Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De dader vluchtte het huis uit met het gestolen geld en ging naar de plek van burger Bergstet. Daar ging hij volgens zijn gewoonte dobbelen met zijn soortgenoten. Hij verloor het geld snel door met grote bedragen te spelen. Hij bleef daar totdat de politie hem uiteindelijk arresteerde. Dit alles blijkt uit zijn eigen vrijwillige bekentenis, document B. Volgens rechtsgeleerden Van Houder (hoofdstuk 49) en Simon van Leeuwen (boek 15, deel 21) zijn bekentenissen het sterkste bewijs. De dader probeerde nog onder zijn straf uit te komen door te zeggen dat hij dronken was toen hij de diefstal pleegde. De aanklager denkt dat dit een vooropgezet excuus is.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0223  


Diana kreeg de opdracht om een ratteval te plaatsen op de zolder van het huis. De beschuldigde persoon ging eerst naar een voorraadkamer waar sterke drank stond. Na een borrel te hebben gedronken, ging hij samen met Diana naar de zolder om zogenaamd te helpen. Terwijl Diana bezig was met de ratteval, nam hij stiekem een bos sleutels mee naar beneden. Hij ging opnieuw naar de voorraadkamer om nog een borrel te drinken. Daarna ging hij naar een kist waarvan hij wist dat er geld in lag. Hij opende deze met een bekende sleutel en stal een blauwe zak met 100 rijksdaalders. Dit wordt bevestigd door twee getuigenverklaringen. De beschuldigde zegt niet te weten hoeveel geld er precies in zat omdat hij het niet had geteld. Terwijl hij bij de kast stond te stelen, werd hij betrapt door jonkvrouw Guldenhuijze, die hem vroeg wat hij daar deed.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0222  


De Staten-Generaal van de vrije Verenigde Nederlanden hebben besloten dat een veroordeelde naar de gebruikelijke executieplaats gebracht moest worden. Daar zou hij door de beul worden opgehangen tot de dood erop volgde. Daarna moest zijn lichaam door de straten worden gesleept naar de buitengalg, waar het moest blijven hangen tot het door weer en vogels vergaan zou zijn. De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen.

Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel de Goede Hoop op 29 juni 1713 en werd ondertekend door:

In aanwezigheid van secretaris D. Thibault werd het vonnis uitgesproken en uitgevoerd op 4 juli 1713.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0198  


Hij werd gearresteerd en aan het gerecht overgeleverd nadat hij nog enige tijd door het gebied had gezworven. Deze vlucht en openlijke diefstal van vee en meel kunnen in een land waar het recht wordt gehandhaafd niet worden toegestaan. Om anderen af te schrikken moet dit streng worden bestraft. De rechtbank heeft onder leiding van landdrost Nicolaas van den Heuvel de aanklacht en bewijsstukken bekeken. Ook is er gekeken naar de bekentenis van de beklaagde en andere relevante documenten. De zaak is door de rechters grondig overwogen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0197  


Het dode lichaam werd langs de weg naar buiten gesleept naar de plaats waar recht werd gesproken. Daar werd het lichaam opgehangen. Het moest daar blijven hangen tot het door de lucht en vogels was vergaan. De uitspraak van deze straf werd gedaan door Van den Heurel op 29 juni 1713. Sibault bevestigde dit in zijn functie van secretaris.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0193  


De bekende rechtsgeleerde Joost de Damhouder bevestigt in zijn boeken over strafrecht dat iemand die eerder veroordeeld is voor vergelijkbare misdaden en toen ter dood werd veroordeeld, opnieuw de doodstraf verdient. De eiser vraagt daarom de rechtbank om de beschuldigde te veroordelen tot de doodstraf door ophanging op de gebruikelijke plaats van executie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0192  


Jan van Ceijlon miste rond deze tijd 2 schapen en een kalf. Hij kon echter niet bewijzen dat zijn jonge knecht deze had gestolen. Andries Kuijper miste ook twee koeken toen het meel weg was. Toen de verdachte hierover werd ondervraagd, zei hij hier niets van te weten. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan:

