Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De slaaf Coridon uit Terra de Natal, de slaaf Baatjoe uit Boegies en de slavin Lea uit de Kaap met haar kinderen moesten worden verkocht. Hun eigenaar werd beschuldigd van tirannie en mishandeling. De slaven hadden volgens de tekst leugens verteld over hun eigenaar en zijn vrouw. Ze wilden niet werken voor kost en kleding. De eigenaar beweerde dat andere slaven, die het niet verdienden, in 5 jaar geen klap hadden gekregen. Hij vond dat het niet aan de slaven Coridon en Lea was om te bepalen of ze bij hun eigenaar wilden blijven wonen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0865  


Een slavin had 's nachts een vreemde ervaring. Ze werd betast onder haar kleding door iemand. Dit werd verteld door de slavin Rosa van Bengalen. Als gevolg hiervan werd Roussel tijdelijk vastgezet op een hoekerschip (een type vissersboot) genaamd De Snelheid, in afwachting van meer informatie uit het vaderland. Later bekende Roussel, gedreven door wroeging, dat hij een moord had gepleegd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0345  


Den gevangene werd 40 stappen van het huis gevolgd. Hij draaide zich om en liet aan zijn meesteres nogmaals het mes zien terwijl hij met zijn hand op zijn hoofd sloeg. Daarna stopte hij het mes in zijn zak, sloeg nogmaals op die zak en rende weg. Dezelfde dag nog werd hij achtervolgd door landbouwer Jacobus Bester en enkele slaven. Ze vonden hem in de Koebergse duinen, namen hem gevangen en brachten hem eerst naar zijn meesteres. Daarna ging hij naar het huis van de weduwe Andries Bester de oude. Daar lag hij 's avonds vastgebonden in het voorhuis. De slavin Eva vroeg hem in aanwezigheid van de slaaf Gedult wie hij had willen vermoorden. Hij antwoordde dat hij zijn meesteres had willen vermoorden. De volgende dag werd hij naar Kaap gebracht en aan justitie overgedragen. De gevangene beweerde later dat hij helemaal niemand had willen vermoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0168  


De hottentot Abraham vertelde over de weggelopen slaaf Fortuijn. Fortuijn was al zeker 10 keer weggelopen. Als hij wegliep stal hij vaak kleding uit het huisje van de oude slaaf Alexander. Hij weet niet of ze ruzie hadden. Later betrapte Abraham Fortuijn in het huisje van slavin Lena, die hij moeder noemde. Daar was Fortuijn bezig met het stelen van:

Deze spullen werden weer van Fortuijn afgenomen. Fortuijn had niemand wakker gemaakt en wilde niet helpen het vuur te blussen. Hij kwam pas bij het vuur nadat hij in het donker was gepakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0577  


De getuigenissen van Coridon, Baatjoe en Lea komen niet overeen. Lea klaagde dat ze 3 keer zeer streng was gestraft. De eigenaar zegt dat ze eigenlijk wel 100 keer straf had verdiend als hij streng had willen zijn. Bij haar vorige eigenaar was ze ook hard geslagen. De slaaf Baatjoe heeft in 5 jaar tijd geen klap gehad. Twee andere slaven die waren weggelopen hadden geen littekens van slagen. Het is dus waarschijnlijk dat de oorzaak van de straffen bij de slaven zelf lag en niet bij hun eigenaar. Over de overleden slaaf Januari zegt de aanklager dat zijn dood de schuld was van de aangeklaagde. Om de getuigenis van Coridon te ondersteunen wordt vermeld dat deze eerder bij Trap had gewoond.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0945  


Lea werd met haar handen op haar rug vastgebonden aan een balk gehesen, zodanig dat ze nog net met haar tenen de grond kon raken. Door de pijn schreeuwde ze en vroeg om losgelaten te worden. Er werd tegen haar gezegd dat ze zo zou blijven hangen totdat ze bekende. Om haar geschreeuw te stoppen, dreigden ze haar de hele nacht in de kelder op te hangen.

Om van de pijn verlost te worden, bekende Lea wat er over de slaaf Januari gevraagd werd. Toen het avond werd, werd ze losgemaakt en buiten bij de kelder aan een ladder vastgebonden. Hoewel ze zwanger was, werd ze hard geslagen met kweepeer takken.

