Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Na een mislukte aanval waren er negen doden en drie mannen overleden aan verwondingen. De negers lagen overal verstopt met geladen geweren, dus de aanval was zonder resultaat. Op bevel van de gezaghebber stak stuurman Daniel een vat met buskruit in brand. Hij liep daarbij zware brandwonden op aan zijn gezicht en handen. De negers vluchtten toen ze de explosie hoorden allemaal onder het voordek. Noch de verteller, noch andere bemanningsleden of de stuurman vroegen om meer kruit na deze ontploffing. Wel werd besloten om een slavin naar boven te sturen om vrede te stichten. Eén van de twee overgebleven kruitvaten werd naar de deur van de konstabelskamer gebracht en aan haar getoond. Ze moest aan de zwarten vertellen dat de Europeanen bij verdere onwil dit kruit ook zouden ontsteken, waardoor de negers de lucht in zouden vliegen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1564 Een aantal rechtszaken werd gevoerd door een tijdelijke openbare aanklager tegen verschillende verdachten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1739 Op 3 februari 1766 legde de slavin Dela uit Bengalen een verklaring af bij klerk Lucas Sigismundus Faber. Deze verklaring was op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Jan Willem Cleppenburg. Dela was eigendom van burger Nicolaas Godfried Heijns.
Ze verklaarde dat ongeveer een maand geleden op een maandag een andere slavin, Flora uit Bengalen, 's ochtends groene amandelen ging verkopen. Flora kwam om 11 uur thuis en deed verslag aan de vrouw des huizes. De heer des huizes, die dronken op bed lag, begon te vloeken toen Flora naar de keuken ging. Hij stond op en volgde haar naar de keuken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0278 Op 27 februari 1766 was er een rechtszaak in het Kasteel de Goede Hoop. De zaak werd voorgezeten door Pieter van Reede van Oudtshoorn als president, samen met andere leden en drie burgerraadsleden. Oloff Marthini Bergh en Dirk Westerhoff waren afwezig vanwege andere bezigheden. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Jacobus Johannes Le Sueur, diende een aanklacht in tegen Thilander van Mallebaar, een slaaf van landbouwer Daniel Rossouw. De aanklacht ging over mishandeling van een slavin genaamd Flora met een asschop. Thilander gaf toe dat hij Flora had geslagen, maar zei dat dit in drift gebeurde omdat zij hem had uitgedaagd. Hij vroeg om vergiffenis voor zijn daad. Hij zei ook dat hij niet de bedoeling had gehad om de jongen te doden. De rechtszaak werd in beraad gehouden. Dit document werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0024 Op 27 februari 1766 kwam er een rechtszaak voor in het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Aanwezig waren voorzitter Pieter van Reede van Oudshoorn en alle leden, behalve Oloff Marthini Bergh en Dirk Westerhoff die verhinderd waren. Ook waren er drie burgerraadsleden aanwezig.
De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Jacobus Johannes Le Sueur, diende een aanklacht in met 7 bijlagen tegen Thilander van Mallebaar, een slaaf van landbouwer Daniel Rossouw. Het ging om mishandeling waarbij Thilander een slavin genaamd Flora met een asschop had geslagen. Thilander gaf toe dat hij haar had geslagen, maar zei dat dit in drift gebeurde omdat de slavin brutaal was. Hij zei dat hij haar niet had willen doden en vroeg om vergiffenis.
Na het horen van beide partijen nam de Raad de zaak in beraad.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0026 De getuige Otto Luder, die als onderkoopman werkte, verklaarde dat hij meer dan 2 jaar woonde in een huis naast de tuin van de Compagnie. Dit huis lag achter de woning van de oud-commissaris van huwelijkszaken Joachim Johan Lodewijk Warneek. Schuin tegenover de poort van Warneek woonde de burger Jan Hendrik Geerhard.
Luder had gezien dat Geerhard zijn donkere, kleine slavin, waarvan hij de naam niet kende, op een vreselijke manier mishandelde. Dit gebeurde gedurende enkele maanden bijna dagelijks, zowel binnen als buiten het huis. Geerhard sloeg haar met een touw en schopte haar.