Volgens rechtsgeleerde Simon van Leeuwen moeten dieven van koeien, paarden of schapen worden gestraft met de galg en worden hun bezittingen afgepakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0191  


De gerechtsbode Christoffel Hasewinckel, die zich uitgaf als Mathijs Casser, werd veroordeeld tot:

Door tussenkomst van zijn vrouw werd hij vrijgelaten uit de kettingen. Hij werd verkocht aan een nieuwe eigenaar en gedroeg zich enige tijd rustig zonder misdaden te plegen. Maar toen hij zijn eerdere straf was vergeten, in plaats van dat het hem tot een beter leven had moeten brengen, begon zijn oude slechte en diefachtige aard weer op te spelen. Hij werd zelfs erger dan ooit tevoren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0188  


Een slavin genaamd Trijntje was 10 weken weggelopen. Ze bekende later dat ze overdag in een grot verbleef en 's avonds door een slaaf genaamd Isaac werd opgehaald bij de brouwerij van Mensink. Ze verbleef eerst in een kamertje bij Mensink en later in een hokje naast het toilet. Mensink wilde haar met een Engelsman wegsturen, zoals hij eerder had gedaan met de jonge Cupido. Trijntje weigerde dit en zei dat ze liever terug wilde naar haar meesteres. Uiteindelijk ontvluchtte ze Mensink en werd ze door Hendrik Kruijwagen teruggebracht naar haar meesteres.

Via haar jonge bediende Caarel liet de meesteres aan Mensink weten dat ze na Trijntje's terugkomst steeds meer bewijs vond van hun relatie. Op een avond zag ze vanuit een donkere kamer bij de voordeur hoe Mensink's slaaf Isaac meerdere keren langs de deur liep, gevolgd door Mensink zelf. Mensink trok Trijntje, die in de deur stond, opzij en kuste haar. Toen de meesteres en haar broer Trijntje hierover aanspraken, bekende ze alles over haar omgang met Mensink.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0724  


Een vrouw (de verklaarster) wilde een slavin genaamd Trijntje aan een Engelsman verkopen om haar uit het land te krijgen. Omdat dit door de dure tijden niet lukte, liet ze Trijntje in kettingen slaan en bracht haar terug naar huis. Daar moest ze op zolder slapen en werd ze in de gaten gehouden.

De verklaarster vertelt dat ze al 4 jaar, sinds ze Trijntje kocht, ziekelijk was zonder duidelijke oorzaak. Ze kon wel normaal eten en drinken. Ongeveer 2 jaar geleden vond ze bij het controleren van haar bed een pluk haar met vreemd poeder in haar hoofdkussen en een botje. Haar slavinnen ontkenden hier iets vanaf te weten.

De verklaarster verdacht Trijntje, omdat ze haar een keer met poeder bij de kookpotten betrapte. Ze verbood Trijntje daarom in de keuken te komen als er niet gekookt werd.

Ongeveer 1 jaar geleden werd de verklaarster ernstig ziek. Trijntje bekende dat ze sinds de dood van gouverneur Louis van Assenburg op aansporing van ene Mensinko de verklaarster lastig viel. Mensinko had gezegd dat het een goed moment was om de verklaarster uit de weg te ruimen en klaagde dat het zo lang duurde. Hij beweerde al eerder iemand te hebben vermoord waar hij minder moeite mee had gehad.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0727  