De tweede opperchirurg van het gouvernement heeft later verklaard dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0813  


De slaaf Cupido verklaarde op 29 augustus 1770 in het kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van landdrost Lucas Sigismundus Faber dat zijn verklaring waar was. Dit werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling. Op 9 juli 1716 verscheen Jephta van de Kaap, slaaf van landbouwer Johannes Kuuln, voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de Raad van Justitie. Hij verklaarde dat de slavin Eve Lea, wanneer hun eigenaar en diens vrouw niet thuis waren, regelmatig aan de vrouw van landbouwer Christiaan Ernst Kool (die ongeveer een uur van hun boerderij woonde) het volgende gaf:

In ruil hiervoor ontving Eve Lea:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0972  


Er was een rechtszaak over een slavin genaamd Lea. Zij was meerdere keren weggelopen van haar meester. Als straf werd zij geslagen met takken op haar billen. De littekens waren daarna nog een paar dagen te zien. De meester verdedigde zich door te zeggen dat hij geen wrede tiran was. In 12 jaar tijd was er namelijk nooit eerder een klacht van een slaaf over hem geweest. Sommige van zijn slaven woonden al 5 jaar bij hem zonder ooit een klap te hebben gekregen. Zelfs slaven die twee keer waren weggelopen, en voldoende eten kregen, hadden geen littekens van slagen. Als een slaaf dus was geslagen, lag dat volgens de meester aan het gedrag van de slaaf zelf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0961  


In deze juridische tekst wordt een zaak besproken waarin een slaaf genaamd Januar en een slavin genaamd Lea zijn gestraft met een zweep gemaakt van takken op hun blote billen. Deze straf liet littekens achter die enkele dagen zichtbaar waren. De slaaf Januar overleed twee dagen na een zware val op zijn hoofd. De tekst geeft aan dat de getuigenissen van andere slaven niet als geldig bewijs worden gezien, omdat zij ook van andere leugens zijn beschuldigd. Er wordt ook gesproken over de mogelijkheid van koudvuur (infectie), wat kan optreden bij de kleinste verwonding, vooral bij mensen met een slechte gezondheid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0864  


Op 2 december 1769 werd in het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd. De slavin Eva heeft een verklaring ondertekend met een kruisje, wat werd bevestigd door secretaris C.L. Neethling. P. Hacker en J.D. Rheenen waren hierbij aanwezig als commissieleden.

Ook werd die dag de dove slaaf Abraham, eigendom van de weduwe van landbouwer Andries Best de Jonge, gehoord over een misdaad die zijn medeslaaf Thomas tegen hun meesteres had gepleegd. Door zijn doofheid kon Abraham geen normale verklaring afleggen, maar hij vertelde wel dat zijn meesteres hem had gevraagd om eieren in een mand te doen. Thomas was toen achter de voederbak vandaan gekomen en was op teken van hun meesteres naar het woonhuis gegaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0142  


In deze periode woonde Gies bij de gedaagde en kreeg geen enkele klap. De aanklager had niet één keer om zo'n verkoop verzocht. Hoewel deze slaven op goddeloze wijze hun eigenaar hadden belasterd, hadden ze niet één woord gezegd over mishandeling van de kinderen van de slavin Lea. De gedaagde vertrouwt erop dat de rechters zullen inzien dat de aanklacht ongegrond is en niet bewezen. De aanklacht is alleen gebaseerd op praatjes van slaven die uit baldadigheid een andere eigenaar willen en al op grote leugens zijn betrapt. De gedaagde laat het aan het oordeel van de rechters over of de aanklager, hoewel in functie en salaris ontvangend, veroordeeld moet worden tot vergoeding van schade en kosten. Dit omdat de gedaagde de aanklager voldoende had geïnformeerd over die ernstige val als doodsoorzaak van Januari en wie daarbij aanwezig waren. De aanklager heeft echter zonder de waarheid te onderzoeken...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0866  


De tekst gaat over een verhoor over een incident waarbij een slaaf die het volgende vertelde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0157  


De rechtszaak tegen L wordt op 12 april 1770 voortgezet. Lucas Sigismundus Faber, de landdrost, eist:

Er geldt een voorwaarde dat deze slaven nooit meer onder het gezag mogen komen van de beklaagde of diens familie. De verdachte moet ook de proceskosten betalen. Dit document is ondertekend door L.S. Faber en ingediend door matroos Johan, die de weg van de Hottentots Holland-pas onderhoudt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0821  


De dader had alle kracht gebruikt om iemand van de grond te krijgen. Een getuige (genoemd onder document B) had tegen de dader gezegd dat hij de jongen niet meer moest slaan, omdat hij anders zou sterven. Dit had geen effect, want de dader sloeg de getuige ook voor deze opmerking.

