 mei 1752 en bevestigd door secretaris Diemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0541  


Andries Engelbregt verscheen voor de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Na het voorlezen van zijn bekentenis op 29 mei 1752 bevestigde hij dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. De rechters J. de Grandpreez en D. Aillij waren hierbij aanwezig. De griffier C.L. Neethling en secretaris R. Diemmendor hebben het document ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0539  


De gevangene bekende dat toen hij dronken was, hij met een mes naar een slaaf had gestoken omdat deze hem uit de kooi wilde schoppen. Hij kon niet zeggen waar hij de slaaf had verwond omdat deze direct was weggelopen, gevolgd door de dienstmeid Masiana. De gevangene bleef in de kooi op het bed van de dienstmeid zitten totdat bewakers hem weghaalden en in de gevangenis zetten. Voor zover hij zich kon herinneren, had hij niets van de slaaf gevraagd of ontvangen.

Deze bekentenis werd afgelegd aan Kaap de Goede Hoop op 26 mei 1752 voor de raadsleden D. D'Hilej en J. Raeck van de Raad van Justitie. Het document werd ondertekend door de bekennende persoon en de beëdigde klerk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0538  


Andries Engelbregt verscheen voor de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Zijn bekentenis werd hem voorgelezen op 29 mei 1752. Hij bevestigde dat alles klopte en wilde niets toevoegen of weghalen. De verklaring werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0537  


Een dronken man bekende dat hij een slaaf genaamd Rugie had neergestoken in een kleine hut. Dit gebeurde omdat Rugie hem uit de hut wilde schoppen. De slaaf rende weg, gevolgd door een meid genaamd Masiana. De dader bleef in de hut zitten op het bed van de meid totdat bewakers hem oppakten en naar de gevangenis brachten. Voor zover hij zich kon herinneren, had hij niets van de slaaf gevraagd of gekregen.

Deze bekentenis werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop op 26 mei 1752, voor de raadsleden D. Hileij en J. Roeck van de rechtbank. Het document werd ondertekend door de bekennende man en de beëdigde klerk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0536  


Andries Engelbregt uit Dantzig was een 21-jarige Lutherse matroos die werkte op de werf van de VOC. Op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn bekende hij het volgende: Op donderdag 18 mei rond 7 uur 's avonds ging hij in dronken toestand naar het slavenverblijf van de VOC. Hij wilde daar een slavin van de VOC genaamd Massiana uit Terra de Natal bezoeken, met wie hij eerder al contact had gehad. Toen hij bij haar slaapplaats kwam, trof hij haar aan op haar bed. Er zat ook een mannelijke slaaf van de VOC, wiens naam hij niet kende, op haar kist.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0535  


Deze afspraak werd vastgelegd op 29 mei 1752 bij Kaap de Goede Hoop. Hierbij waren aanwezig de raadsleden J. de Grandpreez en D.D. Aillij. Het document werd ondertekend door hen, de verteller en de gezworen klerk D. Heethling. Dit werd bevestigd door secretaris Gr. Diemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0534  


Op het kasteel van Kaap de Goede Hoop werd op 23 mei 1752 een verklaring afgelegd in het Nederlands. Dit gebeurde in bijzijn van de klerken Daniel Egbert Tfeil en Casparus van Eerten als getuigen. De slaaf Henbebe, eigendom van de Compagnie, bevestigde zijn eerdere verklaring nadat deze hem was voorgelezen. Hij verklaarde in aanwezigheid van matroos Andries Engelbregt, die hem volgens zijn verklaring verwond had, dat alles wat hij eerder had gezegd waar was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0533  


De persoon die de verklaring aflegt vertelt dat een dronken matroos hem vroeg wat Swarte Jong daar deed en of de vrouw zijn vrouw was. Hij antwoordde dat het zijn zus was en dat hij op haar kist zat. De matroos dreigde toen dat hij zijn armen uit zijn lijf zou trekken en stak hem met een mes in zijn borst. De verteller vluchtte vervolgens de trap af. De bewakers (mandoors) werden door andere slaven gewaarschuwd. Ze hebben de matroos, die bij het bed van de vrouw was gebleven, opgepakt en in de gevangenis van de Logie gezet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0532  