Een weggelopen slaaf heeft uit honger het huis van landbouwer Andries Kuijper betreden toen deze met zijn vrouw naar Stellenbosch was gereden. De slaaf heeft een halve mud meel gestolen. Een slavin heeft hem geholpen dit naar zijn schuilplaats te brengen. Hij at dit samen met een kleine hoeveelheid konijn op. Toen het meel op was, ging hij naar de kraal van zijn meester waar hij twee schapen stal en slachtte. Een slavin hielp hem hierbij. Later ging hij naar het terrein van landbouwer Wijnant Wijnantsz. Hier stal hij nog een schaap. Tijdens het slachten werd hij ontdekt door mensen die daar waren. Hij vluchtte terug naar zijn schuilplaats. In die periode at hij ook een stuk van een kalf dat volgens hem door een wild dier of tijger was gedood en half was opgegeten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0196  


Ismael van Batavia, 32 jaar oud en slaaf van de weduwe Albert Barentz Gildenhuijs, heeft vrijwillig bekend dat hij het volgende heeft gedaan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0243  


In het begin van het lopende jaar verliet een slaaf zijn meester en vluchtte weg. Hij kreeg gezelschap van een slavin van burger Jacob Pheunis. Samen zwierven ze een tijd rond in de bergen in de regio Jonkershoek. Toen hun voedsel opraakte, greep de gevangene zijn kans terwijl Andries Cuijper en zijn vrouw in Stellenbosch waren. Hij stal uit hun huis een halve mud meel, hoewel uit verklaring B blijkt dat het een hele mud meel moet zijn geweest. Of de gevangene het huis open aantrof of het heeft opengebroken, laat de aanklager over aan het oordeel van de rechter omdat hierover geen getuigenverklaringen zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0189  


De afzetter gaf toe dat zij, terwijl ze een kind aan het uitkleden was, weg ging van slavin Trijntje en naar de voordeur liep. Daar vond ze Mensink aan wie ze vertelde dat het kind was overleden. Hij zou daarop hebben geantwoord "God heeft het ons gegeven, God heeft het ons genomen." Ze merkte op een dag kapok op in gebak toen ze veel pijn had. De situatie werd dagelijks erger. Haar hele lichaam zwol op en ze kreeg last van heftige emoties. Ze moest naar het toilet en besloot haar ontlasting te onderzoeken omdat ze bang was dat het dezelfde ziekte was als het jaar ervoor. In aanwezigheid van slavin Trijntje, die het licht vasthield, haalde ze met een pen iets uit de ontlasting dat leek op haar vermengd met gras. Ze nam daarna een braakmiddel in en vond later in haar ontlasting schraapsels van een worteltje. Ze besloot slavin Trijntje te ondervragen over deze kwestie. Trijntje bekende in aanwezigheid van:

dat Willem Mensink verantwoordelijk was. Hij had haar voorzien van schadelijke ingrediënten, zowel persoonlijk als via zijn slaven. Het ging om:

Trijntje verklaarde dat ze deze ingrediënten had toegediend via:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0729  


Op een avond zag de getuige een man in een zwart jasje met een doek om zijn hoofd tegen de muur staan. De slavin Trijntje kreeg toen de kans om met hem te praten. Toen Trijntje weer binnen kwam, zei ze dat ze zich vergist had en dat hij het niet was. De getuige kreeg argwaan en hield Trijntje in de gaten. Ze zag dat Trijntje met de jonge Karel in het afdak stond te praten terwijl zij zat te eten. Ze ging naar beneden en vond een hoop goud dat Trijntje had ingepakt. De getuige en haar broer ondervroegen Trijntje en Karel. De jongen bekende dat Trijntje hem had gevraagd de grendel van de zolder open te laten als ze ging slapen, zodat ze met haar spullen naar beneden kon komen. Trijntje gaf toe dat Mensink haar had aangeraden om weg te lopen. Hij zou haar ergens heen brengen waar haar eigenaar haar niet zou vinden, maar hij wilde haar niet zonder bezittingen meenemen zoals de vorige keer. De getuige liet Trijntje de volgende dag opsluiten. In de gevangenis kreeg ze tabak en peperkoek van Gerrit, de jongen van Mensink. Hij liet haar weten dat ze niet lang vast zou zitten omdat hij haar zou vrijkopen, waar ze ook verkocht zou worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0726  