Toen de dader zag dat Januari niet meer voor de ossen kon lopen, moest hij hem op de wagen nemen. Nadat ze de Hottentots-Holland Kloof waren gepasseerd, liet de dader Januari achter bij matroos Mauk, onder het voorwendsel dat Januari ziek was. De volgende dag overleed Januari.

De aanklager merkt op dat er een verband is tussen het geval van Januari en dat van slavin Lea. Hij zal dit uitgebreider behandelen om het wrede en tirannieke karakter van de dader te laten zien. De dader had Lea gemarteld om haar te laten bekennen of zij tijdens haar vlucht samen met Januari was geweest.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0812  


In Stellenbosch was er een conflict over een slaaf genaamd September die dood in het bos was gevonden. De slaven beweerden dat hij was gestorven van verdriet, maar dit werd niet als geldig bewijs gezien. Men ging ervan uit dat een christelijke huisvader zijn eigen bezit niet zou willen beschadigen.

Ook was er een incident met de slavin Lea die op de schapen moest passen terwijl de schaapherder hielp met graanoogst. Lea was hier ontevreden mee en hitste de honden op tegen de schapen. Hierdoor raakten 6 schapen vermist en 1 gewond schaap liep naar het terrein van landbouwer Evert Ernst, die dit meldde. Toen de vrouw van de eigenaar Lea hierop aansprak, antwoordde deze brutaal dat ze niet beter was dan zij.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0849  


Januarij bekende onder marteling dat hij Lea had zien lopen op het gebergte. Hij was door zijn eigenaar opgedragen om haar te zoeken. Januarij, samen met Carl Fregard, de verteller en een jonge slaaf genaamd Jephta, vonden Lea onder een rots en brachten haar terug naar huis. Januarij werd gestraft door hem in een strafwerktuig (poolse bok) te plaatsen en hem met takken op zijn billen te slaan. De zwangere slavin Lu werd met haar handen op de rug vastgebonden. Het uiteinde van de riem werd over een balk gegooid en ze werd opgehesen tot haar tenen net de grond raakten. Dit deden ze om haar te laten bekennen of ze tijdens haar vlucht bij Januarij was geweest. Lea werd na ongeveer een half uur in deze pijnlijke positie te hebben gehangen losgemaakt na haar smeekbeden. Daarna werd ze naar buiten gebracht en bij de kelder op een ladder vastgebonden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0828  


De zwangere slavin Lea werd vastgebonden op een ladder en gestraft. Dit blijkt uit verklaringen, vooral die van de slaaf Baatjoe, die haar zelf vastbond en sloeg. Ook de Hottentotse Teytje bevestigde dit in haar verklaring. De excuses over het niet weten van de zwangerschap van de slavin zijn zwak. De zwangerschap was duidelijk zichtbaar want de slavin verblijft nu in de slavenverblijven van de Compagnie om te bevallen. De littekens op haar lichaam, die volgens de doktersverklaring deels oud zijn, komen niet allemaal van haar vorige eigenaar, de landbouwer Christoffel Botha. Hoewel hij bekend stond om zijn harde behandeling van slaven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0890  


Pieter en een andere persoon hoorden een hond janken bij een gebouw van ongeveer 80 voet lang. Ze vermoedden dat er een hond opgesloten zat. In het maanlicht zagen ze door een hek dat de slaaf Patientie daar een grote bruine hond met brood probeerde te lokken. Patientie pakte de hond bij zijn staart en trok hem naar een hoek van de stal.

De getuige riep vervolgens de slaaf Mars erbij. Mars vertelde dat hij samen met Pieter van de kombuis naar het slavenhuis wilde gaan toen ze een hond hoorden. Ze zagen Patientie met de hond bezig. Ze riepen andere slaven erbij, waaronder Gedult en Bastiaan. Mars liep om het gebouw heen en opende het hek, waarna de hond wegliep.