Henbede van Perra de Natal, een slaaf van de Oost-Indische Compagnie, deed ongeveer 6 dagen geleden aangifte bij Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager. Hij vertelde dat hij voor 8 uur 's avonds in het slavenverblijf zat op de kist van slavin Massiana van Terra de Natal. Zij was op dat moment in de keuken van het verblijf. Een onbekende matroos kwam binnen en vroeg om een pijp, die hij van Henbede kreeg. Kort daarna haalde de matroos een mes uit zijn zak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0531  


Pieter Reede van Oudshoorn liet op 8 juni 1752 een document goedkeuren door de rechtbank. Dit werd ondertekend door de secretaris Diemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0528  


Andries Engelbregt uit Dantzig werd veroordeeld om op de gewone plek waar straffen worden uitgevoerd te worden afgeleverd aan de beul. Hij moest daar aan een paal worden vastgebonden om met stokken streng op zijn blote rug te worden geslagen. Daarna moest hij 5 jaar lang in de ketenen geboeid op Robbeneiland werken aan de algemene werkzaamheden van de Compagnie, zonder loon. Hij moest ook de gerechtskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0527  


Een dronken man had een slaaf uit een kooi willen schoppen en hem met een mes gestoken. De man wist niet precies waar hij de slaaf had verwond. Hij ontkende dat de slaaf hem een pijp had gevraagd. De dronkenschap van de dader was geen excuus voor zijn gedrag. Het was puur geluk dat de slaaf niet dodelijk gewond was geraakt.

De dokter verklaarde dat de wond aan de linkerkant van de borst enkele vingers breed was. De steek was door de huid en spier tot aan het borstbeen gegaan. Het was niet gevaarlijk omdat het mes gelukkig op het borstbeen was gestuit en niet dieper was gegaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0526  


Na een confrontatie tussen een gevangene en een slaaf genaamd Henbebe heeft er een gewelddadig incident plaatsgevonden. De gevangene vroeg aan Henbebe wat hij bij een zwarte jongen deed en of het zijn vrouw was. Henbebe antwoordde dat het zijn zuster was en dat hij alleen maar op haar bed zat. Daarop haalde de gevangene een mes uit zijn zak en dreigde de darmen uit het lichaam van Henbebe te halen. Hij stak vervolgens Henbebe in de linker borst.

Dit wordt bevestigd door een verklaring van de tweede oppermeester van het hospitaal van de Oost-Indische Compagnie. Na het incident, toen Henbebe om hulp riep, werd de gevangene direct door toesnellende bewakers opgepakt en aan justitie overgedragen. Hoewel de gevangene de steekpartij niet ontkent, geeft hij een andere versie van de verwondingen die hij Henbebe heeft toegebracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0525  


De belangrijke rechter Sergius Swellengrebber uit het bestuur ontving een aanklacht van officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn tegen matroos Andries Engelbregt uit Dantzig. Engelbregt werkte op de scheepswerf van de VOC. Hij had een slaaf van de VOC, Henbede uit Perra de Natal, verwond. De zaak werd onderbouwd met twee documenten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0523  


Op zondag 23 juli om ongeveer 18:00 uur kwam een dronken persoon in een blauwe jas naar het huis van Jan de Wit. Hij vroeg aan de slavin Diana, die bij de voordeur stond, naar de slavin Sanna. Toen Diana probeerde de voordeur te sluiten en zei dat hij Sanna niet kon spreken, liet hij zich niet tegenhouden. Hij duwde de deur met geweld open en rende de galerij in, met de bedoeling naar de keuken te gaan. De slaven Galant en Apollo, die in de galerij waren, hielden hem tegen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0550  


De getuigenverklaringen komen op het volgende neer: de gevangene werd in de galerij van Ian de Wit overmeesterd. Hij had daar zelf niets te zoeken, maar werd er door de slavin Diana naartoe gesleept. De getuigenissen zijn niet helemaal consistent:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0554  


Doumath van Macassar, een lijfeigene van luitenant-kolonel Isaac Meinertzhagen, ongeveer 35 jaar oud, heeft een bekentenis afgelegd. Hij was gevangene van de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. De bekentenis werd zonder dwang of boeien afgenomen. Hij had een relatie met Rosa, een slavin van onderkoopman Daniel Heijning. Op zondagavond 24 september tussen 19:00 en 20:00 uur verliet hij het huis van zijn eigenaar, wetende dat Rosa naar de compagniestal was gegaan, waar ze een verhouding had met een koetsier. Hij ging naar de tuin van Heijning.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0709  


