Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De gevangene was achter het huis van de weduwe ten Holder langsgegaan en hij achtervolgde Rachel. Hij haalde haar in bij de steenovens van de VOC. De slavin rende door naar de tuin onder de Leeuwenkop om haar meester te bereiken. De gevangene volgde haar via de brug bij de tuin van Johannes Carspek. Tussen die tuin en die van haar meester greep hij haar vast. Hij trok de mand met groente uit haar handen en gooide die weg. Hij probeerde de slavin te dwingen tot seks. Rachel verzette zich en zei dat ze getrouwd was. De gevangene sleepte haar aan haar haren tussen de populieren langs de sloot vanwege haar verzet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0313 Op januari had een aantal slaven op een plantage (de Plaats) hulp gekregen bij een misdaad. Dit betrof vooral de slaaf Jonas en de slavinnen Susanna, Wester en Pulin. Ze kregen hulp van hun eigenaren. Susanna en Candace hadden gehoord dat Hester en haar dochter hadden geholpen met het schoonmaken na het incident. Hester had de dochter gezoogd, en de dochter was daarna nog 3 dagen aanwezig geweest.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1167 De slaaf heeft een dienstmeid met een groenmand onder haar arm zien weglopen uit de tuin van haar meester. Hij volgde haar tot bij de hoek van het huis van boekhouder Jan Nicolaas Schodt. Bij die hoek draaide de slavin Rachel zich om. Een andere slaaf, Januari genaamd, hoorde het gesprek terwijl hij water haalde uit de sloot aan de overkant van de straat.
Rachel vroeg aan de man waarom hij haar volgde. Hij antwoordde in het Maleis dat hij vandaag zijn zin wilde krijgen en touw wilde gebruiken. De slavin zei dat het niet netjes was om zulke dingen op straat te zeggen. Daarna ging ze de weg op langs het huis van de weduwe van wijlen weesmeester Steeven ten Holder, en vervolgens linksaf de brede straat in richting de Leeuwenkop. De man bleef haar volgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0312 De burger Philip Stelwagen heeft een verklaring afgelegd bij het bestuur. Deze verklaring werd hem voorgelezen en hij bleef bij zijn woorden. Dit gebeurde in aanwezigheid van de slaven Madel en David. Hij bevestigde dat alles de waarheid was.
Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 9 oktober 1762. Het document werd ondertekend door Philip Stelwagen en diverse functionarissen waaronder L.F. Faber (klerk), D. Wester, Jan Serrurier en Corn.
Een slavin genaamd Silvia van Maccasser, eigendom van brandmeester Jan Faase, ongeveer 45 jaar oud, legde een verklaring af op verzoek van fiscaal Jan Willem Cloppenburg. Ze heeft contact gehad met de slaaf David die gevangen zat, en een vrije zwarte man genaamd Marcus en zijn vrouw Delphina.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1372 Op 5 oktober werd door David een aangifte gedaan. Hij verklaarde dat hij de deur had opengemaakt voor de gevangen David die samen met de slavin Silvea naar de gevangenis werd gebracht. De volgende ochtend had Marcus een blauwe zakdoek met Franse munten bij de rechter gebracht. Deze had Silvia onder een stoel in de kamer gegooid toen ze werd gearresteerd.
Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Jochem Pieter Hendrik Borgwedel en Caspar Broedersz als getuigen. Het document werd ondertekend door klerk L.A. Faber. Later verscheen gerechtsdienaar Jan Jacob Doeksteen voor de Raad van Justitie van het gouvernement, waar deze verklaring woord voor woord aan hem werd voorgelezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1369 De slaaf Baatjoe gaf een zakdoek aan de slavin Rachel en vroeg haar deze te zomen. Rachel legde de zakdoek op haar schoot zonder iets te zeggen. De persoon die dit verklaart moest op dat moment druiven brengen en ging weg met een mand op het hoofd. Deze persoon dacht dat Baatjoe ook was weggegaan, maar wist dit niet zeker. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop. Als getuigen waren aanwezig de klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Frederik Wilhelm Allemann. Het document werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0310 Onbekende naam vertelt dat hij als koelie op zoek moest naar werk. 's Middags ging hij met vis rond om die te verkopen. Aan de kant van de kerk mocht hij geen vis verkopen, dus ging hij naar de groentemarkt.
Daar trof hij een slavin genaamd Rachel aan, die groente aan het verkopen was. Ze vroeg aan zijn dienstmeid om bij haar te slapen. De dienstmeid weigerde dit en zei dat ze naar boven moest gaan. Hij liep achter de dienstmeid aan.
Bij de hoek van het kantoor van de boekhouder vroeg de dienstmeid waarom hij achter haar aanliep. Hij antwoordde dat hij seks met haar wilde. De dienstmeid sloeg een andere straat in om hem te ontwijken. Hij volgde haar via een andere straat en haalde haar in bij de stenen van de Compagnie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0299 Op 9 februari 1762 heeft Roselijn van Machasser, die slavin was van burger Michiel Smuts Adriaanz, een verklaring afgelegd voor Christiaan Ludolp Neethling, secretaris van de Raad van Justitie. De verklaring was op verzoek van Otto Luder Hemmij, die tijdelijk de functie van fiscaal waarnam.