Patientie bleef in de hoek staan en vroeg wat ze zochten. Hij zei geschrokken te zijn omdat hij dacht dat de baas eraan kwam. Hij beweerde dat hij kweeperen (vruchten) zocht die hij daar had verstopt. Gedult en Bastiaan konden hier verder niets over vertellen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0263  


In een juridisch document van 18 augustus 1774 over een incident van 27 maart rond half zeven 's avonds, werd een zaak besproken waarbij slaven betrokken waren. Pieter van Madagascar en Mars van Madagascar meldden aan de autoriteiten dat ze rond 8 uur 's avonds een hond in een nieuwe paardenstal hadden gezien. De officier Oloff Marthini Bergh vroeg hierover een verklaring aan burger-luitenant Johannes Louw. De officier stelde dat:

Bergh vroeg de rechters om naar eigen inzicht een gepaste straf te bepalen voor de verdachte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0262  


De opsteller van dit stuk legt uit waarom hij geen officiële aanklacht heeft ingediend tegen de verdachte. Dit komt vooral omdat de eigenaar van de slaaf bij nader onderzoek de beschuldigingen niet ondersteunde. De eigenaar verklaarde dat:

Hoewel er drie getuigen tegen één beschuldigde staan, maakt de verklaring van hun eigenaar de zaak onduidelijk. De opsteller twijfelt ook aan de waarheidsgetrouwheid van de getuigenverklaringen omdat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0261  


De zaak betrof een aanklacht wegens een zedendelict met een hond, gepleegd door de slaaf Patientie van Ceylon, eigendom van de boer Jan Louw Jan Pietersz.

Op zaterdag 26 maart rond 20:00 uur gebeurde het volgende in de Tijgerbergen:

De getuigen Pieter en Mars hebben dit direct gemeld aan de andere slaven in het slavenhuis. Ze konden niet zien of zijn broek los was of zijn geslachtsdeel zichtbaar was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0259  


In de tegengewoorde tijd werd de slaaf Patientie ervan beschuldigd iets crimineels gedaan te hebben met een bruine teef. De slaven Bastiaan en Julij waren getuigen, samen met enkele anderen. Volgens hun verklaringen: De getuigen meldden dit voorval niet direct aan hun meester, maar pas de volgende avond. Ze gebruikten als excuus dat hun baas ziek was geweest en ze hem daarom niet eerder hadden gezien. Patientie ontkende alle beschuldigingen. Hij verklaarde dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0260  


Patientie uit Ceylon was 33 jaar en slaaf van burger Jan Louw Vijgerbergen, een wagenrijder. Hij at die avond niet in de keuken maar nam zijn eten mee naar het slavenhuis.

Er was ruzie tussen de slaven omdat Patientie omging met een slavin genaamd Spasie en een naamloze Hottentot-meid. De slaven Mars, Peeter en Geduet waren boos op hem omdat hij had gedreigd te vertellen dat zij:

Op een zaterdag, ongeveer 4 maanden geleden, ging Patientie niet in de keuken eten maar nam hij zijn eten mee. De bastaard David kwam ook naar het slavenhuis en gaf hem een stuk brood. Daarmee ging Patientie naar de nieuwe stal om twee bewaard gebleven kippen te halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0272  


Johannes Louw verklaarde dat Patientie samen met een hond in de stal was gezien. De hond, een jonge roodbruine teef, was drachtig. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 31 maart 1774. De verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van klerken Johan Adolph Buuchl en Nicolaas Cruijwagen, en werd ondertekend door secretaris C L Feethling. Bij een tweede verhoor voegde Louw toe dat ondanks de volle maan, het maanlicht niet goed in de stal kon schijnen omdat het hek aan de zuidkant stond. Ook het licht van twee ramen aan de oostkant gaf niet genoeg verlichting. Extra context werd gegeven over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10974 / 0264  


Een slaaf is op 2 juni boos geworden op de slavin Rosina na een ruzie over gestolen kleding. Hij is toen weggelopen naar het veld en bleef daar tot de volgende avond. Toen hij honger kreeg, ging hij terug naar het huis van zijn eigenaar. Het huis lag tussen de bergen en twee rivieren. Hij sneed met zijn mes de riemen door waarmee het keukenraam was vastgebonden. Via het raam klom hij de keuken in. De oude slaaf Titus zat bij het vuur, maar toen hij de gevangene bij het raam zag, vertrok hij.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0329  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/