De slaaf Tagal, afkomstig uit Bali, 34 jaar oud, heeft een bekentenis afgelegd voor het gerecht. Dit deed hij op verzoek van hoofdaanklager Pieter Heede van Oudshoorn. Tagal bekende dat hij op zondag 23 juli om 7 uur 's avonds, terwijl hij dronken was, naar het huis van oud-raadslid Jan de With is gegaan. Hij is daar in de steeg tussen het huis van De With en dat van onderkoopman Jaspert Westpalm gaan staan. Hij wilde daar een slavin spreken met wie hij al 4 jaar contact had. Na een tijdje kwam er een slavin genaamd Diana naar buiten, aan wie hij vroeg om met de slavin Sanna te mogen spreken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0577  


De vrouw vertelt dat ze al verwondingen aan haar handen had opgelopen omdat ze zich had verweerd. De wonden waren deels erg diep en ernstig. Daarna werd ze duizelig en viel ze achterover. In die tijd kwam er een slavin die haar hielp opstaan. De slavin had de schoolmeester niet gezien omdat die toen al uit het huis was weggelopen.

Toen de vrouw weer opstond en naar de voordeur ging, zag ze de schoolmeester net buiten het hek van haar erf lopen. Terwijl hij rende, keek hij vaak achterom. Op een gegeven moment draaide hij zich helemaal om, waardoor de vrouw bang werd dat hij terug zou komen. Daarom rende ze snel naar haar slaven toe, die samen met de knecht bij het korenveld waren. De slavin had hen daar al eerder geroepen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1156  


De wetten stonden marteling (torture) toe om mensen te laten bekennen. Op 23 september meldde een politieman aan justitie dat een slavin van onderkoopman Daniel Heijning dood was gevonden in een diepe sloot buiten het gerechtsgebouw. Ze zou zichzelf hebben opgehangen. Een aanklager ging samen met enkele rechters en een hoofdarts kijken. Na onderzoek bleek dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0651  


Op 24 juli 1752 verscheen Diana van de Caab, een slavin van burger-raadslid Ian de Wit, voor secretaris Jan Frederick Tiemmendorf van de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Ze legde een verklaring af op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn.

Ze vertelde dat de vorige avond rond 6 uur, toen alleen zij en enkele andere slaven thuis waren, een dronken man genaamd Tagal in blauwe kleding bij haar aan de deur kwam. Hij vroeg naar een medeslavin genaamd Panna. Toen Diana zei dat hij Panna niet kon spreken, duwde Tagal met geweld de deur open die Diana probeerde te sluiten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0565  


De verdachte verkocht een kussen voor 10 schellingen aan een bandiet genaamd Galant die in de Schotse tempel woonde. De verdachte gaf een Chinese deken, twee andere kussens en een bedlaken, die allemaal opgerold waren, aan de slavin Francina als onderpand voor een schuld van 4 schellingen. Toen Abraham Verrijn aan de eigenaar vertelde wat er gebeurd was, omdat zowel de vrije zwarte man Abraham Ventum als de slavin Francina hadden gehoord dat deze gekochte en in bewaring gekregen goederen gestolen waren van Verrijn, werden de gestolen goederen meteen teruggegeven. De naam van de verdachte werd doorgegeven en hij werd door de gerechtsdienaar van Constantia opgehaald en aan justitie overgedragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0622  


Op 18 mei om ongeveer 20:00 uur ging een gevangene naar de slavenverblijven van de VOC in de stad. Hij bezocht daar de slavin Messiana van Terra de Natal, met wie hij eerder al contact had gehad. Bij aankomst ging hij naar haar verblijf. Daar trof hij de slaaf Henbebe aan, die op een kist bij Messiana's slaapplaats zat. Messiana was volgens de gevangene op haar slaapplaats, maar volgens Henbebe was ze in de keuken van het verblijf. De gevangene vroeg Henbebe om een pijp, die hij ook kreeg. Hoewel de gevangene dit ontkent, kreeg hij de pijp vrijwillig. In plaats van rustig zijn pijp te roken, gedroeg de dronken gevangene zich misdadig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0524  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/