De slavin Trijntje mishandelde haar kind nadat ze was teruggehaald na een vluchtpoging. Ze stak het kind met naalden in het hoofd toen ze het stiekem te pakken kreeg. Ze verbrandde ook de lippen en tong van het kind toen ze het eten gaf. Op een avond vroeg Trijntje of het kind bij haar mocht slapen. Ze beloofde het kind geen kwaad te doen. Tussen 's nachts 11 en 's ochtends 4 uur hoorde men het kind alleen maar huilen en kermen. Trijntje schold het kind uit voor "duivels kind" en "donders kind". 's Ochtends bekende ze dat ze het kind steeds met spelden had gestoken als het stil was. Het kind werd steeds zwakker. Toen het lag te slapen, nam Trijntje het op onder het mom van kandeel (warme zoete melkdrank) geven. De getuige hoorde een vreemd geluid en zag hoe Trijntje het kind voerde met een lepel. Ze rukte het kind weg vanwege het misbaar dat het maakte. Uiteindelijk stierf het kind aan een slepende ziekte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0728  


Op 12 november 1676 vertelde de slavin Trijntje van Madagaskar aan haar ondervragers dat ze in een verlaten huis in de Prinsestraat was. Daar was ze samen met Sara van Batavia en nog twee andere vrouwelijke slaven. Ze vertelde dat Sara daar een kind had gekregen, maar ze wist niet van wie het kind was. Na de bevalling hebben ze het kind gewassen en in doeken gewikkeld. Ze verklaarde dat het kind dood was geboren. De andere slavinnen brachten het kind toen weg. Ze wist niet waar ze het kind hebben begraven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0766  


In het jaar 1709 deed een slavin genaamd Trijntje een bekentenis. Ze had een seksuele relatie met Mensink vanaf de tweede avond dat ze in het huis van haar meesteres was. Mensink kwam eens naar het huis van de meesteres en deed zware bedreigingen. Hij zwoer dat als ze niet deed wat hij wilde, hij haar zou overweldigen. Ook sloeg hij haar neef David voor het hoofd, waardoor diens hoed afvloog. David zou volgens Mensink een obstakel zijn voor hun vereniging. De meesteres merkte dat Mensink en zijn moeder haar slaven hadden verleid. Ze zag steeds vaker dat Mensink met haar slavin Trijntje omging. Mensink liet Trijntje naar zijn huis roepen:

Toen de meesteres hoorde dat de jonge Frederik Trijntje had benaderd bij de poort van Mensinks huis, hield ze haar beter in de gaten. Toen Mensink Trijntje weer liet roepen, zei ze dat ze niet kon komen. Daarop kwam Mensink de volgende avond zelf naar het huis van de meesteres om Trijntje bij de poort te ontmoeten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0720  


De slaaf Lampa beweert dat Philip en zijn mensen hen eerst achtervolgden. Ombom heeft de vastgebonden jongens losgemaakt. Een mes werd gebruikt om mensen los te snijden, waarna ze elkaar hebben losgemaakt. Ze vielen daarna Philip en zijn mensen aan. Een hond werd gedood en er werd gesproken over het drinken van het bloed van die hond. Vervolgens zijn ze zonder iemand kwaad te doen over het gebergte gegaan. Lampa kreeg de opdracht om voorraad te dragen terwijl de anderen verder trokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0486  


De president van de Raad van Justitie Willem Helot ontving een verslag over een rechtszaak. De openbare aanklager Willem van Putten klaagde 15 personen aan:

  1. Soudan Jappa uit Cheribon, een Javaanse geestelijke
  2. Abdul uit Bali, een bandiet
  3. Iannis uit Bali, een slaaf van de Compagnie
  4. Loasse uit Batavia
  5. Tjinksaaij uit Bali
  6. Baccar uit Sumbawa
  7. Balik uit Sumbawa
  8. Langa uit Makassar
  9. Cartta Laxanna uit Roma op Makassar, een bandiet
  10. Totting uit Makassar
  11. Boudia (ook bekend als Laaij) uit Bali, slaaf van de heer Helot
  12. Azar uit Bugis, slaaf van onderkoopman Fontaine
  13. Corioon uit Diema op Makassar, slaaf van burger Pheunink
  14. Abram uit Coromandel, slaaf van Jacob Corterman
  15. Omboe uit Semarang, slavin van de Compagnie
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0627  