Roselijn verklaarde dat ze die zondagmorgen druiven verkocht in Kaap de Goede Hoop voor haar eigenaar. Rond 8 uur was ze op de groentemarkt, waar ze ook groente verkocht. Daar zag ze haar medeslavin Rachel van Bengalen, die later vermoord zou worden. Ook zag ze de slaaf Baatjoe, die eigendom was van burger Jacob Kamp. Baatjoe had een blauw gestreepte zakdoek in zijn hand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0309 Na de moord op de slavin Rachel bleek uit het volgende bewijs:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0262 Verkoopen liep rond en mocht tijdens de kerkdienst geen vis verkopen. Hij ging daarom naar de groentenmarkt waar hij de later vermoorde slavin Rachel zag. Hij vroeg haar om met hem naar bed te gaan maar zij weigerde en zei dat ze naar boven moest gaan. Hij volgde haar toch. Bij de hoek van het woonhuis van boekhouder Schot vroeg ze waarom hij achter haar aanliep. Hij herhaalde dat hij seks met haar wilde. Toen Rachel zich omdraaide en een andere straat in sloeg, volgde hij haar nog steeds. Bij de steenoven van de Compagnie haalde hij haar weer in. Zij rende toen snel weg en ging naar boven. Hij volgde haar weer, nu tussen de tuinen van burger Jan Carnspeck.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0260 De officier van justitie wilde alleen de strafvordering voor de verdachte behandelen omdat de gewonden al genezen waren. De zoon van de eigenaar van de slaaf bestuurde het hele bedrijf vanwege de hoge leeftijd en zwakke gezondheid van zijn vader. De verdachte viel daarom onder het gezag van de zoon, die als de feitelijke eigenaar werd gezien. De officier vond dat er geen andere wetten nodig waren dan de Statuten van India over slaven, waarin stond:
De officier eiste daarom dat de gevangene Januari van Boegies definitief zou worden veroordeeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0034 De eerste gevangene zwierf heen en weer. De tweede gevangene werd in Holland gevangen en teruggebracht naar zijn eigenaar. Na een half jaar thuis te zijn geweest, vluchtte hij opnieuw. Hij ging naar het gebied van oud-heemraad Daniel Mal Lang in Rotterlota Holland. Bij de rivier daar kwamen 's nachts de eerste gevangene, de derde en vierde gevangene en een jonge slaaf genaamd Februarij bij hem. Met z'n vijven gingen ze naar de zogenaamde Vishoek. Daar bleven ze een tijd, waar ze visten en hier en daar eten zochten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1323 Bij een terugkeer naar de Kaap werd er een gesprek gevoerd met de slaaf Alexander over de moord op de slavin Rachel op de vorige zondag. Alexander werd door Pas geboeid vastgehouden. Er werd gesproken over 12 schellingen, waarvan er 1 was uitgegeven. Pas vroeg aan Alexander waarom hij dit niet aan de politiebeambte vertelde, waarop Alexander antwoordde dat hij bang was. De herkomst van de 12 schellingen bleef onduidelijk omdat Pas en Alexander in het Maleis verder spraken terwijl de getuige wat verderop stond en er niet meer naar vroeg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0296 Op verzoek van de tijdelijke hoofdhandelaar Otto Luder Htemmij heeft de gerechtsdienaar Jacob Doeksteen het volgende verklaard: Op 11 februari ging hij met de gevangen slaaf Alexander naar de tuinen van burgers Ian Karnspeck en Michiel Smuts Adriaansz. Alexander had bekend dat hij op 7 februari de slavin Rachel had vermoord, die eigendom was van Michiel Smuts Adriaansz. Voor ze de brug tussen de tuinen van Karnspeck en Smuts overgingen, vroeg de gerechtsdienaar aan Alexander of het nog ver was naar de plek waar de vermoorde vrouw was gevonden. Alexander antwoordde ontkennend en zei dat het dichtbij was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0279 Op een onbekende datum werd een vermoorde slavin gevonden in een sloot in Caaswaards. De vrouw heette Rachel van Bengalen en hoorde bij de bezittingen van een zekere Smuts. De heren Jaspar Westpalm en Hendrik Oostwald Muller, leden van de Raad van Justitie, gingen samen met tijdelijk aanklager Otto Luder Hemmij en een secretaris naar de plaats delict. Daar vond men het lichaam, dat onderzocht werd door de hoofdarts van het ziekenhuis Jan van der Uet. Het slachtoffer bleek 12 steekwonden te hebben:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0271 Op 10 augustus 1762 verklaarde de slavin Candale aan Kaap de Goede Hoop onder toezicht van klerk Lucas Sigismundus Faber, in aanwezigheid van getuigen J.F. Tiemmendorf en J.J.W. Bottigjer. Op 9 augustus 1762 verscheen Saira van de Kaap, die eigendom was van burger Marten Melk. Ze deed een verklaring op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, P. Adriaan van Schoor. Saira ontkende dat ze had gezien of verteld dat haar eigenaar bij de laurierboom had staan graven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1161 Ongeveer 5 weken geleden in de kombuis van de hofstede Koelenh zou de slavin Iulinda in het bijzijn van haar zus en de slavin Leaen in januari hebben gezegd dat de voordochter van hun eigenaar, Willetje Giebelaar, een miskraam zou hebben gehad.