Als de slavin water moest halen bij de sloot, kon zij door haar opgezwollen handen en pijn de emmers nauwelijks dragen. Geerhard sloeg haar dan met het touw en schopte haar tijdens de hele weg van en naar huis. Luder hoorde de slavin ook vaak schreeuwen als ze binnen werd geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0723 Nicolaas Godfried Heijns kwam achteraan de keuken binnen. Zijn zoon was vooraan de keuken al aanwezig. Hij zag dat zijn vader de slavin Flora die bij de haard zat te mompelen een klap gaf met een asschep. Door het toeslaan stond de slavin op, waarna ze op haar hoofd werd geraakt. Door die klap kreeg de slavin een hoofdwond waaruit bloed begon te vloeien. Op verzoek van de slavin heeft de zoon haar nog wat brandewijn gegeven. De zoon verklaarde dat hij niet wist waarom zijn vader de slavin sloeg en dat zijn vader niet dronken leek te zijn. Deze verklaring werd afgelegd op het secretariaat van Justitie van het Kasteel, in aanwezigheid van de klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Wilhelm Alleman als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0281 Flora uit Bengalen was een slavin die ongehoorzaam en brutaal was tegen haar eigenaar. Hierop had hij haar geslagen met een zweep. De eigenaar beweerde dat dit kwam door zijn vrouw, die de slaven tegen hem opstookte en hem probeerde te tergen. Als bewijs liet hij een briefje zien dat zijn vrouw hem had gestuurd via een slavin, zonder haar naam eronder te zetten. De tegenpartij zei dat dit briefje niets met deze zaak te maken had en waarschijnlijk was geschreven nadat dit voorval had plaatsgevonden en nadat zijn vrouw bij hem was weggegaan. De vraag was alleen of hij slavin Flora inderdaad zo erg had geslagen en mishandeld zoals werd beweerd. De eigenaar gaf toe dat hij Flora had geslagen, maar zei dat dit in drift gebeurde en veroorzaakt werd door de brutale houding van de slavin. De zaak werd in beraad genomen in het Kasteel de Goede Hoop. De secretaris was C.L. Heethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0284 De onderzoeker Daniel Carel Gulik moest een verklaring afleggen voor de rechtbank. Na het voorlezen van zijn verslag wilde hij enkele zaken toevoegen:
De verklaring werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1640 De slavin Clara van de Caab, die eigendom was van landbouwer Jan Krego, legde een verklaring af op 8 april 1766. Dit deed ze voor klerk Sucas Sig in Stellenbosch en Drakenstein, op verzoek van landdrost Jacobus Johannes Le Sueur. Ze verklaarde dat de slaven Baatjoe (van Bugis) en September (van Mozambique) ruzie hadden. Baatjoe had gedreigd dat hij September aan de galg kon helpen. Baatjoe vertelde vervolgens aan het aanwezige VOC-personeel dat hij September 's avonds na het eten had betrapt terwijl die onzedelijke handelingen pleegde met een schaap in de schaapskooi.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0889 Tobias Christiaan Ronnen Kamp en Hendrik Oostweld Muller waren lid van de rechtbank in Batavia. Een verdachte verscheen voor deze rechtbank en zijn bekentenis werd hem voorgelezen. Hij wilde niets toevoegen of weghalen van zijn verklaring, behalve één wijziging: toen hij van de brouwerij bij de pomp kwam, had een zekere Paris hem gevraagd om een zak met zeef, die bij de pomp stond, naar het huis van de slavin Patra te brengen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0831 Op 8 juli 1766 verscheen voor de raad van justitie van het gouvernement Van der Schelde. De getuige bevestigde zijn eerdere verklaring en wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen. Hij verklaarde in aanwezigheid van zijn slaven Fortuijn, Geduld en Jacob dat alles de waarheid was. Dit werd ondertekend door klerk L.S. Faber en de heren J.M. Bergh en I.O. Muller.
Op 9 juli 1766 verscheen voor klerk Lucas Sigismundus Faber de slavin Diana uit Timor, die eigendom was van koster Christiaan van Verschelde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0797 Op 17 juni 1766 heeft de tweede hoofdchirurg van het ziekenhuis van de Oost-Indische Compagnie op verzoek van waarnemend officier van justitie Otto Luder Hemmijst een slavin onderzocht. De slavin heette Cabistra en kwam uit Bengalen. Ze was eigendom van burger Hendrik Gerards.