De onafhankelijke officier van justitie Cornelis van Cberumont heeft namens het gerecht en de gezaghebber Willem Helot een rechtszaak aangespannen tegen de slaaf Ishmael uit Batavia. Ishmael was eigendom van Margareta Hoefnagel, de weduwe van Albert Barenthsz Gildenhuis. De aanklager baseert zich op de vrijwillige bekentenis van de aangeklaagde. Ishmael had het plan opgevat om zijn meesteres te bestelen. Hij liet zich niet afschrikken door de strenge straffen die anderen voor soortgelijke misdaden hadden gekregen. Dit blijkt uit het moment dat zijn meesteres aan haar slavin Diana [...]

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0221  


Met hulp van een slavin schuilde hij op een geheime plek. Daar leefde hij een tijd van meel en een beetje honing. Toen dat op was, besloot hij vee te stelen. Hij ging naar de kraal (veekamp) of kudde van zijn meester en stal daar 2 schapen. Deze slachtte hij en at ze samen met de slavin op. Daarna ging hij naar het terrein van landbouwer Wijnant Wijnantsz. Daar stal hij ook een schaap. Terwijl hij dit aan het slachten was, werd hij ontdekt door mensen. Hij vluchtte terug naar zijn schuilplek. In die periode leefde hij ook van een deel van een kalfskarkas dat door een tijger was gedood en half opgegeten. Hij heeft van niemand anders iets gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0190  


Na het huwelijk keerde Mensink terug en stuurde een brief dat zijn slavin van een meisje was bevallen. Hij bleef ongeveer 14 dagen weg zonder zijn vrouw bij de brouwerij te bezoeken. Toen hij eindelijk kwam, reden ze samen naar buiten waar de situatie eruit zag alsof er een halve bevalling had plaatsgevonden. De vrouw merkte dat haar man zijn beloftes niet nakwam en zijn oude gedrag voortzette. Als de jongen (slaaf) het vuur moest stoken, verliet Mensink haar onder het excuus dat hij ging kijken of het water te heet was. In plaats daarvan zocht hij de slavin op om met haar te praten. Zijn vrouw betrapte hem meerdere keren, ook met andere slavinnen, in een kamertje naast de brouwerij. Wanneer zij hem hierop aansprak, sloeg Mensink haar ernstig, soms zeggend dat ze het gebruik aan de Kaap nog niet kende. Na ongeveer 10 maanden in deze ellendige situatie besloot ze haar ouders in te lichten. Toen die hem hierop aanspraken, beloofde hij zijn leven te beteren. Het echtpaar reed weer naar buiten, waarop haar ouders een brief stuurden om hem aan te sporen een fatsoenlijk leven te leiden. Mensink antwoordde in een brief gedateerd 3 augustus 1710, waarin hij groot berouw toonde, om vergiffenis vroeg en schreef dat hij zich te zeer schaamde om haar ouders in de Kaap onder ogen te komen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0715  


In de tekst lijkt het te gaan om een verhoor van iemand die herhaaldelijk ontkent. Er worden vragen gesteld over:

Op alle vragen antwoordt de ondervraagde dat hij er niets van weet of ontkent hij de beschuldigingen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0742  


Jannetje Hoenderkerrij kwam wel eens bier drinken bij de brouwerij. De baas van de getuige klom over de muur naar het terrein van mevrouw Lingelbach om bij de slavin Trijntje te komen. Er werd een poeder gemaakt van een hand die mevrouw Lingelbach moest innemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0743  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/