Dit bleek een leugen te zijn, net als het verhaal dat de eigenaar en zijn vrouw het kind bij een laurierboom hadden begraven. De verklaarder ontkent dit verhaal van Ianuarij of diens slaven ooit gehoord te hebben. Hij wist nergens van omdat hij meestal binnenshuis was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1156 Groenewald riep dat ze naar buiten moesten komen en vroeg hoeveel ze waren. De slaven Januari en Caesar kwamen toen uit de bosjes. Groenewald schoot daarop de slaaf Panaari dood. Groenewald rende weg maar viel, waarbij hij zijn geweer liet liggen. De verdachte raakte toen gescheiden van zijn metgezellen Caesar en April. Tijdens het rondzwerven kwamen bij hem:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1276 April, een slaaf, verscheen voor de rechtbank. Hij bevestigde zijn eerdere verklaringen, maar voegde toe dat hij zijn informatie over Pannarij had van de slavin Susanna. Schoon had het incident zelf niet gezien. April erkende dat hij fout zat door niet direct zijn eigenaar te informeren nadat hij het verhaal van de slavinnen Susanna en Lea had gehoord. In aanwezigheid van Ianuarij verklaarde hij dat alles wat hij had gezegd de waarheid was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1177 Voor de rechtbank verschenen in Kaap in januari een aantal slaven die moesten getuigen over beschuldigingen van misdaden. De slaven werden apart verhoord. Hun verklaringen werden als volgt opgeschreven: De slavin Susanna, die voor het jongste kind van haar meester zorgde, kwam ongeveer 5 weken geleden in de keuken. Daar vertelde ze aan haar zus Tulinda dat de dochter van haar meesteres, Hilletje Giebelaar, een miskraam had gehad van een 6 maanden oude zwangerschap. Bij dit gesprek waren ook de slavin Lea en de slaaf April aanwezig in de keuken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1084 In Eijsschen meldde schoenmaker Paulus Jansen in september dat zijn buurman Michael Swaanner vermoord in zijn huis lag. De aanklager ging met de gerechtelijke commissie naar de woning. Ze vonden twee vermoorde mensen in de gang. De eerste was blijkbaar gewurgd met een touw dat naast hem lag. De tweede was gewurgd met twee zakdoeken die nog om zijn hals zaten. De tweede had ook verwondingen waardoor er bloed op verschillende plekken in het huis en op de trap lag.
De aanklager moest de daders vinden, vooral omdat er kisten open stonden waaruit geld was gestolen. De vermoorde lichamen werden onderzocht door de hoofdchirurgen van het ziekenhuis. Hun rapport is bijgevoegd. De volgende ochtend arresteerde de politie de tweede verdachte David en kort daarna zijn vriendin Silvia. Op 29 september werd de eerste verdachte Made of Mleij gearresteerd. De verdachten hebben bekentenissen afgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1334 De Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden hebben bepaald dat twee gevangenen als volgt gestraft zullen worden:
Beide gevangenen moeten ook de gerechtskosten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1196 Op 30 september 1782 werd in het kasteel te Kaap de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. Dit vonnis werd uitgevoerd op 2 oktober van dat jaar. Het bepaalde dat een gevangene naar een eiland zou worden gestuurd totdat zijn eigenaar hem aan buitenlanders kon verkopen. De kosten van het proces moesten worden betaald.
Het vonnis werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1197 Susanna, een tot slaaf gemaakte persoon die in de keuken werkte, verklaarde dat ze nooit had gehoord dat de dochter van haar eigenaar, Hilletje Giebeler, een kind had gekregen en daar 2 dagen mee in bed had gelegen. Deze verklaring werd afgelegd bij het gerecht van het kasteel, in aanwezigheid van de klerken Pieter Caspar Broedersz en Jacob Jossinck. Het document werd ondertekend door de getuigen, Susanna en de beëdigde klerk S. Faber.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1179 Maria van de Caab legde een verklaring af voor afgevaardigden van de rechtbank van het bestuur. De verklaring werd aan haar voorgelezen. Ze bevestigde dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd moest worden. Dit gebeurde in het bijzijn van de vertegenwoordiger van Bengalen. Ze verklaarde dat alles de zuivere waarheid was. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 10 augustus 1762. De verklaring werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1180 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/