De arts constateerde de volgende verwondingen:
Alle verwondingen waren veroorzaakt door geweld van buitenaf. De verklaring werd op 20 juni 1766 in Kaap de Goede Hoop ondertekend door C. Aelson.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0725 Leendert Pietersen uit Leijden werd beschuldigd van weglopen van zijn post. Louis Kenard uit Canton Bern werd beschuldigd omdat hij zich had aangesloten bij een ontdekte samenzwering op het schip Duijnen. Louis Arnoldus uit Leijden werd beschuldigd van weglopen. Moses uit Jambi werd beschuldigd van weglopen en het verwonden van een slaaf van burger Nicolaas Godfried Meij uit Batavia. Nicolaas Godfried Heijns werd beschuldigd van het onbehoorlijk en buitensporig straffen van zijn slavin Flora. De portier van de VOC slavenverblijven, Carel Boom, heeft zichzelf gedood met een pistoolschot. Jean Baptist le Paradijs werd gemarteld. De slaaf Fortuijn kwam uit Boegies.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0098 Op zondag 2 november ging substituut-gerechtsdienaar Carel Kirchman rond 4 uur 's middags zijn gebruikelijke ronde lopen. Hij kwam achter het huis van de oud-commissaris voor huwelijkszaken Joachim Johan Lodewijk Warneck. Bij een huurhuis naast Warneck zag hij door open ramen 8 tot 10 soldaten luidruchtig drinken tijdens kerktijd.
Toen Kirchman hen vroeg waarom ze niet stiller waren en de ramen niet dicht deden, antwoordden de soldaten dat het hem niets aanging. Ze hadden de kamer gehuurd van een vrije vrouw genaamd Flora en samen een halve ton wijn gekocht.
Kirchman zag een dronken Hottentot-vrouw op een bed liggen. Bij verder onderzoek van het huis vond hij een weggelopen slavin genaamd Cra, die zich onder een bed verstopte. Zij was eigendom van burger Jan Smid, maar werd verhuurd aan metselaar Casper Lijbregt. Lijbregt had 's ochtends haar vermissing al gemeld. Kirchman nam de slavin mee.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1686 Nadat Flora de keuken was binnengekomen, vroeg iemand haar of ze wist dat hij in de kamer op de kooi had geslapen. Toen Flora ontkennend antwoordde, gaf de lijfheer haar ongeveer 4 klappen in haar gezicht. Flora vluchtte naar de vuurhaard aan de andere kant van de keuken. De lijfheer pakte een asschop die bij de vuurhaard lag en sloeg Flora aan de rechterkant van haar hoofd. Toen hij nog een keer wilde slaan, werd hij tegengehouden door zijn zoon Hendrik Heijns, die zijn hand vastpakte en zei "Och vader".
De lijfheer ging daarna naar de kamer en ging aan tafel zitten. Toen het eten werd opgediend, riep hij Flora uit de keuken om te bedienen. Flora, die veel bloedde door de slag op haar hoofd, was flauwgevallen en leunde tegen een deurpost. De lijfheer vroeg haar of ze nog een tweede slag wilde hebben. Toen ze "nee" antwoordde en nadat de lijfheer had gegeten en was gaan slapen, heeft zijn zoon Hendrik het haar rond de wond weggeknipt en de wond met wijn schoongemaakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0279 Op 7 juni ging een slavin naar de aanklager om haar beklag te doen over mishandeling door haar eigenaren. De vrouwelijke eigenaar had haar die ochtend mishandeld en de mannelijke eigenaar had haar 3 keer geslagen. De opperdokter onderzocht haar en vond:
Al deze verwondingen waren door geweld veroorzaakt. De slavin verklaarde dat haar mannelijke eigenaar haar die ochtend 3 keer had geslagen met een zweep en een touw. Ook had hij haar geschopt en met een muil op haar hoofd geslagen. Enkele dagen eerder was ze ook al met een muil geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0718 Op 30 maart 1766 werd door de fiscaal Jan Willem Cloppenburg voorgesteld om het lichaam van Carel Boom, die een dag eerder zelfmoord had gepleegd, onder de galg te begraven. Dit zou dienen als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen. Carel Boom was de portier van het slavenhuis van de Oost-Indische Compagnie in het Kasteel de Goede Hoop. Hij had vlak voor zijn zelfmoord een slavin genaamd Cornelia van Piloane in het hoofd geschoten. Deze verwonding zou volgens de hoofdchirurgen dodelijk kunnen zijn. Boom had dit gedaan omdat Cornelia niet langer een relatie met hem wilde. Op de maandag ervoor had hij haar al met een mes verwond toen ze weigerde de relatie voort te zetten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0041 Hij had vaak haar slavin hard horen schreeuwen. Als de huisdeur van Geerhard open stond, zag hij meerdere keren dat de slavin op haar buik op de grond moest liggen. Geerhard sloeg haar dan onmenselijk met stukken touw. De slavin sprong soms naar buiten wanneer ze niet meer kon schreeuwen of de pijn niet meer kon verdragen. Bij die gelegenheden zag de getuige dat het bloed door de zak en kleren van de slavin was gesijpeld. Geerhard dwong de slavin dan altijd weer naar binnen te gaan.
De getuige verklaart dat hoewel hij de vrouw van Geerhard de slavin nooit erg had zien slaan, hij wist dat als zij de slavin wel mishandelde, dit vooral kwam door de wreedheid van haar man. Anders zou hij zijn vrouw namelijk ook aanvallen en slaan.
Dit werd opgetekend in het Kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van de klerken Jochem Hendrik Borgweedel en Frederik Wilhelm Allemanu.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0724 Johan Mertz, een soldaat, heeft voor de tweede keer een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie van het bestuur. Hij bevestigde zijn eerdere verklaring op 20 augustus bij Kaap de Goede Hoop. De verklaring ging over een voorval met een slaaf genaamd Absalom, die eigendom was van M Callijen. Mertz beschreef hoe Absalom het been van een wild dier had vastgepakt. Mertz had toen de arm van de slaaf teruggetrokken. Dit alles werd bevestigd door L.S. Faber (beëdigd klerk) en de commissarissen L.C. Warneck en J. Kaszing.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0655 Op 20 augustus 1765 werd er bij Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd. De persoon wilde dat er niets aan de verklaring zou worden toegevoegd of verwijderd. In aanwezigheid van de slaaf Absalon sprak hij de plechtige eed "zo waarlijk helpe mij God almachtig".
Op 9 augustus verscheen voor Lucas Sigis Munder Feeber, die klerk was bij het gerechtshof van dit bestuur, en in aanwezigheid van genoemde getuigen, de soldaat Johann Mertz uit Gersheim bij Düsseldorf. Op verzoek van de onafhankelijke aanklager Jan Willem Clopperburg verklaarde hij de waarheid te zullen spreken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0652 De slaaf Baatjoe van Boegies verklaarde onder ede op 29 augustus 1765 in het kasteel de Goede Mertz voor klerk Lucas Sigismundus Faber en in het bijzijn van getuigen. De verklaring ging over wat er op de laatste zondag was gebeurd met de slaaf Absalon van Maleije, die eigendom was van burger Siewert Jacobzz. De fiscaal Willem Cloppenburg had hier om gevraagd. Baatjoe bevestigde zijn verklaring met een eed voor God. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0656 De soldaat Jan Cadam verscheen voor de rechtbank van het gouvernement in het Kasteel de Goede Hoop. Hij verklaarde dat hij met anderen bezig was toen een jongen werd vastgebonden. Deze jongen sprak in een onbekende taal. De soldaat begreep alleen dat toen de bewakers de zakken van de jongen doorzochten en er geld uit haalden, de jongen in het Nederlands zei dat het geld van hem was. Als getuigen waren aanwezig de klerken Jochem Hendl Borgweedel en Johan Adolph Kuuhl. De secretaris C.L. Neethling heeft dit document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0651 Casfer Pamoeboe bracht zijn verklaring naar het slot. Onderweg naar het slot had hij gezegd dat als hij weer bij zijn baas thuis zou komen, hij Absalon het hart van zijn baas zou laten opeten. Hij blijft bij zijn verklaring zoals deze in de tekst staat.
Dit werd vastgelegd op het secretariaat van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Aanwezig waren de klerken Jochem Hendrik Borgweedel en Jan Adolf Knuhl als getuigen. Zij hebben samen met de verklaarder en de beëdigde klerk L.S. Laber het document ondertekend.
Later verscheen Casser Baatjoe voor de leden van de Raad van Justitie. Na het voorlezen van zijn verklaring gaf hij aan dat hij er volledig achter bleef staan en dat er niets aan toegevoegd of vanaf gehaald moest worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0657 Sievert en Mertz hoorden iemand om hulp roepen. Toen ze buiten de winkel kwamen, zagen ze dat Sievert en de kleermaker Schild een slaafgemaakte jongen genaamd Absalon (eigendom van Sievert) bij zijn haren en armen vasthielden. Absalon probeerde zich los te worstelen. Mertz kwam helpen en pakte Absalon bij zijn benen om hem op de grond te krijgen. Absalon wist zijn benen los te rukken en gaf Mertz een schop tegen zijn buik. Mertz greep opnieuw Absalons benen vast. Ze konden hem zo onder controle krijgen en vastbinden. Hoewel Absalon bleef proberen zich los te maken voordat de opgeroepen helpers kwamen, lukte hem dit niet. Hij werd naar de gevangenis gebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0650 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/